Innerlijk Besef

Vrijmaatselaarij

Verslag van de lezing door Willem Verstraaten op dinsdag 5 november 2002 in het Van der Valkhotel te Assen

Willem Verstraaten gaat ons vanavond, zoals hij het zelf zegt, inwijden in het geheim van de vrij­metselarij. Hij gaat proberen iets voelbaar te maken van wat vrijmetselarij je laat beleven, wat het innerlijk besef is dat vrijmetselaren delen, met elkaar, maar zeker ook met anderen die op zoek zijn naar verlichting.

 

Vrijmetselarij wordt vaak neergezet als een geheim genootschap. Maar het gaat vrijmetselaren niet om geheimzinnigheid; het enige geheim dat ze delen is de wetenschap dat het ultieme geheim van het leven niet verwoord kan worden. Het staat gegrift in een driehoek van zuiver goud, zoals zij wel zeggen. Het geheim van het leven is in onze genen opgeslagen.

 

Sinds haar ontstaan in 1717 hanteert de vrijmetselarij een specifieke methode. Die is erop gericht mensen dat geheim met elkaar te laten delen, zonder elkaar te verplichten het op dezelfde manier te beleven of te verwoorden. “Een eigenaardig systeem van moraliteit, versluierd in allegorie en geïllustreerd door symbolen en rituelen”, zo noemden de oprichters het. De symbolen die gehanteerd worden, zijn ontleend aan de denk‑ en werkwereld van de middeleeuwse kathedralenbouwers. De ritualen zijn een soort handboek voor interactieve toneel­voorstellingen waarin de levensreis verbeeld wordt, net zoals de kathe­dralen in steen gehouwen verbeeldingen waren van het menselijk streven naar het hogere. Een hoofdthema in het allegorische spel dat gespeeld wordt is de bouw, met name die van de tempel van Salomo.

 

In artikel 1 van de nog niet zo lang geleden van kracht geworden nieuwe grondwet van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Neder­landen, wordt gesteld dat de vrijmetselaar samen met andere vrijmetselaren werkt aan zijn persoonlijke vorming, met behulp van symbolen en ritualen. “Deze symbolen en ritualen zijn door de traditie gegeven; zij worden door de vrijmetselaar naar eigen inzicht geïnterpreteerd”, aldus deze beginselverklaring.

“De gezamenlijke arbeid stimuleert hem ook naar vermogen bij te dragen aan een betere samenleving. De vrijmetselaar zoekt op wat mensen verbindt en tracht weg te nemen wat hen verdeelt, opdat het ideaal van een allen verbindende broederschap gestalte kan krijgen. Daarbij aanvaardt hij een persoonlijke verantwoordelijkheid ten opzichte van de wereld, die hij ziet als een te voltooien bouwwerk waarvan ieder mens een levende bouwsteen is. Hij verricht die arbeid in het licht van een hoog beginsel, symbolisch aangeduid als Opperbouw­meester des Heelals. De vrijmetselaar erkent de hoge waarde van de menselijke persoonlijkheid, de gelijkwaardigheid van alle mensen, ieders recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid en ieders verantwoordelijkheid voor zijn doen en laten.”

 

Vrijmetselaren vinden elkaar in een allusieve methode, die alle ruimte geeft aan de eigen beleving en duiding. Voortbouwend op het werk van middeleeuwse gildenbroeders en alchemisten en op dat van verlichte humanistische vrijdenkers uit recenter eeuwen, verbinden vrijmetselaren de materie van water, aarde, vuur en lucht in de ‘quinta essentia’, de kwintessens van het leven, waarnaar de religieus bevlogenen onder ons met evenveel hartstocht op zoek zijn als de rationele weten­schappers. In de loge vinden ze een werkwijze waarin beide benaderingen tot hun recht kunnen komen.

 

Willem Verstraaten heeft zijn verhaal ingedeeld in drie onderdelen, parallel aan de drie graden die de vrijmetselaar doorloopt: die van leerling, gezel en meester. Op hun beurt hebben die graden weer parallellen met de drie stadia van de oude mystieke weg: purificatio, illuminatio, unificatio. Ieder gaat die weg in vrijheid, op zijn eigen wijze. Of, zoals  in de loge een nieuwe leerling wordt voorhouden: ‘Op u komt het aan!’

 

1 Purificatio (de loutering)

De waarheid vinden door het vrije woord is een van de hoofdopdrachten die de eerste vrijmetselaren zich stelden, en die opdracht geldt nog steeds.

In de broederschap wordt gezocht naar wat mensen verbindt, maar er wordt die mensen geen enkele beperking opgelegd bij de vorming van hun eigen inzichten. Ze hoeven niets in te leveren aan persoonlijke vrijheid.

 

Toen Willem Verstraaten een jaar of vijftien was, gaf zijn tekenleraar, een bekende amateur astronoom, op een avond een demonstratie van de telescoop. Na afloop reed hij met zijn vriend naar huis en voor de deur bleven ze nog wat napraten. Willem keek nog eens omhoog naar de heldere sterrenhemel, en voor het eerst werd hij bevangen door de stomme verbazing over de schepping, een verbazing waar hij nog steeds niet van bekomen is. Het licht dat hij die avond zag in de sterrenhemel is nooit meer gedoofd. Vanaf het moment dat Willem het licht voor het eerst zag, was hij zijn katholieke geloof kwijt. In zijn jeugdige overmoed dacht hij dat hij de weg naar dat licht wel alleen kon gaan. Het zou nog vele jaren duren voordat hij de eerste medereizigers op diezelfde weg zou ontmoeten.

In zijn militaire diensttijd maakte hij in 1960 kennis met het zenboeddhisme. Tijdens het lezen van een boekje van D.T. Suzuki had hij voor het eerst de ervaring dat alles wat hij zelf gedacht of half aangevoeld had, al eerder door anderen ontdekt was. Zen wil je helpen een verlicht mens te worden, maar  tegelijkertijd beweert het dat er niet een methode is om dat te bereiken. En daarmee word je op jezelf teruggeworpen.

Langs allerlei zijpaden en min of meer bij toeval kwam Willem Verstraaten in de jaren zeventig in de loge terecht. ‘Ken uzelf’ zeiden de oude Grieken al, en de vrijmetselaren zeggen het hen na. Voor die zelfkennis is bespiegeling nodig, de wil om overbodige ballast overboord te gooien, de moed om in het diepe te duiken. Symbolisch krijgt de beginnende vrij­metselaar daar hulpmiddelen voor aangereikt. Met hamer en beitel moet hij een ruwe steen bewerken, en die ruwe steen is hij natuurlijk zelf. Maar eerst ondergaat hij een symbolische loutering. De handen van de kandidaat worden gereinigd, opdat hij met schone handen aan het werk kan gaan.

 

De vrijmetselaren staan in een keten. Ze nemen de werktuigen op van de broeders die hen zijn voor­gegaan in de arbeid, zoals anderen eens hun werktuigen op zullen nemen na hun dood. In die voortgaande keten kunnen zij leven alsof ze onster­felijk zijn. Zij leggen zich niet neer bij hun dood: met al hun menselijke gaven komen ze in opstand tegen de grenzen van leven en dood. Opstand en opstanding: de grote religies zijn er vol van, filosofen en dichters hebben er hun taal aan gewaagd, de vrijmetselaren hebben er hun ritualen aan gewijd.

Met hun beeldentaal proberen zij greep te krijgen op de chaotische werkelijkheid en proberen zij tot de diepste essentie door te dringen. Of, zoals Willem Verstraaten het eens in een bouwstuk in zijn loge verwoordde: “In ons onbedwingbare streven de grenzen, onze particuliere grenzen te overschrijden, geven wij klopsignalen tegen de buitenste schil van onze werkelijkheid.”

Het is voor Verstraaten de grootheid van de mens dat hij met zijn woorden een nieuwe werkelijkheid kan creëren. De Opperbouwmeester des Heelals die de arbeid van vrijmetselaren verlicht is pure poëzie. Wij hebben hem bedacht. Het is een uitsluitend symbolische naam voor het opperwezen. Hij speelt een onmisbare rol in het verhaal van de ritualen.

Er wordt geen eredienst beoefend voor die opper­bouwmeester. Als de vrijmetselaren het hebben over het Grote Plan van de Opperbouwmeester, dan is dat beeldspraak. Het is hun eigenaardige manier om de werkelijkheid in zinvolle verbanden te vatten. De vrijmetselarij beweegt zich tussen het allervaagste gevoel dat er meer is dan wij ooit zullen kunnen bevroeden en de heilige overtuiging dat wij voort­gestuwd worden door een werkelijkheid van een orde die de onze overstijgt.

 

2 Illuminatio (de verlichting)

Vrijmetselarij is een geestelijke stroming die streeft naar verlichting, in de twee betekenissen van het woord: in spirituele zin (de mystieke verlichting), maar zeker ook de geestelijke verlichting van de ratio. Wat dat betreft is de vrijmetselarij typisch een voortbrengsel van de achttiende eeuw, de tijd van de Verlichting. Al zolang ze bestaat, bouwt de vrijmet­selarij aan een nieuwe tijd. Het verlangen naar een nieuwe werkelijkheid waarin het leven in zijn volheid tot ontplooiing komt, heeft generatie na generatie vrijmetselaren geïnspireerd. Vrijmetselaren proberen zich in de loge bewust te blijven van de spirituele dimensie van het bestaan, en de inspiratie die daarvan uitgaat te doen uitstralen in de maat­schappij.

 

3 Unificatio (de eenwording)

Dat God en Opperbouwmeester spelingen zijn van neuronen en synapsen, berooft hen nog niet van relevantie. Integendeel: zo komen zij weer terug op de plek waar zij ontstaan zijn, het menselijk brein. Dat is de ware tempel van de vrijmetselaar, en niet die toevallige ruimte waarin zij bijeenkomen. De ware werkplaats is de geest, in de ruimste zin van het woord. Daar vindt het scheppingsproces plaats, steeds opnieuw; daar wordt het menselijk bestaan van zin voorzien.

 

De ervaring van de eenwording is niet een ervaring van eenzaamheid, van verloren zijn in het univer­sum, maar van volledigheid, van opgenomen worden in een werkelijkheid die alle grenzen laat wegvallen, die de individuele beperkingen te buiten gaat. Op zeldzame momenten kan je in rituele sfeer die eenheidservaring overkomen, bijvoorbeeld als je samen in een broederketen staat. Dat is waar het allemaal om begonnen is: wij zijn niet alleen!

 

Willem Verstraaten denkt dat het goed zou zijn als ieder mens iedere nacht een paar minuten zwijgend in het universum zou schouwen om zijn eigen nietigheid te beseffen. Zo wordt de vrijmetselaar als gezel voorbereid op het meesterschap: de transcen­dentie van het individuele bestaan. En alleen na die blik in de eeuwige ruimte kan het ware meesterwerk gedaan worden, zoals vrijmetselaren dat geleerd hebben van de middeleeuwse alchemisten: de con­structie van de bol waarvan het middelpunt overal en de omtrek nergens is. Het ik in het hier en nu mag verdwijnen, de arbeid vindt steeds weer voortgang. In de werkplaats kan altijd weer een nieuw begin gemaakt worden. Met hun tijdloze vormgeving en hun individuele toepasbaarheid zijn de symbolen en ritualen van de vrijmetselaren steeds opnieuw bruikbaar, niet alleen als bouwstenen voor een persoonlijke spiritualiteit, maar ook als inspi­ratiebron in de maatschappelijke werkelijkheid.

 

De vrijmetselarij biedt niet het ultieme geestelijk heil, maar is wel een heilzame methode om tot geestelijke gezondheid te komen. De vrijmetselarij biedt de mogelijkheid tot eenheid in een wereld die op religieus en cultureel gebied versplinterd is. Zij brengt verschillende niveaus van leven met elkaar in verband. Zij plaatst het individu in een kader van gemeenschap door gezamenlijke arbeid, in een keten die uiteenlopende mensen verbindt met elkaar, met de historie, met de eeuwigheid.

 

Panta rhei, alles stroomt door.

Zo moge het zijn.

 

Discussie

Aan de hand van gestelde vragen komt o.a. het volgende naar voren (sommige vragen en ant­woorden heb ik in dit verslag gecombineerd).

 

Zijn er ook vrouwen binnen de vrijmetselarij?

De vrijmetselarij is ontstaan in een tijd waarin in Engeland allerlei heren– en gewone mannenclubs ontstonden. Dat is dan ook de reden dat er toen alleen maar mannen bij betrokken waren. Ze baseerden zich op de middeleeuwse bouwgilden. In de 19e eeuw is een gemengde vrijmetselarij ontstaan. Deze beoefent een werkwijze die overeenkomt met die van de mannelijke loges en heeft dezelfde symbolen en ritualen. In het begin van de 20e eeuw is er een puur vrouwelijke vorm van vrijmetselarij ontstaan met een heel eigen systeem van symboliek en ritualen, maar met een werkwijze die op de mannelijke en gemengde loges lijkt. Hun symboliek is gebaseerd op het weven. De weefsters kennen ook drie graden. Je begint met spinnen, dan ga je weven en vervolgens ga je ontwerpen. De mannelijke en vrouwelijke loges ontmoeten elkaar met grote regelmaat. Er is een uitgesproken wederzijdse waardering die gestoeld is op een vergelijkbare werkwijze.

 

Hoe word je lid van een loge?

Soms komen vrijmetselaren zelf in hun omgeving mensen tegen van wie ze denken dat zij zich door de vrijmetselarij aangesproken zouden kunnen voelen. Het komt ook regelmatig voor dat mensen zelf zich tot een loge wenden. Op gezette tijden worden daar bijeenkomsten voor georganiseerd waarin voor­lichting wordt gegeven. Als mensen aangeven lid te willen worden, beginnen ze aan een kennis­makingsperiode. Er is een wederzijds toenade­ringsproces waarbij je zo goed mogelijk probeert vast te stellen of iemand door het werken met symbolen en ritualen aangesproken wordt. Van ieder logelid wordt verwacht dat hij bijdraagt aan het werk in de loge. Eerst wordt hij leerling. Dit duurt ongeveer een jaar. Dan wordt er met hem overlegd of hij rijp is om gezel te worden. Ditzelfde vindt ook weer plaats tegen de tijd dat hij meester wordt.

 

Kunt u een paar voorbeelden noemen van symbolen en ritualen?

Er is een samenhangend geheel van instrumenten die aan de bouw ontleend zijn en waaraan wij een symbolische betekenis hechten en die wij in overdrachtelijke zin gebruiken om vorm te geven aan onze eigen geestelijke beleving en ook om vorm te geven aan de manier waarop wij ons in de maatschappij kenbaar maken. We worden geacht er iets mee te doen. Enkele symbolen zijn de hamer, de beitel, de passer en de winkelhaak.

 

Verloopt een logebijeenkomst volgens een standaard­patroon?

De logeavonden worden wekelijks of tweewekelijks gehouden. Loges hebben allemaal een heel eigen karakter en een hoge mate van autonomie; des­ondanks is er een bepaald patroon. Aan het begin van de avond is er een plechtige opening volgens bepaalde formules. Die formules hebben te maken met de bouw van kathedralen en het zoeken naar licht. Dit zijn de twee hoofdthema’s van onze teksten, de bouw– en de lichtsymboliek. Ook creëert dit een sfeer van bezinning, ontvankelijkheid en gezamenlijkheid. Er worden huishoudelijke zaken besproken. De spreker wordt aangekondigd en houdt vervolgens zijn verhaal. De lezing wordt gehouden door een lid van de loge of door een gast­spreker. De lezing wordt een bouwstuk genoemd. De lezingen kunnen bijvoorbeeld gaan over normen en waarden, over een visie op een bepaald aspect van een rituaal of over bepaalde aspecten van symbolen, over de historie van de vrijmetselarij, over levens­beschouwelijke stromin­gen. Meestal is er voor de lezing een invalshoek gekozen die het mogelijk maakt daar op een typische ‘vrijmetselaars’manier naar te kijken.

Dan is er een gedachtewisseling. Er wordt naar gestreefd om iedereen hierbij te betrekken. Het gaat om een gezamenlijke beleving. Vervolgens wordt er plechtig gesloten met enkele klassieke formules. Er kan dan nog wat gedronken en nagepraat worden.

Daarbuiten is er in de loop van het jaar een aantal plechtige bijeenkomsten. We komen dan bijeen in open loge. We trekken een rokkostuum aan en dragen ons schootsvel, net zoals de middeleeuwse steenhouwers dat droegen. We voeren dan een plechtigheid op om een nieuwe leerling in te wijden of iemand gezel te maken of om enkele hoogtij­dagen, zoals die verspreid door het jaar bestaan, te vieren.

 

Hoeveel personen telt een loge?

Dit wisselt sterk. Een vrijmetselaarsloge heeft gemiddeld 35 leden. Er zijn ongeveer 300 loges en 6000 mannelijke logeleden in Nederland.

 

Hebben de drie graden (leerling, gezel, meester) een hiërarchische betekenis binnen de vrijmetselarij?

Nee, dit is een misvatting die ook vrijmetselaren zelf nog wel eens hebben. Er wordt je altijd voorge­houden dat je altijd leerling blijft, ook als je meester vrijmetselaar bent. Die drie graden geven in wezen drie verschillende aspecten van het leven aan. Als leerling is een mens bezig zichzelf te leren kennen, een proces dat nooit op zal houden, om te ontdekken wat wezenlijk is voor hem als individu. Het idee van gezel verbeeldt de bekwame mens, de opgeleide mens die de wereld in trekt om daar zijn krachten te beproeven in contact met zijn mede­mens. En de meester is dàt aspect in jezelf dat de twee eerdere aspecten weet te verenigen, daar als het ware bovenuit weet te stijgen en een dimensie ziet die het individualisme en het menselijke carrière maken te boven gaat, die de diepere grond onder je bestaan zichtbaar maakt. Dit wordt allemaal verbeeld in het rituaal.

 

In de vroegere mysteriescholen mochten de ingewijden niet spreken over wat zij wisten, opdat die kennis niet in handen van onwetenden zou komen en daardoor misbruikt zou worden. Stoelt het waas van geheim­zinnigheid van de vrijmetselarij daar ook op?

Voor een deel wel. De grondvester van de vrij­metselarij in Londen streefde er juist naar een soort openheid te creëren en met name een openheid tussen de aanhangers van verschillende godsdiensten. Engeland had namelijk een lange periode achter de rug van bittere godsdienststrijd. Er waren veel verstandige mensen die met de verlichtingsidealen aan de slag gingen. Zij dachten dat het toch mogelijk moest zijn om mensen, die in wezen met gelijk­soortige zoektochten naar een religieuze werkelijk­heid bezig zijn, met elkaar te verenigen. Dat ideaal heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van de vrijmetselarij. Er ontstonden allerlei stromingen binnen de vrijmetselarij. Er waren stromingen die een extreme vorm van esoterie aanhingen, ook stromingen die veel meer gericht waren op verdraag­zaamheid in de openbare samenleving, of die zich bezig hielden met het opzetten van organisaties die de armoede moesten verminderen. Dit alles is in de loop der tijden tot een synthese gekomen waarin ook plaats is voor de esoterische benadering, die belangrijk is in onze werkwijze en ook voor de maatschappelijke werkzaamheid van vrijmetselaren. Met dat proces van synthese is in grote trekken die hele behoefte om geheimzinnig te doen verdwenen. Wij hebben een grote openheid naar buiten toe. Er zijn talloze maçonnieke tentoonstellingen georgani­seerd de afgelopen jaren. Er zijn websites waarop van alles te lezen is over de vrijmetselarij.

 

Waar komen de algemene waarden van de vrijmetse­larij vandaan?

Die waarden zijn allemaal in eerste instantie afkomstig uit de tijd van de Verlichting. De waarden zijn verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid van alle mensen, praktisch beleden. Deze waarden hebben veel mensen die toen in de politieke en maat­schappelijke werkelijkheid actief waren, geïnspi­reerd. George Washington bijvoorbeeld was een vrijmetselaar en heeft in zijn teksten iets van de algemene waarden van de vrijmetselarij verwoord. Iedere vrijmetselaar wordt geacht op basis van wat hij in de loge beleeft, op basis van de structuur van symbolen en ritualen, zelf in de maatschappij daar iets mee te doen. Wij schrijven niemand voor hoe hij dat moet uiten.

 

Hoe denkt men binnen de vrijmetselarij over het leven na de dood?

De vrijmetselarij heeft daar geen gedachte over. Er zijn talloze vrijmetselaren die aan hun logearbeid inspiratie ontlenen om zich op dat gebied een mening te vormen. Het zou echter veel te beperkend zijn voor de leden van de loge als de vrijmetselarij daar een mening over had. De vrijmetselarij gaat niet verder dan te zeggen dat de mens in een broeder­keten staat. Een keten die niet alleen vrijmetselaren verbindt, maar die ook de mensheid met elkaar verbindt, en wel over de grenzen van de generaties heen.

 

Ben je vrijmetselaar voor het leven?

Een plechtige tekst bij de aanneming luidt:

“Gesloten is thans het verbond voor gans uw leven.” In principe ben je vrijmetselaar voor altijd. Vandaar de zeer zorgvuldige wederzijdse toenaderings­periode. In de praktijk komt het af en toe voor dat iemand er geen zin meer in heeft, omdat bijvoor­beeld de inspiratie weg is, het goede contact weg is. Loges worden daar collectief zeer bedroefd van. Vaak zie je dat mensen die de orde dekken, zoals dat heet, na verloop van tijd toch weer terug komen omdat ze het missen. De loge levert een sfeer op die je niet kunt beschrijven, maar die zeer belangrijk voor je wordt.

 

Een inzicht in logeactiviteiten is te krijgen via de website van de Groningse loge waar Willem Verstraaten lid van is: www.vrijmetselarij-groningen.nl, doorklikken op ‘De Bouwketen’.

Diverse internetsite zijn aan vrijmetselarij gewijd, o.a. die van de Nederlandse Orde:

www.vrijmetselarij.nl

 

Ria