Innerlijk Besef

Zen-Boeddhisme

Verslag van de lezing over Zen-Boeddhisme door Dharma Udaka Kanromon op 3 februari 1998. Udaka verzorgde een boei­ende en duidelijke voordracht over Zen, ze bracht haar bood­schap ín haar boodschap.

De kleding die ze draagt roept associaties op met Japan, maar Zen is slechts voor een deel Japans. Zen is afkomstig van het Japan­se woord zenna of zenno, het Chinese ch’an en komt oor­spronkelijk van een woord uit het Sanskriet: Diana, wat medi­tatie betekent. Een diepe meditatie waarbij men zichzelf totaal is vergeten. Alle dualiteit is op dat moment ver­dwenen.

In Zen vertelt men vaak dat Zen al begonnen is bij de Boeddha. Op een dag hield de Boeddha tijdens een lezing een bloem omhoog. Een man tussen het vele publiek begon hierop te glimlachen en vervolgens zei Boeddha dat hij zijn leer, de Dharma had over­gedragen. Deze man werd de opvolger van Boeddha en de eerste patriarch. Met dit verhaal dat binnen Zen erg bekend is, is men veel bezig. Men probeert vragen te beant­woorden als: „Waarom hield Boeddha een bloem omhoog, was het een bijzondere bloem en waarom lachte de man in het pu­bliek. Wat gebeurde daar precies?” Het erkennen dat iemand inzicht heeft gekregen in de hoogste werkelijkheid, ging door van generatie op gene­ratie. Het Boeddhisme kwam tot bloei in India en onge­veer 500 na Chr. was er de 28-ste patriarch, Bodhi Dharma. Deze monnik ging naar China waar, hij kennis maak­te met het Taoisme in China. Uit deze kennismaking ont­stond het eigenlij­ke Zen; het kwam daar tot hoge bloei en ver­spreidde zich naar onder meer Korea en Vietnam. De oorsprong van Zen is dus eigenlijk Chinees in plaats van Japans. In de 12-de en 13-de eeuw kwam Zen ook naar Japan, waar het eveneens een bloeitijd meemaakte.

Er zijn verschillende vormen van Zen. Grofweg kunnen we het verdelen in Zen binnen het Boeddhisme en Zen buiten het Boedd­hisme. Bompoe-Zen is een vorm van Zen buiten het Boeddhi­sme. Er is daarbij geen religieus of filosofisch kader, het gaat hierbij slechts om het lichamelijk en geestelijk welbevinden.

De Rinzai-school, waartoe Udaka zelf be­hoort, stelt de eigen be­vrijding in dienst van alle levende wezens. Je moet je hierbij vanaf het allereerste begin realiseren dat je de oefeningen die je doet niet voor jezelf doet, maar ten behoeve van alle levende wezens. Dit komt volgens Udaka omdat de Rinzai-school deel uitmaakt van het Mahayana-boeddhis­me, het Boeddhis­me van het grote voertuig. Een typisch ken­merk van het Boeddhis­me is dat je de leer niet ge­bruikt om jezelf te onderscheiden van anderen.

Er zijn verschillende beroemde zenmeesters waaronder meester Rinzai en meester Dogun. Van meester Dogun is een uitspraak heel bekend. Deze luidt: „De Boeddha­weg is het zelf bestuderen, het zelf bestuderen is het zelf vergeten, het zelf vergeten is het verlicht worden door de tienduizend dharma’s.” Het zelf bestuderen is het bewust worden van den­ken, onze gevoelens en het spreken. Het zelf vergeten kunnen we doen door ons hele­maal op te laten gaan in het moment, dat we erkennen en erva­ren dat we een zijn met alles wat er is en dat er geen apart zelf is. „We kennen in Zen ook geen hoger of lager zelf,” aldus Udaka, „We gaan uit van het moment en laten daar­mee de grens vallen die ons zelf scheidt van de rest. Uiteindelijk zullen we door meditatie tot de conclusie komen dat alle problemen die we in deze wereld tegen komen, iets te maken hebben met de grens die we trekken tussen ik en de ander. Datgene wat we als een apart zelf beschouwen maakt het ons moeilijk. Dit is niet nodig, omdat het in werkelijkheid niet zo is. Het is een illu­sie die het ons moeilijk maakt. Zen wil die illusie doorsnij­den.”

We hebben in de Nederlandse taal een heleboel uitdrukkingen. We zeggen: „Ik ben mezelf niet,” „Ik loop mezelf voorbij” en „Ik zit mezelf in de weg.” Over welk ‘zelf’ hebben we het dan? Als ik mezelf niet ben, wie zit er hier nu dan te praten?

Meester Dogun zegt „Het zelf vergeten is verlicht worden door de tienduizend dharma’s.” Hier heeft dharma de betekenis van ding, gebeur­tenis. Het kan ook de betekenis hebben van wet, de boeddhisti­sche weg of de boeddhis­tische leer. Dan wordt het ge­schreven als Dharma, dus met een hoofdletter. Mees­ter Dogun wilde met zijn uitspraak aan­geven dat je door alles verlicht kunt worden en dat je jezelf op dat moment totaal vergeten bent. Udaka zegt dat Zen een fantastische gebeurtenis is, omdat je met Zen van je hele leven een hobby kunt maken. Wat gebeurt er als je met een hobby bezig bent? Je vergeet jezelf helemaal. Met Zen kom je behoorlijk in de richting om jezelf bij alles wat je doet te vergeten. Om inderdaad bij jezelf te bemerken dat het wat rustiger en stiller geworden is in je leven en dat je je bij jezelf altijd op je gemak voelt.

Als je een Boeddhabeeld moet omschrijven, zou je kunnen zeggen dat hij zichzelf helemaal vergeten is. Hij zit in zijn oor­sprong, in datgene waaruit we zijn ontstaan en waar we naar terugkeren. Ook dat is een betekenis van het woordje dharma: het principe van het steeds weer ontstaan en vergaan. Niet alleen aan het begin en einde van dit leven, maar bij iedere gebeurtenis. Dat is het jezelf vergeten.

Een amerikaanse zenmeester heeft ‘het jezelf vergeten’ om­schre­ven als het intiem worden met alles om je heen, op ieder moment. Het betekent dat we de begrenzing van onszelf verge­ten; een begrenzing die er eigenlijk niet is. In Zen wordt wel eens gezegd op een been kun je niet lopen. Hiermee wordt bedoeld dat de realiteit naast het een-zijn ook bestaat uit het niet-een-zijn. Wanneer iemand wat dieper in meditatie komt, kan het gebeuren dat hij inderdaad de ervaring heeft van het een-zijn en alleen nog maar op dat been verder wil gaan. In werke­lijkheid bestaat alles uit die twee aspecten: eenheid en verscheidenheid. In het wes­ten zijn we doordrongen van het verschil tussen jezelf en de/het ander. Probeer intiem te worden, zodat wanneer je naar een bloem kijkt, je ook dat bloemenzelf wordt.

Als je dit bereikt, wordt je grenzenloos; je hebt niets te verliezen en niets te winnen. „Dat,” zegt Udaka, „is toch de vrede binnen jezelf. Als je jezelf ervaart als zelfloos, heb je ook een andere rela­tie met andere mensen.” Als je dit bereikt hebt, zal je ook niet meer zitten te wach­ten op: en nou zal het goed met me gaan. Wachten op een bepaalde voorwaarde die vervult moet worden voor we gelukkig kunnen zijn. Dit is een van de dingen waar de maatschappij en de recla­me op inspeelt. Op die manier rennen we onszelf voorbij. Het is een illusie dat er buiten onszelf iets is wat ons die rust kan geven. Je moet bij jezelf en in je centrum blijven.

Als we gaan zazen – d.i. het zitten in meditatie – merken we hoeveel gedachten we heb­ben en we willen ze allemaal achterna hollen. Dat is die innerlijke onrust. Door het mediteren leer je gewoon je gedachten te laten gebeuren. We worden de meester binnen onszelf, de mees­ter van het huis. Dat betekent dat we niet overmeesterd worden door onze gedachten en gevoelens, dat we oefenen om helemaal in dit moment te zijn door jezelf te vergeten. Het is de bedoeling dat je, terwijl je han­delt, tegelij­kertijd in jezelf een niet-handelen ervaart. We hebben diverse soorten meditatie zoals loopmeditatie, thee-meditatie, waar­mee je dit kunt leren. Een Duits zenmeester heeft het jezelf vergeten eens mooi verwoord in de titel van een door hem geschreven boek: ‘Being nobody, going nowhere’.

Een ander aspect van jezelf vergeten is ook naar de ander toe. „Een mooie oefe­ning, die in een van de soetra’s staat omschreven en waar­door ik echt geraakt ben,” zegt Udaka, is: „in ieder en alles wat er is het beste naar voren laten komen.” Ze demonstreert dit met een sim­pel klokje, waar je boos, ongeduldig of met haast tegen kunt slaan. Je kunt er ook tegen slaan om het klokje het best tot zijn recht te laten komen. Zo moet je ook met men­sen omgaan; hen met respect benaderen en tot hun recht laten komen. Alles zich laten ontplooien. Niet zeggen: „Ik zal eens laten zien hoe goed ik ben en die vervelende collega eens op zijn num­mer zetten, maar jezelf helemaal verge­ten.” Aanvaarden dat alles goed is zoals het is. Maar er is wel durf voor nodig. Maar je moet het ook ervaren. Je kunt geen taart beoor­delen door het recept te lezen, je moet hem proeven.

Het andere aspect van Zen is het bewust wor­den of aandachtig zijn. We worden ons bewust van ons lichaam, onze gedachten en gevoelens. We doen dat door er in te gaan zitten, in de ge­dachte, in het lichaam en in de adem. We leren daardoor de dingen te zien zoals ze zijn. Meditatie heeft invloed op hoe we waar­nemen, d.w.z. niet vals waarnemen, maar zoals het is en niet zoals ik denk dat het is. Als we de grenzen van tijd en ruimte wegnemen, is er alleen nog maar dit moment, de tijd waar­in ik leef. Dit moment is het gevolg van alles wat geweest is en het begin van alles wat komt. Het is mijn verantwoorde­lijkheid om in het hier en nu te zijn. We oefenen dit door bewust een kopje neer te zetten, te fietsen of de computer aan te zetten. We merken dat we door helemaal hier en nu te zijn, alles bewust leren doen. En dat we, aldus Udaka, steeds veranderen in een bloe­menzelf, een buur­vrouwzelf, een compu­terzelf. Dat is wat we in Zen het nietzelf noemen. In het Boeddhis­me wordt wel gezegd dat er geen ik is. Daarmee bedoe­len we dat er geen permanentzelf is, maar dat dit van moment tot moment verandert.

Het dagelijks zenleven bestaat uit drie dingen waar ik van­avond over wil praten. Op dit moment kies ik ervoor dat ons dagelijks leven bestaat uit meditatie, aandachtig zijn en geven. Dat geven is een van de belangrijkste deug­den die we kennen binnen het Boeddhis­me. Zo wor­den in het Boeddhisme de monniken en nonnen onderhouden door de mensen om hen heen. Wat de monniken teruggeven is hun ken­nis, de boeddhistische leer. Het geven gaat verd­er dan materie. Je moet het ook doen in je handelen. Jezelf geven in het praten. Jezelf geven in het kijken naar een bloem. Je moet niets van jezelf terughou­den. Je hoeft niets voor jezelf te houden, omdat je weet dat dat zelf een illusie is. Mezelf vergeten is verlicht te worden door de tienduizend dharma’s. Dus alles wat hier in deze ruimte is heeft de potentie mij te bevrijden, te verlich­ten. Keer op keer probeer ik bij alles wat ik doe mezelf te verge­ten, er helemaal in op te gaan. Alleen moet ik mezelf ervoor open stellen, het laten gebeuren.

Op enkele van de hierover gestelde vragen zegt Udaka onder meer, dat het je bezig hou­den met de reïncarnatiegedachte strijdig is met het hier en nu zijn. Enkele mees­ters hebben deze vraag beant­woord met: „Waarom vraag je dit aan mij? Ik ben toch nog niet dood?” en: „Dit leven is mijn leven na de dood.”

Ook gevoelens zijn belangrijk. Ga in die gevoelens zitten en je kunt soms tot de conclusie komen dat een gevoel als pijn dan verandert in warmte, beweging of trilling en niet per definitie onaangenaam hoeft te zijn. Ook boos­heid moet je je bewust worden. Kijk naar waar het vandaan komt. Meestal komt het voort uit angst en angst heeft weer te maken met dat je iets te verliezen hebt en de grens van jezelf, die je doorbre­ken moet.

We kunnen terugkijken op een geslaagde a­vond. Udaka verzorgde een boei­ende en duidelijke voordracht over Zen, ze bracht haar bood­schap ín haar boodschap.