In de zeer goed gevulde zaal verwelkomt de voorzitter de aanwezigen en introduceert hij de spreker van deze avond. Jacob Slavenburg begint zijn lezing met een zin uit het Thomas evangelie: „Hij zal het einde kennen en de dood niet smaken”. Dit evangelie is in 1945 gevonden bij Nag Hammadi in Egypte. Dit is een openingsaanhef, die ook gelijk een slotzin is, hij is apocalyptisch en cyclisch, deze begrippen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er zijn twee grote stelsels, het lineaire model, dit kent een begin en een einde en het cyclische model, waarbij elk einde meteen weer een nieuw begin is, dus a.h.w. een opeenvolging van cirkels.
Een voorbeeld van eindtijdbewegingen in recente tijden, was Lou de palingboer uit Muiden. Zijn volgelingen verkeerden in de veronderstelling dat met Lou de eindtijd was aangebroken. Na zijn overlijden wachtten zij op zijn opstanding, die echter niet plaatsvond.
Binnen het christendom zijn eindtijdbewegingen zoals bovenstaand voorbeeld, bijna aan de orde van de dag geweest, al vanaf heel vroeg in de geschiedenis. Neem bijv. de montanisten uit de tweede eeuw na Christus. Direct na zijn christelijke doop begon een zekere Montanis in tongentaal te spreken, hij zag zichzelf als de laatste openbaarder voordat Jezus op aarde terug zou keren om de eindtijd in gang te zetten. Weldra had hij vele volgelingen die allemaal onvoorwaardelijk in de eindtijd geloofden, deze mensen probeerden zo zuiver mogelijk te leven. Toen echter op het verwachtte tijdstip de eindtijd niet kwam en de wederkomst niet plaatsvond, dachten zij dat de ascese niet groot genoeg was geweest.
Het enige bekende christelijke geschrift in de bijbel dat geheel gewijd is aan de eindtijd, is de Openbaring of Apocalyps van Johannes, dit is een van de meest omstreden bijbelboeken. Deze openbaring schildert vele rampen, plagen en pijnigingen die de mensheid, op een uitverkoren aantal na, te wachten staat. De eindtijd zal zich in fasen voltrekken, de legers zullen bij Armageddon het beest (666) verslaan en daarna komt er een periode van duizend jaar vrede.
Apocalyps is het Griekse woord voor openbaring, maar ook onthulling van verborgen toestanden. De vele apocalyptische verhalen die er bestaan, houden zich bezig met dat wat in het verleden gebeurd is en een lijn heeft naar onthullingen die nog in de toekomst liggen; dus wie het verleden kent, is in staat de toekomst te kennen.
Buiten de Apocalyps van Johannes zijn er in het jonge christendom een groot aantal openbaringen, bijv. in de eerste eeuw na Christus de Openbaringen van Petrus, waarin Jezus de leerlingen in een visioen meeneemt; ze blikken achtereenvolgens in de lichtende hemel en daarna in de donkere hel, vooral de laatste toestand wordt zeer uitgebreid en beeldend beschreven. Er bestaat ook een Openbaring van Paulus en ook het jodendom kent veel Apocalypsen, de bekendste is het boek Daniël.
De gedachte aan een eindtijd waarbij er ook een schifting plaatsvindt tussen goed en kwaad is al heel oud. Al in de tijd van Zarathoestra en het zgn. Mazdeïsme, zo’n 600 jaar voor Christus, kende men een strijd tussen dualiteiten, de strijd tussen de God van het licht Ahura Mazda en Ariman, de God van het duister, beiden met een leger van engelen. Dus een strijd tussen dualiteiten, waarbij het goede uiteindelijk zal overwinnen, maar wanneer dat plaatsvindt hangt af van het gedrag van de mens: hoe beter zijn gedrag, hoe sneller de eindtijd zal komen. Helemaal aan het eind komt de Messias die het goede en het kwade zal scheiden en de eindtijd in werking zet. De Joden zijn tijdens hun ballingschap in Babylonië, zonder twijfel met dit gedachtengoed in aanraking gekomen en het joodse Messiasbegrip gaat waarschijnlijk terug op de filosofie van Zarathoestra.
De Nag Hammadi geschriften bestaan ongeveer voor de helft uit teksten, die als openbaring aangemerkt kunnen worden, o.a. de openbaringen van Jacobus, Petrus, Paulus en Adam. Wat hebben al deze teksten nu te betekenen en wat hebben we er vandaag de dag aan? Ze zijn te talrijk om af te doen als de een of andere mythe. Ze moeten voortvloeien uit (wat Jung zou noemen) een archetypisch beeld, wat manifest wordt in bijzondere tijden, zoals nu bij de millenniumwisseling
De evolutie is opgebouwd uit tijdperken, de Hindoes spreken van manvantara’s en pralaya’s als de inademing en de uitademing van de God, deze symboliek vinden we ook terug in de Nag Hammadi geschriften. Deze manvantara’s en pralaya’s zijn weer onderverdeeld in tijdvakken, kalpa’s en yuga’s genaamd. Na het Satya Yuga (gouden tijdperk), Tetra Yuga en Vapara Yuga, leven we nu in het Kali Yuga (ijzeren tijdperk). In de periode van het Kali Yuga moet al het karma uitgewerkt worden.
Ook bij Zarathoestra vinden we de opvatting van de tijdperken terug en Daniël verdeelt eveneens de tijd in vier rijken, een gouden, zilveren, koperen en een ijzeren tijdperk. Emanuel Swedenborg, de Zweedse ziener uit de achttiende eeuw, heeft het eveneens over gouden, zilveren, koperen en ijzeren era.
H.P. Blavatsky schrijft in de Geheime Leer: „Onze aarde moet zeven ronden doormaken, tijdens de eerste drie vormt en verdicht zij zich, tijdens de vierde wordt zij vaster en harder, terwijl zij tijdens de laatste drie ronden terugkeert tot haar oorspronkelijke etherische vorm, zij wordt dus a.h.w. vergeestelijkt, de mensheid ontwikkelt zich pas in de huidige vierde ronde. In de komende drie ronden streeft de mens ernaar zijn oorspronkelijke vorm aan te nemen, een God en daarna God te worden, evenals iedere andere atoom in het heelal.” Hier is dus geen sprake van een lineaire tijdsvisie, maar van een evolutionaire beweging, in deze beweging zijn eigenlijk meerdere eindtijden opgesloten, waarvan een deel dan weer de kiem vormt voor een nieuwe cyclus.
Ook de mysticus en wetenschapper Teilhard de Jardin benaderde de evolutie vanuit het begrip bewustzijn, door toename van bewustzijn en complexiteit bereiken we een soort eindpunt, door hem omega genoemd. De mens gaat dus door een transformatieproces, waarbij ook de materie getransformeerd wordt, materie is a.h.w. het gereedschap waarmee de mens kan transformeren. Niet de materie is slecht, maar de manier waarmee de mens er mee om gaat. Het punt omega valt samen met het symbool van het nieuwe Jeruzalem (heeft niets met de gelijknamige stad te maken), dit begrip komen we ook tegen bij Jacob Lorber en Swedenborg, hier vindt de evolutie haar voltooiing.
De evolutie lijkt te versnellen, de gedachte aan een Apocalyps lijkt dan ook niet zo vreemd. Ook de gebeurtenissen op deze aarde, zoals grote natuurrampen, hongersnoden en milieurampen, worden door vele mensen gezien als voorboden van dit proces. In heel veel opvattingen over een naderende eindtijd is sprake van een laatste en definitieve selectie. Dit leidde tot vrijwillig martelaarschap en strenge ascese, weer anderen vluchtten in paranormale toestanden of probeerden het duister af te weren door lichtvisualisaties, maar Jezus zei: „Wie niet in de duisternis staat, zal niet in staat zijn het licht te zien.” De mens kan alleen maar door afdaling in de duisternis van de eigen ziel de mogelijkheid krijgen iets van het licht te zien. De zoektocht door deze duisternis leidt de mens tot gnosis in de zin van bewustwording, de weg naar binnen.
Cycli moet je zien als een soort spiraal, waarbij je na elke ronde in een hogere winding komt. In de huidige evolutiefase vertoeft de mens eerst in een volledig geestelijk bewustzijn, maar langzamerhand nestelt de mens zich steeds dieper in de materie, het innerlijk weten slijt af en er komen uiterlijke wetten (denk bijv. aan Mozes), voor in de plaats. Op een gegeven moment is de mens zo diep in de materie gewikkeld, dat hij letterlijk van God (Geest) los is.
Nu zitten we eigenlijk op een keerpunt waarin er de mogelijkheid is om weer tot een versmelting te komen van de materie met de geest, dus vanuit het volledig bewustzijn van de materie, Geest weer toe te laten. In eerste instantie was de mens dus collectief onbewust in de geestelijke wereld, maar nu is de mens individueel bewust en heeft hij de vrije keuze, die verbinding weer te maken.
Je moet de eindtijd niet buiten jezelf in allerlei profetieën en Apocalypsen zoeken, het is een innerlijke zaak, het is het afsterven van het oude ik, waardoor het Hogere Zelf zich bewust mag worden.
Na de pauze wordt er dankbaar gebruik gemaakt van de mogelijkheid om vragen te stellen, waarna er een eind komt aan deze boeiende avond.
Truus
Dankbetuiging
Bovenstaand verslag van de lezing op 5 oktober jl. door Jacob Slavenburg is het laatste dat donateur en vrijwilliger Truus Vis voor ons heeft geschreven. Zij heeft de verslagen van lezingen met veel plezier voor ons gemaakt, zo heeft zij ons laten weten, maar wil daar nu mee stoppen, omdat haar eigen werk erdoor in het gedrang komt.
Wij willen Truus heel hartelijk bedanken voor alle moeite en tijd die zij heeft willen steken in het schrijven van verslagen van door Innerlijk Besef georganiseerde lezingen. Dankzij deze inzet kunnen wij van deze lezingen een verslag publiceren, dat voor iedereen waardevol is, of men er nu bij was of niet. Truus, nogmaals onze hartelijke dank!