De kerken lopen leeg en het vaste en zekere geloof is langzaam aan het verdwijnen. Een klemmende vraag is wat wij in onze tijd moeten met Jezus of met de Christus. Is er nog wel plek in onze veranderde samenleving voor geloof in Jezus en zijn boodschap van naastenliefde zoals deze duizenden jaren de kern is geweest van onze westerse samenleving. En eventueel voor de Christus? Iedereen moet deze belangrijke vraag voor zichzelf beantwoorden. Voor het verstandig beantwoorden van deze vraag is het goed eerst antwoord proberen te krijgen op de vragen wie Jezus eigenlijk was en wat de overgeleverde boodschap van ‘Gij zult . . . liefhebben’ nu voor ons betekent.
Wie was Jezus?
Voor het beantwoorden van de vraag wie Jezus was, werd rond 1800 door een aantal Duitse protestantse theologen onderzoek gedaan naar de historische waarheid over Jezus. Vanwege de vele tegenstrijdigheden en onnauwkeurigheden in de eerste drie evangeliën van het Nieuwe Testament, hebben de theologen daarnaast ook allerlei andere bronnen over Jezus bestudeerd. Albert Schweitzer heeft in zijn boek ‘Die suchen nach dem Historischen Christus’ de conclusie van dat onderzoek samengevat: “Er zijn geen teksten die ons bewijzen dat er zo iemand geleefd moet hebben als Jezus.” Aangevoerde teksten die zouden moeten bewijzen dat hij echt bestaan heeft, konden weerlegd worden doordat ze vaak terug te vinden waren in veel oudere teksten. Zo staat in het boek ‘Jezus en de Mysteriën’ van Timothy Freke & Peter Gandy (uitg. Synthese, Den Haag, 2003): “Hij die mijn lichaam niet eet en mijn bloed niet drinkt, zodat hij één zal zijn met mij en ik met hem, die zal geen verlossing kennen’’. Deze tekst doet denken aan de uitspraak van Jezus aan de vooravond van zijn kruisiging, maar is eigenlijk afkomstig uit de Mithrasgodsdienst, tweehonderd jaar voor Christus. Op de omslag van het boek staat een gekruisigde afgebeeld met het onderschrift dat de gekruisigde hier Orpheus is of Bacchus. Uit onderzoek naar de eerste drie evangeliën – het Evangelie van Johannes valt buiten het onderzoek omdat deze meer de mythische Jezus weergeeft in plaats van de historische Jezus – blijkt dat deze evangeliën korte en kernachtige samenvattingen zijn van bestaande verhalen uit klassieke, Griekse, Egyptische en Babylonische culturen. Ook hier moet de ernstige conclusie getrokken worden dat zelfs de evangeliën niet als betrouwbare bron over de historische Jezus gelden. Al met al mogen we stellen dat de biografie van Jezus niet correct is en dat zelfs het verhaal over de kruisiging en de opstanding niet echt heeft plaatsgevonden.
De boodschap van de evangeliën.
Als de evangeliën niet letterlijk ware verhalen zijn, zouden we ze dus anders moeten gaan lezen. Het eerste evangelie, het Evangelie van Marcus, is een biografie van Jezus met daarin verhalen en feiten tot in de kleinste details weergegeven die je echter ook ergens anders terugvindt, bijvoorbeeld in de Bachee van Aripites. Toch zit in het verhaal van Marcus een boodschap; Marcus geeft aan dat zijn verhaal niet precies zo is als hij het zegt, dat het gelijkenissen zijn, een geheim bevat: “Ik vertel mijn geheimenissen aan hen die ze waard zijn.” Misschien wil Marcus ons met dat geleende verhaal uit allerlei oude teksten in de richting van dat geheim sturen.
Zijn verhaal over Jezus en het geheim vond navolging bij twee andere evangelisten die nà Marcus kwamen: Mattheus en Lucas. Zij voegden aan de biografische gegevens van Marcus de uitspraken van Jezus toe. De Duitse geleerden ontdekten dat in die evangeliën van Mattheus en Lucas uitspraken staan die veel ouder zijn dan het biografische verhaal. Zij hebben de alleroudste uitspraken van Jezus op een rijtje gezet in het boek Q (Quelle wat betekent ‘bron’) en vonden daarin een kernboodschap: naastenliefde.
In het Romeinse Rijk van de begintijd van het christendom waren er met name in het Nabije Oosten christelijke genootschappen. Op deze open en vrije bijeenkomsten – zonder instituut, zonder gezag – was iedereen welkom, ook vrouwen, die hier volkomen gelijkwaardig waren aan mannen. Hier kon men als vrije mensen met elkaar praten: niet over de persoon Jezus maar over zijn ideeën van naastenliefde. Die bijeenkomsten waren vooral binnen de joodse gemeenschappen, die gewend waren aan het Oude Testament en de historische Jezus, erg populair vanwege deze nieuw boodschap van naastenliefde. Dit was een heel nieuwe manier van omgaan met elkaar en heel anders dan het oudtestamentische ‘oog om oog, tand om tand’. Jezus sprak niet over wraak maar juist over uw vijanden lief te hebben. Ook zei Jezus eerst een ruzie met je buurman of broer bij te leggen vóórdat je in de tempel rituele diensten gaat vervullen.
Het allerbelangrijkste was misschien wel het antwoord dat deze Jezus had op het lijden, die in de oudtestamentische visie werd uitgelegd als een straf van God op de zonden van de mens. Jezus zei dat liefde, een daad van barmhartigheid, het antwoord op lijden is. Dus geen dogma, beschuldiging of vorig karma, geen les om van te leren, geen opdracht: pijn ìs en het antwoord is een daad. En zo ontstonden in die begintijd van het christendom drie heel nieuwe visies van omgaan met elkaar:
- geen wraak, maar heb je vijanden lief,
- goede relaties met je medemensen gaan boven rituele plichten,
- dòe iets bij het lijden van een ander.
Van gebod naar vrije keuze
Nu de kerken leeg lopen is ook die opgeheven vinger van het gebod ‘Gij zult . . . liefhebben’ aan het verdwijnen. Hoe zit het met die naastenliefde en de uitspraak van Jezus volgens de evangeliën: “Heb God lief boven alles en uw naasten als uzelve”? Nu het ‘Gij zult . . .’ uit de boeken is verdwenen omdat er geen bewijs is dat de evangeliën waar zijn, plaatst het ons voor een keuze. We kunnen nu in vrijheid, dus niet meer als gebod, ‘ja’ of ‘nee’ zeggen tegen de boodschap van Jezus je vijanden lief te hebben, goede relaties boven rituele plichten te stellen en met een daad van barmhartigheid antwoorden op lijden. Juist door het verdampen van de waarheid worden we aangesproken te kiezen voor die boodschap, wat we er zèlf van willen maken. Maar als je ‘ja’ zegt, wat moet je dan doen en wat betekent het een liefdevol mens te zijn?
Het lege graf
Als je de teksten uit het Nieuwe Testament opnieuw gaat lezen en de historische feiten loslaat, kom je terecht bij dat geheimenis van Marcus. Een van de moeilijkste aspecten van het evangelie van Marcus is de beschrijving van de kruisiging, de afname van het kruis en de graflegging van Jezus. En dat na drie dagen drie vrouwen, drie Maria’s, op zoek gaan naar het graf en vervolgens een leeg graf vinden. De oorspronkelijke versie van het Marcusevangelie eindigt met de drie vrouwen en dat lege graf: leeg, leegte, niets. Juist nu we weten dat die evangeliën geleend zijn van andere tradities, zien we dat het ook een oud beeld is van de moedergodin Isis met een kind op haar schoot. Isis, vrouw van Osiris, betekent in de Egyptische mysteriën de drie vrouwen, drie aspecten van de menselijke ziel en de drie Maria’s zijn hier waarschijnlijk aan ontleend. Merkwaardig is dat die drie vrouwen, die drie aspecten van de ziel, bijeenkomen tegenover de leegte van het graf. Dus de ziel wordt als het ware heel tegenover de leegte van het graf. Wat zou dat kunnen betekenen?
Christus is ìn u en de werkelijkheid zelf
Door de evangeliën op een nieuwe manier te lezen kun je ontdekken dat ze gaan over een proces, een weg die je kunt gaan als mens. En dat die weg kan eindigen in het bijeenkomen van de drie vrouwen: de heelheid van de ziel tegenover het lege graf. Zou dat lege graf iets te maken kunnen hebben met liefde, met het geheimenis waar Marcus over spreekt? In het Nieuwe Testament, uit Colossenzen, staat dat Paulus zegt: “Dit is het geheim: Christus woont in u!” En even later zegt hij in diezelfde brief: “De werkelijkheid zelf is Christus!’’ Heel bijzonder. Wat bedoelt Paulus daar mee? We moeten bedenken dat de brieven van Paulus geschreven zijn vòòr Marcus, vòòr de evangeliën. Paulus spreekt absoluut niet over een historische Jezus maar wel dat hij op weg naar Damascus Christus gezìen heeft.
De Nag Hammadi-geschriften werpen met de vele teksten over mensen die Christus of Jezus hebben ontmoet, een heel nieuw licht op het oorspronkelijke christendom. Die gnostische teksten spreken over de Christus die ìn ons is en die ieder in zichzelf kan ontmoeten. Het vinden van de Christus in ons is de symboliek in het verhaal van Marcus over de opstanding in onszelf. Ook Paulus spreekt daar steeds over: “Wordt wakker, sta op, beleef de opstanding.”
Om te verstaan dat er iets in jezelf zou kunnen opstaan is het nodig te kijken naar dat ’Christus is de werkelijkheid zelf’. In de mooie gnostische mythe Het Lied van de Parel wordt verteld hoe een koningszoon naar een ver land wordt gestuurd om daar een parel te zoeken. In dat verre land, Egypte, neemt hij de kleding van het vreemde land aan: hij wordt een zoon van het land. Nadat een boodschapper hem vertelt dat hij daar niet thuis hoort, maar uit een heel ander land komt, herinnert hij zich weer wie hij is en waarom hij in Egypte was: om de parel te gaan zoeken. En hij zoekt de parel, vindt hem en gaat met die parel terug naar het land waar hij vandaan gekomen is en wordt koning. Dit verhaal vertelt ons dat je terecht kunt komen in een vreemde werkelijkheid: dat deze wereld niet de echte werkelijkheid is maar slechts een illusie. In die gnostische teksten wordt gezegd dat de bron van die vreemde werkelijkheid bijna altijd angst, macht en begeerte is. Door je hier aan over te geven zul je verdwalen in een vreemde werkelijkheid waar de dingen ‘aan je gebeuren’. Als je vergeet wie je bent, waar je vandaan komt en wat je bestemming is, door te luisteren naar een waarheid buìten jezelf, word je slaaf van de machten, de processen, de dingen waar je jezelf aan onderworpen hebt. Maar als je de moed zult hebben om die vreemde werkelijkheid los te laten – wat een buitengewoon heftig en eng proces is – als je de zekerheden, waarheden en dogma’s kruisigt, je ego kruisigt, als in dat stervensproces alles verloren lijkt, “Heer, in Uw handen beveel ik mijn geest,” als overgave, dan is daar na drie dagen het lege graf. En in die leegte van het niet-weten word je een heel mens, daar word je wie je bent, dan val je samen met jezelf. In die leegte, in die openheid kunnen wij zelf tevoorschijn komen. Dan kun je naar je medemens kijken in openheid, in verwondering, zonder idee of label, waarbij je de ander uitnodigt te zijn wie hij is, zonder voorwaarden te stellen aan het zijn van die ander en daarmee ook jezelf toestaat te zijn wie jij bent. Als je de moed hebt zo je medemens tegemoet te treden, dan zul je in die ander niet meer je eigen ideeën weerspiegeld zien over je medemensen, je eigen angsten, je eigen hoop, je eigen wrok en verbittering, maar dan kun je met die open ogen de mens zien zoals hij is en dat is liefde. Dit is de kernboodschap van Jezus: om zo leeg te kunnen zijn dat er nog maar één mogelijkheid is om te zijn, dat is in Liefde. Liefde is een deel van het wezen van de mens zelf. Door te vergeten wie we zijn, vergeten we ook dat we in staat zijn tot liefde. Maar wie tot zichzelve komt, terugkeert tot zichzelf, kan ontdekken dat in hem iets aanwezig is wat geen naam nodig heeft maar wat we Christus zouden kunnen noemen.
Niet-weten
Aan het slot van zijn lezing leest Bram Moerland een stukje voor uit zijn boek Schatgraven in Nag Hammadi. Hij vertelt daar over streepjes en puntjes die hij in een prehistorische grot in Zuid-Frankrijk heeft gezien: “Het is volstrekt duidelijk dàt ze iets betekent hebben, maar het is niet meer te achterhalen wàt ze betekent hebben. Een vergelijkbare ervaring kan je overkomen bij bijzondere gebeurtenissen in je leven; het is soms net alsof die gebeurtenissen verwijzen naar iets groots, iets groots dat alles omvat. De zin van het bestaan, de zin van die bijzondere gebeurtenissen is bijna tastbaar aanwezig, maar tegelijkertijd weet je niet wat die zin is, je kunt het niet vatten. Het enige wat je kunt doen is die heel speciale ontroering door het leven proberen onder te brengen in verhalen, gelijkenissen, in hoop dat andere mensen die oorspronkelijke ontroering zullen herkennen. Je kunt op dat vreemde vermoeden, dat tegelijkertijd het besef van zinvolheid en een nìet-weten is, een persoonlijk antwoord geven door je eigen leven daarmee te verbinden en een teken van te laten zijn. Maar dit kan alleen als je dat besef van zinvolheid niet gaat vastleggen in een definitief antwoord; als je die ervaring wilt vastleggen, tot zekerheid wilt maken, wordt de toegang tot dat grondgevoel van verbondenheid met het omvattende verbroken. Alleen door een innerlijke verhouding van permanent nìet-weten kun je je leven met die aanwezige ervaring verbinden. Het lege graf is het niet-weten waarin de Christus in jezelf kan opstaan.”
Vragen
Na de pauze werden vragen gesteld over de historische waarde van het Oude Testament en of je deze ook esoterisch kunt lezen; over mogelijke invloeden die een openstaan in denken en bewustzijn van de mensen maakten voor de boodschap van liefde en de ‘Christus in ons’; over fysieke gebreken bij Jacob en Saulus nà het zien van Christus; over waarom de essentie van het christelijk geloof liefde is en van de Kabbala kennis; over wat het zelf is of Zelf en of zelfverwerkelijking hetzelfde is als de Christus zien. De antwoorden zijn verweven tot onderstaande samenvatting.
Voor het beantwoorden van de vragen benadrukt Bram Moerland dat het erg belangrijk is dat je afspreekt hoe je elkaar wilt verstaan: alle woorden zijn alleen maar verwijzingen naar iets wat onnoembaar is. Woorden als Christus, God, Verlosser, Heilige Geest kun je pas begrijpen als je ze loslaat. Esoterisch lezen is in overeenstemming met je hart een nieuwe betekenis geven aan een tekst. Het is daarbij niet belangrijk of iets waar ìs, maar hoe je het kunt zien. Of zelfverwerkelijking en Christus zien hetzelfde is weet ik niet, maar ik herken er wel hetzelfde in. Zodra iets is ben je uitgepraat, anders is een goed gesprek nodig. Er zijn tradities die meer de nadruk leggen op kennis, andere tradities leggen meer de nadruk op liefde. Dit is goed, maar blijf wel met elkaar praten in vrijheid en respect voor elkaars zienswijze. Alleen zo kunnen de dingen werkelijk verbonden zijn met de harten en kunnen ze levend blijven. Bram: “Toen ik hardop het verhaal van de schepping las, viel mij het gedicht op in dat ritme van zeven keer “En God zag dat het goed was …. En God zag dat het goed was…..” Iemand heeft ooit tweeëneenhalf duizend jaar geleden op een vroege ochtend vanaf een bergtop het licht zien worden in de natuur, is ontroerd en heeft dat in een gedicht weergegeven. Zo is dat scheppingsverhaal geschreven. Als ik denkt dat het waar is dat God de wereld werkelijk in zeven dagen heeft geschapen, ontgaat mij de intense ontroering in dat gedicht over de majesteit van de schepping van die mens eeuwen geleden. Die ontmoeting kan alleen plaatsvinden daar waar geen waarheid is. De moderne filosoof Habermaas zegt: “Waarheid vindt plaats in een goed gesprek.” Misschien is dit wel de kern van wat ik vanavond heb willen zeggen: dat waarheid niet ìs maar dat waarheid in een goed gesprek gebeurt; als het gesprek over is, is de waarheid ook weer over.”
Er is een aantal mensen die aannemen dat er een Jezus was en zij zien in hem een radicale breuk met het Oude Testament: die God van Liefde waar Jezus over sprak kon onmogelijk dezelfde zijn als de God der wrake uit het Oude Testament. De vier redacties van het Oude Testament zijn rond 600 v.Chr. in opdracht van de koning van Babylonië geschreven om de joodse religie te herstellen. Je kunt zien dat die God der wrake in een moment van politieke strijd wordt geschapen en dit maakt voor mij duidelijk dat het Oude Testament mensenwerk is. Tegelijkertijd staan in het Oude Testament heel mooie verhalen, die je ook esoterisch kunt lezen; daarbij is het niet van belang dat het waar is om interessant of zinvol te zijn. Zo is er het prachtige verhaal van Jacob die worstelt met de engel en hem uiteindelijk overwint: Jacob heeft de beelden overwonnen, is opgestaan, heeft zichzelf gevonden. Het mank lopen van Jacob zie ik als een beeld dat hij na het overwinnen van de engel zijn illusies over goed en kwaad is kwijt geraakt, het lijden een plek in zijn leven heeft gegeven.
Je kunt Christus in jezelf een plek geven, die opstanding beleven, als je bereid bent het lijden te zien voor wat het is, bereid bent mank te wezen. Dan ben je in staat tot liefde, niet een liefde die vraagt maar een liefde die antwoordt, doet. In een ander verhaal, het paradijsverhaal, wordt Eva verleid door de slang om te eten van ‘de boom van kennis van goed en kwaad’. Eva geeft een vrucht te eten aan Adam en vervolgens worden ze allebei uit het paradijs verdreven. Dat is de Oudtestamentische versie die overgeleverd is. Dit verhaal komt echter uit de tijd van Babylonië, de traditie van Zaratoestra die zegt dat God de mens heeft geschapen om de schepping te voltooien en daartoe had Hij kennis van goed en kwaad in hun harten geplant. De Joden die teruggekeerd waren uit ballingschap hadden het meegebrachte verhaal van Zaratoestra als een soort politiek protest herschreven tot een verhaal waarbij het bezitten van kennis van goed en kwaad juist fout is, dat God dit niet zou willen. In de kruiken van Nag Hammadi is de slang juist de brenger van de verlossende boodschap, de brenger van gnosis. In die gnostiek is de vrouw bijna altijd het symbool van de ziel. De drie aspecten, de drie vrouwen van de ziel zijn: a. de moeder, de verzorgende, b. de minnares (in positieve zin van het woord) en c. de hoer, de persoon die zich verkoopt. Door op te houden je als slaaf te gedragen, door wakker te worden, kan de vrouw de twee andere rollen van moeder en minnares vervullen. De slang nu roept de vrouw Eva op om van de vrucht in zichzelf te eten, van die levensboom in haarzelf. Eva is daarmee de eerste mens die ontwaakt is en zij roept Adam ook wakker te worden, zichzelf te vinden. Kennis van goed en kwaad is eigenlijk een begrip dat zich in de loop der tijd ontwikkeld van een archetypisch idee naar het idee van liefde in de tijd van Jezus, waar belangstelling ontstaat voor het individu. Die latere ontwikkeling van liefde is dus iets voor mensen, verbonden met respect voor het zijn van de ander.
Het kerkelijke christendom ziet Jezus als iemand die eenmalig is en inbreekt midden in de tijd tussen de zondeval van Adam en Eva en het eind der tijden, het laatste oordeel. Jezus is daartoe uit de hemel omlaag gekomen om met zijn lijden te boeten voor de erfzonde van de mensheid. Als we die waarde loslaten ontstaat een Jezus als historisch figuur die aan iedereen vertelt over de Christus in je. Maar die boodschap was al bekend in de mysteriescholen; de betekenis van de historische Jezus zou juist kunnen zijn dat hij de geheimen van de mysteriescholen openbaar heeft gemaakt.
Een typisch westers en niet alleen christelijk thema is het verdwaald kunnen zijn in een vreemde werkelijkheid, jezelf kwijt kunnen raken. Maar daar hoort ook bij dat je jezelf daaruit kunt bevrijden: worden die je bent om dan in jezelf de kern van liefde te vinden. Terwijl het Boeddhisme zegt dat je leeg en egoloos moet worden voor bevrijding uit de vreemde werkelijkheid, zegt het christendom juist dat je door los te laten jezelf wordt – en dan niet het woord Zelf met hoofdletter, want dan wordt het ineens iets heiligs en ver bij je vandaan.
Het zelf is niet in woorden te vatten, het zelf zal zich manifesteren in een manier van zijn op enig moment. Als je alle waarheden en zekerheden af legt kun je de ‘poort van openheid’ vinden in jezelf, er doorheen gaan en dan zul je niets wéten. Daar zul je geroepen worden door wat je aantreft en jouw antwoord zal zijn wie je bent. Een moment later ben je dat niet meer en je kunt het ook niet vastleggen voor morgen en overmorgen, want dan ben je morgen en overmorgen weer verdwaald. De gnostiek spreekt over een permanente bereidheid geraakt te worden in je ziel en dan zullen in een voortdurend scheppingsproces van die openheid spontaan antwoorden in je geboren worden. Op een gegeven moment ontdek je een patroon, een kleur in die antwoorden en daarmee jouw unieke bestemming, de zin van jouw eigen bestaan. Dat laten ontstaan, voelen, er naar kijken en dan het patroon in je weer in vertrouwen loslaten.
Het Evangelie van de Waarheid zegt dat ieder mens, als hij eenmaal wakker wordt, als de Christus in hem geboren wordt, weet wie hij is en weet wat hem te doen staat. Elk mens heeft een unieke boodschap, elk mens heeft zijn eigen verhaal en jouw opdracht is te zijn wie je bent, om jezelf te verwezenlijken. En liefde is andere mensen toestaan hun eigen verhaal te zijn; de zin van het leven is dat de waarde en waardigheid van elk mens ruimte krijgt en dat we die elkaar gunnen. Dat is een breed thema van het christendom dat zijn eigen vertelling is, maar dan niet het christendom van het ‘Gij zult …’ maar het christendom van: ‘en wat is jòuw antwoord daarop’.