Mensen zijn van nature intuïtieve wezens. Dingen voelen goed of juist niet. Ook maken we allemaal wel eens mee dat plotseling vanuit het niets het antwoord op een prangende vraag ons te binnen schiet. Of dat ene moment waarop je een voorgevoel had dat later exact bleek te kloppen. Sommigen noemen dat intuïtie, anderen noemen het ‘shamanic seeing’ of ‘remote viewing’. Ondanks dat je een voorwerp of een situatie namelijk niet kunt zien, is de informatie daarover wel beschikbaar. Die informatie ligt opgeslagen in een allesomvattend veld waarin alle aanwezige informatie van het heden, verleden en de toekomst ligt opgeslagen. Je onbewuste heeft vrij toegang tot deze informatie. Het ‘zien’ en ‘weten’ overkomt de meesten van ons nu nog op onverwachte momenten, maar kun je het ook afdwingen? Kun je het leren en beheersen? En zo ja, hoe dan? Op deze vragen gaat Bert Janssen op geheel eigen wijze antwoorden geven. Met een niet te stoppen enthousiasme en een flinke dosis humor deelt hij een groot aantal verbazingwekkende zaken die ons weer eens goed duidelijk maken over welk enorm potentieel wij als mens kunnen beschikken als we bereid zijn alle beperkende conditioneringen overboord te gooien.
Hoe wij de werkelijkheid door onze ogen zien
Licht is de cruciale factor die het mogelijk maakt om de wereld via onze ogen te kunnen zien. Onze ogen vangen lichtdeeltjes op die door voorwerpen om ons heen weerkaatst worden. In feite zou je daarom kunnen zeggen dat het eerder zo is dat datgene wat je ziet naar jou toekomt dan dat jij naar iets kijkt. We kunnen zien, omdat onze ogen en hersenen samenwerken. Het oog vangt licht op uit de omgeving. Op het netvlies wordt het licht geregistreerd door miljoenen lichtgevoelige cellen en omgezet in beelden. Van die beelden op het netvlies zijn we ons echter nog niet bewust. Dat gebeurt pas later als het netvlies het licht heeft omgezet in miljoenen elektrische signalen die via de oogzenuw naar de hersenen worden geleid. Aangekomen bij de visuele cortex worden deze signalen omgezet in bewuste beelden. De werking van het oog is een ingenieus proces, maar we zien dus pas echt iets als onze hersenen zich ermee gaan bemoeien. Bij het zien gebruiken de hersenen meer informatie dan alleen de signalen die via het oog binnenkomen. Informatie die gevormd is door wat we horen, voelen en ruiken, maar ook onze herinneringen en verwachtingen zijn van grote invloed op de interpretatie van dat wat we zien en wat we als de werkelijkheid beschouwen. Maar hoe betrouwbaar is het beeld wat wij op deze wijze van de werkelijkheid creëren?
Optische illusies
Om zelf te ervaren hoe onze ogen ons voor de gek kunnen houden, laat Bert Janssen een aantal afbeeldingen met optische illusies zien. Een optische illusie is iets wat je ogen zien, maar waar onze hersenen een totaal andere betekenis aan geven. Je denkt dus iets anders te zien dan wat er werkelijk is. Na een aantal van deze afbeeldingen gezien te hebben, de één nog hilarischer dan de andere, kunnen we inderdaad wel stellen dat de beeldvorming die begint bij onze ogen niet altijd even correct is. Wat verder opvalt, is dat je meteen gaat invullen wat je ziet. Omdat je denkt te weten wat je ziet, verbind je er direct een mentaal beeld aan. Zie je vervolgens een afbeelding in een onmogelijke vorm of verhouding, dan merk je direct dat je iets meer tijd nodig hebt om tot een conclusie te komen. Omdat het zo confronterend is, laat Bert Janssen nog een aantal voorbeelden zien. Iedereen die aanwezig was, herinnert zich vast nog wel de afbeelding met de sportauto en de bus die uiteindelijk één bleken te zijn. Op de bus zat namelijk een sticker van een sportauto geplakt waardoor het net leek of de sportauto voor de bus stond. Of de afbeelding met het prachtige uitzicht op een meertje met het hagelwitte strand, wat een muurtje in het zonlicht bleek te zijn. Het is bijzonder om te ervaren hoe snel je conclusies trekt en meent te weten wat je ziet. Door alles direct een betekenis te geven, sluit je onmiddellijk al het andere af wat in potentie mogelijk is. Zodra jij zegt “Ik weet wat ik zie,” leg je het beeld vast. Je staat dan niet meer open en kijkt niet verder.
Waarnemen buiten je fysieke zintuigen om
Sjamanen in Zuid-Amerika wisten eeuwen geleden al dat waarnemen met onze fysieke zintuigen niet de enige manier is. Zij hebben technieken ontwikkeld om informatie rechtstreeks bij de visuele cortex binnen te laten komen. Daardoor kun je het vermogen ontwikkelen om dingen te zien die je niet met je fysieke zintuigen kunt zien. Bijvoorbeeld omdat ze ver weg zijn, veel verder dan je oog reikt. Of omdat ze verstopt zijn, bijvoorbeeld een foto in een gesloten envelop. Het zijn technieken die we kennen onder de noemer van ‘shamanic viewing’, ‘hyper intuition’ of ‘remote viewing’. Zij zijn gebaseerd op buiten-zintuigelijke waarneming (Extra Sensory Perception). Wil je ooit iets met deze technieken gaan doen, dan is een eerste vereiste dat je het moment zo lang mogelijke uitstelt waarop je mentaal gaat benoemen wat je ziet. Je moet de wereld ongefilterd op je af durven laten komen. Zodra je namelijk denkt te weten wat je ziet en er een woord of beeld aan koppelt dan verberg je het mysterie achter een etiket. Als je daarentegen alert bent en aandachtig naar iets kijkt zonder het mentaal te benoemen, opent zich een venster op het vormloze en komt er informatie tot je die je niet op een andere wijze had kunnen verkrijgen.
Omdat het onmogelijk is om uit te leggen hoe deze technieken exact werken, geeft Bert Janssen een aantal bijzondere voorbeelden. Het zijn onder meer voorbeelden van synchroniciteit: dingen die niet causaal met elkaar verbonden zijn, maar wel betekenisvol voor elkaar zijn. Causaal verbonden wil zeggen dat er een oorzaak en een aanwijsbaar gevolg is. De reguliere wetenschap doet niets anders dan zoeken naar causale verbanden. Is er geen causaal verband tussen twee dingen, zoals in het geval dat de telefoon gaat op het moment dat jij aan Jantje denkt en het is Jantje die belt, dan heeft de wetenschap een probleem. Ze kan dan niet zeggen ‘dit gebeurt vanwege dat’ omdat er geen oorzaak aan te wijzen is. Daarom kunnen we van ‘remote viewing’, ’shamanic seeing’ en ‘hyper intuition’ ook alleen maar voorbeelden geven, er is geen aanwijsbaar causaal verband aanwezig. Door voorbeelden te geven, laat Bert Janssen zien dat het wel degelijk mogelijk is om buiten de normale zintuigen om toegang te krijgen tot een veelomvattender informatieveld.
De verdwenen vliegtickets van Pete Sanders
Pete Sanders, een goede bekende van Bert Janssen, is met zijn gezin op weg naar het vliegveld. Het is in de tijd dat je nog papieren vliegtickets nodig had. Na enige tijd komen ze er achter dat ze geen vliegtickets bij zich hebben. Pete Sanders blijkt vlak voor vertrek de vliegtickets op de auto te hebben gelegd, ze zijn bij het wegrijden van de auto gewaaid. Ze besluiten terug te rijden en bij de eerst volgende afslag naar een telefooncel te gaan om het vliegveld om advies te vragen, mobiele telefoons waren er nog niet. Ze missen echter de afslag en moeten de volgende dan maar nemen. Ook die rijden ze op de één of andere manier voorbij. Bij de afslag naar Oak Creek Village lukt het om een telefooncel te vinden. Het zijn van die grote schelpen die buiten aan de muur hangen waar je half in staat. Hij belt met de vliegtuigmaatschappij en terwijl hij uitlegt wat hem is overkomen, wordt hij op zijn schouders getikt. Het is de man die naast hem staat te bellen. Wat blijkt? Deze man is net de politie aan het bellen omdat hij drie vliegtickets gevonden heeft die blijkbaar van een auto zijn gewaaid. Het waren de tickets van Pete Sanders! Wat gebeurde er waardoor Pete Sanders per ongeluk tot twee keer toe een afslag miste? Blijkbaar had hij een soort innerlijk besef dat hem onbewust liet weten van ‘ik moet hier niet gaan bellen’. Een innerlijk weten waar hij zich op dat moment niet echt bewust van was maar wat wel genoeg aan de oppervlakte lag opdat het hem deed besluiten om door te rijden tot Oak Creek Village. Het verhaal van Pete Sanders laat zien dat het mogelijk is dat er iets in jou is, dat weet, wat je rationeel gezien niet zou kunnen weten.
Rhine’s experimenten met Zener kaarten
J.B. Rhine wilde proefondervindelijk vaststellen of je Extra Sensory Perception zou kunnen leren. Hij gebruikte hiervoor een stapel Zener kaarten. Een spel Zener kaarten bestaat uit 10 series van 5 kaarten met op iedere kaart 1 van de 5 vormen (vierkant, cirkel, golfjes, ster en het plus teken). In het experiment moest een proefpersoon raden welke kaart Rhine trok. De verwachting is dat iedereen in staat moet zijn om 1 op de 5 kaarten (20%) goed te raden, gewoon door te gokken. Heeft iemand een score van 25% of hoger dan is er geen sprake meer van toeval, maar heeft deze proefpersoon een buitengewoon talent om vooraf te weten welke kaart er getrokken wordt. Rhine heeft met heel veel proefpersonen dit soort testjes gedaan. Hij merkte dat een proefpersoon met talent in het begin heel goed scoorde. Naarmate ze het vaker achter elkaar deden, bleek echter dat de proefpersoon steeds slechter ging scoren. Rhine trok daaruit de conclusie dat je het raden van kaarten schijnbaar niet kon leren. Hoe meer je oefende, hoe slechter de persoon presteerde. Rhine ontdekte namelijk dat naarmate je meer oefende het spel saai begon te worden. De proefpersoon verloor zijn interesse en stemde niet meer zuiver af. Juist die afstemming was nodig om exact te weten welke kaart er werd getrokken. Iemand die hier erg goed in bleek is Uri Geller, de Israëlische mentalist die voornamelijk bekendheid verwierf omdat hij zonder fysieke kracht lepels kan buigen. Uri Geller heeft zich uitgebreid laten testen in het ‘Stanford Research Institute’, een universitair centrum in Amerika. Op You Tube kun je hier een filmpje van bekijken.
Het vermogen om in de toekomst te zien
In 1994 zag Bert Janssen zijn eerste graancirkel in de buurt van Assen. Gefascineerd door dit bijzondere fenomeen ging hij in 1995 naar Wiltshire in Engeland, het walhalla voor graancirkelliefhebbers. Na dagen te hebben rondgereden had hij nog steeds geen graancirkel gezien. Er komt dan een moment waarop je besluit dat het blijkbaar niet gaat lukken, je laat het los en geeft het op. Wandelend door de High Street in Malborough besluit hij richting de kust te gaan, maar ineens ziet hij een man op het trottoir zitten die foto’s van graancirkels aan het bekijken is. Bert Janssen stopt meteen, kijkt iets beter, maar bij nader inzien bleken het foto’s van mozaïeken te zijn met prachtige geometrische patronen. Zijn teleurstelling was enorm. Iets doet de man besluiten om hem tegen te houden: “Zoek jij graancirkels?” vraag hij en pakt vervolgens een stapel foto’s van graancirkels uit zijn tas. Foto’s die diezelfde week genomen waren in hetzelfde gebied waar Bert Janssen en zijn vriendin al een week lang rond gereden hadden en helemaal niets hadden gezien. Wat gebeurde hier? De beelden met de graancirkelfoto’s die Bert Janssen zag toen hij langs de man op het trottoir liep, bleek een blik in de toekomst te zijn. Het moest nog gaan gebeuren. Op het moment dat hij langs liep, keek de man op het trottoir nog naar andere foto’s. Pas toen Bert Janssen bij hem ging zitten en de man de foto’s van de graancirkels er bij haalde, speelde zich datgene af wat Bert Janssen een paar minuten eerder had gezien. Blijkbaar kun je dus dingen zien die je qua tijd eigenlijk helemaal niet had kunnen zien.
Een ander goed voorbeeld van dingen zien die je qua tijd helemaal niet had kunnen zien, is de getuigenis van de bekende psychiater Carl Gustav Jung. In 1934 gaat Jung naar Ravenna en bezoekt daar met een vriend de ‘Battistero Neoniano’. Volledig onder de indruk van de mozaïeken die daar te zien zijn, verblijven ze er urenlang om de symboliek in de mozaïeken te interpreteren. Jung wil ansichtkaarten van de mozaïeken kopen, maar kan ze nergens vinden. Aan een vriendin die een paar maanden later naar Ravenna gaat, vraagt Jung of zij ansichtkaarten zou willen kopen van de mozaïeken zodat hij ze verder kan bestuderen. Maar ook zij vindt geen ansichtkaarten. Teleurgesteld loopt zij het baptisterium in om met eigen ogen de mozaïeken te gaan bekijken. Tot haar grote verbazing is er geen mozaïek te zien. Bij navraag blijkt dat er zo’n honderd jaar geleden in het baptisterium mozaïeken zijn geweest die na een brand volledig verwoest zijn. Ze zijn nooit gerestaureerd. Jung en zijn vriend zagen de mozaïeken echter exact zoals ze er honderd jaar geleden uit hadden gezien. Jung is met dit verhaal naar buiten getreden ook al wist hij dat hij daarmee zijn reputatie als gerenommeerd psychiater op het spel zette. Hij had geen enkele verklaring voor wat hem overkomen was. Het lijkt er dus inderdaad op dat hij zich kon aansluiten op een veelomvattender bewustzijnsveld en daar informatie uit kon tappen. Remote viewing, shamanic seeing en hyper intuition zijn dus blijkbaar niet afhankelijk van tijd. Als tijd geen factor is, hoe zit het dan met afstand?
Het vermogen om op afstand te zien
Dat mensen over het vermogen beschikken om dingen te zien terwijl ze daar zelf niet fysiek bij aanwezig zijn, laat Emmanuel Swedenborg zien. Swedenborg, een gedegen wetenschapper die onder meer studeerde aan de universiteit van Uppsala, verbleef na zijn studie enige tijd in Londen. Tijdens een diner met vrienden roept hij opeens “Brand, brand!” Iedereen in paniek, maar gelukkig kon Swedenborg hen geruststellen omdat de brand die hij zag niet in Londen was, maar in zijn geboorteplaats Stockholm. Hij zag een enorme brand woeden in de wijk waar hij opgroeide, wat hem enorm verontrustte. Hij moest echter geduld hebben omdat er in die tijd nog geen telefoon was. Het duurde daarom een dag of drie, vier voordat er een koerier uit Stockholm in London aankwam die kon bevestigen dat er daadwerkelijk een behoorlijke brand had gewoed in Stockholm. Terwijl hij zo’n 400 kilometer van de brandhaard verwijderd was, zag Swedenborg hoe de brand in Stockholm woedde. Zijn beschrijving bleek exact te kloppen. Google maar eens op ‘Swedenborg brand Stockholm’ en lees het hele verhaal.
Rhine, de man van de experimenten met de Zener kaarten, kende dit soort getuigenissen ook. Hij besloot zelf te gaan onderzoeken of afstand effect had op de score. Rhine ging daarom zelf met zijn kaarten in Los Angeles zitten en terwijl zijn proefpersonen in New York zaten. Ze spraken een tijd af wanneer hij de kaarten ging trekken en op dat moment moest de proefpersoon in New York vertellen welke kaart hij had getrokken. Wat bleek? Rhine ontdekte dat afstand de score niet beïnvloedde. Het maakte niet uit of de proefpersoon bij hem aan tafel zat of op afstand was, de score was identiek.
Joe McMoneagle en de rode fiets
Om nog een paar overtuigende voorbeelden te geven, vertelt Bert Janssen nog een paar bijzondere getuigenissen. Joe McMoneagle werkte in opdracht van het Amerikaanse leger mee aan experimenten met remote viewing. Ze laten Joe Mc Moneagle onder andere de volgende test doen. Hij krijgt pen en papier en moet proberen om op afstand contact te maken met een collega die in de stad naar een markant gebouw loopt. De opdracht aan Joe McMoneagle is om te tekenen wat zijn collega ziet. Hij moet als het ware in de huid van de ander kruipen en door de ogen van zijn collega zien waar hij naar kijkt. Als Joe klaar is, wordt hij naar de plek gebracht waar zijn collega zich bevond. Tot in detail had Joe McMoneagle exact getekend waar zijn collega naar keek. Alles klopte behalve één ding: op de tekening van Joe McMoneagle stond een rode fiets tegen het gebouw aan. Terwijl ze nog wat napraten, komt er ineens een man aan rijden op een fiets. Het blijkt de rode fiets te zijn die exact op de plaats wordt geparkeerd waar Joe hem had getekend. Joe had dus iets gezien en getekend wat nog niet was gebeurd. Hier zijn heel veel proeven mee gedaan en de grootste tijdsafstand die men is tegengekomen was tien jaar. Betekent dit dan dat alles al bij voorbaat vastligt? Dat we geen enkele vrije keuze hebben? Gelukkig ligt dat iets genuanceerder.
Als we in de toekomst kunnen zien, hoe zit het dan met de vrije wil?
Op werkbezoek in Amerika heeft Bert Janssen een ontmoeting met een Tibetaanse monnik die zandmandala’s aan het maken is. Het gesprek komt op de vraag of het niet uitermate vervelend is als je dingen kunt zien die nog moeten gaan plaatsvinden. Wil je dat eigenlijk allemaal wel weten? Betekent het dan ook dat alles al vastligt en dat wij als individu hier geen enkele keuze in hebben? De Tibetaanse monnik legt het uit aan de hand van de volgende situatie: Stel dat je innerlijk een bus te zien krijgt. Die bus vertrekt bij een busstation en je ziet dat die bus linksaf een weg inrijdt en daar een enorm ongeluk krijgt. Je ziet dat er mensen zijn die dit ongeluk niet overleven. Als je weet dat dit gaat gebeuren, dan heb je nog steeds de vrije keus om wel of niet met die bus mee te gaan. Die bus zal het ongeluk krijgen, daar kun je niets aan doen, maar jij kunt zelf besluiten om wel of niet in die bus te stappen. Daar gaat het uiteindelijk om. Als je dit soort dingen voor jezelf kunt zien, dan ben je veel beter in staat om je eigen leven een wending te geven die voor jou het beste is. Het is dus niet zo dat alles al vastligt. Jouw eigen keuze ligt niet vast, die maak je in het moment zelf.
Rick Reynolds voorziet een vliegincident
Dat het niet zo hoeft te zijn dat je dingen te zien of te weten komt die je zelf gaat meemaken, laat het bijzondere verhaal zien wat Rick Reynolds meemaakte. Het is december 2014 als Rick een lucide droom heeft. Hij bevindt zich in een vliegtuig dat op het punt staat uit Parijs te vertrekken. Opeens bekruipt het gevoel hem dat hij niet op de goede plek zit. Gelukkig zijn er nog plaatsen vrij en krijgt hij toestemming om te gaan verzitten. Het vliegtuig stijgt op en vlak na het opstijgen raakt het vliegtuig in de problemen, helt over naar links, raakt met een vleugel een brug en stort neer in de Seine. Bijna niemand in de droom overleeft het, behalve Rick. Hij heeft het overleefd omdat hij op de goede plek zat. Was hij blijven zitten op de plek waar hij zat dan had hij het niet overleefd. Deze droom was zo levensecht en maakte zo’n diepe indruk op hem, dat hij dacht “Dit moet in de geschiedenis echt gebeurd zijn”. Hij kan echter niets vinden en laat het los. Enkele maanden later in Zuid Korea: een vliegtuig staat klaar voor vertrek. Een man zit met zijn gezin in het vliegtuig en heeft het gevoel dat ze niet op de goede plek zitten. Hij vraagt of ze mogen verzitten en ze krijgen een andere plek toegewezen. Het vliegtuig vertrekt, stijgt op en krijgt vlak na de start een enorm probleem. Het vliegtuig helt op zijn zijkant, raakt een brug en duikt de rivier in. Bijna iedereen is dood, het gezin overleeft de ramp. Een taxichauffeur zag het gebeuren en heeft het vastgelegd op film. Toen Rick Reynolds dit te zien kreeg, kwamen de beelden exact overeen met die uit zijn droom. Het is een krankzinnig verhaal, maar het heeft plaatsgevonden.
Kun je ‘remote viewing’ of ‘shamanic seeing’ leren?
Nu we zoveel voorbeelden hebben gezien, rijst natuurlijk de vraag of we dit ook kunnen leren. De meningen daarover verschillen nogal. We zagen bij de experimenten van Rhine met de Zener kaarten dat hij ontdekte dat oefenen geen enkele verbetering op de score gaf. Joe McMoneagle daarentegen ontwikkelde een protocol dat je stapje voor stapje moest doorlopen om in een bepaalde gemoedstoestand te komen die het gemakkelijker zou maken om in contact te komen met je intuïtieve vermogens en het alomvattende informatieveld. De vraag blijft dan nog steeds: Hoe weet je dat je het goed ziet? Om dat te beantwoorden komen de Zener kaarten van Rhine weer in beeld. Je neemt een set Zener kaarten, schudt de kaarten en probeer te raden welke kaart je trekt. Ga kijken hoe goed je hierin bent. Er zullen dagen zijn dat je beter bent dan op andere dagen. Probeer te achterhalen wat er anders is op de dagen dat je erg goed bent. Dat zijn zeg maar de dagen dat je ‘aan’ staat. Het kan bijvoorbeeld zijn dat op de dagen dat je erg goed was, je het telkens voelde kriebelen op je hoofd. Iedere keer als je het voelt kriebelen op je hoofd, weet je dat dit het teken voor jou is dat je ‘aan’ staat en het goed ziet. Voel je dat gekriebel niet, dan weet je dat de kans groot is dat je niet goed zit. Het is een manier om er achter te komen wat jouw goede momenten zijn. Het is een bepaalde ‘state of mind’ waar je in moet komen, een gemoedstoestand die je na verloop van tijd steeds beter gaat herkennen.
De invloed van je gemoedstoestand
Om te laten zien hoe belangrijk je gemoedstoestand voor het resultaat is, gaan we naar Benveniste, een Franse immunoloog. Hij was één van de voorlopers op het gebied van homeopathie en heeft een machine ontworpen om het potentiëren te mechaniseren. Een stuk of zes van deze machines heeft hij uitgezet in verschillende laboratoria in Frankrijk. Vijf van de zes laboratoria behaalden goede resultaten, één totaal niet. Nadat Benveniste de machine daar vervangen had, werd er nog steeds geen enkel goed resultaat behaald. Wat bleek? De machine werd bediend door iemand die er totaal niet in geloofde. Een negatieve attitude was blijkbaar sterk genoeg om het hele proces te verstoren en nul resultaat te behalen. De ‘state of mind’ van degene die de machine bediende bleek dus bepalend te zijn voor de uitslag. Daar moet je het ook zoeken als je ‘remote viewing’, ‘shamanic seeing’ of ‘hyper intuition’ wilt leren. Het is niet zo dat je door herhaaldelijk oefeningen te doen het kunt leren. Het is trachten in een bepaalde gemoedstoestand te komen waarin het kan plaatsvinden.
Wat je daar goed bij kunt gebruiken, zijn de programma’s op het gebied van lichaamsbewustzijn en emotieregulatie van het HeartMath instituut. Uitgangspunt is om het hart en het hoofd in resonantie te brengen. Dit kan je in een ‘state of mind’ brengen waarbij je de bewuste geest naar niveaus tilt waar deze toegang krijgt tot intuïtie en subtielere vormen van waarneming. Uiteindelijk blijkt het bij HeartMath om een simpel oefeningetje te gaan, maar omdat mensen geneigd zijn eenvoudige oplossingen niet serieus te nemen, hebben ze er een heel verhaal omheen gebouwd. Joe Dispenza, bekend van ‘What the bleep do we know’, geeft aan dat het feit dat we onze intuïtieve vermogens nauwelijks aanspreken volkomen aan onszelf ligt. Omdat je er zelf niet echt in gelooft, houd je jezelf tegen.
In zijn boeken beschrijft Joe Dispenza een aantal oefeningen die je kunnen helpen om het beperkte bewustzijn te ontstijgen en een nieuwe werkelijkheid te creëren. Dat dit mogelijk is, heeft Joe Dispenza meerdere malen zelf ervaren. Zo richtte hij zich tijdens één van zijn meditaties zijn aandacht op een rode roos. Urenlang was hij bezig om samen te vallen met die roos. De volgende dag komt er een busje aangereden terwijl hij op zijn oprijlaan bomen aan het snoeien is. Er wordt een pakketje bezorgd. Als hij vraagt aan wie hij dit te danken heeft, krijgt hij te horen dat hij geen vragen mag stellen. Als hij het pakket open maakt, blijkt er een rode roos in te zitten. Tot op de dag van vandaag weet hij nog steeds niet van wie de roos afkomstig is. Het laat wel zien dat je schijnbaar een realiteit kunt creëren die zo dichtbij komt dat het fysiek begint te worden. Als je in de ‘right state of mind’ komt, kun je een realiteit creëren die precies je pad is. Als je die mogelijkheid begint te zien, dan is dat de meerwaarde waar we het over hebben als we spreken over ‘hyper intuition’, ‘remote viewing’ of ‘shamanic seeing’. Het meer ontwikkelen van je intuïtieve vermogens kan je antwoorden geven die te maken hebben met het unieke pad dat jij in dit leven te gaan hebt. Op het moment dat jij dat pad beter kunt zien, kun je betere keuzes maken.
VRAGEN
Met name door de opkomst van de virtuele wereld komt er heel veel op ons af. Hoe kun je daar je weg in vinden en weten of dat wat er op je afkomt goed is?
Er komt inderdaad heel veel informatie op ons af. Informatie waarvan je niet meer weet of het waar is of niet. Op het moment dat jij van jezelf weet dat je ‘aan’ staat, zul je merken dat je op die momenten veel beter in staat bent om te herkennen welke informatie voor jou relevant is. Probeer er dus achter te komen hoe je bij jezelf kunt herkennen wanneer je ‘aan’ staat. Zener kaarten kunnen je daar bij helpen.
Ik kijk niet zo vaak op de klok, maar als ik kijk zie ik steeds een tijdstip met het getal 42 erin. Wat kan daar de betekenis van zijn?
Het boek ‘The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy’ speelt zich af in de toekomst waar men beschikt over ontzettend krachtige computers. Toch leven mensen ook in die tijd nog steeds met dezelfde levensvragen. Men besluit één van die vragen in een computer te stoppen om te kijken of de computer in staat is het antwoord te vinden. De computer gaat aan de slag en omdat het een lastige vraag is, rolt er pas vele jaren later een antwoord uit. Het antwoord is 42. Eindelijk is er een antwoord, maar wat heeft men niet meer? De vraag. Ze zijn na al die jaren wachten de vraag vergeten. De 42 uit jouw vraag is dus het antwoord. Je hoeft nu alleen nog maar de vraag te achterhalen.
U vertelde over een eenvoudige oefening van HeartMath die in feite de basis is van hun programma. Kunt u daar iets meer over vertellen?
De kern van die oefening is dat je de wereld inademt door je hart. Laat alles wat naar je toekomt door je hart binnen komen. Als jij de wereld om je heen door je hart ervaart en je bent in staat om dat in coherentie te brengen met je hoofd, dan werken hart en hoofd niet langer onafhankelijk van elkaar maar gaan ze samenwerken. Vergelijk het met een aantal metronomen die je naast elkaar zet. Ook al hebben ze in het begin een ander ritme, na verloop van tijd gaan ze allemaal synchroon lopen. Carl Gustav Jung ontdekte, dat als je hoofd en hart in resonantie met elkaar brengt, dat er dan ook meer synchroniciteiten in je leven gaan plaatsvinden. Niet omdat je er meer op let en je het daarom vaker op gaat merken, maar in de zin dat het absoluut vaker gebeurt. Naarmate je bewuster wordt dat er elke dag wonderen plaatsvinden, dan gaan ook in jouw leven die wonderen vaker plaatsvinden.
Voor meer informatie over Bert Janssen en een groepsreis naar Engeland: www.bertjanssen.nl