Carola begint met te vertellen dat ze van een niet-orthodox Joodse afkomst is. Wel Joodse wortels en cultuur, weinig traditie, vertrouwen en innerlijke resonans. Ze was op zoek naar God en het gezicht van God in mensen. Na vele moeilijke momenten heeft ze leraren op haar pad gevonden, chassidische rabbijnen, die haar dat gezicht van God hebben leren zien. Deze leraren zijn in Amerika inspiratoren voor hele creatieve Joodse vernieuwingsbewegingen en daaraan draagt zij hier in Nederland vervolgens haar steentje aan bij. Wat zij vanuit haar huidige werk steeds meer en meer leert is de valkuil van het woord. Het is belangrijk om via woorden iets over te brengen, maar tegelijkertijd is het van belang dat dat woord niet iets op zichzelf staand is; geen abstracte theorie of geloof.
Kabbalah is het doorkrijgen van de mondelinge traditie. Kabbalah betekent “ontvangen” , ontvangen van de traditie van de overlevering. Het begint bij het begin; het moment waarop Abraham door Melchizedek wordt ingewijd. Vreemd genoeg wordt er in de eerste zin gezegd: ‘de Kabbalah is een boek’. Deze mondelinge leer werd in kleine kring onder geheime, occulte omstandigheden doorgegeven en het duurde lang voordat deze informatie werd opgeschreven en publiekelijk werd gemaakt. Een misvatting is echter dat we de Kabbalah moeten lezen als een feitelijke weergave van een werkelijkheid.
Carola wil ons vanavond iets anders laten ervaren, namelijk dat de Kabbalah niet een feitelijke weergave van een werkelijkheid zou zijn, maar dat vanuit het oerbegin van de Joodse traditie Abraham nog direct contact had met de Oerbron, met God, het Hogere. Dit was een dialogische situatie en heeft niets te maken met het rationele, logische denken dat in onze cultuur dominant is en voortkomt vanuit de Grieken (o.a. Aristoteles en Plato). Ook ons alfabet is Romeins-Grieks. Het Hebreeuws daarentegen is eerder een energietaal, die via het horen en voelen een resonerende werking heeft. Ze hoopt ons vanavond iets van die werking te kunnen laten ervaren. Zodat, als we voortaan over de Joodse Kabbalah lezen, we het niet meer zullen lezen alsof daar een wijsheid staat, maar dat we het op ons in kunnen laten werken.
Vervolgens luisteren we naar Joodse muziek (Koldodi Dofek) en leest Carola ons de tekst voor in het Nederlands. Het is een tekst uit het Hooglied: ‘De stem van mijn geliefde klopt op de deur van mijn hart’. Het kloppen op de deur, is ook de hartslag of polsslag. Het is van eminent belang hoe je je afstemt op je hartslag en daar altijd mee in harmonie bent.
Carola leest voor uit de bundel ‘Maak gebeden van mijn verhalen’ van Rabbi Nagman over de meester van het gebed. Deze meester woonde ergens op een plek waar geen andere mensen waren. Soms ging hij terug naar de wereld van de mensen en als hij daar dan met iemand een praatje maakte, vroeg hij steevast: ‘waar leef je voor?’ De antwoorden waren heel verschillend, bijv. om te eten, om dood te gaan, om zo hard mogelijk te werken. Wat is jouw antwoord. . . . . . .?
De wijze waarop de ochtenddienst of ochtendgebeden in de Joodse traditie zijn opgebouwd geeft aan hoe deze traditie is geworteld in de mystiek. Het is echter geworden tot een set van spelregels en wetten, waaraan men zich volgens de Orthodoxie dient te houden. De eerste stap is dankbaarheid; als je ‘s ochtends ontwaakt, begroet je de wereld en jezelf en je constateert dat je ziel weer in je lichaam is en beseft ‘oh heerlijk, ik leef’.
Vervolgens komt het herinneren dat je ziel, die diep in je verborgen is, puur is. Daar hoef je niet zozeer aan te werken, die hoef je alleen maar vrij te laten komen. Als je de intentie daarvan begrijpt, dan stem je je in feite al af op je ware wezen. De lichtkracht in onszelf moeten we af en toe gewoon loskloppen, om ons weer te kunnen herinneren wie we werkelijk zijn.
In het Jodendom is het mensbeeld en de relatie tussen mens en God op verschillende manieren benoemd. Eén van de manieren is de metafoor van: “De mens is ‘half dier’ (met impulsen, instincten, een drive, honger, lust, reactief gedrag, onbewustheid, seks, hebben, overleven) en ‘half engel’ (contact met de lichtkracht, een diepte in je wezen die je verbindt met andere werelden, ander bewustzijn, grote universele liefde).” De opgave is om het ‘half dier’ en de ‘half engel’ met elkaar in contact en in balans te brengen. In het Jodendom is het van wezenlijk belang om als het ware de grove impulsen los te kloppen en op te heffen. Dit is een bijzondere manier van transformatie.
Buber zegt het op een gegeven moment zo: ‘zoals mijn hart klopt in mijn borst zo ademt mijn ziel in God’. Buber zegt in het boekje “de weg van de mens”: “De mens moet wel bij zichzelf beginnen maar niet bij zichzelf eindigen, hij moet wel van zichzelf uitgaan maar niet naar zichzelf toe streven. Wel zichzelf zijn natuurlijk, maar niet met zichzelf bezig zijn”. Hoe leer je die zelfgerichtheid los te laten? Daar komt het begrip deemoedigheid en nederigheid bij om de hoek kijken. Dat betekent in de Joodse traditie, een goed mens zijn, goed zijn in de zin van dicht bij God.
Soms hebben we van die momenten dat we onszelf “zelfloos” dienstbaar kunnen maken. Dit is een deel van de zuiveringsweg binnen de Joodse chassidische traditie. Ontdaan van zelfgerichtheid, je herinneren dat je dat vonkje of die spiegel bent van die vuur- en lichtkracht, die Oerbron diep in je ziel. Je bewust worden van je volheid en je heelheid waardoor je de Oerbron in jezelf kunt ervaren.
Een ander beeld is belangrijk bij een bepaalde manier van bidden of vragen stellen. Niet alleen dat beeld van half dier, half mens met zijn eigen (on)balans, verbinding en dynamiek. Maar vooral ook dat weten dat je aan de ene kant als mens uniek en heilig bent, en aan de andere kant gewoon gemaakt bent van vlees en bloed. Het is vanuit die dubbelheid dat je aan jezelf moet vragen (en mag leren) wat het betekent te zijn wie jij bent. Tegelijkertijd maak je deel uit van de mensheid en heb je uit te zoeken, in nederigheid en dienstbaarheid, hoe je je beschikbaar kunt stellen. Dit wordt in de Joodse traditie een “voertuig zijn” genoemd (Merkabah). In de Hindoe traditie komt het begrip voertuig ook voor.
Een van de dingen die van belang zijn te realiseren bij de Joodse mystiek is, dat Abraham uit Babylonie (midden-Azie) kwam. Dat betekent een achterland aan culturen en vruchtbaarheidsriten en godinnen die verwant zijn aan het Hindoeïsme. Abraham ging uit zijn vaders huis en heeft een verbinding behouden met het bewustzijn van die ene Oerbron, de Schepper van het Al.
Hij heeft een geestkracht ontwikkelt om zich los te maken van die vrouwelijke oermoeder tradities en het Hindoeïsme. Het Jodendom ligt daarom vanuit haar wortels heel dicht bij het Hindoeïsme, veel dichter dan bij het Christendom.
Het Christendom is veel meer door de Grieken en de Romeinen met zijn logisch denken en een abstractie ontwikkelt. Dat is overigens ook een aspect die in het Jodendom is doorgedrongen. Want het Jodendom heeft zich door de eeuwen heen willen aanpassen. Om ook mee te kunnen blijven doen en niet al te veel af te wijken. Daardoor is het orthodoxe Jodendom behoorlijk logisch, rationeel en degelijk opgebouwd. Is daardoor wel door de tijd heen vergrijst.
Maar terug naar dat voertuig, de Merkabah. Er is een stroming in de Joodse mystiek die we merkabah-mystici noemen. Dat zijn mystici die, zoals Ezechiël in de Babylonische ballingschap, dicht verbonden waren met het visionaire, de symbolische en profetische ingevingen. Maar dat is voor ons niet persé noodzakelijk. Het woord Merkabah betekent gewoon ‘voertuig zijn’. Het is een soort basis gebed dat je kan uitspreken als een intentie voordat je iets gaat doen. Zoals we de stilte hebben gebruikt om ons leeg te maken daarstraks aan het begin van de avond. Er is een gebed dat Hineni heet en betekent: “Hier ben ik, maak mij tot een voertuig van Uw aanwezigheid.”
We luisteren opnieuw naar muziek. (Hineni; nr. 4)
Vanuit de Joodse mystiek kun je niet om het Hebreeuws heen met haar combinatie van klanken en letters. Ook al ken je geen Hebreeuws, je kunt het leren waarderen en begrijpen zonder te snappen wat het woord precies betekent. Je gaat het woord als het ware proeven. Zoals het woord Hineni eigenlijk een soort van mantra is waarop je af kunt stemmen, waardoor er een innerlijke ruimte vrijkomt waar je naar kunt luisteren. Waardoor je je herinnert wie en wat je ziel eigenlijk is en waar je vragen bij kunt stellen of de weg die je gaat wel de juiste weg is.
En een van de dingen die je dan ontdekt is dat je ziel puur is. Maar tegelijkertijd is er veel verwarring in dit leven. De Joodse traditie kent het verbond tussen het volk en God die altijd aanwezig wil zijn en zegt, ‘ik ben heilig en daarom zijn jullie ook heilig, puur en gezegend en op het leven gericht’. In deze tijd is het behoorlijk hard werken om vanuit je bewustzijn en je handelen te zoeken hoe die heiligheid geleefd kan worden.
Kadosh is het woord voor heilig en betekent afgescheiden. Zo anders dan het gewone, zo heel zo puur. Het is in de leegte aanwezig, ik ben een voertuig, ik ben in wezen een goed mens en jij bent mijn geliefde. Ik ben jouw geliefde en wens het beste uit alles te halen, ook uit jou.
Het helpt me om alles wat in mijn hart leeft en niet zuiver is, te zuiveren. Zodat ik je in waarheid, vanuit die diepte en essentie, kan dienen. Het is een belangrijk onderdeel in de cyclus om meer mens te worden.
In het avondgebed zitten die elementen ook. Het maakt je los van de dag zodat je niet verkrampt naar bed hoeft te gaan. Je kunt ook zeggen, het spijt me. Ja, het is me vandaag niet gelukt. Maar de volgende dag mogen we ons opnieuw afstemmen.
We luisteren opnieuw naar muziek: “Moge de dag komen dat de dag en de nacht samenvallen.”
Het hoort bij Pesach, het Paasfeest. Het hoort bij het bevrijdingsfeest in de Joodse traditie en dat is Pesach.
Carola vertelt: “Ik ben ooit gevraagd bij de studentenkerk in Nijmegen door Catherina Halkes, om mee te werken aan een dienst over lichamelijkheid. Ze vroeg me toen of ik mee wilde werken aan een adventsdienst op een adventszondag, waarbij niet zo zeer accent lag op Jesus de Christus, maar juist op Maria. Ik spreek over 1978/79. En toen heb ik bedacht dat ik over het ‘Orate Dauwt’wilde hebben, wat betekent: ‘vanuit de hemelen van omhoog regent het gerechten’. Een prachtige Gregoriaans lied. En wat bleek, in de Joodse traditie komt zegen via de dauw, het eerste vocht van de grond voordat het weer zacht wordt na de winter. Dus het gebed om dauw hoort bij Pesach. De kerkvaders echter hebben het gebed om dauw ondergebracht bij Maria, zodat het nieuwe leven met het Kerstkind geboren mocht worden. In de Joodse traditie hoort het echter bij Pesach.”
Vragen
Het is me opgevallen dat u spreekt van heelheid en tegelijkertijd over afgescheiden zijn. Maar heelheid is toch heelheid?
Kadosh, betekent afscheiden. In de tempel is het ook letterlijk een binnenste binnen, een afgeschermd stuk. Dit heilige stuk was alleen door de hoge priesters op hoogtijdagen te betreden. Dus het besef van die aanwezigheid van die Oerbron die voorbij ons zintuiglijk en logisch denken en waarnemingsvermogen ligt,. Dat die hoge zuiverheid toch hier op aarde aanwezig kon zijn op een bijna onbezoedelde plek waar bijna geen gewoon mens mag komen. Dat was het besef van scheiding.
Maar afgescheidenheid in heelheid, nee zeker niet. Als je gaat naar andere bewustzijnslagen, dan betekent heelheid en afgescheidenheid iets heel anders. Die goedheid van jou en mij en die Goddelijke natuur in ons, dat is voorbij het logisch en analytisch denken en waarnemen. Dat is een goedheid die niets met goed en kwaad te maken heeft. Dus die heelheid in het Jodendom, die Alev die wereld daarachter, heeft de dag en de nacht in zich, heeft goed en kwaad in zich. Dus die heeft zowel het afgesplitste als het heel zijn in zich.
Het woord Kadosh, is een andere manier van uitdrukken.
De psycholoog Levinas omschreef het als volgt: ‘Als de mens geboren wordt zit ie nog in dat oceanische heelheids bewustzijn’. Na een jaar of 2 begint het kind(mens) te beseffen dat het bestaat. De wereld wordt dan gezien vanuit jezelf, alles wordt betrokken op jezelf. We noemen dat narcistisch. Onze cultuur is daar blijven steken. De ontwikkeling naar menswording is eigenlijk het moment wat hij noemt, het moment van …au. Die ander denkt niet zo als ik denk, die is niet wie ik ben. Wat ik denk wat die ander is of wat ik denk wat hij denkt, dat is mijn beeld. Ik zie die ander helemaal niet werkelijk. Die ander is wezenlijk een ander. En dat is pijnlijk, je wereld is in duigen. En er komt een andere fase als je kunt zeggen het spijt me, ik gebruikte je even. Ik weet eigenlijk helemaal niet wie je bent. Mag ik je leren kennen. En dan komt die fase van aangezicht tot aangezicht. En pas als je die ander werkelijk kunt zien zoals die is, kom je tot leven. En dat is eigenlijk wat met Kadosh bedoeld wordt.
Kunt u iets vertellen over koosjer eten?
Kosher betekent reinigen volgens bepaalde reinigingswetten en spelregels. Dit betekent bij vlees consumptie dat er op een bepaalde manier geslacht moet worden. Ook kom je bij de essentie dat je leven en dood niet mengt. Melk staat voor leven en geven en bloed staat voor dood. Dat heeft alles te maken met Tahor, met zuiverheid en heiligheid en met gezondheidswetten tegen ziektes en infecties. Onderdelen van hetzelfde dier meng je niet.
Eco koosjer gaat bijvoorbeeld over bemesting, de biodynamische bereidingen. Maar eten is eigenlijk een heel bewust proces. Het werken met koosjer eten heeft ook te maken met het element bidden. Bewust zijn van die organische cyclus die je niet moet verstoren. Dus er zit in het Jodendom een wijsheid verborgen die de Joden zelf kwijt zijn en via hele andere wegen weer terug komen.
Voor mij is het bidden bij het eten belangrijk. Heel bewust ervaren waar het vandaan komt en daar dankbaar voor zijn.
Kunt u iets zeggen over de uniekheid van de Joodse mystiek? Waar het zich in onderscheid t.o.v. de Soefi traditie of de Vedische mystiek?
De taal van het Jodendom bijvoorbeeld het feest van de nieuwe maan is een vrouwelijk gebeuren. De maan is net nieuw en je gaat naar buiten en verbind je met het licht van die nieuwe maan. Je zegt gebeden en je zingt liederen en je spreekt zegenspreuken voor die nieuwe maan, want in het Jodendom bestaat een half zon-, half maankalender, maar je aanbidt de maan niet. Er is dus niet een aanbidding van een zon of een ster of een maan maar je neemt het licht op naar binnen. De Joodse mystiek is bijzonder lichamelijk, individualiserend in gemeenschap. In het Jodendom bid je nooit in je eentje, je bidt met elkaar.
Met de Soefi traditie heeft het Jodendom veel verwantschap. Er was een creatieve uitwisseling die begon circa 1100 – 1200 in Noord en Midden Spanje. Circa 800 jaar was de Islam een vernieuwende stroom. Het werken met klanken op je adem; het werken met latifa’s via de muziek, met reuk en geur en is heel verwant aan de Islam. Mijn leraar en ikzelf zijn beide een Soefi.
Namen van de CD’s, waar Carola delen van heeft laten horen zijn:
Chants Encounter van Stefa Gold
The precise melodies of the chabad
Psalm songs from rock Creek van David Shneyer sings
A voice calls van Hanna Tiferet
De genoemde CD’s zijn te bestellen via www.amazon.com.