Innerlijk Besef

Oorsprong en doel van het mensenleven op aarde

Verslag van de lezing door Piet van Exter op dinsdag 1-11-2011 in Zalencentrum Hingstman te Zeijen. Universele opvattingen in religies en oude culturen. Waarom verkeert de wereld in verwarring en wat is het antwoord daarop?

Piet begint te vertellen dat hij ons ziet als reisgenoten die allemaal verlangen naar liefde en onsterfelijkheid.

De ziel verlangt naar de zielswerkelijkheid (de hemel, dit is beeldspraak), naar heelheid als een soort heimwee.

We hebben een lichaam en we zijn een wezen.

Ludwig Klages, een belangrijke Duitse filosoof zei: “Het lichaam is de aan-kleding van de ziel en de ziel is de zin van het lichaam”.

De mysticus Böhme: “We moeten in de wereld zijn, maar we moeten niet van de wereld zijn”.

In deze lezing zet Piet de geestelijke werkelijkheid tegenover de materiële werkelijkheid.

In de wereld zien we manipulatie, polarisatie, desintegratie. Iedereen die het zielsverlangen niet goed kan begrijpen, gaat compenseren met hebben, hebben…….

Maar de wereld is eindig. Hoe meer mensen willen hebben, hoe beperkter de ruimte wordt. Daaruit voort komt agressie, strijd om territorium etc..

Met de wereld wordt bedoeld: het eenzijdig naar buiten leven. Daar is donkerte en kilte in het denken en handelen van de mensen.

Hoe meer we naar binnen leven hoe meer we komen in de verzachting, in datgene dat buiten de tijd staat.

Iedereen heeft wel eens gemerkt, dat op heel meditatieve momenten in het leven de tijd wegvalt.

 

De Engelse filosoof Roger Scruton: “De wereld is incompleet. Troost is de behoefte aan thuiskomen, het leven af te ronden met wat aan de andere kant ligt. Volgens Scruton is het fundament van elke religie het gevoel dat de wereld op zichzelf niet volledig is”.

God betekent in het Sanskriet Puru Ghûta.

Puru Ghûta is te vergelijken met het Oerwoord (de Logos, de Grote Uiterste, de Quinta Essentia). Als we daar geen weet van hebben, weten we ook niet hoe het leven bedoeld is. We zijn a.h.w. losgeslagen van de wortels.

In één van de Nag Hammadi geschriften staat geschreven: “Als iemand niet begrijpt waar de wind vandaan komt, zal hij erin meelopen”.

Als we ons bewust willen worden van het feit waar we vandaan komen, dan moeten we terug, de Heimkehr (Scruton).

 

Plato heeft de verhouding tussen de geestelijke en de materiële wereld in het verhaal van de grot naar voren gebracht:

Een aantal mensen zit bijeen in een grot. Achter de mensen brandt een vuur en vóór de mensen is een kale wand. Doordat de mensen bewegen zien ze schaduwen op de wand. Toch hebben de mensen geen weet van de vlammen die achter hen zijn, laat staan van het grote Zon-licht.

 

Boven de ingang van het Griekse Orakel van Delphi staat geschreven Ken Uzelve. Dat betekent dat je in jezelf moet kunnen kijken om te weten wie je bent en wat er in je leeft. De essentiële antwoorden komen alleen uit je binnenste.

Je geboortebewijs is een vals paspoort. Je moet jezelf loswikkelen uit je historische ontwikkeling, je opvoeding, de opleiding…

 

Er zijn dromen die in je slaap binnen kunnen komen, omdat je brein (het dagbewustzijn volgens Jung) slaapt.

Piet vertelt één van zijn belangrijke dromen. Hij zag door een gaatje een onderaards gewelf met een bronzen spreidlicht (de Godsvonk) en de wetenschap geloofde hem niet.

Dat bronzen licht maakt zich kenbaar aan degene die het ontvangen wil.

De wetenschap kan daar niet bij.

Maar wat eeuwig is, heeft alle tijd om zich kenbaar te maken.

Het hart is de spil in je leven, het midden van je lijf. Daar komen invloeden binnen in je leven, maar we letten er niet op.

We worden in deze wereld uit elkaar geslingerd, niet in ons middelpunt gelaten.

Desintegratie – en dat voelen we aan den lijve als we van de ongeziene wereld in de tijdelijke, geziene wereld komen. Dat proces noemen we existentie (is letterlijk: naar buiten gaan staan). Daar merken we dat we ziek kunnen zijn, dat we dood zullen gaan en daar is de angst.

 

Piet vertelt verhalen uit Nigeria en India, met de boodschap dat dood niet dood is, dat dood een belofte is, een vervulling, een nieuwe geboorte.

Ook onze dichter Adriaan Roland Holst schrijft erover. En Hella Haase dicht: “We moeten materie kwijt om in te kunnen keren – het vuur van de geest brandt ons puur.

 

In een Nag Hammadi-geschrift wordt gesproken over Quinta Essentia. Bij de gang naar de aarde krijgen we minder kennis van het gebied waar we vandaan komen. We kennen onze geschiedenis niet. Er zouden heel wat betere dingen gebeuren als we ons brein konden koppelen aan de oerwijsheid die we in ons meedragen, wat het leven ten diepste wil.

 

Wat het wezen van religie is, is ook het wezen van de mens. We herkennen elkaar in ons wezen.

De bijbel heeft als doel dat de mens vrede vindt. We kunnen de bijbel letterlijk nemen. Hoe meer we in ons zelf gaan inkeren, hoe anders we de teksten gaan lezen. De bijbelteksten passen zich aan aan de ontwikkelingen die we meemaken.

 

Bô Yin Râ schrijft dat ons brein te vergelijken is met een schaakbord. Een geweldig speelveld waar je ontelbare variaties kunt maken met verschillende schaakstukken, maar je blijft altijd beperkt tot het schaakbord. Ken je beperking, want er is ook buiten het schaakbord nog een werkelijkheid waar de ratio geen zeggenschap meer heeft.

 

De wetenschap verguist Pim van Lommel met zijn onderzoek naar Bijna Dood Ervaringen.

Er is sprake van demonisering van de samenleving als we te veel alleen maar van de wereld zijn, waar agressie uit voortkomt. Ver-uitwendiging.

Als we naar ver-inwendiging gaan, komen we bij het paradijs.

Piet sluit het eerste deel van de avond af met een gedicht van de Groninger dichter Koos Schuur.

 

VUUR – WIND – REGEN – DROOM

Wanneer eens – licht genoeg voor nieuwer sferen

en rijp geworden aan geluk en leed –

de dood mij toestaan zal hem te -passeeren

smeek ik het vuur mijn lichaam te verteren

tot asch van asch en voor den wind gereed;

 

bid ik den wind, dit stof omhoog te dragen

om het te zuiveren tot klaar kristal,

en aarzelend zal ik den regen vragen

het mee te nemen als op najaarsdagen

het boven west-europa reegnen zal.

 

En voor wat mooglijk verder rest, ontastbaar

en ijler dan de  allerijlsten wind,

vraag ik een zwerven, vrij en onbelastbaar,

voor slijk en vuil en schandvlek onaantastbaar,

tot waar de droom zijn roekloos rijk begint;

 

want zoo er één land, waard in te leven,

nog overblijft binnen dit wijd heelal,

is dat dit droomrijk, waarvoor ik zal geven

al mijn geluk, zoonodig, al mijn streven

en al de woorden die ik schrijven zal.

 

Na de pauze gaat Piet op boeiende wijze in op vragen over dromen.

 

In het universum is een wet van tegenstellingen. De grondtegenstelling is het mannelijke en vrouwelijke.

Als we de Godsvonk willen ontdekken begint dat altijd in je lichaam, in de materie. We moeten ons lichaam beleven om tot de hoogste krachten te komen.

Het begint bij de lichamelijke vereniging van het mannelijke en het vrouwelijke.

 

Piet vertelt, dat wanneer hij uit balans is, hij een droom krijgt. Elke keer weer wordt via een ander verhaal aangegeven dat hij uit balans is.

Andere dromen gingen over het feit dat hij het onderwijs zou gaan verlaten.

Jarenlang kreeg hij gedetailleerde dromen, die hem begeleidden tot het punt dat hij uit het onderwijs stapte. Tot het triviale aan toe. Soms waren dat 6 dromen per nacht.

Hij heeft boeken vol met dromen die een zielsprobleem analyseren, ze gaan over stabiliteitsgehalte, over dingen die gebeuren gaan, met aanwijzingen.

Te veel om op te noemen.

 

Iedereen droomt. Bepaalde mensen kunnen zich de droom niet herinneren.

Dromen zijn heel bijzonder en kunnen je leven verrijken. Een droom doet iets met je. Je hoeft een droom niet altijd te kunnen verklaren. Ook als je een droom niet bij het dagbewustzijn kunt brengen, kan het zijn dat ze toch een verandering in je teweeg brengt.

 

Dromen kunnen ook bedriegen. Piet heeft ervaren dat er op een of andere manier een soort intelligentie is van een lager niveau, die probeert verkeerde informatie te geven.

Je moet de mentaliteit van de droom en de sfeer heel goed onderscheiden om te weten uit welke laag de droom komt.

 

Verlangen is nodig om ons te binden.

Hoe komt het dat we dit zijn kwijtgeraakt?

We raken eerst de identiteit kwijt, doordat we te ver afdwalen van de bron. We raken gevangen in de materie waar we fysieke zintuigen krijgen die de geestelijke zintuigen toedekken.

Door onszelf te ontdekken in de ander worden er heel veel dingen aangeraakt.

Dat schept ook een identiteit.

De identiteit is nodig, het is je fundamentele paspoort voor de weg terug.

Naarmate je eigen identiteit transformeert zul je andere mensen aantrekken en zullen oude contacten misschien afzwakken.

De identiteit maakt zich altijd kenbaar. De ziel wil gekend worden. Als dat niet gebeurt, komen er problemen in je leven.

Je zult dromen krijgen waarin je uitgedaagd wordt om het zwaard op te pakken: de identiteitscrisis die Jung beschrijft.

Een identiteitscrisis is een kans, een fysieke of psychische aandoening ook.

Panta Rhei, alles stroomt.

 

De universele wijsheid heeft juist behoefte aan onze wezenlijke identiteit. Het is voor ons een uitdaging, een gevecht. Je bent verplicht om die identiteit te ontdekken.

Door de vorm (gedrag) van wie we eigenlijk hadden willen zijn, wordt de geestelijke rijkdom aangetrokken. Elk mens heeft een ideaalbeeld. Alle dingen die van belang zijn, zijn niet objectiveerbaar, niet meetbaar.

Alles wat vibreert in ons, zoals liefde genegenheid en saamhorigheid, maakt ons tot een mens.

Een eenzijdig verstandsmens is niet gekoppeld aan de ziel. In de maatschappij zien we protocollen, controlelijsten, cijfers. Ouders kunnen op websites zien welke school het beste is. Maar dat lijkt maar zo. Het zijn cijfers met daaraan een waardering verbonden. Het intrinsieke van de leraren, de interacties worden niet in cijfers uitgedrukt. Het is niet meetbaar.

 

Iedereen wordt op alle mogelijke manieren in het dagelijks leven tegengewerkt. Het eeuwige laat je vrij.

Met meditatieve aandacht wordt het stukje goud in jezelf zichtbaar.

Alchemisten zochten naar dat goud. Ze probeerden met hun chemie boven de materie uit te komen.

Roland Holst: “De alchemisten hebben het vloeibare goud ingewisseld voor het telbare goud.” (de geldstukken). Het Zijn is het vloeibare goud.

Onze opdracht is tot die identiteit te komen en vanuit die identiteit iets te veranderen in de dominantie van de diabolische krachten. Daarmee doen we iets voor onszelf, voor onze medemens en we komen bewuster aan de andere kant.

 

Is het draaiboek van het leven al bekend?

De tijd die we kennen is lineair.

Als de tijd vloeibaar wordt door onze verinnerlijking, gaan de tijdlijnen door elkaar lopen, kun je een kwantumsprong maken. Op het moment dat je op een andere tijdlijn wilt komen met een gedachte die je ontwikkelt, kun je invloed uitoefenen in de lineaire tijd. Daarom is het van belang wat we voelen en denken. We hebben allemaal heel veel verantwoordelijkheid voor onze gedachten.

 

Hoe ga je om met gedachtes die toch komen? Bijvoorbeeld als je een hekel hebt aan de buurvrouw.

Bô Yin Râ zegt daarover: je kunt niet vanuit het standpunt: heb je naasten lief, iedereen maar aardig vinden.

Het moet een echt genegenheidgevoel zijn. Dat betekent dat veel mensen niet je naasten zijn en dat je zelfs aan mensen een hekel kan hebben. Laat je dan niet verleiden tot haat, want dan beschadig je daar jezelf en de ander mee. Als je zulke negatieve gevoelens en vervolgens gedachtes krijgt, kijk er naar en geef er geen aandacht meer aan.

 

Hoe werk ik praktisch aan mijn innerlijk licht?

In stilte alleen kunnen zijn, al is het maar 10 minuten per dag. Meditatieve momenten met de natuur, gedichten lezen, muziek luisteren en steeds constateren wat het met je doet. Dat kan voor iedereen verschillend zijn. Door de positieve vorm die je in je leven giet (gedrag), ontvang je steeds meer van het innerlijke licht. Het gaat vooral om presentie en concentratie, met je volle bewustzijn aanwezig zijn in wat je doet.