3 ½ x 4 cm Groot was het boekje dat een doorbraak betekende in het wetenschappelijk onderzoek naar Mani, een ‘apostel van Christus’ zoals hij zichzelf noemde in zijn geschriften. Mani was van Perzisch/ Joodse afkomst en heeft geleefd van 216 tot 267 na Christus. Hij was de grondlegger van een ons onbekende en (tegelijkertijd toch zo bekende) wereld¬godsdienst: het manicheïsme. Twee jaar heeft de Weense wetenschapper Fockermann nodig gehad eer hij de paginaatjes van dit kleine boekje van elkaar had geweekt en de tekst ontcijferd kon worden. Het piepkleine boekje – de Keulse Mani-Codex genaamd – bevatte een biografie van Mani en informatie over de godsdienst die naar Mani vernoemd is: het mani¬cheïsme. Deze religie was buitengewoon verwant aan ons christendom. Het was de 2e wereldgodsdienst die van de Atlantische Oceaan tot aan de Stille Oceaan en van de 3e tot de 16e eeuw na Christus gepraktiseerd werd. Deze variant van het christendom, het mani¬cheïsme, stond in een con¬currerende verhouding tot het katholieke christendom en is uiteindelijk van het wereldtoneel verdwenen. Maar door de vondst van documenten in het woestijnzand in Azië (in 1905), in Egypte ( in 1930) en van de Keulse Mani-Codex (in 1969) is deze vorm van het christendom weer volledig onder de aandacht gekomen.
Men heeft heel lang gedacht dat het manicheïsme geen christelijke godsdienst was, maar een Perzische stroming, met wortels richting Zarathoestra (Stichter van een oud Perzische godsdienst in de 6e voor Chr.) Maar uit deze biografie bleek dat Mani was opgegroeid in een gemeente van de Elchasaïten. Dit zijn een soort verchristelijkte Essenen. Maar voor de wetenschap was het meteen duidelijk dat Mani al in zijn vroegste jeugd werkelijk een Christen was, die later zijn religieuze overtuigingen in een Perzisch jasje had gestoken om het begrijpelijker te maken voor de keizer van Perzië, het land waar hij oorspronkelijk vandaan kwam.
Volgens Roland van Vliet zouden mensen die een sterke belangstelling voor een verinnerlijkt christen-dom hebben – vanuit een geloof in reïncarnatie – wel eens oude Manicheeërs of een ander verwante tak: oude Katharen kunnen zijn. Roland gelooft zeker dat het echte christendom nog helemaal aan het begin van zijn ontwikkeling staat en ‘dat de werkelijke krachten die uit het Christuswezen kunnen voort¬komen voor wereld en mensheid, nog maar nauwelijks aangesproken zijn. Dat een christelijke toekomst in de ware betekenis van het woord: een innerlijk en verinnerlijkt christendom, nog moet komen.
De kiem van het (ons) toekomstig christendom, het ware nieuwe Jeruzalem, is dus al in de tijd van de Manicheeërs gelegd. Hun christendom hoorde eigenlijk niet thuis in de tijd van het oerchristendom van de 3e eeuw na Christus, maar hoort meer thuis in onze tijd en toekomst.
Vernieuwingen van het huidige christendom zouden kunnen ontstaan door de geschriften van de Mani-cheeërs te bestuderen. Een denkovertuiging van de Manicheeërs is bijvoorbeeld: als je je denken kunt veranderen, als het intellectuele denken zich kan vergeestelijken, dan is geestelijke waarneming mogelijk. Dan kan het denken ‘vrucht dragen’. Men heeft geschriften van Manicheeërs gevonden met illustraties in prachtige felle kleuren, waarin de Manicheeërs onder een levensboom staan, een bloeiende boom: symbool van het vruchtdragende denken.
Als de verschillende in het woestijnzand gevonden geschriften op elkaar afgestemd worden – het is Roland van Vliets eigen ontdekking – dan wordt er een wereldgeschiedenis beschreven – in 7 grote dagen en 4 nachten – die gaat tot ‘in de verte van het verleden en tot in de verte van de toekomst’, zelfs van voor Genesis (het scheppingsverhaal uit het Oude Testa¬ment) tot aan het einde der tijden.
Het manicheïsme was dus de 2e wereldgodsdienst naast het christendom, het was een variant op het christendom en werd wereldwijd gepraktiseerd van de 3e tot aan de 16e eeuw na Christus.
De Manicheeërs hadden de gewoonte om zich iedere dag te dopen in het water van de rivier om hun zonden weg te wassen. Ook groente werd, voordat het gegeten werd, ritueel gewassen.
Ze hadden het idee van reïncarnatie hoog in het vaandel staan. Ter vergelijking: ook bij Jezus Christus wordt er gesproken over reïncarnatie. Een voorbeeld van deze gedachte is dat Jezus Christus zelf gezegd heeft dat in Johannes de Doper de geest van Elia werkzaam was. Op de plek waar Elia ‘heengegaan was op een vuurwagen’ heeft – eeuwen later – Johannes De Doper mensen gedoopt.
Mani heeft de hele ontwikkeling van de geschiedenis zoals hij die geschouwd heeft, opgeschreven in vele geschriften. Hij ‘ziet’ ook dat zijn geschriften verloren gaan, maar later weer gevonden zullen worden. En hij voorzag dat zijn stroming een wederopstanding zou beleven. Het vinden van de geschriften in de vorige eeuw (in 1905, 1930, 1969) was dus tegelijker¬tijd een vervulling van Mani’s eigen profetie.
Het denken van de Manicheeërs versus het denken van Augustinus.
Augustinus, een der belangrijkste kerkvaders voor de vorming van het katholieke geloof, is einde 4e eeuw (na de dood van Mani) 9 jaar manicheeër geweest. Want net als Augustinus hielden de Manicheeërs van denken. Er was niet alleen sprake van een geloofs¬ontwikkeling, maar ook van een denkont¬wikkeling, kritisch denken, ook ten opzichte van het oude en nieuwe testament. Dat sprak Augustinus zeer aan. Volgens de Manicheeërs kon een ‘aanraking’ van Christus in het hart een intuïtief geloven tot stand brengen. Door innerlijke ontwikkeling konden de krachten van toorn, haat, duisternis, begeerte en de weigering om tot inzicht te komen, overwonnen worden. Van daaruit konden eigenschappen als: geduld, deemoed, voorkomendheid, wijsheid en liefde groeien. Dan is het mogelijk tot denken te komen vanuit liefde. Vanuit het denken met het hart is het mogelijk tot schouwen van Christus te komen.
Geloven en weten waren in die tijd geen tegen-gestelden van elkaar, maar verschillende fasen in het ontwikkelingsproces. De Manicheeërs dachten vanuit geestelijke waarneming (gnostisch denken), Augusti¬nus vanuit een abstract, analytisch denken, gebaseerd op het denken van Plato. Augustinus is de weg¬bereider van het modern wetenschappelijk denken zoals wij dat kennen.
Eind 4e eeuw stonden deze twee vormen van denken tegenover elkaar; het gnostisch denken van de Manicheeërs en het intellectueel analytisch denken van Augustinus. Door zijn ideeën èn verkeerde inter¬pretaties van bepaalde denkbeelden uit zijn eigen verleden als Manicheeër, heeft Augustinus de voo¬roordelen ten opzichte van het manicheïsme zeer aan¬gewakkerd. In 33 boeken heeft hij zijn gal gespuugd (hij had ook last van zijn galblaas) en heeft hij teksten geschreven om dat te bewijzen, waarna de 2e hoofd¬stroom van het christendom, het manicheïsme, door de katholieke kerk veroordeeld werd.
Andere verschillen in denken tussen de Manicheeërs en Augustinus bestonden er bijvoorbeeld over ‘het boze’, de reïncarnatiegedachte en over het begrip concupiscentia (=boze begeerte).
Beide heren hadden zich al dezelfde vraag gesteld: “Hoe kun je het boze in het wereldgebeuren verklaren ten opzichte van de volmaakte Vader?”. Augustinus noemt het boze ‘de afwezigheid van het goede’. Het boze kon niet uit de volmaakte godheid voortkomen. Bij de Manicheeërs had het boze een functie: het is nodig om de liefde tot stand te brengen. Meer hierover in ‘het scheppingsverhaal van Mani’, elders in dit verslag.
Voor de Manicheeërs betekent het begrip ‘concu-piscentia: ‘dat wat je uit een vorig leven meebracht en nog niet overwonnen had’. ‘Karma’ noemen we het tegenwoordig. Augustinus vertaalde het begrip ‘concupiscentia’, (welk begrip nog afkomstig was uit zijn verleden als Manicheeër) met ‘boze begeerte’ of ‘erfzonde’. De mens was ongehoorzaam geweest in het paradijs, de mens had de vrijheid – van God – gekre¬gen, misbruikt: de mens had alleen nog maar de vrijheid om te zondigen. Hij had geen echte vrijheid meer, ook niet meer de mogelijkheid om tot geestelijk denken te komen. Dat had de mens allemaal verloren door de erfzonde. Augustinus introduceert door het anders interpreteren van deze begrippen, juist de onvrijheid in het christendom.
De Manicheeërs zeggen: je hebt een vrije wil, daarmee kun je karma veroorzaken. Dat neem je al bij de geboorte mee (= reïncarnatiegedachte). Maar vanuit diezelfde vrije wil kun je dat ontstane karma weer overwinnen.
Augustinus zegt dat het Gods barmhartigheid is dat 144.000 mensen worden gered en de rest verdoemd is.(=predestinatie) Augustinus had niet veel op met het begrip ‘reïncarnatie’, waardoor hij door zijn manier van denken over Gods almacht en goedheid, God onrecht aan doet.
Het leven van Mani
Zijn vader was een Perzisch vorst, zijn moeder waarschijnlijk van joodse bloede (ze had een Joodse naam Myriam). Op zijn 12e kreeg Mani de eerste openbaring van zijn Syzygos (= Grieks en betekent ‘hemelse echtgenoot’, of ‘andere deel van je tweeling¬wezen,’ of ‘je hemelse Ik-wezen’). Het Hoger Zelf in de mens is niet alleen een goddelijke kracht in het hart, maar ook een wezen dat jou begeleidt bij het tot bloei brengen van die goddelijke kern of Christus in u. Syzygos: uw hemelse echtgenoot. Ben je een vrouw, dan openbaart dit tweeslachtige engelwezen zich mannelijk. Ben je een man dan openbaart het zich als vrouw. De Syzygos van Mani zegt op 12-jarige leeftijd dat hij, Mani, niet thuishoort in de religieuze gemeenschap van de Elchasaïten, waar hij zich op dat moment bevindt.
Mani’s Syzycos-wezen is een ander wezen dan wij hebben. Zijn Syzycos blijkt, volgens de geschriften, niemand anders te zijn dan Parakleitos. Bij Zijn Hemelvaart zegt Christus: “Ik ga van u henen, maar ik zal u een andere trooster zenden: Parakleitos.” Het betekent: ‘trooster’, maar wordt vaak vertaald met ‘heilige geest’.
De Katharen, een verwante ziel van de Manicheeërs, geloofden niet zo zeer in de paus, als wel in de Parakleit. Volgens hun geloof heeft iedereen een vonk van de heilige geest in zich. Iedereen. Er was daardoor een veel grotere tolerantie ten opzichte van de mensen uit de islam en het jodendom, omdat we allemaal drager zijn van die vonk.
Als Mani 24 jaar is, verschijnt de Parakleit voor de 2e keer aan hem en laat hem de hemelse gebieden zien. Hij ziet Christus in zijn verschillende gedaantes en hoort van Christus zelf, dat Hij zelf de Parakleit naar Mani toegezonden heeft. Daarom noemt Mani zich in zijn brieven ook ‘Apostel van Christus’. De Parakleit laat Mani de kosmische oorsprong van goed en kwaad zien. Volgens Roland van Vliet heeft Mani de hele wereldgeschiedenis geschouwd in ‘7 grote dagen en 5 grote nachten’. Verder leert de Parakleit hem de gave van de handoplegging , zodat Mani dit weer door kan geven aan zijn leerlingen.
De Manicheeërs hebben dus de kiem gelegd voor een verinnerlijkt christendom. Volgens de Manicheeërs is Christus het Hoger Zelf van de mensheid. Je kunt je alleen met de Christus verbinden als je onzelfzuchtige bedoelingen hebt. Een weg die bijvoorbeeld gegaan kan worden is dat je je gewaar bent van het leed van je medemens, maar ook van dieren, bomen, zelfs van gesteenten. In ieder onderdeel van de aarde is de Jesus Patibilus werkzaam (= de lijdende Jezus). De Mani¬cheeërs werden geweldloos uit liefde. Niet geweldloos omdat ze geen nieuw karma op wilden doen, maar uit liefde. Ze schouwden namelijk de natuurwezens rondom planten, struiken en bomen. Natuurwezens die de plant, struik en boom tot bloei moesten bren-gen.
Tegenwoordig lijden deze natuurwezens aan het feit dat de mens hen geen morele warmte meer schenkt. Als je in de natuur wandelt, kun je – volgens Roland – meevoelen met die natuurwezens en hen helpen door je voor te stellen dat je een Christuszon boven het hoofd draagt en daarna het licht van Christus via je ogen naar buiten te laten stromen.
Op zijn 24e jaar reisde Mani af naar India. De geloofs¬gemeenschap der Elchasaïten waartoe hij behoorde, had hem verzocht te vertrekken, toen hij zich niet hield aan de geloofsvoorschriften en zijn nieuwe overtuigingen aan hen vertelde. Mani zei tegen de Indiërs het volgende: “De Vader van de Lichtapostelen, de Christus die Boeddha gezonden heeft naar India, is nu mens geworden in Judea.” Vrij vertaald betekent het: de Christusgeest kun je nu in de hele omtrek van de aarde vinden, en die doorstroomt nu de hele wereldziel.
Daarna reisde Mani naar de keizer van Perzië. De Perzische keizer zag helderziende in de aura van Mani een Maanschaal met daarboven de Christuszon. Dit is het beeld van de Graal, volgens Roland is het manicheïsme ‘het christendom van de graal’.
Volgens Mani zijn Lao Tse in China, Hermes Trisme¬gistos in Egypte, Zarathoestra in Perzië, Boeddha in India, Paulus en Plato in Griekenland allemaal Licht¬apostelen van de Christus geweest. Mani probeerde de voorchristelijken te verbinden met de nieuwe Christus, die mens in Judea was geworden. Het katholieke christendom wilde juist dat alle voor¬christelijke religies uitgebannen en de Griekse filosofenscholen gesloten werden. Het katholieke christen¬dom moest tot Romeinse staatsgodsdienst worden.
Volgens Roland kon het manicheïsme zich zo snel over de wereld verspreiden ‘omdat het geen vreemde religie bracht bij een ander volk, maar dat het zich moeiteloos aansloot bij de heersende religie’. Volgens Roland is dat al het principe van de liefde. En uit die verbinding met het andere komt van binnenuit de nieuwe ontwikkeling. Mani is later als christelijke martelaar gestorven.
Het scheppingsverhaal van Mani.
Mani heeft de mysteriën van de hoogte en de mysteriën van de diepte aanschouwd in 7 grote dagen en 5 grote nachten. De hoogte = het goede en lichte, de diepte = het boze en donkere. Door hun beider aanwezigheid, kon er pas een ontwikkeling ontstaan.
Op de 1e dag bezingen de 12 grote goden de lof van de Vader der Grootheid waardoor het levende woord kan ontstaan. (In de Bijbel staat het in Joh. 1 beschreven als: “In den beginne was het woord”.) De Vader der Grootheid is de 13e aanwezige en de machthebber van het hele universum. In een later stadium zullen deze 12 grote goden de goddelijke wezens zijn achter de tekens van de dierenriem. Maar tijdens die 1e dag is er nog geen fysiek universum.
Op de 2e dag: Het wezen dat verantwoordelijk is voor deze kosmos noemt hij de macrokosmische Christus. (in de Bijbel: ”en het Woord was bij God”).
Rondom deze macrokosmische Christus bevinden zich de 12 lichtmaagden. Zij vertegenwoordigen allerlei
morele eigenschappen zoals licht, vrede, vriende¬lijkheid, gerechtigheid, rechtvaardigheid enz. Morele eigenschappen die in de Christus tot liefde zijn gewor¬den. De 12 lichtmaagden zou men ook de macro¬kosmische Heilige Geest kunnen noemen.
Tijdens die 2e dag is er een ontwikkeling in de diepte:
De 1e nacht. De nacht bestaat alleen nog maar uit chaotische materie, waardoor het boze kan ontstaan. Materie noemen de Manicheeërs ‘gevallen licht’. Het boze is dus niet tegelijkertijd met het goede en lichte ontstaan maar door de Vader der Grootheid toege¬laten om ontwikkeling mogelijk te maken.
De chaotische materie van de nacht bestaat uit 5 elementen op het niveau van lichaam, ziel en geest. Maar op al die 15 elementen is het woordje ‘duister’ van toepassing, bijvoorbeeld: duistere storm, duistere rook enz., toorn, hoogmoed, begeerte, haat enz., duistere overweging, duistere gedachte, duistere intuïtie enz. Alle corresponderende eigenschappen vind je in de wereld van het licht, het goede.
In het manicheïsme is er geen groot dualisme tussen lichaam en geest, want in de materie bevindt zich geest en in de wereld van het licht bevindt zich materie, n.l. lichtelementen. Volgens de Manicheeërs is het boze dus toegelaten omdat het voor de mens nodig is om tot ontwikkeling te komen.
Volgens de denkbeelden van Augustinus is God onveranderlijk. Hij is daardoor volmaakt, en niet in beweging of ontwikkeling.
Roland zegt over het boze dat je het ook zo kunt zien: het boze is het goede op de verkeerde plaats en verkeerde tijd. Het boze noemt hij het ‘oerconser-vatisme’ Dat wat in beginsel goed was, wordt, door gebrek aan ontwikkeling en beweging, in latere tijden het kwade. Maar door het boze, door de frictie die ontstaat, heeft de mens ook de mogelijkheid om er over na te denken en het boze uiteindelijk weer om te vormen en mee te nemen in de ontwikkeling.
Roland geeft een voorbeeld: Je hebt een kaartje voor het Brandenburgs Concert van Bach. Je zit in de zaal, het gordijn gaat open en daar zit de pianostemmer. Het goede op het verkeerde moment en verkeerde plaats.
De 3e dag: De oermens komt op het toneel. Volgens Roland is de oermens eigenlijk de gepersonifieerde ziel van de Christus., de oerziel van de mensheid. (de bijbel zegt: “en het woord was het licht der mensheid”). Het is de wereld die goede vruchten voortbrengt met zijn wortels in de Drie-eenheid.
In de 2e nacht ontstaat de boom die slechte vruchten voortbrengt, die zijn wortels in het duister heeft. Het slechte of boze wordt Satan genoemd, of bij de Perzen Ahriman. Het zijn gevallen lichtengelen, maar dit is toegelaten door de Vader.
Ahriman wordt ‘de lichtheerlijkheid’ gewaar en wil die bezitten en veroveren, in plaats van het ‘te zijn’. Hij dringt de wereld van de engelen binnen. Maar er is nergens in de wereld van de engelen en van het Licht, een kwaad ‘dat het kwaad zou kunnen tuchtigen’. De oermens is ontstaan met louter goede en lichte eigen¬schappen.
Dan verschijnt de Vader in de gestalte van de Zoon. Ze dalen af in de nacht en het Licht wordt door de demonen opgenomen. Het is een groots liefde-offer voor het boze. Zo kan zich namelijk de hele wereld van het licht ontwikkelen. Door de prikkel van het kwaad is het Licht in een hogere metamorfose gekomen. Doordat er Licht is in de duisternis, wordt de duisternis, het boze, langzaam maar zeker over¬wonnen. Licht werd tot Liefde. Dit is ook het hart van de christelijke Liefde.
Een belangrijk geloofsovertuiging van het Mani-cheeërs is dat de Liefde tot bloei komt daar waar het boze overwonnen kan worden. De oermens wordt gered. Het in de nacht gevallen Licht wordt weer verbonden met de geest. Er ontstaat materie. Met deze substantie schept de levende geest onze wereld.
De 4e dag: Jezus Christus vormt de aeonen. Genesis gaat werken en schept met de levende geest de wereld.
Het boze heeft dus de functie om te prikkelen en bewegings¬loosheid om te zetten in beweging en ontwikkeling, zodat de wereld van het Licht tot Liefde kan worden. De mensheid nu wordt uitgenodigd om dit werkstuk te voltooien.
Op de 4e dag dus wordt met de levende geest de zon, maan en sterren uit de oernevel gevormd. Het is fysiek en geestelijke tegelijkertijd, zoals ook de oermens beide is. Ieder mens draagt in zich een stronk van de boom die goede vruchten voortbrengt en een stronk van de boom die slechte vruchten voortbrengt. De strijd tussen goed en kwaad is bij de mens gelegd. Wat ga je kiezen: leven en handelen vanuit liefde of vanuit haat. Welke intuïtie ga je volgen: de lichte of de duistere.
Doordat je beide krachten in je hebt, alleen daardoor al heb je een vrije wil. Pas als je het goede kiest, uit vrije wil, pas dan is liefde mogelijk. Liefde veronder-stelt vrijheid. Anders doe je het uit plicht, of omdat je niet anders kunt, of uit goeder trouw.
Augustinus zei: “De vrije wil is geschapen door de Godheid. Wij hebben hem misbruikt en nu hebben we alleen nog maar de vrijheid om te zondigen.”
Dit onderdeel van de filosofie van het Manicheïsme samenvattend: Eerst moest goed en kwaad voor handen zijn, daaruit kon de vrije wil ontstaan, door de vrije wil op het goede te richten kan liefde ontstaan en die liefde is in staat om het boze te overwinnen en om te vormen. Dit is meteen het antwoord op de vraag waarom de Vader het boze heeft toegelaten.
5e dag: volgens Mani ontstond (of ontstaat als dit nog in onze toekomst ligt) op de 5e dag de nieuwe incarnatie van de aarde of te wel ‘het nieuwe Jeruzalem’. De mens kan tot engelmens worden.
4e nacht. Dit is de laatste nacht. Er wordt een beeld gegeven dat aan het einde der tijden er een soort wereldbrand optreedt en dat de hele ziel van de natuur – in het dierenrijk en in het plantenrijk – als het laatste beeld wordt opgenomen in de zuil van de volmaakte mens: De verlossing van de natuur.
Ahriman, Perzisch symbool van het boze, trekt zich vrijwillig terug in zijn graf maar blijft zichzelf. Er heeft geen metamorfose plaatsgevonden, maar Ahri-man is in zijn macht gebroken door de kracht van de Liefde. Misschien om later weer de functie van het kwade te vervullen.Volgens de Katharen keert Satan ook weer terug, maar dan als Sathanael, de verloren zoon.
6e dag: de mens zou tot godmens kunnen worden.
7e dag: de mens zou een aeon kunnen worden en gaat dan over in de eeuwigheid.
Een samenvatting van deze lezing is te vinden in het boekje ‘Ik Mani, apostel van Christus’, uitgeverij Vrij Geestesleven. O.a. de bibliotheek van Haren heeft het boekje in zijn bezit.
Leonie