Gré opent dit concert door een kort gedicht over de vreugde voor te lezen.
In de wandelgangen had ik gehoord dat het concert dat we zouden gaan beluisteren, een concert met klankschalen zou zijn. Maar in werkelijkheid staat het hele podium vol met instrumenten, welke Erik en Ilona Karsemeijer straks zullen gaan bespelen. Ik zal ze even opnoemen:
Achterop het podium staat een soort muur van buizen van een meter of 3 breed en ongeveer 2,30 m hoog. Aan die buizen hangen7 grote koperen gongs met een diameter van 50 cm tot minstens 1 meter, er tussenin hangen kleinere belletjes. Voor op het podium staan op de grond in een cirkel een stuk of 40 klankschalen, van klein tot groot. Tegen de achterwand staan twee tampura’s: Indiase snaarinstrumenten (4 snaren), met een bolvormige klankkast en een vrij lange hals. ze worden alleen gebruiktom te begeleiden, niet om solo mee te spelen. De grote wordt door mannen bespeeld en heeft een iets zwaardere klank, de kleinere door vrouwen.
De monochord is een langwerpig houten snaarinstrument (ongeveer 150 lang, zo’n 20 cm hoog en 20 cm breed) en ligt op degrond. Op dit instrument zijn aan beide kanten snaren bevestigd. Aan de ene kant zitten 25 snaren van dezelfde lengte, aan de andere kant zitten 13 snaren. Dit deel lijkt qua geluid op de Japanse citer.
Tegen de muur staat nog een kleine standaard met ‘kleine percussie-instrumentjes’ te wachten: grote pitten die met gevlochten touw aan elkaar geregen zijn. Als je ze aanraakt maken ze een geluid dat lijkt op het geluid van stromend water of van eenkabbelend beekje. Verder een tweede percussiestuk, bestaand uit houten staafjes en pitten-met-een-gaatje erin geboord, die ook aan elkaar geregen zijn. Dan hangt er nog een rij koperen staafjes, oplopend van heel klein naar groter. Verder liggen er nog 3stukken gekleurde stofzuigerslang, althans daar lijken ze op. Erik zal er een tijdens dit concert mee boven zijn hoofd zwaaien.
Dit is het instrumentarium dat broer en zus Karsemeijer straks gaan bespelen.
En het enige dat wij, toehoorders, hoeven doen, is een beetje lui achterover hangen, eventueel de ogen dichtdoen en ons doorde muziek mee laten voeren in een tocht over de wereld. zowel voor als na de pauze zingen en spelen Erik en Ilona drie muziekstukken.
Erik begint met een klein stokje, met een met stof bekleed bolletje erop, op de kleine klokjes die tussen de grote gongs in hangen, te slaan. Met grote stokken, waarop grote met stof beklede schijven zitten, slaat hij op de grote gongs. Hij wisselt de hele tijd af. Normaal hangen deze gongs bij de ingang van Chinese tempels, waar ze de gelovigen uitnodigen om van de buiten- naar de binnenwereld te gaan.
De grootste gong, met een diameter van minstens 1 meter, bestaat uit drie grote cirkels van verschillende kleuren koper. Erop getekend staan 4 Chinese letters welke betekenen: hoofd, oren, hart. Als Erik midden op de gong slaat, ontstaat een prachtig en diep en sonoor geluid dat zich naar de rand verplaatst. Slaat hij aan de zijkant, dan is het geluid veel lichter.
Hun spel lijkt op de c.d.’s met natuurgeluiden. Behalve zacht kabbelende beekjes, verbeeld ik me, in dit eerste muziekstuk ook een vogeltje te horen zingen. Erik zingt zacht mee met het snaarinstrument alsof hij zijn stem wil toetsen, zoals men een viool om te stemmen, afstemt op een aangeslagen toon op de piano. Hij zingt zijn teksten en begeleidt zichzelf met detampura, het oosterse snaarinstrument.
Soms lijkt het of Erik twee of drie stemmen heeft. De stem waarmee hij zijn teksten zingt, verdwijnt dan en maakt plaatsvoor een stem die zelf een instrument lijkt te worden: de boventoonzang. Het is alsof Erik in een bos loopt en achter hem loopt – onzichtbaar -.een opgewekt iemand een vrolijk deuntje te fluiten. Tijdens dit lied geeft Ilona steeds een tik op de middelste grote gong. Ik wenste dat ik een absoluut gehoor had, dan kon ik u de noten van
die lieflijke boventonen doorgeven, die vrolijke nootjes, die zich steeds herhaalden.
Ilona geeft een tik midden op de middelste klankschaal. Erik zingt zijn teksten. Dan verandert zijn stem weer in een eigeninstrument door de boventonen te zingen met hun onverwachte wendingen. Hij laat zijn stem als de wind ver in de bergen klinken,wind die aanzwelt en weer afneemt.
Tweede deel van het concert.
Erik en Ilona gaan weer verder.
Afwisselend is het geluid van een ouderwetse huiskamerklok te horen en het ritmisch op een trommel slaan, dat lijkt te horen bijeen of ander oud en onbekend ritueel. Erik wrijft met zijn vinger over de bovenrand van een klankschaal. Het geeft hetzelfde geluid als wanneer je met je vinger over de bovenrand van een glas gaat. De verschillende geluiden groeien en groeien, worden harder en harder. zo superhard dat ik verwacht dat binnen niet al te lange tijd de glazen zullen barsten en de ramen zullen breken. Enkele mensen doen de vingers in hun oren. Maar op het moment dat ik denk: “Dit gaat helemaal mis,’ laten ze als vanzelf het geluid weer wegvloeien. Dan verandert het geluid weer in een ouderwetse bel, welke je soms kunt horen op een ouderwets stationnetje in the middle of nowhere als de passagiers gewaarschuwd worden voor de naderende trein.
Een reis over de wereld is dit concert. En het enige wat je hoeft te doen is je ogen dicht te doen, te luisteren en je mee te latenvoeren, en te kijken naar je eigen beelden en associaties. En misschien ook wel te eindigen in de huiskamer van je oma, waar ookzo’n huiskamerklok stond. Terwijl Ilona op een trommelvel slaat, brengt Erik weer de muzikale versieringen aan. Een fietser lijkt langs te fietsen, en iets lijkt ritmisch tegen een van de wielen aan te lopen.
Derde deel van het concert
Erik bespeelt tijdens dit deel van het concert de monochord: het langwerpige houten snaarinstrument, aan beide kanten bespannen met snaren: aan de ene kant met 25 dezelfde snaren, aan de andere kant 13 snaren. Aan het eind van dit deel draaitErik, hoog boven zijn hoofd, iets wat nog het meeste lijkt op een stuk gekleurde stofzuigerslang. Maar toch is het wezenlijk anders. Het maakt een merkwaardig hoog geluid. Ilona slaat ondertussen ritmisch en afwisselend op de verschillende gongs.
Na de pauze.
Erik bespeelt in dit deel afwisselend de monochord, beroert de snaren van de mannelijke tampura en slaat op de grootstegong. Ilona zingt erbij.
Daarna worden de klankschalen en het klein percussiewerk bewerkt. Van een stromend bergbeekje, druppels die onregelmatig op de bodem neerkomen, zoals druppels die in een grotopening naar beneden vallen, smeltend ijswater, af en toe een klein vogeltje dat even fluit, verschillende gongs, gaat de muziek als vanzelf over naar een druppelende kraan in een ouderwetse granieten gootsteen.
Dan klinkt een belletje: de butler belt: lunch has been served. Houten stokjes maken het geluid van een houten mobiel dat – in de deuropening naar het terras – even beweegt op een vleugje wind. Er heerst tijdloosheid en rust. Men kan onthaasten, terwijl men in gedachten over het ruime, weidse en glooiende grasveld uitkijkt. Het lijkt of Erik zelf op een groot terras bij het huis zit, waar hij wat zit te spelen op zijn klankschalen, gongs, belletje van de butler, zo fijnzinnig zijn de geluiden diehij voortbrengt. ze zijn in volkomen harmonie met een onzichtbare prachtige natuur en een onzichtbaar prachtig uitzicht.
Zowel Ilona als Erik zingen nu en begeleiden zichzelf op hun tampura. Hun snaarinstrumenten maken het slepende geluid dat zo eigen is aan de Indiase manier van spelen. Het is alsof we in het zinderend hete India zijn. ze zingen hun teksten en wisselen af met boventoon melodietjes. Verrassende Arabische en Turkse klanken klinken tussen dit Indiase lied door.
Erik laat de onzichtbare zanger zijn boventoonmelodie zingen, het Leidmotiv dat door het hele concert al te horen was. Hij beheerst het boventoonzingen zo goed dat hij kan sturen welk tonen eruit komen. Dan laat hij de onzichtbare boventoonzanger een en dezelfde noot zingen, steeds zachter en zachter tot het helemaal weg geijld is. Dan eindigt ditprachtige concert, dat zo ongelooflijk ontspannend was.