Innerlijk Besef

Ik wil alleen maar aardig zijn

Verslag door Ineke van de lezing door Roelof Tichelaar op dinsdag 7 februari 2006 in het Van der Valkhotel te Assen.

Grenzen stellen

Wie alleen maar aardig wil zijn, is niet in staat de eigen grenzen op een zuivere en vrije manier te stellen. Zolang het belangrijk voor jou is hoe andere mensen over je denken, kun je niet jezelf zijn. Ieder mens is uniek en dat meest zuivere en unieke van jezelf kan alleen de ruimte krijgen door grenzen te stellen aan jezelf en anderen. Daarvoor is het noodzakelijk de signalen dat je over eigen grenzen gaat, te leren verstaan en serieus te nemen. Het stellen van grenzen – wat een proces is van vallen en opstaan –  hoeven we niet alleen te doen, maar we mogen daarbij vanuit verbinding met Christus gebruik maken van Zijn geestkracht. Dan mogen we het accent verleggen van zelfvertrouwen naar Godsvertrouwen.

Eigenwaarde

De behoefte om aardig gevonden en geaccepteerd te worden, heeft met ons zelfbeeld en eigenwaarde te maken. Door hierin voortdurend bevestiging nodig te hebben, laat je andere mensen gemakkelijk je eigen grenzen schenden. Achter die behoefte aan waardering zit vaak een diepe pijn, gekwetstheid en geschonden zijn. We vinden onszelf hierdoor niet meer de moeite waard om grenzen te stellen. Toch zijn we meer dan die buitenkant van ons menszijn en dragen iets in ons mee van een hogere geestelijke dimensie, iets van de bron van liefde waar we deel van zijn. Het is de bedoeling dat heilige steeds weer tot uitdrukking te brengen in ons leven. Daarvoor is het noodzakelijk eerst dat fundamenteel goede in onszelf te zien en aandacht te geven zodat het groeit en steeds vrijer tot uitdrukking kan komen. Om grenzen te kunnen stellen is het noodzakelijk die spirituele dimensie voor ogen te houden.

Je naaste liefhebben als jezelf

Eeuwenlang heeft het christelijk geloof ons voorgehouden dat je pas voldoet aan de wet van God als je jezelf wegcijfert voor een ander. Ook in hedendaagse spiritualiteit speelt het wegcijferingsdogma nog een grote rol en zit het vaak in diepere lagen dan we zelf erkennen. Echter, Jezus leerde de wet van ‘Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf’, en dat we daarmee eigenlijk niets anders hoeven te leren dan liefde alleen. God boven alles en je naaste als jezelf liefhebben is een universele wet, met daarin een fijnzinnig evenwicht van de ander èn jezelf belangrijk vinden.

Schuldgevoelens en geweten

Geweten en schuldgevoelens weerhouden ons vaak grenzen te stellen, laten ons soms dingen doen die we eigenlijk niet willen. Geweten kent eigenlijk twee kanten: enerzijds laat het ons heel nobel een offer te brengen aan onze naasten – mits vanuit geestelijke vrijheid gebracht en niet vanuit automatisme of schuldgevoel. Anderzijds kan het geweten ook gebukt gaan onder valse schuldgevoelens of gruwelijke wandaden toelaten en voorbij gaan aan de wet van liefde. Er zijn dus twee componenten van het geweten: een minpool en een pluspool. De minpool is het menselijk geweten: het deels aangeleerde geweten door opvoeding, denkpatronen en aangeleerde normen en waarden. De pluspool is het goddelijk geweten: de geest die God van zichzelf in elk mens heeft ingeschapen, de zuivere kiem waarmee iedereen de verantwoordelijkheid draagt voor eigen leven. Het menselijk geweten is beperkt, manipuleerbaar en we moeten dan ook uitreiken naar het hogere, goddelijke geweten. Het is met name de engelenwereld die de menselijke en goddelijke pool in ons probeert te verbinden en heel subtiel dat onderscheid wil laten aanvoelen daar we anders zouden verdwalen op onze weg. Het is belangrijk af te stemmen op die engelenwereld die ons tot gids wil zijn en de geboorte van de Geest in ons binnenste wil voorbereiden. Want dat is de Geest waaruit het goddelijk geweten zich openbaart: het geweten dat zuiver is. In die vereniging met de Geest mogen we ons eigen unieke weg volgen en kan een ander niet meer voor jou gaan bepalen. Ook de engelen zullen vanuit het diepste respect voor onze vrije wil nooit zeggen wat je moet doen, maar geven wel subtiele aanwijzingen.

Maatschappij

Maatschappelijke normen en waarden en verwachtingspatronen kunnen je nogal belemmeren jezelf te zijn. Door de maatschappij tot ideaalbeeld te maken, tot af-god, en het belangrijk te vinden hoe anderen over je denken en of ze je accepteren, ga je dat heilige in jezelf inleveren. Het is de vraag of je bereid bent dat offer te brengen van jezelf verliezen. Maar ook als je voor jezelf kiest vraagt dit een offer omdat je op weerstand kunt stuiten. Je kunt anderen niet veranderen, wel jouw houding ten opzichte van die anderen. Door bijvoorbeeld niet meer te gaan denken voor een ander en door in contact blijven met jezelf als je weg zou willen vluchten uit een situatie. Het is dan ook ontzettend belangrijk jezelf te accepteren zoals je bent waardoor het niet meer belangrijk wordt of de omgeving je ook accepteert. Dan kun je jezelf zijn, kun je echt zijn. Dat wat jij eerst als zwakte van jezelf hebt ervaren, zul je dan als een kracht gaan zien. Door bijvoorbeeld eenvoud uit te stralen nodig je ook anderen uit tot eenvoud. Je hoeft alleen maar te zijn, niet meer en niet minder. Wees ook eens gewoon aanwezig in gezelschap en doe verder niets, voel je niet verantwoordelijk voor de sfeer, voel je niet verplicht enthousiast terug te reageren en kijk eens hoe je dat voor jezelf uithoudt.

Omgaan met jezelf

Heel vaak zie je dat mensen te aardig zijn tegenover anderen maar juist erg hard voor zichzelf. Hoewel ze dat oude godsbeeld van een straffende God hebben losgelaten en uitgebannen, zijn ze vaak als een bestraffende God tegenover zichzelf. Grenzen stellen geldt ook voor de hardheid naar jezelf: discipline is prima maar wees niet te hard. Probeer eens met de ogen van Christus naar jezelf te kijken, dus met mildheid en liefde. Je emoties en aardekrachten beheersen betekent eigenlijk ‘als een heer zijn’ en ze niet verbannen naar het onderbewuste waar ze als verharde krachten des te scherper terugkomen. Dus niet onderdrukken, ze er laten zijn, maar ook niet leidend laten zijn in je leven.

Enkele valkuilen bij het stellen van grenzen:

–  ik moet voor de ander denken. Door steeds maar te denken hoe anderen over je denken, ontstaan er steeds meer en meer gedachten, nieuwe gedachten (mindfucking). Op een gegeven moment raakt je hoofd overbevolkt van al die gedachten en ga je uit contact met jezelf en met de ander. Anderzijds verlies je ook letterlijk je aarding: je reikt energetisch uit om die ander te voelen en laat daarbij jezelf in de steek.

–  ik kan er niet tegen gekwetst te worden. Mensen die in hun vroege leven ernstig gekwetst, niet gezien of in hun gevoel beschadigd zijn, hebben een diepe angst ontwikkeld voor dat gekwetst en afgewezen worden. Het kwetsbare ik als kind trekt zich terug en gaat letterlijk uit contact in de onveilige wereld en heeft het heilige voornemen niet meer te voorschijn te komen. De tijd lijkt stil te staan voor het teruggetrokken, voortdurend in de angst van het verleden levende ik. Nu mag dat innerlijk gewonde kind te voorschijn komen en ontdekken dat de ´oorlog´ misschien al voorbij is. Daarvoor is het wel nodig die oude pijn onder ogen te zien, te voelen en er contact mee maken maar nu vanuit de geestelijke volwassenheid. Dan kan het tot de ontdekking komen wel opgewassen te zijn tegen dat gekwetst, ontkend of in de steek gelaten worden. Dan is de angst niet meer leidend en komt een stukje vrijheid terug.

–  ik ben bang een ander te kwetsen. Stel jezelf de vraag hoe vrij je bent je grenzen aan te geven en hoeveel gewicht het voor je heeft als die ander daarbij geraakt wordt. Verzuim je jouw grenzen aan te geven en laat jij je leiden door bijvoorbeeld verlatingsangst? Ga dan eens voorzichtig, je bewust zijnde van die gekwetstheid, grenzen stellen en ervaar dat op dat moment de angst in alle heftigheid boven kan komen. Blijf dan bij die angst: je gaat door het gevoel heen en voelt de ruimte daar achter. Het vraagt veel moed de pijn te voelen en mee in contact te komen in plaats van de instinctieve reactie weg te gaan bij de pijn en je terug te trekken waardoor je uiteindelijk je plaats niet meer inneemt. Vraag jezelf ook eens of jìj gecorrigeerd zou willen worden wanneer je over de grenzen van een ander gaat? Ga dan ook niet te snel jouw gedachten in vullen voor een ander. Probeer eens te zeggen wat je wilt aangeven en vraag hoe die persoon zich na die reactie voelt. Je doet dan twee dingen: je bent duidelijk en tegelijk laat je merken bezorgd en geïnteresseerd te zijn wat het met die ander doet. Als we onze mening uiten gaat het erom dit steeds te doen vanuit zuiverheid, vanuit verbinding met de geest in plaats vanuit de lagere emoties en gedachtepatronen van het ego. Iedereen mag zijn mening uitspreken maar laat dit respectvol zijn, dan hoeft dat niet samen te gaan met kwetsen.

–  agressie is per definitie verkeerd. Agressie mag nooit een doel op zich zijn en ook nooit een instrument zijn in dienst van het ego. Agressie is bedoeld het heilige in ons te beschermen en te bevrijden van ongewenste indringers. Veroordeel je die oerkracht in jezelf dan raak je hem kwijt, stel je geen grenzen meer en wordt manipuleerbaar. Hier op aarde komen licht en donker samen, kwetsen mensen elkaar en juist daarom is het nodig dat heilige in jezelf te eren en te beschermen. En dan kun je niet alleen maar aardig zijn. Zolang kwaadheid onderdrukt wordt gaat het naar het onderbewuste waar het zich gaat ontwikkelen tot een gevaarlijke kracht. Op het moment dat kwaadheid je bondgenoot wordt en je hem gedoseerd laat ontsnappen, is het een goede vriend.

–  ik moet vergeven. Sta niet te snel klaar met vergeving. Ansel Grün zegt ergens: “Zolang het mes van mijn vijand nog in mijn rug steekt, kan ik hem onmogelijk vergeven.” Zolang het mes er nog inzit ben je bezig met overleven, met de pijn en kom je niet toe aan vergeven. De stuwende kracht om de negatieve energie van die ander naar buiten te krijgen, is een vorm van agressie. Vergeven is wel het ultieme waar we naar toe moeten, maar er is veel zelfkennis voor nodig om dat bewust te kunnen doen: kun je het nog niet echt en denkt het wel te kunnen, dan kom je jezelf daar later in tegen en blijkt die vergeving niet zo ver te gaan als je dacht.

Grenzen stellen: bìnnen jezelf en buìten jezelf

Grenzen stellen heeft betrekking op twee gebieden: de wereld in onszelf en de wereld buiten onszelf. Grenzen stellen buiten jezelf heeft ook alles te maken met de grenzen ìn je en de overtuiging die je meedraagt. Mensen die last hebben van teistering door bovennatuurlijke beïnvloeding, kunnen vaak ook in het dagelijkse leven moeilijk grenzen stellen in hun psychische laag. Grenzen stellen is ook het scheiden van verantwoordelijkheden: wat van de ander is, laat dat bij de ander, wat jouw aandeel is, buig je daar over en niet verder. Binnen jezelf heeft grenzen stellen vooral betrekking op:

–  begrenzen van ego – de rol van het geweten daarin is groot,

–  begrenzen van denken – dingen kapot redeneren verhindert contact met het zintuig van de geest,

–  begrenzen van mogelijkheden en onmogelijkheden – en deze laatste vooral ook accepteren. Vraag niet te veel en ook niet te weinig van jezelf.

Grenzen stellen buiten jezelf heeft bijvoorbeeld betrekking op:

–  ouder-kindrelatie. Liefde, aandacht, ruimte, zorg, ze behoren tot de primaire levensbehoeften van het kind. De zachte kracht, die gevoelige en ontvankelijke kant, is van groot belang maar het kan niet altijd. Het kind heeft ook de mannelijke kracht van het stellen van grenzen nodig, heeft zelfs recht op correctie waardoor het later ook in staat is grenzen te stellen aan zijn eigen ego. In de opvoeding is het belangrijk die harde en zachte krachten in balans te laten zijn en is het corrigeren een zoeken naar de middenweg waarbij liefde altijd de maatstaf is. Ook het consequent op één lijn zitten van de ouders is belangrijk daar dit anders veel verwarring en onduidelijkheid kan scheppen voor het kind. Valkuilen zijn medelijden en bijvoorbeeld zelf grenzeloos worden om maar niet net als je autoritaire vader te worden. Zie dan in dat je niet fundamenteel vrij staat om vanuit het juiste midden op een liefdevolle manier je grenzen te stellen en het kind daarmee ook respect voor naasten bij te brengen.

–   kind-ouderrelatie. Volwassen kinderen moeten soms ook grenzen stellen aan hun bejaarde ouders. Vaak zijn ze als kind erg gemanipuleerd en zien niet dat die manipulatie nog steeds door gaat, zij het in iets andere vorm. Die ouders doen dan keurig een beroep op het schuld- en plichtsgevoel van de kinderen en gaan voortdurend over grenzen wat ten koste gaat van jezelf. Het is niet erg eens voorbij te gaan aan jezelf en je in te houden voor de ander, maar soms is het nooit goed genoeg. ‘Eert uw vader en moeder’ kun je ook doen door weg te blijven als het echt niet meer gaat. Bovendien mag je die ander ook de kans gunnen een blik in de spiegel te werpen door met jouw grenzen geconfronteerd te worden. Ook dat zijn ze waard: door je voortdurend te plooien ontzeg je ze misschien een heel belangrijke les.

– de partnerrelatie. Door een onevenwichtigheid in de mannelijke en vrouwelijke kant in jezelf, is de partnerkeuze vaak naar dat deel wat je in jezelf niet tot ontwikkeling hebt laten komen. Dan vul je elkaar aan, vindt daarin een balans tot op een dag één van beide geen vrede meer heeft met dat patroon. Deze partner gaat die andere kant in zich ontwikkelen en verandert. Hierdoor gaan botsingen ontstaan die overigens heel heilzaam kunnen zijn. Want je hebt die confrontaties en communicatie nodig om je grenzen naar elkaar aan te geven zodat die andere kracht in jou geboren kan worden. De ruzies zijn nodig om je aan elkaar te spiegelen en kunnen een groot geschenk brengen van persoonlijke, innerlijke groei. Ruzies tussen partners is vaak niets anders dan het rammelen van de ene partner aan de tralies waar die ander achter gevangen zit: je roept elkaar eigenlijk tot bevrijding. Als je het zo kunt gaan zien, kun je ook anders met die ruzies omgaan.

Samenvatting

Samenvattend een aantal punten die belangrijk zijn bij het stellen van grenzen:

  • Luister naar jezelf. Wat wil jij zelf? Blijf trouw aan jezelf.
  • Heb oog voor de signalen die je op je weg krijgt aangereikt en die aangeven dat je bezig bent je grenzen te overschrijden of laat overschrijden door anderen. Negeer die signalen niet want dat gaat altijd ten koste van jezelf.
  • Wees duidelijk naar anderen toe. Laat ‘ja’ duidelijk ‘ja’ zijn en ‘nee’ ook duidelijk ‘nee’. In een duidelijke communicatie geef je anderen de kans je ook werkelijk te zien.
  • Denk niet voor anderen. Het is zinloos bezig te zijn hoe anderen misschien over je denken.
  • Blijf krachtig en aandachtig aanwezig in het hier en nu. Ook als die nare gevoelens komen, wanneer je ‘nee’ gezegd hebt. Voel wat je voelt en blijf ermee in contact.
  • Durf zwak te zijn. Door je zwakte heel bewust te accepteren, kun je in contact komen met een grotere kracht: de Geest. Dus ook in onze eigenmachtigheid en denken het allemaal zelf te kunnen, mogen we grenzen stellen want we kunnen het niet allemaal zelf.
  • Durf eenvoudig te zijn. Eenvoud is een geestelijke deugd.
  • Wees je bewust dat je mag zijn zoals je bent met alle eigenschappen die je bezit. Accepteer jezelf, wees echt.
  • Ga bewust om met je aandacht, want aandacht is energie. Verspil je energie niet. De geest in ons heeft niets anders nodig dan onze liefdevolle aandacht.
  • Weet dat het stellen van grenzen een spirituele deugd en dus een levensopdracht is.
  • Ga niet krampachtig om met het stellen van grenzen. Doe er niet te moeilijk over, je mag ook best eens over je grenzen gaan. Houd het een beetje in balans.

Weet, dat wanneer je het heilige in jezelf zó de ruimte zult geven, je het heilige in heel de kosmos dienstbaar bent. Want het gaat tenslotte niet alleen om ons zélf; het gaat om het grote geheel waar wij deel van uitmaken. In die zin zijn de grenzen er niet alleen voor onszelf en is het stellen van grenzen ook niet een daad van egoïsme, maar dien je de ander er evengoed mee.

Wij zijn als cellen ingebed in een groter geheel. Er is een voortdurende samenwerking tussen deze cellen, tussen ons allemaal afzonderlijk. We staan allemaal met elkaar in verbinding. Zo mag ieder mens een cel zijn in het geheel en heeft ieder levend wezen zijn of haar eigen, unieke plek in de schepping. En juist door het heilige in onszelf te eren, eren wij de grote Eenheid van de schepping. Ik hoop dat je dat hoge doel voor ogen zult houden. Alle ander doelen zijn afgoden. Want door het heilige in jezelf te dienen, dien je God.