Innerlijk Besef

Judas, verrader èn ingewijde

Verslag van de lezing door Hans Stolp op dinsdag 12 december 2006 in het Van der Valkhotel te Assen.

Judas, de leerling van Jezus, staat al 20 eeuwen bekend als de grote verrader van de Zoon van God. Groter misdaad dan de Zoon van God zelf aan het kruis te laten spijkeren kun je eigenlijk niet op je laden.

De vraag is echter of hij wel de verrader is of dat hij een offer heeft gebracht om de rol van verrader op aarde te spelen. Om zodoende zijn Meester door de dood heen te loodsen, waardoor Hij de Verlosser kon worden.

Naar deze centrale vraag zullen we vanavond kijken.

 

Volgens een Duitse denker zou de kans, dat als Jezus in onze tijd weer 12 leerlingen zou moeten zoeken, groot zijn dat er 11 Judassen onder zaten. Daarmee bedoelt hij dat in onze tijd verraad en het negatieve gewoon is geworden. Het licht is uiterst zeldzaam.

 

Volgens de psycholoog C.G. Jung hebben we allemaal een schaduwkant. Donkere kanten die we ons maar niet bewust willen worden. Iedereen in onze omgeving ziet ze, maar wij zelf zien ze niet. Deze schaduwkant heeft te maken met onbewust egoïsme, met onvermogen om echt te luisteren, met angst voor het leven.

Ken jij je eigen schaduw? Door ons met Judas bezig te houden, gaan we ons in feite bezig houden met onze eigen schaduw, want dat is wat hij symboliseert.

 

Hoe overwin je de schaduw (het donker) in jezelf?

Door het je bewust te willen worden. Maar daar is moed voor nodig, want je gaat immers zo af voor jezelf. Maar pas als het er mag zijn, kun je stap voor stap de weg van de transformatie (de heelwording) gaan. Dan kunnen onze innerlijke Judas en onze innerlijke Christus één worden. De nieuwe mens die op ons wacht.

 

In ca. 1975 is in Egypte het evangelie van Judas gevonden, niet ver van Nag Hammadi. Na de nodige omzwervingen is het uiteindelijk in handen gekomen van een Zwitserse stichting die het evangelie aan de TV-zender National Geographic verkocht, die er dit voorjaar een uitzending van heeft gemaakt. Dit evangelie behoort tot de oudere evangeliën en maakt veel indruk, ook bij christenen, omdat er in dit evangelie op een heel andere manier dan daarvoor gebruikelijk was naar Judas wordt gekeken.

Hans noemt een drietal citaten om de sfeer van dit evangelie duidelijk te maken:

  1. Jezus zegt tegen Judas: “Jij zult hen allen overtreffen, want jij zult offeren de mens die mij draagt”. Judas zal dus met kop en schouders boven de andere leerlingen uitsteken. Het is nl. zijn taak om de mens te offeren die de drager was van de kosmische Christus.
  2. Toen Jezus dat hoorde lachte hij (een lachende Jezus vindt je in de andere evangeliën niet vaak) en hij sprak tot Judas: “Jij 13e geest, waarom doe je zo je best. Kom op spreek je vrij uit en ik zal geduldig naar je luisteren”.

13e Geest is een bijzondere aanduiding; 13 is het middelpunt van de 12, het is de zon in het midden van de 12 dierenriem-tekens. Het is ook Jezus Christus in het midden van zijn12 leerlingen. In dit evangelie zet Jezus Judas dus eigenlijk op dezelfde hoogte als zich zelf.

  1. “Zie aan jou is alles verteld, hef nu je ogen op en kijk naar de wolk en naar het licht in de wolk en naar de sterren die de wolk omgeven. De ster die de leiding heeft, is jouw ster”.

Die ster komen we tegen in het kerstverhaal in Bethlehem, dan brengt hij de wijzen uit het Oosten naar het kind Jezus, met wie een heel nieuwe toekomst gaat beginnen. Deze ster markeert dus het begin van een nieuw tijdperk. Ook de ster van Judas wijst de mens de weg naar een nieuw tijdperk. Dat kan echter alleen maar als we bereid zijn onze innerlijke Judas onder ogen te zien, te aanvaarden en stap voor stap de weg te gaan waarop de innerlijke Judas en innerlijke Christus heel kunnen worden. Dan zal er inderdaad een nieuwe toekomst op aarde beginnen.

 

Judas was zowel verrader als ingewijde. In de christelijke traditie wordt de nadruk gelegd op zijn rol als verrader, maar in de gnostische geschriften wordt de nadruk gelegd op de ingewijde.

In de eerste twee eeuwen werd er door de spirituele mensen met groot respect over Judas, de ingewijde, gesproken. Maar toen vanaf de derde eeuw de spirituele christenen en hun geschriften werden uitgeroeid, bleef langzamerhand alleen maar de groeiende kerkelijke traditie over, met het beeld van de verrader. Vanaf die tijd is het beeld van de verrader eeuwenlang met ons meegegaan. Het was zo’n massief beeld, dat niemand zich afvroeg wat voor mens Judas eigenlijk was. Wat waren zijn kwetsbaarheden of zijn idealen. Ook in onze taal is Judas helemaal de verrader, denk maar eens aan Judasstreek, Judasloon. In Duitsland is het zelfs bij wet verboden om je kind Judas te noemen.

 

Maar Jezus en Judas zijn door heel innige banden met elkaar verbonden, want bijvoorbeeld. bij het laatste avondmaal noemt Jezus Judas vriend. En Jezus doet nooit zomaar iets.

De verschillende bijbelse begrippen ‘het verraad van Judas’ èn ‘het offer dat Jezus d.m.v. het kruis brengt’ worden in het Grieks beide paradidonai genoemd. Helaas is dat in onze bijbelvertaling weggevallen. Maar diegene die oren heeft om te horen begrijpt dat beide onlosmakelijk bij elkaar horen. Ze vormen beide de keerzijde van dezelfde medaille.

 

De eerste barst in het negatieve beeld van Judas kwam door Bach met zijn Mattheuspassion in 1729. In de koorzang Ich bin’s, ich sollte büßen. zegt Bach hier: “Kijk niet naar Judas, kijk naar jezelf, want wij zijn allemaal Judas”. Dit was een belangrijke stap vooruit.

Daarna werd Judas in de tweede helft van de vorige eeuw door meerdere mensen positiever, als ingewijde, beschreven. Bijvoorbeeld. Marie Noël schrijft hoe Judas door God was voorbestemd om Jezus te verraden en om daar vervolgens eeuwenlang voor te worden veroordeeld door ons. Zij vond het van God zo gemeen dat Hij dat met Judas deed, dat ze bij haar grootmoeder informeerde hoe God dat toch kon doen. Grootmoeder zei vervolgens: ”Ach kind, maak je niet zo druk. Gods wegen zijn zoveel wonderbaarlijker dan die van ons, dat moet je gewoon aanvaarden.”.Maar dat kon Marie niet. Daarmee zie je de overgang tussen vroegere generaties die nog konden geloven op gezag en de huidige generaties die niet zomaar iets geloven.

Een Duitse schrijfster noemt dat Jezus en Judas altijd met elkaar verbonden blijven; Jezus het licht, Judas zijn aardse schaduw. Er gaan zelfs stemmen op dat er eigenlijk een Judaspassion geschreven zou moeten worden, waarin het lijden van Judas wordt belicht.

 

Het lijkt erop dat wij er als mensheid nu aan toe zijn om het Judasevangelie te kunnen begrijpen. Vermoedelijk is het daarom ook nu pas gevonden. Dit lijkt heel zorgvuldig voorbereid vanuit de geestelijke wereld. Eerst de Nag Hammadigeschriften, toen het evangelie van Maria Magdalena. En nu het moeilijkste stuk, het evangelie van Judas, het donker, waar we nu mee aan de slag moeten.

 

Judas was de enige leerling uit Judea. Alle andere leerlingen kwamen uit Noord-Israël, rond het meer van Kapernaüm. Dat is een prachtige en mystieke omgeving. De 11 leerlingen waren dan ook allemaal heel mystiek en gevoelig. Maar Judas niet, die kwam uit een streek waar ze heel erg in hun hoofd zaten en de mystieke gevoeligheid waren kwijtgeraakt. Hij was dus een uitzondering in de leerlingenkring. In dat opzicht is Judas helemaal het beeld geworden van de moderne mens, die zijn natuurverbondenheid en mystieke gevoeligheid dreigt kwijt te raken. Die steeds meer gevangen raakt in het denken en het idee dat alleen dat wat bewezen kan worden met het hoofd ook daadwerkelijk bestaat. Judas symboliseert op deze manier de moderne mens, bij wie alleen de zichtbare wereld telt.

Op deze manier keek Judas ook naar Jezus. Hij begreep ook niet dat zich in Jezus de grote Christusgeest manifesteerde. Hij hoopte dat Jezus aan het hoofd van de opstand zou komen te staan en zou zorgen dat de Romeinen het land zouden verlaten en dan als een tweede David een nieuw Joods koninkrijk zou stichten. Maar het pakte heel anders uit. Als men Jezus gevangen komt nemen, is Petrus de eerste die het zwaard pakt en de slaaf van de hogepriester een oor afslaat, maar Jezus gebiedt hem te stoppen en dat betekent het einde van het verzet. Jezus laat zich dan vervolgens als een mak lam gevangen nemen. Judas begrijpt daar helemaal niets van en zijn plan is mislukt.

 

Judas werd in de middeleeuwen vaak afgebeeld met een rode baard. Dat betekende in die tijd dat hij een beetje anders was dan de anderen en dat hij bovendien een kind is van de hel. Rood is de kleur van de hel.

Hij wordt in die tijd ook vaak afgebeeld als iemand die het zoutvaatje scheef houdt en zout morst. Het zout is symbool van ons Hoger Zelf, van de innerlijke Christus. Hij vermorst dus de krachten van het Hoger Zelf en sluit zich helemaal op in zijn eigen ego. Hij is op deze manier weer het perfecte symbool van de moderne mens en zo was het ook bedoeld.

Het is niet duidelijk hoe Judas is gestorven, ten gevolge van een ongeluk of door zelfmoord. Dat vraagt de moderne mens zich af, maar dat interesseerde de bijbelschrijver niets. Het ging hem om het feit dat de mens die helemaal in zijn ego vastzit en zich daar in opsluit, sterft. Dat ego moet ook sterven, zodat daarna het Hoger Zelf (de innerlijke Christus) kan opstaan. Het is dus niet voor niets dat Judas eerst is gestorven en dat daarna Jezus is opgestaan.

 

Judas heeft Jezus voor 30 zilverlingen verraden, 30 is het getal van de maan en zilver is de kleur van de maan. Het betreft de maanreligie. Er bestaan maan- en zonnereligies.

Het maanlicht is zonlicht dat via de omweg van de maan ’s-nachts naar ons toekomt. In de maanreligies komt het Goddelijke weten via een omweg (profeten, leiders, goeroes en bijbel) naar ons toe. Een zonnereligie is een religie zonder al die uiterlijke regels, maar waarbij het gaat om de geboorte van het innerlijke weten. Het christendom was ooit bedoeld als een zonnereligie, maar gedraagt zich al 2000 jaar als maanreligie.

In het Jodendom hadden de mensen vroeger nog direct contact met de geestelijke wereld. Dit werd uiteindelijk steeds minder en verdween zelfs na verloop van tijd. Men werd op deze wijze gedwongen om zelf na te gaan denken. Voor het contact met de geestelijke wereld had men de toenmalige profeten dan ook nodig. Maar ook hun contact met de geestelijke wereld werd steeds minder en de mensheid dreigde verloren te gaan. Dat was dan ook de reden dat Jezus Christus werd geboren. Hij moest de kracht van het Hoger Zelf (het innerlijke weten) naar de mensen toebrengen. Door die geest kan het volk de weg vinden naar een nieuwe ontwikkeling (zonnereligie). Judas begrijpt hier niets van. Hij denkt dat Jezus ook weer een profeet is die met een opgeheven vingertje komt. Daarom is het verraad voor 30 zilverlingen ook een cynisch gebaar, omdat Jezus de allerhoogste kosmische geest naar de aarde kwam brengen. Hij was de drager van de zonnereligie.

 

In het Oude Testament (Genesis 38 en 39) is het verhaal te lezen over Juda die zijn (mystieke) broer Jozef als slaaf verkoopt voor 20 zilverlingen. Het getal 20 is in de Tarot de kaart van het oordeel, van de mens die dwars door alles heen zijn eigen bestemming vindt. Die zijn/haar eigen diepste krachten aan het licht weet te brengen. Jozef wist door slavernij en gevangenschap (in de put) heen, de diepste krachten in zich zelf aan het licht te brengen.

Het is fascinerend dat Juda vervolgens stamhouder van Jacob wordt en daarmee de belangrijkste stam van Israël. Jozef krijgt geen eigen stam. De ontwikkeling van de menselijke groei loopt dus via de donkere Juda en niet via de ingewijde Jozef. Dit fenomeen is op meerdere plekken in de bijbel terug te vinden. Bijvoorbeeld. bij Kaïn en Abel, Jacob en Ezau.

Het had dus eigenlijk voor de hand gelegen dat Judas aan het hoofd had gestaan van de verdere menselijke ontwikkeling. Maar dat gebeurde niet, want dat werd in dit geval Jezus Christus, het symbool van het licht. Jezus kwam op het moment dat de mensheid op haar allerdonkerste punt zat. Toen moest er uit zelfbehoud een compleet nieuwe lijn worden ontwikkeld, nl. groei langs de weg van het licht.

Hiermee werd niet Judas, maar Jezus Christus hoofd van onze evolutie.

 

In een vorig leven was Judas geïncarneerd als Judas de Makkabeeër (terug te vinden in de Katholieke versie van de bijbel). In dat leven heeft hij zich ook uitermate ingezet voor de bevrijding van Israël, hetgeen toen als positief werd ervaren.

In zijn leven als Judas Iskariot deed hij in principe hetzelfde, maar dan als verrader, dus op een negatieve manier. Het feit dat hij zich ook reeds in een vorig leven voor de bevrijding had ingezet, maakte dat hij dat in het volgende leven op zo’n felle manier deed. Het gebeurt vaker dat soortgelijke zaken, afwisselend negatief en positief, voorkomen in verschillende levens.

Judas de Makkabeeër kwam uit een gezin van 5 zonen. Als Judas Iskariot trof hij deze broers opnieuw, maar nu als leerlingen van Jezus Christus.

In dezelfde versie van de bijbel staat ook het verhaal over de 7 zonen van de weduwe, die werden gedwongen om varkensvlees te eten en het beeld van Zeus in de tempel te vereren, hetgeen voor een Jood gruwelijk is. Omdat zij weigerden, werden ze gruwelijk gemarteld en gedood. Deze 7 zonen zijn eveneens teruggekeerd als leerlingen van Jezus Christus.

In dat volgende leven waren ze echter geen broers door middel van bloedbanden, maar door geestelijke verbinding. Hierin wordt precies de grote overgang uitgedrukt, die wij in onze tijd ook gaan doorleven, nl dat we meer en meer overgaan van leven in de sfeer van bloedbanden naar een leven in de sfeer van geestelijke verbindingen.

In dat leven kwamen de leerlingen terug als individu. Ze konden zich niet meer verschuilen achter het gedrag van hun broers. Vanaf dat moment draagt de mens zelf verantwoordelijkheid voor zijn of haar leven. Dit weerspiegelt de overgang van groepswezen naar individu. Judas komt dus terug als individu die de volle verantwoordelijkheid draagt voor zijn verraderschap. Hij kiest zelf voor dat verraad, omdat hij zit opgesloten in zijn ego en er niets meer van begrijpt.

 

Ook het volgende is veelzeggend voor onze tijd. Aan het eind van zijn leven raakt Judas bezeten door zowel de duivel als de satan (Johannes evangelie). Hoe is het mogelijk dat zo’n (ingewijd) mens bezeten raakt? Een mens kan bezeten raken wanneer hij het lijntje met de geestelijke wereld kwijtraakt en helemaal in zijn ego terechtkomt; in de sfeer van angsten, hebben en houden, zekerheid, veiligheid e.d. Wie helemaal in die sfeer terecht komt wordt uiterst vatbaar voor de inwerking van donkere, negatieve krachten. In onze psychiatrische inrichtingen zitten dan ook heel veel mensen die bezeten zijn of onder inwerking van donkere, negatieve krachten zijn.

Als Judas het symbool is voor de mens die in zijn ego komt, dan is hij daarmee ook symbool van de toenemende bezetenheid, die je in onze tijd kunt waarnemen en in de toekomst alleen nog maar zal toenemen.

Behandeling hiervan, is “Nee” leren zeggen tegen de donkere machten in jezelf en verbinding vinden met de Goddelijke genade, die altijd sterker is dan deze beide donkere machten. Psychiatrische behandeling van dit probleem zal weinig effect hebben. Bovengenoemde religieuze behandeling zal veel meer effect hebben.

 

Judas heeft inmiddels 2000 jaar flink te lijden onder onze vooroordelen en afwijzing. Deze (ver)oordelingen voelt hij in zijn eigen hart. In de geestelijke wereld is alles min of meer omgedraaid. Alles wat je zelf wilt, voelt, denkt, wenst, zie je als beelden buiten jezelf. Maar alles wat een ander denkt, voelt, wilt, etc. dat voel je als iets dat zich beweegt in je eigen hart. Judas voelt onze afwijzing en oordeel dus constant als een snijdend mes in zijn hart.

Daarom zei Jezus indertijd ook: “Het was beter geweest dat deze mens niet geboren was.” Dan was hem nl. een gruwelijk lot bespaard gebleven.

De tijd op aarde is dan ook aangebroken dat wij Judas mogen bevrijden van zijn gruwelijke lot en hem eerherstel mogen geven. Als we dat leren doen, dan leren we ook onze eigen schaduw serieus nemen en uiteindelijk lief te hebben.

 

Het is belangrijk dat we Judas zien als zowel verrader als ingewijde. Zeg tegen het kwaad om je heen heel duidelijk “Nee,” maar veroordeel degene die het kwaad doet niet, misschien is er wel een hoger gezichtspunt, van waaruit je heel anders zou kijken.

De geestelijke wereld wil deze thematiek heel graag op tafel hebben. De kerken, met hun dogma’s, storten steeds verder in. Maar deze oude oerbeelden en –verhalen, mits ze op deze manier weer op tafel komen, hebben we hard nodig als inspiratie voor de toekomst, omdat ze ons allerlei aanwijzingen geven hoe wij kunnen omgaan met het donker om ons heen. Zeker in een tijd waarin de mensen steeds meer in hun ego gaan zitten.

 

Heel concreet sluit Hans de lezing als volgt af: “Ik weet dat er in mij een innerlijke Christus leeft en ik weet dat ik binnenin mezelf het gezicht van Christus kan zien en dat ik in zijn ogen kan kijken. Maar ik weet net zo goed dat er van binnen ook een Judas leeft. En ik heb de grote opgave in dit leven om die beiden, de innerlijke Christus en de innerlijke Judas, eerlijk onder ogen te zien. Me vervolgens met liefde en respect met beiden te verbinden en zo een eerste stap te zetten naar een wereld waarin Judas en Christus weer één worden. De tweelingbroer die ze eigenlijk zijn.”

 

Vragen

 

U heeft het over de duivel en satan. Kunt u het verschil uitleggen?

Zij zijn gevallen engelen (Lucifer en Ariman), die een offer hebben gebracht om de rol van het kwaad op aarde te spelen. We hebben veel van hen geleerd. Door hun aanwezigheid werd het steeds donkerder op aarde, maar leerden we tegelijkertijd steeds meer op eigen benen te staan. Hoe meer wij in ons ego zitten (het hebben, egoïsme), hoe meer wij de deur open zetten voor de donkere engelen. Hoe meer we streven naar oprechte zuiverheid, overgave en vertrouwen, hoe meer we de deur open zetten voor de engelen van het licht.

In deze tijd zijn er steeds meer mensen die in het ego terechtkomen. Dit is vanuit de geestelijke wereld ook zo bedoeld, om zodoende door het ego heen de kracht van het Hoger Zelf te vinden. Dat is geen eenvoudig proces. Soms zie je dat mensen gevangene worden van hun ego en daardoor heel gemakkelijk aanraakbaar voor die donkere machten. De wijze zoekt echter de weg in het midden, om de juiste beslissingen te kunnen nemen.

 

U vertelde dat Judas al 2000 jaar lijdt onder onze veroordelingen. Ik had juist verwacht dat hij als hoge ingewijde in het hemelse paradijs zou verkeren en daar dus geen hinder van zou ondervinden.

Als hoog ingewijde koos hij (zoals gebruikelijk) niet voor zijn eigen gemak en plezier. Maar uit liefde voor de mensheid koos hij ervoor om het offer van de verrader te brengen, om zo solidair met de mensheid een weg vooruit te vinden.

 

U vertelde dat Judas al twee keer is geïncarneerd. Wat is uw bron van kennis?

Mijn bronnen zijn Rudolf Steiner, de esoterische traditie en het innerlijk schouwen.

 

Een toneelschrijfster vertelt over de monoloog die zij onlangs heeft afgerond over Judas. Hoe zij daardoor in de huid van Judas mocht kruipen en hoe zij dat heeft ervaren. In haar beleving heeft Judas zijn schuld op zich genomen door zichzelf van het leven te beroven, in tegenstelling tot een grote groep mensen om hem heen. Judas is zo zwart geworden doordat wij ons allemaal witwassen door onze schuld op hem te projecteren. Het wordt dus tijd dat wij onze eigen schuld gaan bekijken.

 

Een mevrouw vraagt zich af of vrouwen tegenwoordig hun haren regelmatig rood verven om daarmee het kwaad te symboliseren. Judas werd nl. in de middeleeuwse kunst ook afgebeeld als roodharige.

Hans constateert dat dit een waarneming van deze mevrouw is.

 

Hoe kan het dat Judas als ingewijde ook bezeten was, zelfs ondanks het feit dat hij erg veel spijt had van zijn daad?

Ingewijden zijn niet altijd beschermd en veilig. Bij zijn rol hoorde dat hij in zijn ego terecht kwam en daardoor dus ook in verbinding met donkere krachten kwam. Jezus was drager van de kosmische zonnekracht en alles wat van hem uitstraalde beoogde het ontwaken van het innerlijk weten. Maar dat was nou precies waar Judas zich met hand en tand tegen verzette. Hij zat immers in zijn hoofd.

 

Een mevrouw vindt dat er veel oordelen zitten in de lezing van Hans. Zij ziet de huidige situatie van Judas anders dan hij. Zij denkt dat doordat hij zijn opdracht heeft voltooid, hij nu in het licht is en een volwaardige broeder van Jezus is.

Hans heeft steeds gezegd dat Judas echt de tweelingbroeder van Jezus is en heeft zelf niet het gevoel dat hij oordeelt. Hij vindt wel dat mensen elkaar, met name in spirituele kringen, soms genadeloos in de steek laten omdat ze geen oordeel wensen uit te spreken, maar opmerkingen plaatsen als: “Ach dat moest nu eenmaal zo gebeuren,” of:“Dat is nu eenmaal karma,” en dergelijke. Juist in spirituele kringen zie je dat mensen elkaar op deze manier gigantisch in de steek kunnen laten. Bijvoorbeeld als jij kapot gaat van pijn en de ander doet dat af met: “Ach, dat is zo bedoeld.” Daarom pleit hij juist voor de tweedeling. De mens Judas mag niet worden veroordeeld, maar wat van hem uitging was verraad en dat is kwaad. Blijf solidair met slachtoffers.

 

Moeten wij Hitler, Hoessein, Eichmann ook vergeven of moeten we dat loslaten?

Ja, want op dit moment heb jij persoonlijk niets te maken met één van hen. Maar kun je de Hitlers, Hoesseins en Eichmannen uit je eigen leven (diegenen die je tot op het diepst hebben gekwetst) al echt van binnenuit vergeven? Dat is een enorme klus. We zullen in de geestelijke wereld op al deze vragen antwoorden krijgen. Maar ons zal daar worden gevraagd hoe wij het in ons eigen leven hebben gedaan. Wat heb jij met de Hitlers in je leven gedaan.

 

Judas lijdt al 2000 jaar onder onze veroordeling, maar in de geestelijke wereld is toch geen tijd. Hij is al zo hoog gestegen, raakt hem nog wat wij van hem denken?

Klopt daar is geen tijd, maar omdat wij nog op aarde leven, gebruik ik de dimensies waarin wij leven. Iedereen blijft gevoelig voor de afwijzing van mensen van wie hij houdt. Judas heeft als hoge ingewijde van de hele mensheid leren houden; onbevangen universele liefde. Zonder muurtje om zich heen en juist daarom voelt hij het zo duidelijk in zijn eigen hart.

Ook Jezus heeft zich in zijn leven op aarde behoorlijk gekwetst gevoeld.

 

Als je het op het persoonlijke vlak betrekt is de les die wij kunnen leren van het Judas evangelie, dat wij de innerlijke Judas en de innerlijke Christus met elkaar leren verbinden en daar de middenweg in te gaan. Ik denk dat wij na onze dood, vanuit een veel hogere visie, zonder veroordeling, maar met groot mededogen, daar heel anders naar zullen kijken.

Dit is uitsluitend zo in het ideale geval. Maar wij kunnen onze gestorvenen vasthouden en naar beneden trekken met onze woede, veroordeling en haat. Judas krijgt helemaal niet de kans om naar de hoogste hemelen op te stijgen, want wij houden hem met z’n allen gekluisterd in de astrale sfeer. Wij kunnen onze gestorvenen ook vasthouden in de lagere werelden met gedachten als: “Waarom ben je weggegaan, waarom kom je niet terug?”en dergelijke.

Als je je dan voorstelt hoeveel mensen Judas veroordelen, dan wordt hij door een behoorlijk kabeltouw naar beneden getrokken.

 

Met het oog op het feit dat het kwaad in de toekomst zal toenemen: Kan het zo zijn dat juist het innerlijke weten, als lichtkracht, het kwaad en donkere krachten zó belicht dat ze worden uitgedaagd doordat ze in het licht staan en zich manifesteren en het dus onze taak is om ons licht steeds te blijven laten schijnen. Niet in (ver)oordeel maar in gewoon blijven kijken en de dingen doen die dan moeten worden gedaan?

Ja, amen!

Maar eerst kijken hoe het kwaad werkt. Want als de duivel en satan worden doorzien, worden ze meteen krachteloos.

 

Als we kwaadplegers niet mogen veroordelen, is de strekking van uw verhaal dan dat bijvoorbeeld Hoessein ook een ingewijde zou kunnen zijn?

Dat zou kunnen.

 

De tekst “Waar twee of meer in mijn naam vertegenwoordigt zijn ben Ik aanwezig” is volgens Hans erg van toepassing op deze lezing vanwege het feit dat de Christus kracht, vanuit zijn zonnelichaam, het licht op Judas mocht werpen.