Nadat hij de Ramayana, een van de vele belangrijke Hindoeboeken op een standaard heeft gezet, begint de spreker met het zingen van een mantra in het Sanskriet. Hiermee heeft hij direct zijn publiek in de ban. Hij spreekt ons vervolgens aan met „lieve broeders en zusters” en vertelt dat we alles wat we van het Hindoeïsme denken te weten, maar even moeten vergeten. Diegenen die hierover verslag deden in het westen waren immers meest missionarissen, die niet geheel onbevooroordeeld waren. De Duitser Max Muller, de eerste Indoloog die alle Indiase werken vertaalde, schreef bijvoorbeeld in een brief aan zijn vrouw: „Met de kerstening gaat het goed.” Ook de Engelsman William Jones en de Belgische pater Bulke schreven vanuit hun christelijke achtergrond.
Alle mantra’s en shloka’s zijn in het Sanskriet. Ook al versta je de taal niet, de trillingen zijn zo bijzonder, dat het toch erg goed klinkt. De Hindoes spreken ook niet van Sanskriet, maar van Deva (spreek uit Deeoewah). Hierin kun je het woord Deo (God)nog duidelijk herkennen. Het betekent dan ook: de taal der goden.
De Hindoes kennen 1180 Upanishads, dit zijn de filosofische werken. Up betekent dichtbij en in ons woord ‘zitten’ kun je nog het woord shad herkennen. Upanishad betekent dan ook dichtbij je leermeester zitten en kennis opdoen. Zo zijn de Upanishads in de wouden van India ontstaan, van goeroe op discipel. Er zijn vier Veda’s, dit zijn de hoogste werken. Verder zijn er nog vier Up-Veda’s, 18 Purana’s, dit zijn historische werken, 29 Up-Purana’s, een 60-tal Smriti’s en 136 Ramayana’s.
Een mensenleven is niet genoeg om de Hindoewerken allemaal door te nemen, laat staan te beheersen. Heel veel Hindoewerken zijn in het verleden verbrand door aanhangers van de Islam. De Veda’s kenden ongeveer honderdduizend mantra’s. Er zijn er nu nog ruim twintigduizend. Alle facetten van het leven zijn in de loop der jaren tot in detail uitgewerkt en opgeschreven. Iemand die het Hindoeïsme bestudeert heeft, heeft dan ook weinig vragen meer. De wereld heeft op het gebied van de wetenschap dan ook veel aan het Hindoeïsme te danken, want of het nu gaat om wiskunde, sterrenkunde, filosofie of plastische chirurgie, er is altijd wel een vroeg Hindoewerk op elk gebied te vinden.
Hindoeïsme is geen geloof, is geen godsdienst. Het is een Dharma. Dhr. Lalbahadoersing zegt dit duidelijk te willen maken aan de hand van de ‘tien geboden’ van het Hindoeïsme:
- Dhriti; standvastigheid, doorzettingsvermogen
- Ksama; vergeving
- Dama; beheersing van de wil
- Asteya; niet stelen
- Sauca; reinheid in gedachten, woorden en daden
- Indriya-nigraha; beheersing van de zintuigen
- Dhi; streven naar wijsheid
- Vidya; streven naar kennis
- Satya; het spreken van de waarheid
- Akrodha; de beheersing van de woede
Deze tien samen vormen Dharma. Het woord Hindoe of god komt er niet in voor. Het is een universele levenshouding, die net zo goed voor christelijke en andere godsdiensten geldt. Algemeen geaccepteerd in het westen, maar onjuist volgens de spreker, is de aanname dat het Hindoeïsme meerdere goden kent. Het Hindoeïsme is henotheïstisch. Men ziet God als vormloos en abstract, maar met vele facetten die evenzoveel daarbij behorende vormen kunnen aannemen, afhankelijk vanuit welke hoek men kijkt. Zo is dezelfde man zoon voor zijn ouders, vader voor zijn kinderen, echtgenoot voor zijn vrouw, buurman voor zijn buurman, meester in de klas en voorzitter van een vereniging en wordt in de diverse rollen als zodanig aangesproken. Zo kent men God bij vele namen en gezichten: Krishna de Al-vader, Rama die voor huwelijkstrouw staat met zijn echtgenote Sita, Brahma het scheppende aspect, Shiva die voor de dood staat, Vishnu die in stand houdt en Ganesha met het olifantshoofd, staande voor kennis.
Het Hindoeïsme vraagt wel vegetarisme. In de Volkskrant van vandaag staat: „Onderzoek heeft uitgewezen: het eten van meer groente en fruit kan honderden doden schelen.” Volgens dhr. Lalbahadoersing wisten de Hindoe-zieners dit duizenden jaren geleden al.
Op een vraag over het kastenstelsel, zegt de spreker, dat dit niet bij het Hindoeïsme, maar bij de mensen hoort.
Nederigheid is een deugd; een Hindoe zal zijn meerdere niet tegenspreken of in de ogen kijken.
De reïncarnatiegedachte binnen het Hindoeïsme is gebaseerd op de liefde van God, waardoor je steeds weer een kans krijgt, en op het overwinnen van verlangens. Ben je opgehouden te verlangen dan word je niet meer geboren en ga je op in God als een druppel die in de oceaan valt. Ook gelooft men in de goddelijke vonk in ieder mens.
Dit verslag kan niet de betrokkenheid weergeven waarmee dhr. Lalbahadoersing zijn levensvisie, het Hindoe Dharma uitdraagt. Voor diegene die ondanks de warmte de moeite hebben genomen naar Norg te komen, was het zeker de moeite waard.