Innerlijk Besef

Gewoon toeval? Of meer?

Verslag van de lezing door prof. Hans Gerding op dinsdag 8 mei 2007 in het Van der Valkhotel te Assen.

Is iets zomaar toeval of is er iets meer aan de hand bij sommige gebeurtenissen in het dagelijks leven? Dat is eigenlijk de vraag die in de moderne tijd vooral gesteld is door Carl Gustaf Jung, de Zwitserse psychiater. Jung schrijft in zijn autobiografie over een aantal gebeurtenissen die we tegenwoordig paranormaal noemen.

Bij de eerste gebeurtenis zat Jung, hij was toen rond de twintig, in z’n ouderlijk huis  aan tafel te studeren. Op een zeker moment spleet het tafelblad met een enorme knal in twee stukken. Die tafel was meer dan honderd jaar oud, het hout was dus helemaal uitgewerkt. Bij de tweede gebeurtenis werd ook een enorme knal gehoord. Het lemmet van het broodmes, dat in een la van het buffet lag, was in stukken gebroken. Jung schrijft in zijn autobiografie dat hij tegen zijn zin in onder de indruk was van deze gebeurtenissen. Hier was iets aan de hand wat niet te verklaren was. Hij studeerde medicijnen en werd opgeleid in een rationele wereldbeschouwing die bij de wetenschap hoort.

Als hij is afgestudeerd en als psychiater werkzaam is in een psychiatrisch ziekenhuis, raadt zijn leermeester hem aan een proefschrift te schrijven over de aantekeningen die hij gemaakt had bij het bezoeken van seances. Dat doet hij. Daarna heeft Jung zich een lange tijd niet beziggehouden met het paranormale. In 1944 wordt hij erg ziek en wordt hij opgenomen in een ziekenhuis. Hij krijgt een bijnadoodervaring. In die ervaring wordt de nabije dood aangekondigd van zijn behandelend arts. Kort nadat Jung weer bijkomt, is die arts inderdaad overleden. Jung raakt steeds meer gefascineerd door het paranormale. In 1952 verschijnt zijn boek over synchroniciteit. Het gaat over betekenisvol toeval, zoals Jung het noemt. Hierin beschrijft hij een voorbeeld dat hij zelf heeft meegemaakt. Hij had een patiënte waarvan Jung zegt dat ze was vastgelopen in de rationele wereldbeschouwing. Op een nacht heeft de vrouw een droom over een scarabee, een torretje dat altijd naar het licht vliegt. De scarabee staat symbool voor verlichting en bevrijding. De vrouw voelt zich ook bevrijd. Ze gaat meteen naar Jung om de droom te vertellen. Terwijl ze de droom over de scarabee vertelt, hoort Jung achter zich getik tegen het raam. Hij doet het raam open en er vliegt een tor, precies de scarabee, naar binnen.

Wat bedoelt Jung met synchroniciteit?

Het woord betekent letterlijk gelijktijdigheid. Het is, zegt Jung, de gelijktijdigheid van twee gebeurtenissen. Het ene is psychisch, het andere is fysisch. De twee gebeurtenissen vinden tegelijkertijd plaats, maar op zo’n manier, dat er geen causale relatie denkbaar is. Jung noemt dit a-causaal. Bij de droom over de scarabee is het psychische de emotie van de vrouw die de droom heeft. Het fysische is dat de scarabee feitelijk komt binnen vliegen. Het binnen vliegen van de scarabee lijkt wel een extensie, een uitbreiding, van de droom. Het is alsof de droom in de werkelijkheid doorgaat, alsof de droom zich buiten jezelf voortzet.

Er is geen causale relatie, het is wel een betekenisvolle relatie.

Wetenschappelijk onderzoek naar synchroniciteit.

In een bepaalde kamer ligt een plaat. In een andere kamer bevindt zich een proefpersoon, een ontvanger, die indrukken probeert te krijgen over die plaat. Hij wordt kunstmatig in een soort lichte trance gebracht door middel van licht en geluid. De indrukken die de proefpersoon krijgt worden door de proefleider opgeschreven. Vervolgens krijgt de proefpersoon vier platen te zien. Op basis van de indrukken die hij krijgt, moet hij kiezen tussen die vier platen, waarvan er een in de andere kamer ligt. De uitkomst van dit experiment is statistisch-significant. Dat betekent dat het te vaak goed gaat om te zeggen dat het toeval is. Ook hier heb je een psychische en een fysische gebeurtenis. Psychisch zijn de indrukken die de ontvanger krijgt en de plaat waar de indrukken over moeten komen is fysisch.

Net als bij de droom over de scarabee is er ook sprake van emotie bij experimenten, want bij indrukken die van binnenuit omhoog komen zit emotie. Voor de proefpersoon is het emotioneel om te zien dat serieuze wetenschappers van hem of haar verwachten een wondertje te presteren.

Bij de droom over de scarabee is er een zekere onmogelijkheid van de situatie, want die vrouw zat vast in de rationele wereldbeschouwing. Er was een irrationele gebeurtenis nodig om haar daaruit los te maken. Ook bij experimenten treedt die onmogelijkheid op. Daar is het de onmogelijkheid van de opdracht die aan de proefpersoon wordt gesteld, zegt Jung. De onmogelijkheid en de emotie die daarmee samenhangt is essentieel.

Jung heeft met behulp van experimenteel onderzoek op het gebied van de parapsychologie aannemelijk weten te maken dat bij gebeurtenissen zoals met die scarabee er meer aan de hand is dan toeval.

Precognitie – voorschouw.

Er zijn gebeurtenissen die heel erg lijken op synchroniciteit maar het letterlijk gezien helemaal niet zijn. Bij precognitie heb je iets wat in de toekomst gebeurt, al eerder gezien. Jung noemt het volgende voorbeeld. Een studiegenoot mag van zijn vader een reis naar Spanje maken als hij slaagt voor zijn examen. Op de dag dat de vader deze belofte doet, krijgt die jongen een droom van een Spaanse sfeer. Hij ziet een stadje met een plein en een kerk. Hij loopt langs die kerk en gaat een zijstraat in. In die zijstraat staat een wit rijtuig met vier witte paarden ervoor.

De jongen haalt zijn examen en gaat op reis naar Spanje. In een Spaans stadje ziet hij ineens de situatie van zijn droom. Hij ziet het plein en de kerk. Hij loopt voorbij de kerk, gaat de zijstraat in en is benieuwd of het rijtuig er ook staat. En inderdaad, het rijtuig met de witte paarden staat er ook, net als in zijn droom.

Wat hier gebeurt, is niet synchroon, want die droom had de jongen een aantal weken voordat deze werkelijkheid werd. Dit noemen we diachroniciteit. Het gebeurt niet tegelijkertijd maar door de tijd heen.

Hans Bender, een Duitse parapsycholoog, vermeldt een interessante gebeurtenis, opgetekend uit de mond van mensen die het hebben meegemaakt. Een Duits gezin, vader, moeder, zoon en dochter, zijn op vakantie in Frankrijk. Terwijl de ouders een kerk bezoeken, spelen de jongen en het meisje op de parkeerplaats bij de kerk. Het meisje voelt aan het portier van een auto. De deur is open en ze gaat erin zitten. De eigenaar, een jongeman, komt aangelopen en stuurt haar eruit.

Jaren later krijgt dat meisje, inmiddels een jonge vrouw, kennis aan een ingenieur, een Zweedse man. Samen bekijken ze het fotoalbum van de jonge vrouw. Er is een foto van de parkeerplaats waar de kinderen destijds aan het spelen waren. De jongeman herkent zijn auto op deze foto. Hij vertelt dan dat er een brutale meid in zijn auto was gaan zitten en dat hij haar eruit had gegooid. De jonge vrouw zegt hem, dat zij dat geweest is. Bender vertelt nog dat die twee later getrouwd zijn, maar dat het huwelijk niet lang stand heeft gehouden. Zoals die man haar eerst uit zijn auto heeft gezet, heeft hij haar later uit zijn leven gezet.

Dat was al een symbolische vooraankondiging van die latere gebeurtenis. Het is ook een geval van voorschouw.

Zelf heeft Hans Gerding onderzoek gedaan naar ervaringen van mensen die te maken hebben gehad met de vuurwerkramp in Enschede. Drie dagen voor de ramp fietst een verpleegster na haar avonddienst langs de vuurwerkfabriek naar huis. Ze moet daar in de buurt wachten voor het stoplicht. Ze wordt op dat moment helemaal koud en heeft het gevoel dat het hier binnenkort helemaal mis gaat. Bij thuiskomst vertelt ze haar man haar indrukwekkende ervaring. Het gevoel is zo sterk dat ze er de volgende dagen niet meer langs gaat.

Wetenschappelijk gezien heeft dit geen enkele bewijskracht, want het is een verhaal wat je achteraf hoort.

Er zijn ook experimenten die het opeenvolgen van de gebeurtenissen in de tijd als het ware doorkruisen.

Een proefpersoon zit voor een computer. Gedurende twee seconden verschijnt er een plaatje. Die plaatjes zijn of neutraal, of schokkend. Dit weet de proefpersoon van te voren. Er komen achtereenvolgens 40 plaatjes langs. De proefpersoon zit met twee elektroden vast aan een huidweerstandmeter om de huidweerstand te meten. De reactie op een schokkend plaatje geeft een veel grotere uitslag dan de reactie op een neutraal plaatje. Er zijn genoeg aanwijzingen gevonden in deze experimenten, dat als het plaatje schokkend gaat worden, je eerst een lichte schrikreactie krijgt en een sterke reactie als het schokkende plaatje wordt getoond. Die lichte schrikreactie komt alleen voor bij schokkende plaatjes. Kennelijk anticipeer je in je systeem op een schokkend moment in de toekomst, ook al is dat maar een fractie van een seconde later, maar het is wel in de toekomst.

De gebeurtenis in Spanje en het gebeuren met de verpleegster in Enschede zijn niet synchroon, maar wel paranormaal. In die zin dekt Jungs begrip van synchroniciteit niet het hele paranormale, terwijl hij dat wel pretendeert.

Jung gebruikt ook de term ‘mantische technieken’, waarzegtechnieken. Deze zijn ook gebaseerd op synchroniciteit.

Bij de i-tjing gooi je met muntjes. Dat verwijst naar een bepaalde tekst in de i-tjing. Die tekst is het antwoord op de vraag die je hebt. Die twee gebeurtenissen, het toevalsproces (het gooien van de muntjes) en de vraag die je daarbij in je hoofd hebt, zijn op een a-causale manier met elkaar verbonden. Wat die twee gebeurtenissen aan elkaar maakt, is de kwaliteit van het moment, zegt Jung. De kwaliteit van het moment drukt zich uit in het toevalsmoment van het gooien van de muntjes dat gecombineerd is met het stukje tekst dat je moet lezen als antwoord op je vraag.

Jung ziet synchroniciteit als een belangrijk beginsel in de natuur, alleen heeft hij het niet volledig beschreven, want er bestaat kennelijk ook zoiets als diasynchroniciteit.

We dienen de uitkomsten van het parapsychologisch onderzoek vanuit de filosofie en wijsbegeerte te overdenken. In ons dagelijks leven speelt het verschil tussen objectief en subjectief een grote rol. Objectief is wat hier het geval is, subjectief is hoe je je voelt. Bij synchroniciteit kan het subjectieve objectief worden en het objectieve kan subjectief worden. Dromen zijn subjectief, je onbewuste maakt dromen. Bij de Spanje-droom komt iets uit het binnenste van die student naar boven wat een waarneming blijkt te zijn van een stadje in Spanje wat hij later ziet. Die droom is een soort hallucinatie, maar is ook een werkelijke waarneming. Hieruit blijkt dat in het subjectieve het objectieve zich aan kan dienen. Maar het omgekeerde kan ook het geval zijn. Dat blijkt bij de droom over de scarabee.

Bij veel synchroniciteiten is het een extensie, een uitbreiding van de droom. Het lijkt alsof de objectieve wereld om ons heen als het ware zacht, gevoelig en ontvankelijk wordt voor emoties die wij hebben. Die vrouw had veel emotie bij het beeld met de scarabee en de buitenwereld komt met een scarabee, een respons. Eigenlijk kan dit niet, want emoties zijn subjectief en de objectieve buitenwereld reageert daar niet op. Toch gebeurt het.

In een ander voorbeeld krijgt een man telefonisch te horen dat zijn moeder plotseling is overleden. Op hetzelfde moment gaat de deurbel en wordt er per vergissing een rouwkostuum bezorgd. Ook hier is als het ware de objectieve buitenwereld ontvankelijk geworden voor de emotie van die man, is subjectief geworden.

Volgens Jung zijn bepaalde betekenisvolle toevalsgebeurtenissen numineus, heilig. Als je dat numineuze beleeft, is dat iets overweldigends. Het grijpt je vast en geeft je het gevoel dat je leven is ingebed in een groter geheel. Je kunt het beleven als een vorm van genade.

Er is meer aan de hand dan toeval, ook al begrijpen we niet hoe het werkt!

Vragen

Hebben intenties invloed op gebeurtenissen? Is dat precognitief of synchroon?

Uit huidweerstandmetingen in onderzoeken blijkt dat de metingen van positieve intenties gericht op die persoon verschillen van negatieve intenties. De intenties die je naar buiten richt, blijken wel degelijk bij mensen aan te komen.

Als je bewust de intentie hebt om een bepaalde prestatie te leveren en het gebeurt ook, dan is het synchroon.

Vindt er een soort krachtmeting plaats tussen mensen die ieder hun eigen denkprocessen hebben?

Wij zijn ondergronds verbonden met elkaar. Die ondergrondse verbindingslijnen kunnen we niet bewust aanspreken. Sommige mensen hebben daar meer beheersing over dan anderen. Dat is vooral een kwestie van aanleg. Crisistelepathie wordt regelmatig gerapporteerd in dit werkveld. Dat heeft vaak te maken met sterven. De stervende zendt een soort noodsignaal uit naar iemand die emotioneel dicht bij hem staat. Het kan ook zijn dat de ontvanger het voelt. Misschien is het een combinatie.

Mensen uit de kwantumfysica die zich bezig houden met parapsychologie denken in termen van non-lokaliteit. Dat is los van tijd en ruimte. Dan heb je de lineaire tijd als het ware niet nodig en is er ook interactie mogelijk vanuit de toekomst. De toekomst werpt z’n schaduw als het ware terug naar nu.

Hoe is een déjà-vu te verklaren?

Het woord betekent letterlijk: reeds gezien. Mensen die de normale dingen in de wereld het liefst verklaren zonder aan te nemen dat er ook paranormale gebeurtenissen voorkomen, zeggen dat het een soort kortsluiting in je hoofd is. Een déjà-vu kan ook gebaseerd zijn op een vergeten voorspellende droom. Op het moment dat die situatie, waar die voorspellende droom overgaat, zich werkelijk voordoet, herinner je je die droom. Dit is een soort precognitie.

Hoe belangrijk is de rol van de proefleider?

Er bestaan in de wetenschap wat genoemd wordt experimentatoreffecten. Dat is de invloed van de onderzoeker op de uitkomsten van het onderzoek. Een beroemd experiment in de parapsychologie is dat van Fisk en West. Fisk had vaak succes en West was een onderzoeker die eigenlijk nooit succes had. Ze gingen samen een experiment doen waarin ze geen contact zouden hebben met de proefpersonen. De proefpersonen kregen via de post een formulier waarin zij wijzers in de klok moesten tekenen zoals zij dachten dat die wijzers waren stilgezet op de klok in het instituut. Van de formulieren die teruggestuurd werden, werden twee stapels gemaakt. De ene stapel werd nagekeken door Fisk en de andere door West. Fisk had een enorm significant resultaat en het resultaat van West was nihil. Het geheel was wel significant. Toen kwam het idee dat het heel goed zou kunnen dat de proefleider samen met zijn proefpersonen en de hele context waarin het experiment wordt gedaan als het ware een systeem vormt. Binnen dat systeem gebeurt er iets paranormaals. De rol van de proefleider is deelnemer in het experiment. Hij is geen buitenstaander, wat je eigenlijk zou willen in de wetenschap. We weten niet wie het paranormale erin brengt. Is het de proefleider of is het de proefpersoon? Je kunt het paranormale talent wat je wilt aanspreken in een experiment niet isoleren.