In een zeer goed gevulde zaal verwelkomt voorzitter Henk Koops de aanwezigen, waarna hij het woord aan Barbara Driessen geeft.
Dromen zijn een inspiratiebron voor ons. Iedereen droomt, ook al herinneren veel mensen zich hun dromen niet. De meeste dromen die je je herinnert, zijn de dromen tussen vier en vijf uur ’s morgens. We hebben vijf à zes dromen per nacht.
In deze tijd zoekt iedereen naar harmonie, binnen zichzelf en om zich heen. Hoe meer de harmonie buiten jezelf verstoord wordt, hoe meer behoefte er is naar harmonie binnen jezelf. Eén van de middelen om deze harmonie te herstellen of om hiermee bezig te zijn, is te kijken naar je onderbewuste. Als je bij het onderbewuste komt, kom je bij de droom.
Er zijn verschillende soorten dromen t.w. korte verwerkingsdromen en grote remdromen. (rem=rapid eye movements, snelle oogbewegingen.) Een korte verwerkingsdroom kun je samenvatten in ongeveer 59 woorden. Een remdroom is een symbolen-droom waarin je heel diep slaapt. Als je deze lange droom wilt opschrijven, heb je ongeveer 253 woorden nodig. De symboliek die in deze dromen voorkomt is heel persoonlijk.
Een heel klein percentage van de prikkels die we de hele dag opdoen, dringt tot ons bewustzijn door. Hoe meer prikkels er binnen komen, hoe meer er ’s nachts verwerkt moet worden. Je zou kunnen zeggen dat een droom een prikkelverwerker is.
De functie van dromen is naast het verwerken, het helder en wakker maken van het geheugen en de herinnering. Als mensen die een achteruitgaand geheugen hebben, met dromen gaan werken, zullen ze merken dat hun geheugen verbeterd wordt.
Dromen en sprookjes zijn aan elkaar verwant. Ze zijn beide moraliserend. De eerste sprookjes zijn geschreven aan de hand van dromen. Roodkapje is hier een voorbeeld van. Wat we dromen is tevens normerend. We voelen de normen maar plaatsen deze buiten onszelf. We leven, en dromen ook in projectie. Wat we in de ander zien en wat ons in de ander irriteert, is een stuk van onszelf wat we in de ander weerspiegeld zien, en wat we liever niet in onszelf zien. In de droom zijn we iedere persoon.
Een droom zit vol archetypen. Deze zijn universeel. Dit wil zeggen dat mensen over de hele wereld in dezelfde beelden, symbolen kunnen dromen. Eén van de archetypen is de grote moeder of oermoeder volgens Jung. De schaduwkant van de oermoeder is de heks.
Zo is het ook met ons leven. We hebben een zijde die we graag naar voren brengen en een schaduwzijde die we graag verborgen houden. De manifeste kant laten we zien en de niet-manifeste kant blijft binnen ons. De niet-manifeste kant komt wel terug, ook in de dromen; misschien wel in de vorm van een heks.
Barbara heeft een eigen methode ontwikkeld, die ze gebaseerd heeft op het ganzenbordspel. Dit spel heeft een oude symboliek, die voor je hele levensweg staat. Het ganzenbord heeft zeven plaatjes. Je zou kunnen zeggen dat dit de zeven chakra’s zijn.
1. BRUG
Brugdromen zijn meestal moraliserende dromen. Bij deze dromen zou je je een aantal vragen kunnen stellen. Welke normen en waarden heb ik? Wie mogen er wel en wie mogen er niet over mijn brug naar me toe komen? Trek ik grenzen? Hoe onderhoud ik relaties en vriendschappen? Is er gelijkwaardigheid?
2. HERBERG
Herbergdromen zijn contactdromen. In deze dromen gebeurt veel. Er is altijd leven, herrie, veel gepraat en er zijn veel mensen. De mensen zijn vaak de weg kwijt of ze vragen elkaar de weg. Ze zijn niet met elkaar in harmonie. In deze dromen kun je je een aantal dingen afvragen. Mag ik er zijn? Hoor ik er wel bij? Wie ben ik in het grote geheel?
3. PUT
In putdromen komen trappen en liften voor. Je zou je af kunnen vragen: Hoe kom ik in de put? Hoe kom ik uit de put?
4. DOOLHOF
Doolhofdromen zijn inzichtdromen en analytische dromen. Ook kun je tijdens deze dromen onderweg zijn in treinen of je bagage verliezen. Door de prikkels van buitenaf raak je de weg kwijt. Je keert naar binnen, maar ook daar raak je de weg kwijt. Door een doolhof te tekenen, verwerk je de nachtresten die zijn blijven hangen.
5. GEVANGENIS
Gevangenisdromen zijn achtervolgingsdromen.
6. DOOD
Dit symbool heeft te maken met verlies- en verlatingsdromen. Het gaat niet alleen om verlies door de dood. Om iets nieuws te laten ontstaan, moet eerst het oude afsterven. Door te letten op dromen kom je erachter welk stuk van jou je kunt achterlaten.
7. NO. 63 (Overwinning)
De overwinningsdromen, de triomfdromen, de lucide dromen en de vliegdromen komen als de bovenste zes enigszins verwerkt zijn of als je inzicht hebt verkregen door het werken met dromen.
Lucide dromen zijn dromen waarin je weet dat je droomt. Deze dromen kun je ook sturen.
Vliegdromen hebben te maken met het overstijgen van je moeilijkheden. Als je wakker wordt uit vliegdromen geniet je. Als je in je dromen vliegles gaat geven, wordt het tijd dat je in je dagelijkse leven laat zien wat je capaciteiten zijn.
In de eerste slaapfase, de voorslaap, voelen we soms een schok. Tijdens deze fase gaan de spieren ontspannen. Omdat je soms erg aangespannen bent kun je moeilijk loslaten en schrik je weer wakker. Vervolgens val je in een rustiger tempo in slaap. In de tweede fase raak je meer ontspannen. In de derde fase begin je diep te slapen, maar je droomt nog niet. Deze fase is een echte rustfase. In de vierde fase, de deltaslaap, slaap je diep. Daarop volgt de remslaap, waarin je oogbollen heel sterk op en neer gaan bewegen. In deze slaap komen de diepe dromen (ganzenborddromen).
Als je met dromen gaat werken, ontwikkel je de rechter hersenhelft (de vrouwelijke kant) en zul je je gevoel en emoties sterker ontwikkelen. In dromen komen bijna altijd gevoelens naar boven. Tijdens de slaap ben je één met je gevoel. Het ontwaken is een afspiegeling van je gevoelens en deze worden door de emoties min of meer vertroebeld.
Kort overzicht:
In de bijbel zien we dat bijv. Jozef droomt, dat er droomuitleggers zijn, dat mensen met dromen naar wijzen gaan.
In de 6e eeuw, bij de oude Grieken, worden slangen uitgelegd bij tempels. Deze brengen goede dromen. De slang is de bemiddelaar tussen het onderbewuste en het bewuste. De slang is het symbool van het nieuwe.
In de 2e eeuw na Chr. ontstaan er veel droomtheorieën door mystici en medici. De droomwereld is het enige wat telt. Dit leeft in het sjamanisme nog steeds heel sterk. De droomwereld is die wereld waarin alle wijsheid aanwezig is. Die wijsheid kun je verbinden met de kosmische wijsheid.
In het begin van de 20e eeuw ziet de medische wereld de droom als hallucinaties.
Freud, Jung, Adler en Steiner besteden allemaal aandacht aan dromen. Freud geeft veel seksuele lading aan dromen. Volgens Jung is iedereen zelf verantwoordelijk en zijn er archetypische beelden die iedereen in zichzelf voelt en combineren kan met het grote geheel. Jung zet zijn dromen vaak om in mandala’s.
De populaire psychologen zeggen dat je alles wat je droomt, zelf bent.
Na de pauze gaat Barbara in op de ingeleverde dromen en op de droomsymboliek.
Tenslotte krijgt ze een hartelijk applaus voor haar inzet en wenst ze ons welterusten.