Innerlijk Besef

Overeenkomsten tussen christendom en boeddhisme

Verslag van de lezing door Johan Pameijer op dinsdag 2 mei 2006 in het Van der Valkhotel te Assen.

Zolang de mens bestaat is er omgang geweest met Goden. Men heeft altijd contact willen hebben met het bovennatuurlijke, met een werkelijkheid die boven de eigen beperkte werkelijkheid uitstijgt. In de oudheid (2000 jaar geleden en nog vroeger) ging men gemakkelijker om met die hogere sferen. We moeten dus niet raar opkijken van het feit dat er 500 v. Chr. een godsdienst is ontstaan die nog steeds honderden miljoenen aanhangers heeft. We moeten vervolgens ook niet verbaasd zijn van het feit dat er 500 jaar later 3000 km. verder naar het Westen toe, eveneens een godsdienst ontstaat die nog steeds bestaat. Het is bijzonder dat na zoveel jaren deze beide godsdiensten, in onze huidige tijd van commercie en reclame nog steeds bestaat en voor talloze mensen betekenis heeft. Er zijn ondertussen echter velen die de kerk de rug hebben toegekeerd, maar vaak niet naar de Goddelijke bron. Via de religies proberen de Goden contact te zoeken met de mensen en vice versa. Religie betekent: contact krijgen met die Goddelijke Bron, waarvan we niet weten hoe die eruit ziet, maar voelen in ons diepste wezen wel dat die bestaat.

Als je je echter gaat verdiepen in de verschillende godsdiensten, stuit je op bibliotheken vol boeken. De eerste de beste theoloog heeft vaak duizenden boeken bestudeerd, maar dit is eigenlijk helemaal niet nodig. Zowel Boeddha als Jezus Christus hebben hun leer vervat in een paar simpele woorden, dat was genoeg. Maar de mensen hebben er hele bibliotheken over volgeschreven. Wat wij nu christendom noemen, is dan ook al lang geen christendom meer, het is het christendom van de theologen. Behalve het gnostische christendom, dat komt heel dicht bij de religie van het hart, bij het zelf ervaren, het zelf weten. Hetzelfde kun je zeggen van het boeddhisme, dat 500 jaar eerder was ontstaan door een prins (Gautama Siddhartha), die in Nepal leefde in afgeslotenheid en weelde. Volgens de legende zou deze prins een keer buiten het paleis zijn gaan kijken. Daar trof hij op straat zieke, dode en arme mensen en veel ellende aan. Hij wist voorheen niet eens dat dat bestond, hij leefde in weelde en overvloed. Ditzelfde straatbeeld zag ook Jezus Christus 500 jaar later in Israël. Een overeenkomst dus tussen beide godsdiensten.

Eeuwenlang hebben we verondersteld dat het christendom, hindoeïsme, boeddhisme en de islam volkomen verschillend waren en niets met elkaar te maken hadden. De christenen en de christelijke kerken vonden zichzelf superieur. Want hun geloof was het ware geloof, terwijl ze eigenlijk niets van de andere godsdiensten afwisten, maar ze wel veroordeelden. Er werd in de kerken voortdurend gehamerd op de exacte juistheid van hetgeen er in de evangeliën beschreven stond. Pas na de Tweede Wereldoorlog zijn hun ogen een beetje opengegaan en besefte men dat er in het Oosten een godsdienst bestond met honderden miljoenen aanhangers, die evenwaardig is aan het christendom. Toch is er nog steeds een houding dat het christendom nog wel een tikkeltje beter is dan het boeddhisme en het hindoeïsme, waaruit het boeddhisme is voortgekomen, en de islam waar we nu allemaal zoveel moeite mee hebben, omdat daar zoveel narigheid uit voorkomt. Wij hebben het zo moeilijk met de botsingen binnen de verschillende geloven. En gemakshalve vergeten we dan maar even dat ca. 500 jaar geleden, in het kader van het christelijke geloof, honderdduizenden mensen zijn vermoord en gemarteld, omdat diegenen dingen geloofden die de kerk niet onderschreef.

Gemakshalve wordt ook maar even vergeten dat het 2000 jaar geleden verboden was om de gnostische geschriften te lezen. Sinds 1945 staan ze weer tot onze beschikking. Je ziet dan ook een evolutie in het geloofsleven van de Westerse mens, die veel meer oog krijgt voor een ander christelijk geloof, voor o.a. de mystiek (de innerlijke ervaring). Dit laatste is ook in het boeddhisme erg belangrijk.

Je hoort echter nog maar zelden dat het boeddhisme en het christendom eigenlijk over dezelfde dingen gaan. Dat de verhalen dezelfde symbolische betekenis en waarden hebben. Dat het uiteindelijk gaat om goddelijke openbaringen. Het ene bestemd voor de mens in het warme Indiase klimaat en het andere bestemd voor mensen in een killer woestijnklimaat, die heel anders georiënteerd waren, hele andere intenties hadden, heel anders waren samengesteld.

Johan Pameijer laat ons tijdens zijn lezing diverse overeenkomsten tussen beide godsdiensten zien.

Zo wordt bijvoorbeeld verteld dat de moeder van Boeddha (Gautama Siddhartha) Maya heette. Niemand weet echter of dit exact klopt. Toen de prins Gautama Siddhartha buiten het paleis ging leven en de Boeddha werd, ontstond de legende en ging men over hem schrijven. Of deze verhalen historisch juist zijn is niet van belang, wel of het archetypisch juist is. Wij kennen ook uit het christelijk geloof zo’n verhaal, nl. dat Maria overschaduwd werd door de Heilige Geest; ze was zwanger zonder door een man te zijn aangeraakt. Rationeel bekeken kan dat niet, maar het gaat hier om iets mystieks, over iets dat in de geest plaatsvindt.

De Heilige Geest die de geest van die moeder aanraakte en haar bewustzijn tot ontwikkeling bracht. Maria betekent bitterheid. Een naam die heel duidelijk te maken heeft met de materiële wereld. Als we naar het Oosten gaan treffen we daar Maya aan, de mythologische moeder van de Boeddha. Maya betekent begoocheling en heeft te maken met deze wereld, die onwerkelijk is. Net als de wereld van Maria die ook onwerkelijk is. Het is niet de echte wereld, niet de waarheid, zoals Jezus later zegt, die ons zal bevrijden, maar we zitten a.h.w. gevangen in die wereld. Volgens de gnostische geschriften is onze wereld een gevangenis voor de ziel en wij mensen staan voor de opdracht om onszelf uit deze gevangenis te bevrijden.

Maya ontving haar kind d.m.v. de witte olifant, de hindoe-god Ganesha. Deze olifant duwde zijn slurf in haar linkerzij en zo werd zij zwanger van de latere Boeddha.

Zo op het eerste oog lijkt er geen enkele overeenkomst tussen de bevruchting van Maria en Maya te zitten. Maar Heilige Geest betekent wijsheid en God Ganesha is de God van de wijsheid. Het gaat in beide gevallen dus om precies dezelfde energie, dezelfde krachten.

Bijbelse verhalen moeten dan ook niet historisch worden gelezen, maar mythologisch. Het zijn metaforen, waarbij het niet gaat om de uiterlijke werkelijkheid, maar om datgene wat in de menselijke ziel plaatsvindt.

Bij de geboorte van beide kinderen gebeurden overeenkomstige dingen; er was o.a. feest, engelen zongen en er was licht. Zoals in het Westen de drie koningen uit Perzië kwamen, zo kwamen in het Oosten de slangenkoningen uit de bergen om het kind te begroeten.

Het waren dezelfde koningen, dezelfde archetypen, die zich met dit nieuwgeboren kind verbonden. Het kind dat het symbool is van de geest die in ons allen leeft. Die geest is de essentie van het leven. Hier wordt dus de nadruk gelegd op de essentie van het leven.

Die kinderen groeien op en als Jezus op zijn 12e jaar in de tempel komt en de hooggeleerden vertelt hoe het werkelijk in elkaar steekt, zijn de heren verbijsterd. Hoe kan een kind van 12 zoveel wijsheid bezitten? 12 is een getal van de dierenriem en staat voor hemels bewustzijn. Jezus spreekt dus vanuit hemels bewustzijn, want hij is 12 jaar.

Het getal 12 kom je steeds opnieuw in de bijbel tegen en staat steeds in het kader van het hemels bewustzijn. Het getal 7 heeft te maken met het bewustzijn van de planeten, met de aarde.

Omdat zijn moeder Maria niet wist waar Jezus tijdens zijn tempelbezoek was, is zij hem gaan zoeken. Zij heeft 3 dagen naar hem gezocht. Die driedaagse zoektocht komen we ook bij de Boeddha tegen. Ook hij heeft op jonge leeftijd leringen verkondigd aan hooggeleerde wijzen uit zijn land. Ook zijn moeder was hem kwijt en ging hem zoeken. Na drie dagen vond ze hem terug: onder een boom zittend en mediterend als asceet. Hij had zich aangesloten bij een ascetische groep.

In de mystiek is het getal drie belangrijk. Eén is het getal van het goddelijke, twee van de dualiteit en drie het getal dat de dualiteit weer opheft. Het getal drie verwijst dan ook niet naar genoemde drie dagen, maar naar de lange periode in ons leven waarin wij de dualiteit zullen opheffen.

De grote overeenkomst tussen Jezus Christus en Boeddha.

Gautama Siddhartha nam op een dag afscheid van zijn vrouw en kind, verliet het paleis en trok de wereld weer in. Hij had zich ontdaan van al zijn prachtige gewaden en begon zijn leven als asceet. Hij is gaan mediteren omdat hij besefte dat alleen meditatie, een diepe bezinning op de werkelijkheid in de wereld en op de goddelijke werkelijkheid –die in de wereld zo vaak zoek was – dat alleen die bezinning betekenis had voor een betere wereld. Boeddha had zijn leer vervat in 4 edele waarheden en ontdekte de waarheid van het lijden. Zijn eerste vraag was: wat is lijden? Lijden we bijv. allemaal aan het gescheiden zijn van het goddelijke weten, omdat we denken dat deze aarde de hele wereld is? Omdat we vergeten zijn dat er een veel grotere werkelijkheid bestaat, waarvan wij deel uitmaken en die ook in ons bestaat.

Het tweede grote beginsel was om te kijken naar de oorzaak van het lijden. Die oorzaak is gelegen in het feit dat we die grote bovenzinnelijke werkelijkheid (God, Krishna, Allah) geen plaats meer geven in ons leven. Want hier op aarde leven we met heel andere noodzakelijkheden. Omdat we veelal leven vanuit het principe dat tijd geld is, is er geen plaats meer voor deze goddelijke werkelijkheid.

Zijn derde edele waarheid betreft de opheffing van dat lijden. Opheffing van het lijden vind je door je te realiseren dat die wereld waarin we nu leven niet de werkelijkheid is. Dat het begoocheling (Maya) is en dat deze wereld de bitterheid van de naam Maria in zich bevat. Hier komen dan ineens de namen van beide moeders weer te voorschijn. Wat zou de wereld er anders uitzien als je hem zou zien in een groter geheel. Wij maken dan ook geen deel uit van een universum, maar van een metaversum, zo groot is die werkelijkheid.

Jezus en Boeddha wezen ons beiden de inwijdingsweg volgens hun eigen leer. Volgens Boeddha is de weg die ons uit het lijden voert het achtvoudige pad. En Jezus zegt dat de weg die ons uit het lijden voert begint met de 8 zaligsprekingen. Het getal 8 staat in het Joods mystieke denken voor de nieuwe wereld. Het getal 8 geeft talloze nieuwe mogelijkheden. In het getal 8 verlaten we deze wereld, de materie en ontmoeten we de geest. Daarom zegt Jezus ook in zijn eerste zaligspreking: “Zalig de armen van geest, want zij zullen het koninkrijk der hemelen beërven.” Hoe nederiger en eenvoudiger je denkt, hoe meer je teruggaat naar de essentie van het bestaan, dan kom je bij de bron. Dit zie je ook in de bijbel. Het eerste geloof is het juiste geloof, je moet het aannemen, in onze ziel weten we nl. dat het klopt.

De tweede stap op het achtvoudige pad is volgens Boeddha het juiste denken. We moeten leren juist te denken. We denken niet creatief. We denken niet zelf, maar denken wat duizenden anderen al gedacht hebben, we praten na. We worden ook erg geïndoctrineerd door onze omgeving, bijv. door de TV-reclame. Beide godsdiensten hebben veel creatieve schoonheid voortgebracht, o.a. prachtige geschriften, kunst en schilderijen. Uiting gevend aan wat er ten diepste in de mens leeft. We kunnen dankbaar zijn voor creatieviteit, want wat zou de wereld armzalig zijn als we alleen maar luisterden naar wat de media ons heeft te vertellen.We moeten dus terug naar onze creatieve bron.

De 2e zaligspreking van Jezus was: “Zij die treuren zullen getroost worden.” Het betreft hier niet alleen het treuren om een verlies dat je hebt geleden, maar ook het betreuren dat je gebonden bent aan de dualiteit en afgescheiden van de eenheid.

De derde stap is volgens Boeddha het feit dat je juist moet spreken. Spreek de dingen die gezegd moeten worden, maar realiseer je dat ieder woord dat je spreekt gewogen moet worden omdat het energie en betekenis heeft en wordt bewaard in de Akasha-kroniek. Je kunt mensen met woorden beledigen en kapot maken.

De 3e zaligspreking: “Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk beërven.” Zachtmoedigen weten wat er in de mens omgaat en waarom dingen fout kunnen gaan. Bij hen ontstaat mededogen. Als de aarde omringd zou zijn met deze mensen, zouden we een heel andere wereld hebben.

In de 4e zaligspreking heeft Jezus het over verzadigen van de hongerigen. Dit betreft geestelijk voedsel, waardoor je weer verbonden raakt met de goddelijke bron. Ook hier gaat het om bewustzijn.

In de 4e stap spreekt Boeddha over het juist handelen, werken, e.d. Over precies weten hoe je met elkaar omgaat. Niet ten koste van een ander. Het heeft dan ook niets met uiterlijkheden (materialisme) te maken, maar met innerlijke bewustwording.

Waar Jezus spreekt over de barmhartigen, de liefdevollen die anderen in hun hart sluiten, heeft Boeddha het over het juiste levensonderhoud. Dat wij er op de juiste manier voor zorgen dat wij, maar ook anderen te eten hebben. Dat wij dus niet ten koste van, maar tezamen met die ander leven.

“De reinen van hart zullen God zien,” was de 6e zaligspreking van Jezus. Boeddha spreekt dan over de juiste aandacht. Aandacht geven aan dingen, mediteren. Het zuivere, reine, onbezoedelde leven is het enige belangrijke.

De vreedzamen zijn volgens Jezus de kinderen van God. Boeddha voegde daaraan toe dat we de juiste ethiek moeten volgen.

Degenen die gesmaad worden, de vervolgden ter wille van Jezus, die krijgen de hoogste eer. Zij leven niet alleen maar voor zichzelf, maar voor de bewustwording van het diepste van wat ze in zich hebben. De Boeddha spreekt dan over de juiste meditatie.

Beide heren lieten ons, terwijl ze in een heel andere tijd leefden, hetzelfde pad zien. Alleen was hun taal anders, omdat ze beiden in een ander werelddeel leefden. Beiden voed(d)en tallozen met hun kennis.

Een andere overeenkomst tussen Jezus en Boeddha is het verhaal waarin Jezus als kind in de tempel komt en waar de vrouw Hannah en de man Simon reeds zijn belangrijke toekomst voorspellen. Tegen zijn moeder zeggen ze: “Er zal een dolk door uw hart gaan.” Zij zal haar zoon jong verliezen, hij zal worden vervolgd en vermoord. Het kan haast niet anders, zo’n reine ziel op deze donkere aarde.

Bij Boeddha zie je een soortgelijk verhaal. In beide gevallen zie je de erkenning van mensen die visionaire waarnemingen doen, die verbindngen hebben met goddelijke werelden. In beide gevallen gaat het om kinderen die van het allergrootste belang zijn voor de mensheid.

Er zijn in het leven van beide kinderen tal van overeenkomsten. Jezus wordt in de Jordaan gedoopt en Boeddha krijgt in de rivier Naranjana de verlichting. Bij de doop word je ondergedompeld in de ziel, je wordt gereinigd in het zielewater, je leert je eigen zielewezen kennen. Dat is het geheim van de doop. Men werd bij de doop bekleed met een wit gewaad als teken van reinheid. Als teken van kennis van de eigen ziel.

Boeddha werd gebaad in de Ganges, daar werd hij gereinigd.

Als Jezus na zijn doop de woestijn in gaat, wordt hij diverse keren verzocht door de duivel. Jezus weigerde hier gehoor aan te geven. Als Boeddha uit de Ganges komt ontmoet hij Mara (de duivel), die hem voorstellen doet.

Dit gebeurt bij ons ook, wij worden op diverse manieren door onze omgeving gemanipuleerd en het is aan ons of wij meegaan in die bedrieglijke wereld of dat wij staan voor onze eigen overtuiging. Boeddha en Jezus demonstreerden beiden dat zij pal staan voor wat zij zijn. Zij lieten zich leiden door het hogere zelf.

Het verraad door Judas van Jezus. Onlangs is in de gnostische geschriften duidelijk geworden dat Jezus Judas zelf had gevraagd om hem te verraden. Judas moest zich zelf offeren, want door zijn daad zou hij de komende eeuwen als verrader te boek staan. Hij deed dit voor 30 zilverlingen. Als Judas dit niet had gedaan was het christendom niet ontstaan en hadden wij niet kunnen genieten van bijv. alle kunst en cultuur die daaruit is voortgekomen.

Eenzelfde verhaal komt bij Boeddha voor d.m.v. een tegenstander van zijn leer (Deva Dattha). Deze vond dat Boeddha veel verder moest gaan in zijn leer en huurt 30 boogschutters in om hem te laten doodschieten.

De 30 zilverlingen en 30 boogschutters hebben een overeenkomst. Zilver en boog zijn beide maansymbolen. Symbolen van dualiteit in onze wereld.

Een andere overeenkomst is dat beiden bij een bron de wereldmoeder (metafoor) ontmoetten.

Petrus wil over het water (het zielebewustzijn) lopen, maar zinkt. Dat betekent dat hij in de macht was van de negativiteit van het zielebewustzijn. Daarentegen stapt Saddhi Putra uit zijn boot en loopt wel over het water. Hij is wel meester over zijn zielebewustzijn en zijn zwakheden.

Aan het eind van het leven van Boeddha wordt hem gevraagd wie er zal komen als hij verdwijnt. Hij kondigt dan reeds de Matrea Boeddha aan, die 500 jaar later in het Westen zal verschijnen. En inderdaad, 500 jaar na het overlijden van de Boeddha verschijnt de ster in de buurt van Bethlehem.

Vragen.

Heeft de Islam net zoveel verwantschap met het christendom en het boeddhisme?

Johan weet minder van de Islam. De Islam komt voort uit het jodendom en het christendom. Abraham en Mozes spelen een belangrijke rol in het wordingsproces van de Islam. Deze godsdienst is een andere openbaring dan de andere godsdiensten. Mohammed was een bedoeïnenleider die door de woestijn trok en daar een openbaring kreeg van Allah (een oude stamgod) bestaande uit allemaal brokstukken. Die brokstukken zijn later samengevoegd tot wat nu de Koran is. Ook binnen de Islam heb je verschillende scholen. De Oosterse Soefi-beweging is de spirituele beweging binnen de Islam, hetgeen overeenkomt met het esoterische denken binnen het christendom en het boeddhisme.

Jihad is de innerlijke strijd om je eigen negatieve kanten te overwinnen en niet een uiterlijke machtsstrijd.

Het tweesnijdende zwaard heeft betrekking op het werken aan jezelf, het overwinnen van je zonden, je negatieve kanten.

 

Wat is de plaats en het belang van Zaratustra?

Hij heeft een leer verspreid waarin het kwaad en negatieve niet van de goede God kon komen. Volgens hem was er een goede en een kwade God. Het Algoede kon geen schepper zijn van het kwaad. Want het kwaad was een dualiteit en uit de Eenheid kan nooit een dualiteit voortkomen. De gnosis leert ons echter dat zodra dit goddelijke oerbeginsel wordt geopenbaard, men in tegenstellingen begint te denken. Dat is altijd het geval. Als je bijvoorbeeld in de spiegel kijkt, heb je jezelf en je hebt het spiegelbeed. Zo heb je God de vader en als spiegelbeeld God de moeder, wat ook in de leer van Zaratustra wordt genoemd.

Hoe is Boeddha overleden?

Hij is op ca. 80-jarige leeftijd rustig ingeslapen. Hij had zijn dood uitvoerig aangekondigd en vooraf vele gesprekken gehad met zijn geliefde leerling Ananda. Hij voorspelde dat de wereld zich weinig van zijn leer zou aantrekken en dat het daarom nodig was dat 500 jaar later de Matrea Boeddha wordt geboren.

Waardoor is het christendom vertroebeld door dogma’s terwijl, naar mijn idee, het boeddhisme veel meer bij het goddelijke is gebleven?

In de tijd van het oorspronkelijke christendom waren de communicatiemiddelen en mobiliteit zeer gering. Iedere plaats had daardoor zijn eigen groepering, die allemaal hun eigen geschriften ontwikkelden. Na verloop van tijd overlapten ze elkaar en kwam dit in Rome terecht, waar ook de keizer met het geloof te maken kreeg. Christenen werden vervolgd en gemarteld, zij werden martelaars.

In de 4e eeuw werd keizer Constantijn christen, een politieke stap, die door de kerk werd aanvaard en waardoor de christenen niet meer zouden worden vervolgd. De christenen hebben zich toen georganiseerd naar het model van de Romeinse staat en een canon van de geschriften samengesteld, dat uitging van een geschiedenis en niet van een mystieke waarneming. Deze geschriften waren de evangeliën.

De joden waren erg gericht op de tempel in Jeruzalem, hetgeen hen samenbond, zij waren nl. een volk dat leefde in ballingschap. Doordat Titus in de jaren 70 hun tempel verwoestte, waren de joden hun oriëntatiepunt kwijt en ontstond de behoefte om de evangeliën van Jezus de Messias op schrift te stellen, dat diende als een nieuw oriëntatiepunt. Dit werd uiteindelijk het evangelie van de overwinnaars, naast andere, veel mystiekere, evangeliën, bijv. dat van Thomas of van de Waarheid of de Egyptenaren. Die laatste werden op een zijspoor gezet en hebben nooit de kans gehad om zich te ontwikkelen. De bisschop van Rome schreef vervolgens een brief met het bericht dat er een canon van de evangeliën was samengesteld en dat alle andere geschriften moesten worden vernietigd.

Dit laatste is niet gebeurd, want de gnostische geschriften zijn opgeborgen in vaten en later teruggevonden als de Nag Hammadi-geschriften. De leidende kerk (van de bisschop van Rome) heeft van haar godsdienst een wetenschap gemaakt. Ze heeft het met synodes en concilies bestudeerd en vastgelegd wat waar en niet waar was (dogma’s). Onmondige gelovigen moesten dit accepteren. Door te weigeren liepen ze de kans hun leven te verliezen. Doordat de Nag Hammadi-geschriften boven water zijn gekomen, weten we dat er een ander, mystiek, christendom heeft bestaan.

Het boeddhisme kent geen goden, het is meer een leer. Boeddha is een potentiële kracht in ons, die ieder mens in zichzelf tot ontwikkeling zou moeten brengen. Het is het in de praktijk brengen van de vier edele waarheden en het achtvoudige pad.

De leer van Boeddha en de bergrede van Jezus zijn eigenlijk te moeilijk en vragen dus om uitleg. En dit heeft vervolgens dat hele theologische panorama teweeggebracht.

Zijn de Dode Zee rollen meer te vergelijken met de bijbel of met de Nag Hammadi-geschriften?

Er zijn nog steeds onderzoekingen gaande. Wel zijn er inmiddels aanwijzingen dat we te maken hebben met een gnostische groepering, de Essenen. Daarom worden ze ook niet in de bijbel genoemd, ze zijn daar geschrapt. Het Vaticaan doet ook haar uiterste best om de rollen onder de hoede van orthodoxe christenen te houden. Maar noch het één, noch het ander is op dit moment met zekerheid te zeggen.

Is het hogere zelf het zelfde als de ziel?

Jung spreekt over het ego als een begrensd gebied binnen het onbegrensde gebied dat hij het hoger zelf noemd. Het hoger zelf is eeuwig en niet onderhevig aan de dood.

Lichaam, ziel en geest kun je vergelijken met een piano, de muziek die wordt gespeeld en de pianist. De piano is het lichaam, de muziek/de compositie van de pianist is de geest en de pianist is de ziel. De ziel zorgt ervoor dat lichaam en geest tot klinken worden gebracht.

Het hoger zelf is een samenvatting van lichaam, ziel en geest.

Boeddha ging uit van reïncarnatie en ook in het vroege christendom was dat een gangbare gedachte totdat dit werd verboden. Hoe leeft dat momenteel in de huidige kerken?

Bij het hindoeïsme en boeddhisme is reïncarnatie wel eindig. Je hoeft alleen dan te reïncarneren als je hebt gefaald en terug moet naar de aarde om te leren. Bij volledige zelfverwerkelijking hoef je niet meer te reïncarneren en dat is dan ook het ideaalbeeld. Aangezien het christendom een latere opvolging is van deze oudere godsdiensten ging men er niet vanuit dat reïncarnatie een leerstuk was, maar je moet jezelf in de 70 levensjaren, waarin je je van minuut tot minuut bewust bent van je goddelijke missie, volledig kunnen realiseren. Maar dit ideaalbeeld is niet te realiseren. De gnostische geschriften gaan er wel vanuit dat reïncarnatie een mogelijkheid is. Sporen hiervan zijn ook in de bijbel terecht gekomen. De oorspronkelijke kerk geloofde wel degelijk in reïncarnatie.

U noemde in uw verhaal de namen Simon en Hannah en aan de andere kant alleen de naam van de man, terwijl de vrouw naamloos was. Heeft dat een bepaalde betekenis?

Die vrouw had een universele betekenis, nl. het vrouwelijke aspect. Hannah staat ook voor dat vrouwelijke aspect. Het betreft in principe dezelfde figuur.

Kent u stromingen in de wereld die heel erg bezig zijn met het verlicht worden?

Ja, er zijn momenteel meerdere, bijv. White Eagle, maar ook Stichting Innerlijk Besef is daarmee bezig. Iedereen doet het op zijn eigen wijze. Want mensen worden wakker en gaan zelf zoeken, daar elk leven anders is en andere dingen heeft te overwinnen. Daarin ligt het belang van het bewustwordingsproces.