Annine begint haar Sprankelende lezing met het voorlezen van een stukje uit het sprookje over Vrouw Holle van Grimm: “Er was een weduwe met twee meisjes. Eén is haar stiefdochter, mooi en ijverig, en één is haar echte dochter, lelijk en lui. Van de laatste houdt ze het meest.”
Er wordt een tegenstelling geschapen.
“Het mooie meisje is aan het spinnen, prikt zich en in haar schrik, valt de spintol in de put. Wanhopig rent ze naar huis, vertelt het de moeder en deze laat haar woest weten dat ze niet zonder spintol hoeft thuis te komen. Het meisje springt in de put en komt niet in een donker, naar, koud, nat gat, maar op een zonnige weide…”
Zodra er in sprookjes bloed vloeit, zoals hier: prikken in de vinger, is dit een verwijzing naar de eerste menstruatie en het geslachtsrijp worden van het meisje. Uit onderzoek blijkt dit, in oude culturen, rond de leeftijd van 15/16 jaar te liggen.
“Ze ontmoet dan een koe met volle uiers die ze weldra melkt want de tijd is rijp.”
De koe vormt een verwijzing naar de lente.
“Vervolgens passeert ze een oven vol gare broden, die zij leeghaalt want de tijd is rijp.”
Broden worden van volgroeid graan gebakken, een verwijzing naar de late zomer.
“Wanneer zij haar pad vervolgt, komt ze langs een boom welke volhangt met appels, rijp om te plukken, wat ze dan ook doet.”
En daarmee zijn we in de herfst aangeland. We weten nu dat dit een sprookje is uit een landbouwcultuur, alles wat een jong meisje moet weten/leren is erin verwerkt.
“Dan komt het meisje bij een huisje, waarin een Heks met Lange Tanden en Verwilderde Haren leeft”, volgens Grimm dan, laat Annine verontwaardigd weten. In de zaal begrijpen we dan onmiddellijk dat Annine het anders ziet. Maar het “Vreest Niet!”, wat ook de engel Gabriel tegen Maria zegt, stelt het meisje dan weer gerust. “Van vrouw Holle moet het meisje het dekbed schudden, zodat het sneeuwt op de aarde” en daarmee zijn we in de winter aangeland. “Deze taak en nog vele andere pakt zij ijverig aan.”
Dan laat Grimm een heel deel van het verhaal weg. Dat weten we omdat er uit het gebied in de buurt bij Kassel een Holleberg is, waar in de omgeving zo’n 900 variaties van dit sprookje zijn teruggevonden. De vrouw in het huisje verwijst in de oorspronkelijke betekenis naar de Godin die voor alle weersuitingen zorg draagt.
“Hoewel het meisje beter behandeld wordt dan thuis, krijgt ze na een jaar heimwee en mag gaan. Ze krijgt haar spintol terug, ze heeft alle lessen geleerd en krijgt, als ze door de poort gaat, een Gouden douche. De stiefmoeder en stiefzus zijn, alleen op de materie belust, stik jaloers.
Zusje wil ook naar Vrouw Holle, prikt zich snel even aan een doornstruik, en bloedt daarmee voortijdig. Ze rent doelbewust op het huisje af, negeert de koe, de oven en de appelboom, negeert in zekere zin ook Vrouw Holle en blijft in bed liggen als zij het dekbed moet kloppen. Na verloop van tijd zegt Vrouw Holle haar maar weer naar huis te gaan en het meisje denkt: “Ha hier is het moment!” Maar wordt bij de poort niet door Goud, maar door pek overspoeld.”
Annine haast zich met te zeggen, dat dit niet ‘voor eeuwig en altijd verdoemd zijn’, betekent. Pek smeer je op wonden om te helen. Het is dus een middel om langzamerhand te genezen.
In de loop der eeuwen zijn er over de oorspronkelijke verhalen allerlei lagen gekomen, die zorgvuldig weer moeten worden afgepeld. Er zijn de volgende invalshoeken:
- De cultuurhistorische
- De symbolische
- De mythologische
- De linguïstische
- De landschapsmythologische, de folklore
- De psychologische, de evolutionaire psychologie
- De esoterische
- De spirituele laag van het Matriarchaat. Dit is de oudste laag.
We zien bij de sprookjes van Grimm alleen het bovenste puntje van de ijsberg. De sprookjes zijn uitgedrukt in Patriarchale beelden. Het is heel spannend in deze tijd, het Patriarchaat niet weg te maaien, maar het Matriarchaat op te halen en deze twee samen te brengen zodat er een nieuwe werkelijkheid geboren kan worden.
HIS – tory + HER – story = OUR – story
Bij een plaatje van een heerlijke appeltaart in punten gesneden, vertelt Annine dat symbolisch gezien elke taartpunt een element van het sprookje is, welke gereconstrueerd moet worden tot HER – story.
Om de sprookjes tot hun oorspronkelijke betekenis te decoderen, wordt er met veel wetenschappelijke disciplines samen gewerkt:
- Archeologie
- Kunstgeschiedenis
- Antropologie
- Mythologie
- Het sacrale landschap
- De etnologie & folklore
- Religiestudies
- Psychologie, de evolutionaire & neuropsychologie
- Esoterie en innerlijke alchemie
Uit al dat onderzoek blijkt dat het Matriarchaat niet over flauwekulletjes gaat. Wereldwijd vertonen matriarchaten of egalitaire culturen overeenkomsten op allerlei gebieden, namelijk:
- Spiritueel: Cyclische levensopvatting, de ziel leeft door na de dood.
- Sociaal: Grote familieverbanden en het eren van de natuur.
- Politiek: Besluiten worden alleen met algemene stemmen genomen (consensus).
- Economisch: Overvloed en het doorgeven van geschenken die men van de Aarde krijgt (gift-geven of in het Engels ‘gift-economy’).
- Cultureel: Er wordt veel feest gevierd, het ritme van de jaarcyclus wordt gevolgd.
- Het waren vreedzame culturen, de moeder stond centraal.
Uit opgravingen blijkt wereldwijd het vreedzame karakter van oude en moderne matriarchaten of egalitaire culturen:
- De graven zijn egalitair.
- Er zijn geen wapens.
- Geen ommuurde steden.
- Een vreedzame uitbreiding van land, er was ruimte genoeg.
- Zeer veel vrouwelijke kunst, ook zonder wapens.
In de Bronstijd komt er oorlog. Er zijn bronzen wapens en bronzen wagenwielen gevonden. Wat gebeurde er? Mini-ijstijden en zware klimaatcrises komen over het land. De oogst brengt niet meer genoeg op. Mensen verliezen hun plek en gaan zwerven. Ze lopen daarbij anderen onder de voet, het bewustzijn verandert. Er gebeurt iets met ons hart. Het hart schrikt en sluit zich. De coherente golf die het hart uitzendt, en in stand wordt gehouden bij gevoelens van dankbaarheid, veiligheid, tevredenheid en harmonie, verandert in een incoherent golfpatroon, in stand gehouden door angst, schaamte, schuld, en slachtofferschap. De mens voelt zich afgescheiden en vindt geen aansluiting meer bij het grotere geheel.
Dan gaan we vanuit de landschaps- en de linguïstische benadering naar het sprookje kijken.
De relatie tussen het landschap en het sprookje.
Ten oosten van Kassel ligt de ruim 700 meter hoge berg de ‘Hohe Meissner‘, de Holleberg. Het sneeuwt er in het najaar en de winter veel en er zijn vele weerpatronen om de toppen waar te nemen. Op het boonvormige plateau tussen de twee toppen trokken de mensen vroeger bij ieder jaargetijde in processie rond. In de lente bivakkeerden ze op de oostzijde van de berg, in de zomer op de zuidzijde, in de herfst op de westzijde en ’s winters op de noordzijde. Geomantie heeft aangetoond dat het hier om een heilige plaats gaat. Het ‘gelukshormoon’ serotonine stijgt onmiddellijk in ons lichaam als we op een krachtplaats zijn en sommige mensen krijgen er spontaan een visioen.
De linguistische invalshoek bewijst dat het sprookje uit een oude cultuur stamt omdat er oude woorden (substraat-woorden) in het sprookje voorkomen. Er is één Hludana altaar in Friesland gevonden, naast allerlei andere resten van de oude Holle verering. De naam Hludana vormt een omzetting van de naam Huldana of Hulda, een ‘verlatijnsing’ van het Kelto-Germaanse Holda, één van de namen van Holle. Een andere naam voor haar is Hel, de godin van de vriendelijke onderwereld. Vroeger, in egalitaire culturen, was de onderwereld niet eng, duister, maar net als in het sprookje, mooi en fijn. De naam ‘Hel’ komt terug in de naam van de godin ‘Nehalennia’ van Zeeland. De naam Holle komt ook terug in de naam ‘Hol-land’.
Annine zegt dat we groot respect moeten hebben voor mensen die hun leven aan linguïstisch onderzoek wijden.
En vervolgens legt zij aan de hand van een ingekleurd kaartje van Europa uit, dat er taaleilanden zijn, waarop de namen van grote godinnen uit vroege landbouwculturen herontdekt zijn. Er zijn vele verschillende namen omdat de namen in de diverse streektalen en dialecten van klank veranderen. Maar toch gaat het om dezelfde godinnen.
Freya in het noorden is de grote godin van Scandinavië en de Noorse Germanen die zich met de oerbevolking van Scandinavië vermengden. Woorden en namen die verwant zijn aan Freya zijn bijvoorbeeld Frick, Freeke, vrijen, vrolijk en vreugde.
Zeer minutieus is de klankverandering van diverse namen van Holle zoals Holla, Holda, Hulda, Hludana en Hel. Deze namen komen op de taaleilanden voor in Midden- en Zuid-Duitsland. De naam Freya komt in het noorden voor, terwijl de naam Berchta – afkomstig uit het Keltische Beratha of glanzend én verborgen – in Zuid-Duitsland voorkomt. Berchta/Perchta/Percht heeft een lichte lente- en zomerkant, maar ook een donkere en verborgen herfst- en winterkant. Uit dit onderzoek blijkt dat er verwantschap is, tussen de drie godinnen. Het gaat eigenlijk om één grote Godin. Kelten noemden haar Beratha en de Germanen spraken van Hulda, de zegenrijke en Freya, de vreugdevolle.
Een andere naam voor Freya is Frouwa. Dit is een vrouwe van voorname, aristocratische afkomst, soms ook een goddelijke vrouw, een godin. Het woord Frouwa komt terug in het oude woord Hûsfrû of huisvrouw. Een ‘hûsfrû’ was een belangrijke dame, ze was het centrum van de grote huishouding, soms een aristocratische vrouwe, met land, waardigheid en het centrum van een sociale groep. Dit alles schuilt achter de benaming Vrouw Holle. Het sprookje gaat dus eigenlijk om ‘Vrouwe’ Holle en niet om ‘vrouwtje’ Holle. Er zijn heel wat wetenschappen nodig om de reikwijdte van het sprookje weer in beeld te krijgen.
Over het sprookje “Eén-oogje, twee-oogje en drie-oogje.”
Eén-oogje. In de oude matriarchale culturen waren we sterk met de geestelijke wereld verbonden: het was de tijd van één-oogje.
Twee-oogje. In de tijd vanaf ongeveer 3000 voor Christus tot ongeveer nu, zijn we door een vreselijke tijd van rampspoed gereisd, waar in het vrouwelijke vertrapt, gedemoniseerd en verkracht werd. Dat heeft tot iets positiefs geleid, we hebben daardoor zowel het intuïtieve als het rationele ontwikkeld: twee-oogje.
Drie-oogje. Nu groeien we toe naar de nieuwe, bewuste verbinding met het geestelijke: drie-oogje.
In de tijd dat de mensheid afdaalde (zoals het meisje dat in de put sprong) heeft de mens zich omkleed met 7 “kleden”. Als voorbeeld dienen de Matroesjka’s of de Russische houten poppetjes die je als een doosje kunt openen waar dan weer een kleiner exemplaar in zit tot je uitkomt bij het kleinste, het 8ste.poppetje. Daar ligt de Kern, het oorspronkelijk Licht.
Het nieuwe sprookje van Vrouw Holle.
Annine schreef een nieuwe versie van het sprookje “Vrouw Holle”, gebaseerd op de oorspronkelijke bedoeling, waarbij het gaat om een ontwikkelingsweg, zonder straf en doem. De moeder is liefdevol. De eerste twee meisjes halen de testen niet. Ze zijn nog niet rijp voor het leven. De jongste dochter gaat wel op pad. Ze gaan met een kleurloos jurkje, een penseel en een lantaarn op pad. Bij elke ervaring, elke les die geleerd wordt, of gedachte die de harmonie steunt, kleurt het penseel een kleur op het jurkje en de lantaarn. Uiteindelijk vol kleur en met een gouden hart terugkeren, is de uitdaging. Bij Vrouw Holle worden eerst de dingen in de buitenwereld geleerd, voordat de poort in de kelder opengaat naar de zaken van de binnenwereld.
Ieder kind dat geboren wordt, daalt af in de 7 kleden. In de 7 kleden leeft het licht:
De eerste vier lichamen vormen het fysieke, etherische, astrale en lager-mentale lichaam, uitgedrukt in een plaatje van een vierkant. Boven het vierkant is een driehoek met op de drie punten het hoger-mentale, wijsheid en geest. Het vierkant staat voor ons lager Zelf, de driehoek voor het hoger Zelf of de Ziel. Over de hele wereld konden mensen in de verre oudheid deze lichamen zien en horen. Dood betekende toen niet dood, je legde alleen het fysieke lichaam af.
In Annines sprookje staat te lezen, dat sommige mensen met een vuil kleedje komen, met een zware rugzak. We leren de kunst van het leven en de kunst van het sterven. Het gaat erom de parel in de oester te laten stralen. De oester kan dan achterblijven.
In de oudheid kenden de mensen de wet van oorzaak en gevolg nog. Volgens Annine was dàt de reden dat het vreedzame samenlevingen waren.
Waarom was het vrouwelijke in de oudheid zo belangrijk? Dat had te maken met de dubbele conceptie, niet alleen werd fysiek een kind verwekt en gebaard door de vrouw. De vrouw maakte ook contact met de voorouder die via de geboorte terug wilde komen in de familie. Er werd dan ook niet naar kinderen gekeken als naar een onbeschreven blad, waar van alles moet worden ingestopt. Het kind kwam met de wijsheid van de voorouder en werd met veel respect behandeld.
Onderzoek van Ian Stevenson, hoogleraar Psychiatrie in de VS, die leefde van 1918 tot 2007, toont aan dat dit geen bizarre gedachte is. In een tweedelig boekwerk van meer dan 4 kilo beschrijft hij zijn zeer degelijk onderzoek waarin hij aantoont dat kinderen op het moment dat ze net kunnen praten, nog kunnen getuigen van een vorig leven. Ze zeggen dan bijvoorbeeld: “Vroeger toen ik groot was” of ”Toen ik jouw moeder was”.
Ian heeft 2600 kinderherinneringen van over de hele wereld verzameld.
- 225 Kinderen hadden een aangeboren litteken waarvan in sommige gevallen kon worden aangetoond dat dit het gevolg was van een trauma opgedaan in een vorig leven.
- In 21 gevallen was het kind binnen de 9 maanden geïncarneerd, in andere gevallen zaten er duizenden jaren tussen.
- Amerikaanse kinderen herinneren zich vaak geen namen uit een vorig leven, Aziatische kinderen wel.
- Veel kinderen herinneren zich hoe ze gestorven zijn in een vorig leven, herinneren zich namen en woonplaats van hun familie en een enkeling kan de moordenaar aanwijzen die een eind maakte aan zijn/haar leven.
Uit dit alles blijkt dat trauma’s van kinderen, harde geluiden, angst voor water en vuur, heel serieus genomen moeten worden. Als een kind het trauma mag delen en zich gehoord en begrepen voelt door de nieuwe ouders, kan het trauma zich snel oplossen.
Daarnaast heeft dr. Helen Wambach 750 mensen in regressie gevraagd naar het leven tussen de dood en een nieuw leven.
26% Had het leven zorgvuldig gepland.
81% Herinnert zich wel te hebben gekozen voor een nieuw leven, maar met tegenzin. Ze benoemen dat bijvoorbeeld alsof het lijkt dat ze op aarde een vuile vloer moesten schrobben.
3% Is in een impuls naar de aarde (terug) gekomen.
Over de periode na de conceptie:
11% Zegt tussen de conceptie en 6 maanden zich met de foetus te verbinden
89% Geeft aan in en uit te kunnen gaan tot 6 maanden.
33% Vertelt zich pas op het laatste moment met de foetus te hebben verbonden.
Dit onderzoek toont aan dat de ziel en het lichaam niet vanaf de conceptie onafscheidelijk zijn.
Door te communiceren met de ziel van de intredende, kan het plan gewijzigd worden. Er kan bijvoorbeeld een spontane abortus optreden in geval het meisje naar de incarnerende ziel communiceert zich te jong te voelen of wanneer zij aangeeft op een ongewenste manier zwanger te zijn geworden.
Shamaniseren van vrouwen gebeurde vaak als ze ongesteld waren. Ze konden zich dan gemakkelijker terugtrekken in de donkere zielekant. Zij namen rust.
Als vrouwen in de oudheid zwanger wilde worden, gingen ze baden in een meer, of sliepen de nacht aan de rand van een meer, om zich met de vooroudergeest, die wilde terugkeren, te verbinden. In een droom maakte de voorouder zich dan vaak kenbaar. Dit geloof/gebruik is tot 1850 bij de boerenbevolking in West-Europa in zwang geweest.
Vragen:
Komen alle zieltjes weer terug?
Annine vertelt dat dit is uitgezocht. Aan de ene kant zijn er de natuurvolkeren, de jagers, voedselverzamelaars en landbouwers. Er is een grote verbinding tussen vorige generaties en de levende familieleden waarin oude zielen opnieuw incarneren. De zielen nemen de oude kennis weer mee. Terug in de familie incarneren komt heel veel voor.
Daarnaast zijn er Bodisatva’s die de nood in de wereld zien en daar incarneren waar het nodig is, dus buiten de familie. Zij zijn in staat verleden, heden en toekomst te verbinden en vanuit een breed perspectief te voorzien waar ze in een volgend leven geboren worden. Dit is bijvoorbeeld bij bepaalde lama’s in Tibet zo, zoals o.a. bij de Dalai Lama. In een vorig leven heeft hij aangekondigd waar en onder welke omstandigheden hij ongeveer terug zou komen. Het kleine kind dat herkend wordt als de mogelijke volgende Dalai Lama, kiest drie keer uit drie voorwerpen van de overleden voorgangers. Als hij de drie juiste voorwerpen heeft gekozen, weet men met de nieuwe Dalai Lama van doen te hebben.
Als je sterft, blijft je fysieke lichaam op aarde achter. De drie fijnstoffelijke lichamen, te weten het etherisch lichaam, het astrale lichaam en het lager mentale lichaam die de persoonlijkheid vormen, treden uit. Zij ‘condenseren’ in een soort hologramachtig oercelletje. Als een ziel weer wil incarneren wordt het hologram weer actief en je begint je nieuwe leven, waar je gebleven was.
Wat kan Annine vertellen over tweelingzielen?
Het heilig huwelijk sluit je in jezelf. Het vierkant (lager Zelf) en de driehoek (hoger Zelf), eerder besproken, zijn elkaars tweelingziel. Wanneer de twee geïntegreerd zijn, heb je volledig inzicht in verleden, heden, toekomst.
Hoe zijn ‘familie-opstellingen’ in dit verhaal te plaatsen?
Dat weet Annine niet. Dat zou onderzocht moeten worden. Toch inspireert de vraag haar wel weer verder te spreken. Misschien hebben familieleden nog karmische dingen met elkaar op te lossen en kan men erachter komen waarom een ziel zo getraumatiseerd is, als hij/zij is.
Vergeet niet: we zijn allemaal zwaar getraumatiseerd. Vanaf 3000 jaar voor Christus is de vrouw wereldwijd afschuwelijk onderdrukt geweest en dit is nog steeds op heel veel plekken zo. Hoe kunnen er gelukkige kinderen geboren worden, uit die zwaar getraumatiseerde vrouwen? Dat dit verhaal op zo’n avond als deze vrij verteld kan worden, is helaas nog op heel veel plekken in de wereld niet mogelijk. Het is heel belangrijk dat er een beperkte groep bewust is van deze waarheid.
De Nieuwe Tijd is de Tijd van de Moeder, de tijd waarin zij terugkomt. In Amsterdam verscheen de Vrouwe van alle Volkeren tussen 1945 en 1956, 54 keer. Annine heeft haar hele leven hieraan gewijd. Ze is begonnen met gnostische teksten, waarin de grote Sophia sprak. Zij ging tegen de stroom in. Gilles Quispel en Carl Gustav Jung kondigden de tijd van de Moeder aan. De Moeder brengt de stof ertoe zich te transformeren tot Geest. Sommige mensen noemen het de tijd van Tara, of de tijd van de (vrouwelijke) Heilige Geest.
We moeten onze kinderen weer de inspirerende sprookjes vertellen. We moeten geen vervormde patriarchale sprookjes meer aan onze kinderen vertellen, waarin de wijze vrouw nog steeds wordt verhekst en de moeder nog steeds tot een boze stiefmoeder verwordt. Het Grimm-sprookje is een fossiel uit de 19e eeuw. We moeten het trauma van het onderdrukte vrouwelijke niet meer doorgeven. Hier ligt een grote taak voor de grootouders. Het bewustzijn zit in de kinderen, maar moet wakker gemaakt worden.
We hebben een fase van het kleine ik, van egoïsme nodig om in de fase te kunnen komen van jij en ik zijn één.
Zijn er sprookjes die in deze tijd kunnen worden voorgelezen aan onze (klein)kinderen?
Het Vrouw Holle sprookje is er als eerste, maar Annine borrelt over om er meer te gaan hervertellen en te gaan herschrijven. Bijvoorbeeld over de oven als transformator in Hans en Grietje. De stiefmoeder/heks is oorspronkelijk de moeder die haar kinderen, in oude vertellingen 3 meisjes, wil voorbereiden op het volwassen leven (Assepoester). De prins is geen held naast een zielig vrouwtje, maar het mannelijke kan alleen getransformeerd worden door het vrouwelijke. Het vrouwelijke heeft contact met de andere wereld (De koningsdochter en de betoverde kikkerprins). Door haar te beschermen maakt de man dit mogelijk. Wijze vrouwen testen de huwelijkskandidaat (Baba Jaga).
Wat is de rol van de mannen?
De jongens werden ook ingewijd. Ze worden getest op moed en uithoudingsvermogen, om een geschikte partner van de vrouw te worden. De moeder of een tante van de aanstaande bruid is de inwijdster, de wijze. In latere patriarchale vormen van het sprookje, is wetenschappelijk aangetoond, dat de wijze vrouw verwordt tot een heks, tot een agressief, kinderdodend, kindervretend gedrocht.
Angst heeft de verhalen vervormd en misvormd. Angst die ontstond doordat de mens niet zuiver meer leefde, maar de medemens ging vermoorden en overheersen. We kunnen dit afleiden uit de vele versies die van sprookjes zijn teruggevonden en die zijn te vergelijken.
Wanneer de vrouwen sterker worden, wat doet dat dan met de mannen?
Wanneer de vrouwen sterker worden en de spirituele kennis terugbrengen, gaan de mannen mee.
Annine zag een film van een grootfamilie in West China, waarin zeer veel respect was tussen het mannelijke en vrouwelijke. Hier in de vorm van een broer en zus, naast de haard, waar de voorouderspirits leven, middelpunt van een grootfamilie. Er is een intense liefde tussen mensen. De mannen ondersteunen de vrouwen.
Slaan we, in het zoeken naar het nieuwe evenwicht, niet door naar het matriarchale?
De eerste fase van de vrouwenbeweging was de politieke emancipatie. De Suffragettes waren erg nodig. Zij vroegen bij de Irokese vrouwen (Noord-Amerika) hoe ze het klaarspeelden de agenda van de mannen te bepalen. De mannenraad moest aan de vrouwenraad toestemming vragen om oorlog te voeren.
De tweede fase van sociaal-economische gelijkheid. In de tweede fase zagen wij de Dolle Mina’s; gelijkheid is nu nog steeds niet bereikt. Deze fase werkte vooral politiek en sociaal-economisch uit, maar niet spiritueel. We denken geëmancipeerd te zijn, maar er heeft een scheiding plaatsgevonden tussen de academisch geschoolde vrouwen die in het kielzog van Simone de Beauvoir na de tweede wereldoorlog het zorgen voor kinderen en huishouden minderwaardig vonden en meenden dat carrière voor ging. Er is een splitsing ontstaan tussen de academische wereld en de spirituele vrouwenbeweging. Dit terwijl het vrouwelijke van nature spiritueel is.
De derde fase: Spirituele vrouwen en de spirituele vrouwenbeweging, waar Annine zich voor inzet, wordt door academische vrouwen niet serieus genomen. Zij zijn gedeeltelijk gepatriarchaliseerd. In een derde golf zal de spirituele emancipatie moeten plaatsvinden, omdat het een wezenlijk aspect van het vrouwelijk is.
Op dit moment slaat #metoo misschien even door, maar het gaat wel over grenzen stellen! De me-too-beweging heeft een tegenspel nodig vanuit spiritueel bewustzijn.
Aan het eind van de lezing zijn we het erover eens dat dit een zeer rijke, volle, sprankelende avond was, waar ook gelachen kon worden.
Connie