Werkelijke omgang met Gods geestenwereld betekent dat we bereid zijn ons kwetsbaar voor die wereld te openen, omdat er anders van een ware ontmoeting geen sprake kan zijn. In de Bijbel vindt je veel sporen terug van deze omgang, van hoe God tot de mens spreekt.
Naarmate het christendom het contact met de geestenwereld verloor, vertroebelde haar oorspronkelijke boodschap ook meteen. Dit laatste is de tragiek van het traditionele christendom. De versplintering en leegloop van kerken maken dit ook zichtbaar.
Dogma’s werden aan de boodschap toegevoegd en andere belangrijke zaken en verwijzingen werden geschrapt.
Engelen zijn de waterdragers die het water rechtstreeks uit de bron, uit God zelf, putten en het in ons willen uitschenken. Dit is één van de taken van de geestelijke wereld van God. Het contact met Zijn geestelijke wereld is bedoeld om ons contact met Hem te bevestigen en Hem dichter bij ons te brengen. Het is dus geen doel op zich!
Omgang met Gods geestenwereld is ook de titel van het boek geschreven door Johannes Greber. Deze Rooms Katholieke priester kwam in contact met God, zonder dat hij daarom had gevraagd. Dit boek heeft grote invloed gehad op het leven van Roelof. De lezing van vanavond is dan ook een persoonlijk getuigenis.
Als we omgang willen hebben met Gods geestenwereld zullen we onze zintuigen daar oprecht voor moeten openen en ons leven, zo goed en zo kwaad als we dat kunnen, daarnaar moeten inrichten.
Op zijn negentiende zat Roelof bij de luchtmacht en ontmoette daar zijn vriend Leo ter Veer, die het boek van Greber las. Toen zij daar samen over begonnen te praten, wisten ze van geen ophouden. Kort daarna kreeg Roelof voorspellende dromen, o.a. ook over het boek van Greber, waarin hem duidelijk werd gemaakt dat het boek de waarheid bevat, maar ook nog aangevuld diende te worden.
Greber vertelt in zijn boek hoe hij via één van zijn parochianen in contact kwam met een gebedsgroep die wekelijks bijeen kwam. Deze parochiaan had hem ook verteld dat er tijdens deze bijeenkomsten een 16-jarige jongen aanwezig was, die tijdens het gebed even bewusteloos viel en als hij weer bij kwam er een engel via hem sprak over uitsluitend geestelijke zaken. De gebedsgroep wilde graag weten hoe Greber daar als priester tegenaan keek en hij werd uitgenodigd.
Greber was eigenlijk voornemens om dit fenomeen tijdens de bijeenkomst te ontmaskeren als bedrog. Hij had ter voorbereiding in zijn werkkamer, waar niemand anders bij aanwezig was, een aantal pittige theologische vragen op papier gezet. Maar tijdens de bijeenkomst stelde de jongeman Greber vragen, het ging dus precies andersom, en Greber vond maar moeilijk antwoorden. Het viel de jongen een beetje tegen dat een priester hier niet beter op kon antwoorden en zei tegen hem: “Haal het briefje, dat je thuis hebt geschreven, maar uit je zak en stel je vragen maar.” Greber stelde zijn vragen en de antwoorden stroomden uit de jongen. Aangezien Greber ook buiten deze bijeenkomst al eens met de jongen had gesproken, wist hij dat hij een gemiddelde intelligentie bezat en hij nooit zulke nauwgezette antwoorden op deze vragen zou kunnen geven. Greber raakte helemaal overtuigd van de wijsheid van de geest die sprak. Die geest gaf alleen antwoord op geestelijke vragen en Christus stond Centraal in zijn onderricht. Greber heeft op deze wijze een tijdlang onderricht genoten en zo is uiteindelijk zijn boek ontstaan.
Na een aantal conflicten verliet Greber de Katholieke kerk en emigreerde naar de VS. Daar schreef hij zijn boek en vertaalde het Nieuwe Testament vanuit het Grieks in het Duits.
Greber werd door de geestelijke wereld o.a. gewezen op een aantal dwalingen binnen het christendom, waarbij vooral opvalt dat het contact met de geestelijke wereld daar steeds meer op de achtergrond raakt. Je ziet ook dat dit onderwerp in de Bijbel in de loop der eeuwen is versluierd en vervaagd. In de NBG vertaling staat bijv. in 1 Cor. 14: “Streef naar de gaven des Geestes.” In de Greber-bijbel staat: “Streef er natuurlijk ook naar om met de geestenwereld van God in verbinding te komen. Doe vooral moeite om werktuigen te worden waardoor de geesten van God in jullie moedertaal tot jullie spreken.”
Wat ook met kracht door de geest werd bestreden is de leer van de ‘eeuwige hel’. ‘Eeuwig’ is in de Bijbel fout vertaald. Het komt van het Griekse woord aeon en betekent ‘een bepaalde tijd’. Er bestaat in de geestelijke wereld weliswaar geen hel, maar er zijn wel duistere sferen. Deze dienen echter uitsluitend ter loutering en niet om mensen eeuwig te straffen. De uitwerking van het woord eeuwig moet overigens niet worden onderschat. Er zijn mensen door getraumatiseerd geraakt en tevens is deze uitspraak lange tijd gebruikt om mensen in de kerk te krijgen en te houden.
Door de geestenwereld wordt reïncarnatie duidelijk bevestigd. Ook in de bijbel zijn sporen te vinden van het feit dat reïncarnatie bij het oorspronkelijke christendom hoorde. Onder grote politieke druk is dit echter op het Concilie van Constantinopel (553 na Chr.) uit de bijbel geschrapt.
Maar op het moment dat politiek en religie zich met elkaar vermengen, raak je de zuivere kern kwijt. Uit een brief van Hiëronimus (de oorspronkelijke vertaler van de bijbel van het Grieks in het Latijn) aan de paus blijkt dit eveneens. Hij schrijft dat hij niet uit de voeten kan met de hem ter beschikking gestelde manuscripten, aangezien deze elkaar tegenspreken. Hij krijgt als antwoord: “Niets mee te maken, gewoon doorgaan”. Op deze manier is dus de Latijnse basis van de bijbel ontstaan en dit moeten we bij het lezen daarvan dus goed in ons achterhoofd houden.
Verder kreeg Greber inzicht in het hiernamaals (dat niet bestaat uit een hemel en hel, maar een situatie is van opstijgende sferen van donker naar licht); het ontstaan van de mensheid, waaraan een geestelijke schepping vooraf is gegaan; de unieke rol die Jezus Christus heeft vervuld in zijn leven en het contact met de geestelijke wereld. Dit laatste is de hoofdmoot van zijn boodschap geweest.
Greber schrijft als inleiding in zijn bijbel: “Wie weten wil wat in de Bijbel, zoals die vandaag de dag voor ons ligt, juist en onjuist is kan dat alleen te weten komen op die weg waarop alle Godsgetrouwen uit het verleden de waarheid hebben gezocht, namelijk door de verbinding met Gods geestenwereld.
Volgens Greber bestaat alles uit ootkracht (energie) en is het contact met de geestenwereld daarvan afhankelijk. Dit contact geschiedt meestal via een medium, die een deel van haar/zijn ootkracht a.h.w. ter beschikking stelt aan de geestelijke wereld en zo het kanaal wordt voor boodschappen uit die geestelijke wereld. Dit kan op verschillende manieren: in dromen, volle trance, inspiratie, helder horen, -zien en -voelen, telepathische overdracht, automatisch schrift en materialisatie (geesteslichaam dat wordt gematerialiseerd) hetgeen een zeldzaam fenomeen is. Hier wordt in de Bijbel naar verwezen in het boek Daniël. Daar wordt een hand zichtbaar die op de muur schrijft.
De ootkracht van een medium moet worden gezuiverd, omdat die energie anders geen aansluiting vindt op de hogere geestenwereld. Voor contact met de lagere geestenwereld is die zuivering niet nodig, omdat die lagere geestenwereld heel gemakkelijk aanhaakt bij onze grofstoffelijke, aardse energie.
Het gaat er niet om hoe de contacten tot stand komen, maar om de inhoud van het verhaal. Wat is de boodschap. Sommige kerken of geloofsgemeenschappen veroordelen het contact met de geestenwereld scherp. Dat doen ze meestal op grond van wat de Bijbel zegt: “Gij zult niet aan de doden vragen”. Er wordt dan gesuggereerd dat met de doden de overledenen worden bedoeld, met wie je op eigen houtje geen contact mag zoeken. Maar dit is niet het geval. Met doden worden de duistere geesten bedoeld, die zich bewust van God afgescheiden hebben, zich in de lagere sferen bevinden en ook hier op aarde werkzaam zijn. Met die lagere geestenwereld mogen wij ons niet in verbinding stellen, zodat we daar niet in verstrikt zullen raken. Dàt verbod liet God uitgaan naar zijn volk.
Doordat de kerk nauwelijks nog weet heeft van het oorspronkelijke christendom is ze geneigd alles te veroordelen wat ze niet kent en gebruikt dan vaak de term occult. “Occult” betekent echter “verborgen” en zegt dus niets over goed en kwaad.
We moeten wel heel kritisch blijven t.a.v. mediums. Als een medium zich bijvoorbeeld belangrijker voelt dan anderen, weten we direct dat er iets gigantisch mis is. Want vanuit een minderwaardigheidscomplex kunnen mensen zich zelf tot medium bombarderen, om zo toch maar iets van betekenis te kunnen zijn. Dit is heel tragisch, want als je je vanuit je egokracht openstelt kunnen er rare dingen gebeuren. Er kan ego-inmenging in de boodschap komen of mensen gaan er iets van zichzelf in leggen. Tegelijkertijd kun je vanuit die egokracht ook lagere geestelijke krachten aanroepen, die zijn er bij de vleet, ze staan in de rij.
Een medium hoort zich dienstbaar op te stellen voor God en Zijn geestenwereld en hoort niet zichzelf centraal te stellen en hoeft dus ook niet onnodig interessant te doen over de dingen die hij beleeft. Verder moet hij/zij ook bereid zijn tegen de massa, de stroom in te zwemmen wanneer dat nodig is. Dus niet op bevestiging uit zijn, want dan zit je weer in het ego.
Een medium moet zich ook niet laten verleiden om mensen alleen dat te vertellen wat zij graag willen horen, dat is niet de bedoeling. De streling van het ego is, net als voor ons allemaal, een reëel gevaar voor een medium. Dit geldt ook voor de angst om verguist te worden door de massa. We moeten ons dus door geen van beide laten leiden. We moeten hierin vrij staan, nuchter en met beide voeten goed op de grond. Boven alles moet een medium op God gericht zijn. Een medium moet eerst echt van binnenuit overtuigd zijn van de werkelijkheid van de gave, voordat hij daarmee naar buiten komt.
Omdat er ook in mediumland kaf onder het koren zit, hoor je nogal eens het verwijt dat er teveel solistisch wordt geopereerd. Een dominee in het TV-programma Schepper & Co, waarin Roelof te gast was, constateerde dat mediums niet die eeuwenoude traditie achter zich hebben staan die de kerk wel heeft. Met andere woorden, wie corrigeert het medium. Volgens Roelof heeft de kerk echter teveel van de oorspronkelijke boodschap gecorrigeerd met alle gevolgen van dien; leegloop en versplintering van de kerken en vertroebeling van de boodschap. Maar het is juist de geestelijke wereld die òns moet corrigeren, omdat wij als mensen heel gemakkelijk fouten kunnen maken.
Roelof geeft een persoonlijk voorbeeld van zo’n correctie. Hij zat te wachten op bericht van een uitgever of die zijn boek De kracht van Christus in ons wilde uitgeven. Tijdens het gebed kwam er iemand in een flits bij hem langs die zei: “Denk er om hè, die vier vloeren moeten er nog wel in”. Roelof had in de gaten dat het om het manuscript ging. In de loop van de dag kwam Roelof er achter dat hij dat boek had geschreven om mensen een instrument in handen te geven om zich te kunnen beschermen tegen ongewenste invloeden d.m.v. oefeningen en rituelen die ze zelf kunnen uitvoeren. Die had hij er uitgehaald op advies van een ander en bij telling bleken het er precies vier te zijn, zoals de voorbijganger had genoemd. Hij was de geestelijke wereld enorm dankbaar dat ze over zijn schouder hadden meegekeken en ingegrepen om hem zodoende te behoeden voor fouten. Hij kon toen de oefeningen en rituelen alsnog toevoegen aan zijn boek, waardoor het weer compleet werd.
Wij kijken vaak anders tegen de wereld uit de tijd van de Bijbel aan, waarin God sprak tot profeten. Deze profeten waren mediums en stonden in verbinding met de geestelijke wereld van God. God spreekt echter nog steeds op dezelfde manier tot ons, nl. via zijn geestenwereld door mensen tot mensen. Volgens Roelof zou iedere priester op zijn minst ook een beetje medium moeten zijn om het woord van God te kunnen brengen.
Niet alleen het medium kan onzuiver zijn, maar ook het niveau van de geestenwereld die door komt kan van een bedenkelijk niveau zijn. We moeten dus leren de geest die doorkomt te onderscheiden. Een medium zegt niets over de boodschap die door komt, net zo min als een radio of televisie iets zegt over de aard van het programma dat ze uitzendt. We moeten dus het programma toetsen.
Houdt bij toetsing o.a. het onderstaande in de gaten:
De goede geestenwereld geeft alleen antwoord op geestelijke vragen en niet op materiële. Een geest van God zal ook belijden dat hij komt in naam van God en hij zal ook rustig belijden dat hij Christus als Heer en Meester ziet. We vinden daarvan een verwijzing terug in de 1e brief van Johannes hoofdstuk 4: “Geliefden geloof niet iedere geest, maar beproef de geesten of ze uit God zijn”. Als je dat leest wordt daar gezegd, dat het contact met de geestelijke wereld daadwerkelijk plaatsvindt, anders wordt zo’n toetsing immers niet vermeld. Net als het feit dat er een goede en slechte geestenwereld bestaat, alsmede de manier waarop je dat kunt toetsen. Jammer dat kerken en sommige christelijke groeperingen de geest niet beproeven, maar alles over één kam scheren, het is allemaal slecht. Dat is echter niet wat er van ons wordt gevraagd.
De vrije wil van de mens wordt àltijd door de goede geestenwereld gerespecteerd. Het is het hoogste goed dat we van God hebben ontvangen en mag door niets of niemand worden doorkruist.
We moeten uiteraard ook ons gezond verstand gebruiken en de vruchten toetsen, aan de vruchten herken je de boom: verrijkt het me geestelijk of ga ik me benauwd voelen of gebeuren er andere nare dingen. We moeten kritisch blijven en niets voor zoete koek aannemen, dit laatste gebeurt nog teveel, waardoor mensen toch verstrikt raken. Mensen worden dan naïef en kijken niet meer naar de bron van herkomst. Naïviteit is regelmatig het gevolg van te weinig eigenwaarde en het gevoel uitverkoren te zijn, met alle mogelijke gevaren van dien.
Controleer dus altijd!!!
Innerlijke harmonie maakt ons aanraakbaar voor de geestelijke wereld van God, maar disharmonie sluit ons af voor die wereld. Als we ons openstellen voor God, voor Zijn geestelijke wereld, moeten we onze gedachten richten op het Hogere en de aardse beslommeringen achter ons laten. Tevens moeten we vergevingsgezind zijn en het goede willen nastreven. Dit kun je bevorderen door gebed, stilte, meditatie, geestelijke muziek en tekst.
De hel, uit de bijbel, is dan ook een uiting van extreme disharmonie die die geesten tegenover God in zich meedragen. In de sferen van het hoogste licht is volop harmonie aanwezig. Ook daar geldt de wet dat het gelijkgerichte elkaar aantrekt.
Roelof vertelt over (elkaar opvolgende) voorspellende dromen i.v.m. het werk van Greber, waarin hem een spirituele opdracht werd gegeven en heel duidelijk werd gemaakt dat hij moet vertrouwen op zijn eigen intuïtie en niet op de woorden van anderen.
In een andere droom werd hem duidelijk gemaakt dat het boek van Greber niets anders is dan een wegwijzer voor een ieder die verlangt naar het zuivere contact met de geestelijke wereld.
Roelof stelt zich dan ook zo goed mogelijk open voor de leiding die komt en vertrouwt daar inmiddels op. Dromen spelen daarin voor hem dus een belangrijke rol.
Maar soms is er ook sprake van directe telepathische inspiratie en dit heeft voor hem geleid tot een aantal nieuwe inzichten, die toebehoren aan het oorspronkelijke spirituele christendom.
Roelof is bijvoorbeeld ook via dromen op het spoor van bezetenheid en bevrijding gezet. Hij kwam in die droom in een ruimte waar allerlei demonische wezens rondwaarden. Hij moest toen vanuit zijn hart de zin spreken: “In naam van Christus ga weg!” en dan verdwenen ze ook daadwerkelijk. Die droom heeft zich een aantal keren herhaald en zo is het bevrijdingswerk in gang gezet.
De boodschappen van de geestenwereld zijn altijd aangepast aan het bevattingsvermogen van de mens op dat moment. Dat is door de eeuwen heen ook altijd zo geweest. In onze tijd is vooral het proces van verinnerlijking gaande. Uiteindelijk zal iedere godsdienst moeten verinnerlijken. Het christendom is ook met zo’n ontwikkeling bezig, d.w.z. dat het tot een levende religie in ons binnenste mag worden. Het gaat immers om die pure, kinderlijke, eenvoudige verbinding met God vanuit ons hart. Het contact met Gods engelenwereld is, mits het voldoet aan de juiste criteria, ten diepste een religieuze zaak. Dat is een vereiste.
Roelof sluit zijn boek Boodschappen uit de hemel en tevens de lezing van vanavond af met de volgende woorden:
De tegenkrachten zijn in onze tijd volop zichtbaar aan het worden. Het werk van de anti-christ die erop uit is de volle wasdom van de geest van universele liefde tegen te werken. Die werking wordt zichtbaar in hoogmoed, egoïsme, begeerte, materialisme en het scheidende denken dat ons zo beheersen kan. Maar ook in het contact met de lage geestenwereld. Als valkuil altijd latent aanwezig, zal die anti-christ ons naderen. We zullen vooral bij onszelf moeten blijven, kritisch moeten blijven en zowel de mediums als de geesten blijven toetsen. Dat is de heilige plicht die wij ten aanzien van de waarheid hebben. Het moet voor de liefdevolle geesten van God een treurige gewaarwording zijn, dat zij telkens weer zoveel gesloten mensenharten aantreffen die zij alleen maar met liefde, inzicht en wijsheid willen vullen. Dit om de liefdesband met God te bevestigen en te versterken. En het voelt voor mij als een belediging aan het adres van God als wij beweren dat Hij na het bijbelboek Openbaringen (laatste bijbelboek) nooit meer tot ons zal spreken en nooit meer tot ons gesproken heeft. Want het is God zelf, die bij monde van zijn profeet beloofde: “Vraag mij en ik zal je antwoorden”.
Vragen
Roelof komt na de pauze nog even terug op de invloed van het kwaad: “We hoeven daarvoor niet bang te zijn, we moeten ons er alleen bewust van zijn dat die krachten ook werkzaam zijn. Maar als we ons op God gericht houden, dan weten we ons ook beschermd. Daar kunnen we letterlijk als een kind op vertrouwen.”
Wat is uw voorstelling van God?
Daar heb ik niet echt een voorstelling van, want dat gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Er is duidelijk gezegd dat God het vader- en moederprincipe (mannelijk en vrouwelijk) in zich meedraagt. Het is voor mij te verheven om daar iets van te schetsen en dat wil ik graag zo laten. Ik denk wel dat het contact met God zich in het heel eenvoudige voltrekt, niet in de zin dat we Hem eerst moeten doorgronden, want dat zal ons niet lukken. Juist het eenvoudige, kinderlijke geloof is belangrijk, in die zin dat ieder naar zijn eigen Godsbeeld toe mag groeien in alle vrijheid. Iets van Hem zit in onszelf, we zijn deel van Hem.
Ik kan dus alleen maar een paar aspecten van Hem opnoemen. Maar boven alles is God, volgens Roelof, liefde.
Is het God in u of is het een God buiten u?
Vanuit de geestelijke wereld wordt gezegd dat het beide is. Het is kosmisch (buiten) en in ons. Hij wordt ook het AL genoemd.
Ons huis is m.b.v. een wichelroede gemeten op straling. Volgens de man die de meting deed kreeg hij zijn antwoorden uit de kosmos middels zijn wichelroede. Ligt daar dan ook het gevaar op de loer van contact met de lagere geestenwereld?
Dat gevaar ligt overal op de loer waar we contact met onzichtbare krachten zoeken. Ga hier niet krampachtig mee om, maar blijf wel kritisch.
In hoeverre kan ik, als opdrachtgeefster, hierbij betrokken raken?
Dat hangt van je innerlijke houding af. Als je er geen goed gevoel bij hebt, moet je daar gehoor aan geven. Dat is heel belangrijk. Blijf dus goed op je intuïtie letten.
Gaan dieren naar dezelfde geestelijke wereld als wij?
Dieren gaan naar de geestelijke wereld. In het bijbelboek Prediker staat hierover vermeld: “Wie zegt dat de geest van de mens op stijgt en die van het dier naar beneden?” Alles is in een opwaartse ontwikkeling, alles wat leeft is bezield en maakt deel uit van het grote evolutieproces dat we met z’n allen doormaken.
Wat zijn die toetsingen inzake de zuiverheid van de geesten die je noemde?
Ik heb de toetsingen, zoals die in Johannes staan vermeld, genoemd. Verder zijn het de vrije wil, het gezonde verstand, aan de vruchten herken je de boom, je intuïtie, je gevoel. Dat zijn onderdelen van het hele scala aan toetsingen die zich in jezelf voltrekken als je kritisch bent.
Volgens u heeft de kerk als gevolg van dogma’s de engelen afgeschaft. Maar daar valt volgens mij wel iets op af te dingen. Ik zie bijvoorbeeld in het zuiden plekken waar Mariaverschijningen zijn geweest en men dus bezig is met de spirituele wereld. Verder zie ik op schilderijen in de Katholieke kerken regelmatig engelen. Heeft dit niet meer te maken met de komst van de rede en dat bovennatuurlijke zaken werden afgeschaft?
Daar is Roelof het helemaal mee eens. Engelenverering wil niet zeggen dat er ook communicatie is. Mariaverschijningen zijn er inderdaad. Als de geestelijke wereld zich echter via een medium aandient, wordt de kerk voorzichtiger. Misschien moesten we eerst wel door de verlichting heen om de rede goed te leren gebruiken en kritisch te zijn (ook om te kunnen onderscheiden) en vervolgens ook onze intuïtie gebruiken. Dus beide gaan hand in hand.
U beschrijft dat uw contact met Gods geestelijke wereld plaatsvindt tijdens gebed, meditatie of in de slaap. Zijn er ook nog andere manieren om dat contact gemakkelijker te kunnen leggen?
We kunnen alleen de voorwaarden in ons zelf scheppen waarin we open komen te staan voor dat contact. De gerichtheid op God is daarbij het allerbelangrijkste! Of er dan daadwerkelijk contact komt is aan God en niet aan mij. Ik leg dus niet zelf, op eigen houtje contacten, want dan zit er te weinig overgave in. Door stilte, gebed en meditatie maken we het de engelenwereld gemakkelijker om tot ons te kunnen spreken. Je kunt bereid zijn jezelf ontvankelijk op te stellen. Dat is echter iets anders dan het graag willen, want dan krijg je vaak niet wat je wilt, het is te krampachtig. Het is eerder een ontvankelijke houding naar God toe, in de zin van: “God, als U uw engelen in mijn leven wilt brengen en ze hebben mij wat te zeggen en het voegt geestelijk gezien iets wezenlijks toe, dan sta ik daarvoor open. Dan wil ik er kritisch naar kijken, maar mijn ogen en oren zijn geopend”. Dit is een zuivere basishouding om de geestelijke wereld tegemoet te treden.
Als mensen uittreden en reizen door de hogere geestelijke wereld en hiervan verhalen, kun je dat dan beschouwen als universele waarheid?
De geestelijke waarheid is universeel. Als er echter mensen zijn die verslag doen van hun reizen, moet je jezelf weer kritisch afvragen: is dit iets voor mij of is dit niets voor mij. Hoe valt dit voedsel bij me.
Heeft Johannes Greber zijn Nieuwe Testament vertaald uit het Grieks in het Duits of is hem de tekst doorgegeven?
Het is een wisselwerking tussen beide geweest. Er zou nog een manuscript worden toegevoegd met daarin uitleg over hetgeen was doorgegeven, maar dat is zoekgeraakt en nooit meer boven water gekomen. Er zitten dus nog hiaten in wat daar precies is gebeurd.
Waarom wordt er in dromen of contacten met de geestelijke wereld in symbolen gesproken en worden gevoelens of woorden niet rechtstreeks in je gelegd?
De beeldentaal is de taal van de ziel. Beelden zeggen veel meer dan woorden. Toch worden ook woorden door gegeven, dit is ook een beetje afhankelijk van je eigen ontvankelijkheid. Maar over het algemeen zijn het geen hapklare brokken. De engelenwereld geeft ons heel veel bewegingsruimte, want ons eigen proces moet wel doorgang vinden. Op het moment dat ze gaan aangeven dat je iets zus of zo moet doen, wordt Roelof achterdochtig.
Ik heb in lezingen gehoord dat er de komende tijd veranderingen kunnen gaan plaatsvinden, o.a. i.v.m. het einde van de Maya-kalender.
Alles wat ons angstig maakt of doet verkrampen, is niet goed. We zitten al midden in de overgangsfase en die is vooral geestelijk en zal ook wel gepaard gaan met stoffelijke verschijnselen, maar daar wil ik helemaal niet mee bezig zijn. Ga niet in de dag van morgen zitten, want dat sla je het nu over. Het gaat om het nu en om vertrouwen.
Een mevrouw uit de zaal vertelt een verhaal over het stralingsvrij maken van haar huis, waarbij ze werd bedrogen en onnodig nieuwe bedden en matrassen had aangeschaft.
Ze had haar kracht weggegeven aan de ander en toen ze zich daarvan bewust werd kon ze daar verandering in aanbrengen en grenzen stellen.
Wat is ons toegestaan om als voedsel tot ons te nemen. Levend voedsel of alleen vruchten. Wat zou het beste zijn?
Dat moet ieder voor zich zelf bepalen. Hoe we momenteel met onze bio-industrie omgaan is niet goed. De mens is vrij om wel of geen dierlijke producten tot zich te nemen.
Alles is gevuld met ootkracht. En door het eten van voedsel worden wij ook met die ootkracht gevoed.
We moeten af van een situatie waarin we elkaar gaan vertellen wat wel of niet mag. Dat is ieders eigen individuele, geestelijke weg met God.