Innerlijk Besef

Op weg naar een nieuwe dimensie

Verslag van de lezing door Gea Hollestelle-Melinga op dinsdag 4 januari 2000, in Motel Assen - v.d. Valk.

Na het welkomstwoord geeft voorzitter Henk Koops het woord aan Gea Hollestelle.

Enthousiast en helemaal uit het hoofd vertelt zij ons hoe de tekeningen die ze gemaakt heeft, zijn ontstaan en welke verhalen er achter zitten.

In ’93 begint Gea te luisteren naar wat er in haar zelf leeft en ze begint te tekenen. Op een keer hoort ze, terwijl ze aan het tekenen is, een stem die zegt: „Gij zult mijn tekenen verstaan.” Ze weet dat bedoeld wordt, dat ze met de gang van haar leven mee zal gaan en deze zal accepteren. ’t Gaat er ook om dat ze het grote verhaal achter haar tekeningen zal gaan begrijpen. Tijdens het tekenen is ze volgens haarzelf in het gevoel van haar ziel. Vervolgens vertelt ze ons iets over de schepping waarin wij leven.

De schepping is eigenlijk een cel van een nog veel grotere schepping. Die oneindig grote schepping besloot om zijn schepping uit te laten breiden met een nieuwe schepping. Eigenlijk is onze schepping nog heel jong.

Toen eens de godheid van het veel grotere alomvattende geheel besloot om zijn alomvattendheid en bewustzijn nog meer uit te breiden, gaf hij de opdracht aan een ander Wezen om een nieuwe schepping te creëren. De Here Jahweh, de lichtende God, gaf dit bevel door.

Dit andere Wezen hield zijn hoogste chakra paraat om de levensimpuls in zich te laten komen door het rad van de schepping. In dat eerste begin was er alleen maar een blauwdruk, een goddelijk akasha.

Hij deelde zichzelf in drieën; in een hoger, een midden en een lager wezen. Elk wezen deelde Hij wederom in drieën. In de schepping kwam het idee een schepping te maken van twaalfvoud. Overal in de schepping en op elk niveau zie je de Hei­lige Drie-eenheid. Toen er van hogerhand leven door het rad van schepping mocht gaan, kwam hier ook het grote leven. Alles in de schepping zou leven worden en het leven zou zich bewust worden. Er zou geest en materie zijn. De godheid creëerde een wezen vanuit Zijn bewustzijn met Zijn intelligentie. Dit wezen zou als een hulpschepper het bewustzijn tot op de onderste trede in heel de schepping laten uitdijen.

Toen de mens net buiten de bron was gezet, was hij nog lang niet in de materie gewikkeld. Hij was nog helemaal vervat in het eenheidsbewustzijn. Er was nog geen karma gecreëerd. Na een lange tijd mocht de mens een kleine trede lager zakken; na lange tijd weer een trede lager tot hij op de onderste trede zou zijn. Elke keer liet de mens een stukje van zijn bewustzijn op de trede daarboven achter, want hij zou zich in de materie gaan verwikkelen. Deze schepping zou materie worden, om de materie tot geest te brengen.

Waar de bijbel begint, is de mens al lang op de onderste trede beland. Daar begint de bewustzijnsweg. Op die onderste trede heeft de mens helemaal geen weet meer van het leven in de bron. Daar heeft men geen contact meer met dat diepe, echte weten. De Goddelijkheid trok zich een beetje terug, want Hij had besloten om de mens zelfstandig te laten zijn. De mens heeft steeds het levenskoord vanuit de levengevende bron met zich meegenomen. Vele heiligen, avatars, grote geesten en broederschappen uit de sferen hebben dit bewustzijn altijd voor ons bewaard.

Toen we helemaal op die onderste trede waren, moesten we natuurlijk eerst onze basischakra weer leren verkennen. Dit gebeurde ten tijde van Noach, een gezondene. De ark en de regenboog waren een teken van het verbond met God. De bijbel spreekt van zeven scheppingsdagen. Deze dagen zijn kosmische tijdperken. Rond het jaar 2000 zal de vierde dag ongeveer beëindigd zijn en gaan we de vijfde scheppingsdag in. Dit betekent dat deze schep­ping dan eindelijk zal beantwoorden aan een lichtschepping.

Ten tijde van Mozes ontwikkelden we het niveau van het tweede chakra. Mozes gaf ons de wetten mee.

Na vele stappen komen we bij de geboorte van de Meester Jezus.

Noach, Mozes en Jezus zijn een drie-eenheid. Met z’n drieën hielden ze de ark des Verbonds vast voor de mensen. Jezus wees ons op onze hogere aard. Hij liet ons zien dat niet lijden, maar licht, liefde, opstanding en groei de bedoeling is.

Tijdens het Vissentijdperk, vanaf de geboorte van Jezus tot aan de dag van vandaag, hebben wij onze zonnevlecht leren kennen. Onze zonnevlecht is het lagere denken, is de daadkracht van de mens. Daar bevindt zich z’n ego. De aarde is nu rijp om naar een nieuwe periode in de schepping te gaan. De velden zijn wit geworden.

Vier dagen van de schepping zijn voorbij en het is volbracht. De materiële vormgeving is klaar. De tijd is aangebroken dat de geest zich in deze schepping kenbaar wenst te maken. We zijn het keerpunt van het steeds verder afdalen in de materie gepasseerd en gaan nu, bewust geworden in materie, de weg terug naar de bron. Onze evolutiegang wordt van nu af steeds lichter, steeds liefdevoller. Alles in deze schepping mag vanuit een trilling hoger gaan leven. Wij mogen nu gaan leven vanuit de trilling van ons hart. We moeten het oude loslaten, naar binnen gericht zijn en ons innerlijk gevoel volgen.

In het Vissentijdperk golden de wetten van oorzaak en gevolg. In het Aquariustijdperk zullen de wetten van liefde en eenheid gaan werken. Ieder mens wordt geroepen om in zijn hogere taken te gaan staan, om als ‘hulpschepper’ alle dingen nieuw te maken en om alles wat niet strookt met de Universele Liefde om te vormen. De pijnlijke situaties in de wereld zijn een gevolg van het opgebouwde karma door de mens. Dit karma wordt niet meer in het kosmische geheugen opgeslagen, maar wordt juist uit het goddelijk plan verbannen naar waar het is ontstaan. Er hoeft niet meer geleden worden. Het karma dat we in de loop der eeuwen gecreëerd hebben, kunnen we nu versneld oplossen door ons onze mystieke verbinding te herinneren. De Schepper heeft ons daartoe een mutatie gegeven.

Ons zevenvoudig chakrasysteem is een dertienvoudig systeem geworden. Er zijn zes kosmische cha­kra’s extra in de mens geïnitieerd om de verdieping van zijn kosmisch menszijn aan te gaan. De mens wordt van een zevenvoudig aarde-mens een dertienvoudig kosmisch mens. Dit betekent dat de mens zijn zielewezen, het collectieve leven en zijn goddelijkheid via zijn eigen bewustzijnskanaal gaat ontmoeten. Een kosmisch mens erkent en herkent zijn materiële lagere aard (persoonlijkheid), zijn hogere aard(ziel) en zijn hoogste aard (geest).

De energiepoorten, waarmee de mens begiftigd was toen hij nog maar net uit de bron kwam, zijn weer geopend. Deze liggen in ons als een Jakobsladder, een ladder van bewustzijn. Dat bewustzijn noemen we een lichtwezen. Op onze gang naar de materie lieten wij op elk van de dertien lagen in de schepping een lichtwezen van ons achter. Zo werden wij steeds meer materie en steeds minder geest. We moesten ons immers van de materie bewust worden om ons uit vrije wil opnieuw te verbinden. De verbinding met de Bron is nooit verbroken geweest, al konden we op het laatst de Goddelijkheid alleen maar buiten ons plaatsen. Ons zevenvoudig chakrasysteem was te beperkt om de Goddelijkheid in ons eigen bewustzijn tot ontwikkeling te brengen. We moesten eerst voldoende daadkracht in de materie opbouwen en een ego met een eigen wil creëren. Nu is de tijd gekomen om dit ego te vullen met liefde. We gaan onze achtergebleven lichtwezens ophalen om de materie ermee te verlichten.

Om de dertien lagen in de schepping en dus ook in de mens te verduidelijken, onderscheiden we dertien universele transformatiesymbolen. De Goddelijkheid heeft ons deze symbolen aangereikt om ons bewustzijnsproces te vergemakkelijken. Al deze symbolen zijn geladen met bewustzijn, met schep­pingskracht, met genezende krachten. Met je intuïtie kun je bepalen welk symbool bij je past:

A. Voor het individuele leven

  1. Basischakra – Witte Roos – Universele liefde; voor het genezen van klachten en kwalen.

2. Heiligbeenchakra – Kristallijnen Diamant – Universeel Licht; om de bewustzijnsontwikkeling te bevorderen

3. Zonnevlechtchakra – Witte Lelie – Universeel Leven; om het levensdoel te verduidelijken.

4. Miltchakra – Ark – Uni­verseel Zijn; onze innerlijke meester op persoonlijkheidsniveau.

B. voor alle leven; het collectieve leven

  1. Hartchakra – Graal – Universele Liefde op een dieper niveau
  2. Thymuschakra – Kristallijnen Kroon – Universeel Licht; voor het ontwikkelen van collectief bewustzijn
  3. Keelchakra – Kristallijnen Lotus – Universeel Leven; voor het duidelijker begrijpen van de levensbedoeling van groepen of bepaalde levensvormen
  4. Kosmische doorstromingschakra – Witte Zwaan – het overkoepelende Universele Zijn op het zielenniveau

C. Voor de vervulling van het leven

  1. Voorhoofdchakra – Gouden Zon – Universele Liefde op een nog dieper niveau. Hiermee versterkt men zijn innerlijke communicatie met de Bron van Leven
  2. Epifysechakra – Witte Iris – Universeel Licht op mystiek niveau. Hier­mee leert men innerlijk te schouwen en in contact te komen met de goddelijke wijsheid in zichzelf
  3. Kruinchakra – Dubbele Ster – Universeel leven op hoger geestelijk niveau. Dit symbool helpt de natuurrijken tot vervulling te bren­gen en brengt de mens bij het helderweten.
  4. Transformatiechakra – Gouden zon met daarin een Witte Iris – Universeel Zijn; het overkoepelende symbool dat de voorgaande drie symbolen tot eenheid samensmelt. Hiermee bereikt men het leven van een hele sfeer in de schepping en helpt men door dit symbool te gebruiken, zijn sfeerkarma te maken.
  5. Transmutatiechakra – Vlammende Gouden Zon – de Alomvattendheid, de godsvonk in de mens, de Bron; vormt de verbinding naar steeds hogere sferen.

Het laatste symbool omvat de twaalf vorige niveaus.

Deze aquariusmystiek wordt gegeven voor het Aquariustijdperk, het Kristallijnen Tijdperk en het Tijdperk van Vervulling. Na deze drie tijdperken zal de mens zijn menszijn overstijgen en de goddelijke evolutie binnengaan. In ieder mens zal de Christus, de Liefde, de zachtheid geboren worden. We hoeven het alleen maar in onszelf toe te laten.

Dit verslag wil ik beëindigen met de woorden die Gea, bijna aan het einde van haar lezing gekomen, sprak: „U mag hier leven, hier genieten, maar luister naar dat diepe gevoel en durf de dingen die daar liggen te doen.”

Op deze lezing van Gea Hollestelle volgt een warm applaus.

Na de pauze laat Gea ons dia’s zien van haar tekeningen. In iedere tekening zijn symbolen verwerkt. Ze vertelt ons op een enthousiaste en gezellige manier de verhalen die achter de tekeningen schuil gaan. Ondertussen beantwoordt ze nog enkele vragen.

Na afloop van de diaserie bedankt Henk Gea voor deze boeiende avond en overhandigt hij haar een kleurig boeket.