Innerlijk Besef

Het toenemende kwaad in onze tijd

Verslag van de lezing door Hans Stolp op dinsdag 1 april 2003 in het Van der Valkhotel te Assen.

Hans begint, zoals altijd, met de wens dat we ons vanavond allemaal zo warm, zo kwetsbaar, zo onbevangen mogelijk met elkaar verbinden mogen met het diepste in onszelf, maar ook met de gees­telijke wereld. Dat door die warme en onbe­vangen verbinding de aanwezigheid van Christus Zelf hier in ons midden voor ieder van ons heel concreet voelbaar wordt als een kracht van warmte die ons omhult, als een flits van inzicht die ons echt verder helpt of als een stille kracht van troost en bemoedi­ging op onze levensweg. Meer dan alle woorden van vanavond hoopt Hans dat ieder van ons op een heel persoonlijke manier die aanraking van Christus Zelf vanuit de geestelijke wereld mag ervaren en dat mag meenemen als het eigenlijke geschenk van deze avond.

En juist vanavond is deze wens bij uitstek belang­rijk. Want als we gaan nadenken over het kwaad, dan is het belangrijk dat we ons voor die tijd eerst richten op het Christuslicht en dat we ons eerst omhullen met dat Christuslicht, zodat we daardoor in zekere zin onkwetsbaar worden voor het werk van de kwade machten.

Het is Hans de laatste  twee jaar opgevallen dat bij steeds meer lezingen in het vragengedeelte na de pauze de vraag naar het kwaad gesteld wordt. “Waarom neemt het kwaad in onze tijd toe? Waar komt dat zinloze geweld vandaan? Waar komt die toenemende onverschilligheid vandaan?”

Kennelijk worden we in onze tijd gevoelig voor de werking van het kwaad en kennelijk is er iets dat ons ertoe brengt. We zullen de moed moeten opbrengen om het kwaad open aan te zien. Want er is in onze tijd geen andere weg meer dan door het donker van het kwaad heen naar de nieuwe toekomst die ons wacht. En juist doordat we het kwaad aankijken, maken we het machteloos.

Jarenlang werd na 1945 aan de theologie de vraag gesteld hoe Auschwitz mogelijk is geweest. De theologie is daar tot op de dag van vandaag in wezen niet uitgekomen, omdat deze altijd weer de bron van het kwaad in de mens zelf zoekt en verge­ten is dat er machten van het kwaad buiten de mens zijn. Het enige antwoord op Auschwitz is de bewust­wording van de macht van de demonische wereld.

We raken de laatste tientallen jaren vertrouwd met bijnadood-ervaringen, met engelverschijningen, met Christusverschijningen, met boodschappen en doorgevingen vanuit de geestelijke wereld. Vanuit al die ervaringen wordt duidelijk dat in onze tijd het gordijn naar de geestelijke wereld bezig is open te gaan. Maar als dat gordijn open gaat, gaat het gordijn naar de duistere wereld, de wereld van de kwade machten, ook open.

In het bijbelboek Openbaringen wordt gezegd dat in de beslissende overgangstijd hier op aarde de deksel van de put van de afgrond wordt weg-genomen.

In psychiatrische klinieken zitten in onze tijd vrij veel mensen die last hebben van wat ze vroeger bezetenheid noemden. Tegenwoordig spreken we liever over negatieve beïnvloeding. In de oude traditie, ook in de kerkelijke traditie, kende men het verschijnsel van het exorcisme. Met name in de katholieke tradities waren er priesters die zich specialiseerden in het uitdrijven van donkere machten uit de aura van mensen. En juist in de tijd waarin dit echt nodig begint te worden, is het exorcisme in de katholieke kerk bijna uitgestorven. In de spirituele wereld worden nu technieken en methodes ontwikkeld om dit weer gestalte te geven.

Vanuit de oosterse traditie, maar ook vanuit de spirituele christelijke traditie weten we dat wij nu in het ijzeren tijdperk leven. Er wordt verteld dat de mensheid achtereenvolgens door een gouden, een zilveren en een koperen tijdperk is heengegaan en dat wij nu door het laatste en donkerste gedeelte van het ijzeren tijdperk heengaan. In de oosterse traditie is al 10.000 jaar geleden verteld dat het donkerste gedeelte van het ijzeren tijdperk begint in het jaar 1939, het jaar waarin de Tweede Wereld­oorlog begint. Duizenden jaren geleden werd o.a. voorspeld dat in dat donkerste gedeelte van het leven op aarde het egoïsme hoogtij zal vieren, dat het materialisme in alle mensen wortel zal schieten, dat seksualiteit als het meest belang­rijke van het hele leven op aarde wordt gezien, dat kinderen al in de buik van hun moeder gedood zullen worden.

Vanuit de christelijke traditie wordt het als volgt verteld: Vanaf ongeveer 1900 komt de aartsengel Michaël in de geestelijke werelden aan het bewind en hij gaat de mensheid leiden door de grote overgang heen. Kortom, wij leven nu onder de regering en onder de inwerking van de Michaëls­krachten. En of we het ons bewust zijn of niet, ieder mens reageert daar op.

Er werd verteld dat in een Michaëlstijd het verborgene aan het licht zou komen. Een voorbeeld hiervan is de vondst van de spirituele christelijke geschriften, de Nag Hammadigeschriften, in het zand van Egypte in 1945. Door deze vondst gaan we beseffen dat het christendom oorspronkelijk iets heel anders bedoelde dan wij vanuit de christelijke traditie hebben meegekregen. Door deze geschrif­ten is duidelijk geworden dat het niet gaat om geloven in allerlei denksystemen, dogma’s, enz, maar dat het er om gaat om in jezelf de bron van innerlijk weten te vinden, die jou op een heel persoonlijke manier antwoord geeft op de grote levensvragen.

In deze tijd komt allerlei oud karma naar boven, zowel in het groot als in het klein. In het groot hebben we Joegoslavië achter de rug. We zitten nog midden in het oude karma tussen Izaäk en Ismaël; Israël en de Arabische wereld of Israël en de christelijke wereld tegenover de Arabische wereld.

Ook in onszelf komt nu allerlei oud en zolang verhuld karma aan het licht en we komen allemaal in een soort schoonmaak- en transformatieproces terecht. Er is een versnelling gekomen in het tempo waarin wij heel persoonlijk onze levenslessen voorgeschoteld krijgen.

Openbaringen vertelt ook dat wanneer de aarts­engel Michaël aan het bewind komt, hij de draak op aarde gooit. De draak leefde in de geestelijke wereld maar Michaël treedt die geestelijke wereld binnen en werpt, na een gevecht met de draak, de draak op aarde. Dat is een oerbeeld. Met de geestelijke wereld bedoelt Openbaringen de aura van de aarde, de etherische wereld, de geestelijke laag direct om de aarde heen. Michaël heeft deze aura van het kwaad gereinigd en heeft al dat kwaad regelrecht op de aarde gegooid. Dat heeft twee gevolgen. De aura is schoon en het kwaad heeft zich een plaats gezocht in ons hart.

Openbaringen vertelt verder dat wanneer Michaël de geestelijke sfeer van de aarde gereinigd heeft, de Christus Zelf daar binnentreedt. Vanaf dat moment zullen steeds meer mensen in staat raken de Christus waar te nemen en te voelen. De Christus stuurt vanuit die etherische wereld aan ieder mens die zich daarvoor openstelt, de Christusenergieën die wij nodig hebben om het kwaad dat in ons hart tevoorschijn komt te kunnen transformeren.

De energieën van Michaël zorgen er ook voor dat er in ieder mens een verlangen naar vrijheid groeit. Wij raken steeds meer geneigd om autoriteiten los te laten. Dan kunnen we eindelijk de weg naar binnen gaan, dan kunnen we eindelijk leren luisteren naar de verborgen Christus in ons en naar de stem van de Christus die in stilte tot ons spreekt in de eerbiedige stille ruimte van ons hart.

Als Michaël ons steeds meer vrijheid schenkt, komen we meer in onze eigen kracht te staan en groeit ons ego. Als wij in ons ego eindelijk vrij komen, als de inwerking van de kwade machten sterker wordt, maar als ook de Christusenergieën sterker en krachtiger dan ooit in deze tijd beginnen te stromen, dan komt ieder mens, bewust of onbewust, voor een keuze te staan. Als we ons opsluiten in ons ego en ons verharden, dan sterft ons geweten af en sterft ons gevoelsleven stap voor stap af. Als we de moed hebben door het ego heen te gaan komen we in een diepere laag, de laag van de geest, van de Christus in ons, de laag van het Hoger Zelf. En dan zullen we mogen ervaren hoe die verborgen Christus in ons, de geest in ons, het Hogere Zelf in ons, dwars door het ego heen begint te stralen.

In de oude teksten wordt verteld dat in die beslissende overgangstijd zich een scheiding zal gaan voltrekken tussen de schapen en de bokken. In deze overgangstijd zullen we in de komende jaren zien hoe een steeds duidelijker tweedeling zich in de mensheid gaat voltrekken. Enerzijds de mensen die ervoor kiezen zo bewust mogelijk mee te groeien met de Christusenergieën die ons door het donker heen willen verheffen naar een hoger bewustzijn, een hoger trillingsgetal en ons zo willen klaar maken voor het nieuwe gouden tijdperk dat komen gaat. Anderzijds de mensen die zich daarvoor afsluiten, verharden en bij wie het geweten en het gevoel afsterven.

Ook wordt verteld dat in de overgangstijd alle oude samenlevingspatronen zullen gaan instorten; de kerken als dragende religieuze instituten, de poli­tiek, het economisch stelsel. Door die afbraak heen groeien we toe naar heel nieuwe patronen als voor­bereiding op de tijd die komen gaat.

Ook wordt gezegd dat die gang door het donker ook tijden zal brengen waarin mensen in paniek zullen raken, angstig zullen worden. Dan is er een heel netwerk van lichtwerkers over heel de aarde nodig die van binnen het vertrouwen bewaren, omdat ze weten dat achter dit donker het Hoger Licht schuilt dat stap voor stap begint door te breken.

Een belangrijke dualiteit in de christelijke traditie is de dualiteit van Jezus en Judas, licht en schaduw. Wij hebben ons altijd gericht op Jezus, maar in onze tijd zullen we ons ook op Judas moeten richten, omdat wij a.h.w. bezig zijn door Judas, door de schaduw heen, naar het licht van Christus toe te groeien.

Jezus had twaalf leerlingen (eigenlijk meer, maar die twaalf worden genoemd). De twaalf apostelen vertegenwoordigen ieder een dierenriemteken en zijn zo een symbolische afspiegeling van heel de mensheid.

Omdat Jezus wist dat het licht dat in de geestelijke wereld één en ongebroken is, hier op aarde altijd uiteenvalt in licht en duisternis, heeft Jezus gekozen voor Judas van wie Jezus wist dat hij de verrader zou worden. In Jezus treedt het hoger licht vanuit de geestelijke wereld hier op aarde de aardse dimensie binnen. Maar zodra dat licht hier op aarde verschijnt, verschijnt daar ook de duisternis, de schaduw. Judas is dus nodig.

Judas is de enige leerling die uit Judea, het gebied rond Jeruzalem, komt. De andere elf komen uit Galilea. De mensen in Galilea zijn nog op een heel natuurlijke manier, doordat ze zo verbonden met de natuur leven, verbonden met de geestelijke wereld. De Judeeërs zijn de band met de natuur kwijt­geraakt, zijn helemaal in hun denken terecht gekomen en zijn daardoor ook de band met de geestelijke wereld kwijtgeraakt. Judas is helemaal ingedaald in z’n ego. Welke keuze maakt hij? Gaat hij door het ego heen de weg zoeken naar de godde­lijke geest of gaat hij leven zoals hij denkt, vanuit de kracht van het ego en wordt hij egoïstisch? We voelen al wat er met Judas is gebeurd.

Er bestaat een oude legende over Judas, vergelijk­baar met het Griekse verhaal over koning Oidipus. Deze legende komt er in het kort op neer dat Judas zijn vader vermoordt en met zijn moeder trouwt. Kennelijk is dit een oerverhaal. De vader staat voor de geestelijke wereld. Judas is de band met de gees­te­lijke wereld kwijtgeraakt, doordat hij helemaal in z’n denken is gaan zitten. Zo heeft hij z’n vader vermoord. Omdat hij de band met de geestelijke wereld is kwijtgeraakt, is hij ook de eerbied voor moeder aarde verloren. Hij gaat de aarde gebruiken en misbruiken, zoals Judas z’n moeder gebruikt en misbruikt heeft.

Judas wordt het oerbeeld voor de mens die helemaal in het denken terechtkomt, die de band met de geestelijke wereld kwijtraakt, die het geheim van de aarde niet meer kent en dan de aarde begint te misbruiken. Judas mocht dus al iets afbeelden van wat eens in de toekomst, in onze tijd, massaal zou gaan gebeuren.

Ook in Jezus is er sprake van een volgroeid ego, maar Jezus mag door dat volgroeide ego heen de weg naar de Christus vinden. En zo wordt hij de eerste verchristelijkte mens.

Judas begrijpt het geheim van Jezus niet. Judas begrijpt niet dat Jezus met het Koninkrijk der Hemelen iets geestelijks bedoelt. Jezus bedoelt er het Koninkrijk Gods, het Hogere Bewustzijn in ons mee. Judas denkt dat Jezus koning van Israël zal worden. Hij stuurt de Farizeeërs en Romeinen op Jezus af, zodat Jezus zich wel moet verdedigen en eindelijk de opstand zal beginnen. Als de soldaten bij Jezus komen trekt Petrus als eerste het zwaard. Tot verbijstering van Judas zegt Jezus dat Petrus het zwaard neer moet leggen en zo komt er van die bedoelde opstand niets terecht. En dan sterft Jezus. Dat had Judas niet bedoeld.

In de bijbelse teksten staat tot twee keer toe dat, vlak voordat Judas Jezus verraden gaat, de satan en de duivel intocht houden in de ziel van Judas. Judas wordt een gespleten persoonlijkheid, hij wordt vatbaar voor de boze machten en zo wordt Judas tot een bezetene. Die boze machten brengen hem  na de dood van Jezus ertoe om zichzelf op te hangen. Zo eindigt het leven van Judas.

Hier zien we een oerbeeld: Judas tegenover Jezus.

Net als Judas en net als Jezus zijn wij nu helemaal in ons ego ingedaald. Welke keuze maak je? Ga je leven vanuit de kracht van je ego of ga je door het ego heen op zoek naar de geest, de Christus in ons, het Hogere Zelf in ons?

Een bekend detail is dat Judas Jezus verraden heeft voor 30 zilverlingen. Dat is een symbool: 30 is het getal van de maan. De maan heeft 30 dagen nodig om een cyclus te maken. Zilver is de kleur van de maan. De maan symboliseert ons ego. De maan geeft ‘s nachts licht, maar heeft dat licht niet van zichzelf. Ze ontvangt dat van de zon en mag het doorgeven. Als wij nu in de maankracht zijn ingedaald, zullen we dan beseffen dat het echte licht niet uit de maan, uit ons ego komt, maar dat het komt vanuit ons Hoger Zelf, de Christus in ons? Die geest in ons wil de maan verlichten zodat de maan, het ego in ons, dat licht weer verder kan doen stralen.

Na de vragenronde zegt Hans, dat hij vanavond begonnen is met de wens die voor hem altijd het meest belangrijk is: “Of wij ieder persoonlijk de aanwezigheid van Christus Zelf mogen ervaren”. En hij kan niet anders zeggen, dan dat Christus in ons midden was bij het spreken over het kwaad.

Hans sluit deze avond af met de woorden: “Ik wens en hoop dat, wat Hij heel persoonlijk aan ieder van ons gedaan heeft, wat Hij in ons hart heeft neer­gelegd, dat dat gezegend mag worden en dat je vanavond of de komende dagen zult voelen dat er iets gebeurd is van binnen, dat er iets is aangeraakt. Voel maar en neem dat mee als het eigenlijke geschenk dat Hijzelf heel persoonlijk aan ieder van ons gegeven heeft.”