Het boek “Het bedrog van Rome” is het levenswerk van Maurits geworden. Het was tegelijkertijd zijn verwerkingsproces. Het boek is onthullend en legt allerlei onwaarheden bloot.
Maurits neemt ons mee in de geschiedenis van de katholieke kerk en het christendom in het algemeen. Hij neemt ons ook mee naar het ‘Centrum van ons Zijn’. Het licht dat we eeuwenlang hebben vastgehouden.
We zijn eeuwenlang voor de gek gehouden ten behoeve van macht en uitbuiting. En we hebben er allemaal deel van uitgemaakt in onze voorgaande levens.
Een weerspiegeling zien we terug in onze huidige maatschappij. Hier is ook bedrog, zoals we denken dat alles waar is wat op het journaal gezegd wordt.
Als klein kind had Maurits, net als zijn moeder, helderziende ervaringen. Na zijn middelbare school ging hij psychologie studeren in een klooster. Het was a.h.w. een match tussen het cognitieve en het innerlijk spreken. In die kloostertijd merkte hij dat natuurlijke zaken als tegennatuurlijk werden gezien. Binnen de sacrale sfeer van het klooster werd gesproken over bijzondere vriendschappen, die niet waren toegestaan, maar wel plaatsvonden.
In zijn latere praktijk als Jungiaans psycholoog kwam hij mensen tegen die vanuit een dergelijke celibataire ervaring allerlei persoonlijke problemen hadden overgehouden. Maurits heeft in zijn werk gebruik gemaakt van regressietherapie om door te kunnen dringen in de lagen van het menselijk zijn. Hij ontdekte dat veel trauma’s van mensen, met name van vrouwen, te maken hadden met eerdere levens in relatie met het instituut kerk, waarin foltering en verbranding voorkwamen. Dit speelde zich vaak af in Zuid-Frankrijk.
Hij reisde in 2002 af naar het gebied van de Katharen, waar hij in de kerk van Rennes-le-Château, op geestelijk niveau de opdracht kreeg om dit boek te schrijven. Op dat moment begon het onderzoek dat zo’n vier jaar heeft geduurd. Hij bezocht verschillende plaatsen, waaronder Rome.
Zo kwam hij erachter dat de katholieke kerk is ontstaan vanuit eigen belang, vanuit leugens en fantasie. Neem bijvoorbeeld de dogma’s, de encyclieken, de catechismus. Het was destijds slikken of stikken.
Het eerste dogma (een dogma betekent eigenlijk een verzinsel, mening of een idee) stamt uit 325 en ging over de goddelijke Drie-eenheid. Het laatste dogma verscheen in 1950 over de Maria Tenhemelopneming. Het dogma over de onfeilbaarheid van de paus spreekt boekdelen. Encyclieken zijn rondzendbrieven met bedenksels die over goedgelovigen werden heen gestort. Dit alles kwam voort uit een geestelijke strijd tussen de gnosis en de kerkelijke leer.
Maurits wil laten zien hoe het kerkelijke instituut functioneert. Hoe kerkleiders alle mensenrechten met voeten hebben getreden.
Hoe is het allemaal begonnen?
In het begin van onze jaartelling was Rome het centrum van de wereld. Een plaats voor handel, wetenschap en filosofie. Een plaats van corruptie. Een broeinest van geloof en religie. Veel volgelingen van de historische Jezus werden in die dagen wreed vervolgd door de Romeinen. Ze moesten zich in de catacomben verschuilen, waar ze in het geheim hun samenkomsten hadden. Deze vervolgingen duurden tot in de 4e eeuw.
De titel bisschop bestond al voordat er sprake was van een kerkelijke organisatie. De opvolgers van de apostelen (afgezanten van Jezus) werden al bisschoppen genoemd. Bisschop Peryneus nam eind 2e eeuw vier willekeurige geschriften uit een reeks van dertig die op dat moment in omloop waren (omdat er vier windrichtingen waren). Dit deed hij om orde en structuur aan te brengen in de verwarring die toen heerste.
De bisschop van Alexandrië maakte later een selectie uit geschriften, waarvan hij vond dat ze daar goed bij aansloten. Totdat er een leer ontstond die anti-vrouw en anti-gnosis was.
Hieronymus kreeg de opdracht om de bestaande teksten in overeenstemming te brengen met deze leer. Hij vulde de gaten op met verhalen, die hij door monniken liet schrijven, zoals het romantische kerstverhaal waar later de namen aan toe werden gevoegd zoals wij ze kennen uit de bijbel. Hij legde de basis voor een nieuw soort theologisch christendom waarbij de status van de vrouw en de gnosis moesten worden uitgebannen. Hij is de geschiedenis in gegaan als ‘de kerkelijke bijbelvervalser’.
Keizer Constantijn de Grote werd gezien als de grondlegger van de katholieke kerk. De wereld was aan verandering toe na eeuwen van wreedheden. Constantijn wilde naar één religie toe met één God. In 313 vaardigde hij het Edict van Milaan uit waarmee een einde kwam aan de vervolging van de christiani. Hij stelde zichzelf voor als de verlosser van de mensheid. Hij riep alle bisschoppen terug en gaf hen belangrijke functies. De eerste patriarchaal leider, Silvester, was een onbeduidend man in dienst van de keizer. Daarna stelde Constantijn het Credo op waarin hij Jezus tot een mythische figuur maakte als de zoon van God, onbevlekt ontvangen geboren uit een maagd. Net als de Mitras-verering in die dagen in het Romeinse rijk. Ook Mitras was een zoon van God, geboren uit een maagd en onbevlekt ontvangen. Ook Mitras werkte met brood en wijn. Men maakte gebruik van allerlei allegorieën. De keizer zat de concilies zelf voor. Daarmee was hij niet alleen de oprichter van de Katholieke kerk maar bedacht ook de structuur. De latere kerkleiders borduurden hierop voort. Tot de komst van Napoleon. Onder Napoleon kwam de scheiding van kerk en staat tot stand. Dit bedrog heeft zich 20 eeuwen kunnen voltrekken.
De basis van de vier Evangeliën waren de vier eerder genoemde geschriften van Peryneus. Daar werden later de namen Mattheüs ,Marcus, Lucas, en Johannes aan gegeven. Iedere belangrijke status van de vrouw moest worden uitgebannen. Geschriften die daar niet bij pasten werden in beslag genomen en verbrand. Dit waren vooral gnostische geschriften. De vier Evangeliën spreken elkaar echter tegen en zitten vol hiaten. Als voorbeeld de geboorte van Jezus, die in een stal zou zijn geboren. Er zijn twee verschillende versies van dit verhaal en de tijdskaders komen niet overeen. Volgens Mattheus zou Jezus een aristocraat geweest zijn, troonpretendent van het koningshuis van David. Lucas spreekt over een afstammeling van David. Wat klopt, is dat er in die dagen sprake was van een belastinginschrijving in en rond Bethlehem. Uit het evangelie van Marcus moest het gedeelte over de status van Maria Magdalena verwijderd en verzwegen worden. De vervalsingen werden onder ede ontkend. Veel tegenstrijdigheden zijn opgelost door de Esseense archieven, de Dode Zeerollen en de Nag Hammadi geschriften die terug gevonden zijn. Daar is veel informatie uit tevoorschijn gekomen over de historische mens Jezus.
In de 19e eeuw stond de bijbel ter discussie. Uit onderzoek blijkt dat de historische Jezus een rebel was, een gnosticus, een ziener, een hoog sensitief ontwikkeld mens, een lichtwerker. Hij wilde de mensen bewust maken en leren dat we verbonden zijn met het ALles omvattende Licht.
Jezus was lid van een politieke tak van de Essenen. Hij had geen apostelen, hij had gedelegeerden die als taak hadden politieke aanhang te werven. Met zijn Esseense, therapeutische achtergrond legde hij zieken zijn genezende handen op. Hij was niet de zoon van God die wonderen deed.
In tegenstelling van wat in de bijbel staat, weten we nu dat Maria Magdalena de vrouw van Jezus was en dat ze samen kinderen hadden. Als troonpretendent had hij de taak om voor een troonopvolger te zorgen. Hij had zijn vrouw ingewijd in de hogere kennis van de gnosis. Vandaar dat ze werd aangesteld als hoofd van de apostelen. Daartegen was veel weerstand.
Jezus is niet aan het kruis gestorven, hij is gekruisigd op het landgoed van Jozef van Arimathea. Door middel van een list mocht hij Jezus van het kruis afhalen. Ze vluchtten heimelijk met een galjoen naar de kust van Zuid Frankrijk. Maria Magdalena kreeg steun van koning Herodes de tweede, die haar hielp Jezus te volgen. Jezus en Maria kregen drie kinderen: Jezus, Sarah en Jozef. Daaruit zijn de Desposyni voortgekomen.
In de 5e eeuw werden er door priesterkoningen allerlei koninkrijkjes in Frankrijk gesticht. Frankrijk was in die dagen een welvarend land. Met het symbool van de Franse lelie lieten ze zien dat ze van koninklijke afkomst waren. Ze waren vorsten die het volk dienden en de welvaart deelden, tot ergernis en jaloezie van de paus in Rome en de Franse koning. Deze mensen: Albigenzen, Katharen en later de Tempeliers, werden uitgemoord. Velen stierven op de brandstapel. Bloedige acties leidden het tijdperk van inquisitie en kruistochten in.
De kerkelijke gezagsdragers waren bang voor de intuïtieve kant van de vrouw. Vrouwen werden een bijzonder doelwit van de inquisitie. Ze beschikten volgens hen over bovennatuurlijke machten (hekserij).
Er is altijd gedacht dat de Graal de beker is waarmee het bloed van Jezus is opgevangen. De graal is echter niets meer en niets minder dan de bloedlijn van Jezus en Maria Magdalena.
De Franse lelie symboliseert in de gnostiek de zuiverheid en het nieuwe leven. Het voert ons terug naar de oorsprong van het nieuwe leven: de vrouw.
We zien: de 2 bladeren als het bekken, de knoop is de venusheuvel, de onderste bladeren wijzen op het geslacht van de vrouw, de stam is de clitoris, de mini penis. Opmerkelijk dat de man ook in fysieke vorm in de vrouw aanwezig is.
Maria wordt ook vaak afgebeeld met een schedel, het gnostische teken van de vergankelijkheid van het leven.
De gnosticus weet dat deze stoffelijke wereld niet zijn thuis is. We zijn immers verbonden met licht en liefde. Velen zijn zich dat nog niet bewust. Leven is een transformerend proces van onszelf om het Goddelijke element in onszelf te ontdekken. Als we ons hiervan bewust zijn gaan we dit uitstralen.
Onderzoek naar de pausen heeft uitgewezen dat er de meest verschrikkelijke figuren op de pauselijke troon gezeten hebben. Absolute macht veroorzaakt maar al te vaak dictatuur.
De mensen waren ongeletterd in die tijd en men kon hen alles wijs maken. De adel en de kerk behoorden tot de selecte groep die wel kon lezen en schrijven. Door samen te spannen hebben ze zich op grote schaal schuldig gemaakt aan uitbuiting, manipulatie en intimidatie. Schrijvers en troubadours werden monddood gemaakt. Kunstenaars als Leonardo Da Vinci verborgen hun boodschappen in kunstwerken in de hoop dat ze zouden worden ontdekt.
In de 8e eeuw liet paus Zacharias een document samen stellen, zogenaamd met de handtekening van keizer Constantijn en noemde dit een schenking van Constantijn. In dit document stond dat Jezus zelf de paus had aangesteld als de plaatsvervanger van Jezus op aarde. Het was een meestervervalsing om de macht van de kerk te ondersteunen. Ze verloren uit het oog dat Jezus had gezegd : “Mijn rijk is niet van deze wereld”.
In de gnostieke leer staan licht en donker centraal. Licht is verbonden met ons onderbewustzijn. Het is een lang proces om de dualiteit in onszelf los te laten. Om het stadium van volledig evenwicht te bereiken (verlichting). Ook het ego speelt hierbij een grote rol.
Onze verlossing wordt niet bewerkstelligd door instituten buiten ons. We zijn eeuwenlang afgeleid om maar niet bij onszelf terecht te komen. Dat gebeurt in de huidige maatschappij nog steeds, met o.a. televisie, computers, internet en telefoons. Door ons bewust te worden, leren we luisteren naar de innerlijke stem en daarmee verlossen we onszelf.
Maurits noemt het leven ook wel een verbeteringsproces ten behoeve van jezelf. Met dit boek wil hij laten zien dat in de Christelijke kerk, in het bijzonder de Rooms-Katholieke kerk, de eigen geschiedenis/waarheid geschreven werd. Luther en Calvijn hebben zich destijds wel afgezet, maar zijn dogmatisch verder gegaan.
Maurits sluit af met een citaat uit een gnostisch geschrift van Jezus Sirach. Dit stuk was aanvankelijk een onderdeel van de bijbel. “Hij heeft hen kennis geschonken en zij ontvingen als erfdeel de wet van het leven.” Met Hij wordt bedoeld het Al. Wanneer ons kennis geschonken is en we hebben inzicht ontvangen, gaan we beseffen dat we met die rijkdom iets moeten doen. Dit inzicht kunnen we gebruiken om onze bron te leren kennen, niets ter wereld is belangrijker. Het gevolg is dat je gaat zien dat het ego niets voorstelt, dat je zelf een onderdeel van het licht bent.
Meer informatie over Maurits Prins en over zijn boek staat op zijn website: www.mauritsprins.com
Correctie
In het verslag van de lezing Het bedrog van Rome door Maurtits Prins op dinsdag 3 mei j.l. is een foutieve naam terecht gekomen. In de tekst wordt Bisschop Peryneus genoemd. Dit moet echter zijn: Bisschop Irenaeus.