Innerlijk Besef

De vergeten Waarheid, de verwerkelijking van het Zelf

Verslag van de lezing door Johan Pameijer in Zalencentrum Hingstman te Zeijen op dinsdag 8 april 2008.

Voordat Johan Pameijer zijn voordracht begint, leest Gré een tekst die verderop in deze Nieuwsbrief als parel is opgenomen.

Tweeduizend jaar geleden bestonden er tientallen christelijke groeperingen, sekten naast elkaar. Omstreeks 300 jaar na Chr. heeft keizer Constantijn uit politieke overwegingen voor het christendom gekozen. De christelijke bisschoppen hebben toen een leer opgesteld die aan de verwachtingen van de keizer kon voldoen en dat is het christendom geworden waarmee wij vertrouwd zijn geraakt. Er werden evangeliën geschreven waarin werd verteld wat er in Israël had plaatsgevonden. De evangelisten schreven die boeken met gebruikmaking van de Griekse, de joodse en de Egyptische mythologie. Israël was in die tijd een smeltkroes van culturen en religies. Het hele inwijdingsgebeuren uit de Griekse mysteriewijsheid is als het ware herhaald. De naam Christus was een inwijdingsnaam die al duizend jaar voor Christus voorkwam in de mysterietempels.

We hebben de verhalen in de bijbel gelezen alsof ze werkelijk zo gebeurd zijn, terwijl er heel duidelijke aanwijzingen zijn dat het hier om metaforen, om inwijdingsverhalen, om verhalen van zelfverwerkelijking gaat. Jezus heeft in een zevental woorden waarin het “ik ben” wordt gebruikt, getuigd van het feit dat de godsdienst waarvan hij het middelpunt was, een mysteriegodsdienst was, een godsdienst naar de voorstelling van de oude Grieken. Via geheimhouding werd je ingewijd in die mysteriën. En die inwijding betekent: jezelf leren kennen, afdalen in je eigen ziel, in je eigen geest en uiteindelijk de grond van je bestaan leren kennen. Die grond van je bestaan is God.

Jung heeft zijn psychologie ontwikkeld op het verwerkelijken van het Zelf. De grond van het bestaan is het Hoger Zelf, dat identiek is aan de goddelijke bron.

In “De vergeten waarheid”, geschreven door Johan, heeft hij een hoofdstuk gewijd aan de veertien “ik ben” woorden. Er zijn er zeven die te maken hebben met het uitdrukken van jezelf in de wereld, met het leren kennen van jezelf in de wereld. De andere zeven hebben te maken met het zijn van een goddelijk iemand, zoals Jezus dat was.

De zeven uitspraken geven een inwijdingsweg weer.

Ik ben het brood des levens.

Ik ben het licht der wereld.

Ik ben de deur der schapen.

Ik ben de goede herder.

Ik ben de opstanding en het leven.

Ik ben de weg, de waarheid en het leven.

Ik ben de ware wijnstok.

Brood is het geestelijk voedsel wat we tot ons nemen.

De deur der schapen is de poort van inwijding uit de Oudgriekse tempels. Als je door de poort ging en binnen was, werd de deur achter je gesloten.

Met de goede herder bedoelt Jezus de inwijdend meester. Als je door de poort bent gegaan kom je bij de inwijdend meester die je verder op je levensweg zal vergezellen. Die levensweg bestaat uit meditatie, uit vasten, uit allerlei zaken die te maken hebben met de training van de geest, de ziel en het lichaam. De enige bedoeling is om lichaam en ziel op elkaar af te stemmen, om harmonie te brengen in een persoonlijkheid die heel chaotisch is.

De vierde uitspraak, “Ik ben de goede herder”, is de spil waar alles om draait. Als je het vergelijkt met de chakra’s, is dat het beeld van de hartchakra. De opstanding is het ontwaken tot goddelijk bewustzijn, het in contact komen met de bron.

Met “Ik ben de weg, de waarheid en het leven” wordt onze levensweg bedoeld. We moeten zijn weg gaan om tot zijn waarheid te komen en om zijn leven in ons op te bouwen.

Met “Ik ben de ware wijnstok” geeft hij te kennen dat hij een volkomen vergeestelijkt wezen is. Hij symboliseert zichzelf als het geestelijke voedsel wat volledig gespiritualiseerd wordt tot die ware wijnstok, de geestelijke drank.

De Jezusfiguur uit de bijbel is eigenlijk een figuur die in onszelf aanwezig is. Hij is de goddelijke vonk die wij in ons dragen. Die vonk straalt in ons uit, geeft ons het leven, gaat dwars door alle cellen, die aangesloten zijn op die goddelijke bron, heen. Die vonk is een deel van het Hoger Zelf zoals Jung dat heeft aangeduid. Het ego, dat begrensd is, moet als het ware oplossen in het Hoger Zelf dat onbegrensd is. Bij de doop van Jezus zei Johannes de Doper: “Hij moet groeien, ik moet minder worden”. Het gaat hier om het ego dat minder moet worden en het Hoger Zelf dat dient te groeien. De verhalen die we in de bijbel lezen vertellen ons hoe wij de grenzen van het ego kunnen doorbreken.

Het getal zeven

Dit getal loopt als een rode draad door de bijbel. Bij de geboorte van Jezus zijn er zeven tekenen: de ster, de drie koningen, de herders, de engelen, de dieren in de stal, de kribbe en het kind. Er zijn zeven gebeurtenissen in het leven van Jezus: de geboorte, de doop, de verheerlijking op de berg, de kruisiging, de opstanding, de Hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest. Er zijn zeven christelijke hoogtijdagen van kerstmis tot Pinksteren. Er zijn zeven tekenen bij het sterven van Jezus. Het vierde teken is altijd de belangrijkste.

We kennen ook zeven kleuren in de regenboog, zeven tonen in het octaaf, zeven dagen in de week, zeven belangrijke chakra’s.

De zeven belangrijke chakra’s liggen langs het etherisch veld van de ruggegraat. Dat is inmiddels wetenschappelijk bewezen. Die zeven liggen in de stuit (de basis), onder in de buik, bij de milt (de zogenaamde zonnevlecht), in de buurt van het hart, de keel, het voorhoofd en de kruin. De chakra’s hebben allemaal verbinding met het kosmische veld. Het is een veld dat ons intens verbindt met het totale universum. De basischakra geeft ons fysieke energie. De buikchakra die verbonden is met de begeerte, de seksualiteit, het hongergevoel, de emoties is heel belangrijk voor veel mensen die momenteel op aarde leven. De miltchakra is verbonden met het ego, met het gevoel van ik-zijn. De hartchakra is de chakra van de liefde. De milt- en de hartchakra geven ons psychische energie. De hartchakra is tevens een brug van sterfelijkheid naar onsterfelijkheid. De keelchakra staat in verband met het spreken. De voorhoofdchakra heeft te maken met de intuïtie en is verbonden met de hartchakra, met de hogere liefdesgevoelens, met kosmische liefde. De kruinchakra is verbonden met de goddelijke geest.

Jezus Christus is een historische persoonlijkheid, maar niet zoals in de bijbel beschreven staat. In werkelijkheid was hij een stille profeet die zijn verhalen hield, die het koninkrijk van God op aarde predikte. Op een bepaald moment is men hem als een vijand, als een gevaar gaan zien. Wat er met hem gebeurd is weten we niet, dat is niet bewijsbaar. De evangelisten hebben daar het verhaal van gemaakt, waarbij hij werd geboren in een grot, werd gedoopt in de Jordaan, werd verheerlijkt op de berg Tabor en werd gekruisigd op Golgotha, wat in ballingschap betekent.

Hij wordt geboren in een grot, in het hart, in de hartchakra, de plaats van de liefde. Hij wordt in doeken gewikkeld en in een kribbe gelegd. Die doeken vormen zijn lagere lichamen en worden geïnspireerd door de miltchakra en de buikchakra. De kribbe is het lichamelijke. Hij daalt af tot in het lichaam. Dan is hij 30 jaar lang verborgen. Waarschijnlijk is hij bij de Essenen geweest en heeft hij daar een opleiding gekregen. Johannes de Doper was een Esseen. Hij doopte Jezus, zijn leerling, in de Jordaan. Jezus wordt ondergedompeld in het water en hij stijgt op uit het water. Dit betekent dat hij als het ware gewichtloos is, alle materie kwijt is. Hij is verbonden met het goddelijke. Er daalt een duif, symbool van de Heilige Geest, op zijn schouders neer. God roept uit de hemel: “Dit is de zoon in wie Ik mijn welbehagen heb.” Jezus wordt als het ware opgenomen in het geestelijke milieu.

De doop was een beproeving na een jarenlange opleiding. Water is een symbool in de bijbel en staat voor de ziel. De doop in water heeft te maken met de doop in de eigen ziel. Hij is afgedaald in de wateren van zijn ziel en moet zijn angsten, zijn negatieve gevoel, zijn begeerten overwinnen. Hij moet ze een hogere inhoud, een grotere verwerkelijking geven, waardoor hij kon zijn wie hij later is geworden. En dat geldt voor ons allemaal, want dit verhaal is tot ons allemaal geschreven. De doop heeft te maken met de buikchakra, met alles wat verbonden is met die chakra. Jezus heeft begrepen dat het hier gaat om het kennen van jezelf, weten wat je allemaal onbewust met je meedraagt.

Na de waterinwijding wordt Jezus verheerlijkt. De verheerlijking op de berg heeft te maken met zijn ego, met de miltchakra.  Die berg is een berg van hoger bewustzijn. Wij moeten een berg beklimmen om die hogere vorm van bewustzijn te bereiken. Jezus beklimt de berg en als hij op de berg staat worden zijn kleren wit als licht. Hij wordt helemaal doorstraald door de zon. Zijn ego wordt helemaal verlicht. Hij wordt een verlicht persoon. Zijn gedachteleven is helemaal vergeestelijkt. Het Hoger Zelf komt achter het ego tevoorschijn.

Dan komt het moeilijkste moment van de inwijding: de kruisiging, de kruisdood.

Ook dat is een heel oud symbool, verbonden met de hartchakra. Gaan door de dood betekent ook opnieuw in de geboortegrot komen voor een nieuwe geboorte. Jezus komt terug in de hartchakra waar hij begonnen is en wordt daar opnieuw geboren. Hij wordt aan het kruis gehangen en hangt precies op de scheidingslijn van de staander en de dwarsbalk, die het mannelijke en het vrouwelijke aspect voorstellen waarbij het mannelijke aspect het vrouwelijke penetreert. De figuur die voorgesteld wordt door het kruis is als het ware zwanger van iemand die daar de nieuwe, de geestelijke geboorte ondergaat. Het snijpunt van het kruis stelt de hartchakra voor. De kruisiging is niet een kruisiging naar de dood maar een kruisiging naar het leven, het nieuwe geestelijk lichaam.

In Mattheüs 27 staan zeven tekenen van het sterven. Het hele inwijdingsgebeuren wordt hier in een notendop naverteld. Dit heeft een diepe betekenis voor ons eigen leven.

Het begint met een stikdonkere duisternis tussen het 6e en het 9e uur. Dit is het leven in een stikdonkere duisternis van onwetendheid, het vasthouden aan dingen die je kunt zien en verder niets. Als je dit op een gegeven moment gaat beseffen, voel je een enorme benauwenis.

“Mijn God, mijn God waarom hebt U mij verlaten?” Hier komt het emotionele tot uitdrukking. De hartchakra scheurt als het ware open. Het is niet alleen maar verlatenheid, er is ook een sprankje licht, een sprankje hoop.

“Mij dorst.” Jezus krijgt een stok met zure wijn toegediend. Wij krijgen via de nieuwsuitzendingen vele zure wrange berichten te zien en te horen. Het denken dat zich alleen maar bezighoudt met de dingen van hier, het lagere mentale, hoort in die duisternis. Jezus vraagt om gelaafd te worden door spiritueel voedsel, maar hij wordt bediend vanuit de duisternis.

Dan scheurt het voorhangsel van de tempel van boven naar beneden, het vierde teken. En daarachter komt de arke des verbonds, dat grote geheim tevoorschijn. Jezus, de wereldgeest, laat die kennis, die hartchakra, openbarsten, want nu moet al die kennis bekend worden gemaakt. Nu zullen we begrijpen wat het geheim is achter de kruisdood. Nu zullen we weten wat het geheim is van de menselijke ziel, hoe de mens tot waarheid kan komen. Nu is in de hartchakra het licht komen schijnen.

Bij het vijfde teken komt er een aardbeving. Alle stof, alle materie wordt verwoest. Het is gebeurd met de sterfelijkheid.

De zesde is de ontslaap van heiligen, een ontwaken tot nieuw leven.

Tot slot zegt de hoofdman van de beulen: “Waarlijk dit was een Zoon van God.”

Dan vindt de opstanding plaats. Hij staat nu op in het geestelijke leven, hij omkleedt zich nu met een geestelijk gewaad. Hij wordt opnieuw geboren. Hij ontwaakt als het ware in een nieuwe dimensie, die in eerste instantie wordt aangegeven door de keelchakra. Al eeuwen lang werd de opstanding van allerlei goden gevierd. Die goden werden door hun partners als het ware uit de onderwereld teruggehaald en weer in het licht gebracht. Pasen is het feest van de nieuwe vruchtbaarheid. Die vruchtbaarheid van de aarde is ook de vruchtbaarheid van de geest. De mens ervaart de vruchtbaarheid van de aarde in zijn zielewezen door de geboorte van de geest. Het is een nieuwe geboorte. Hij ontstijgt als het ware het kruis en dat gebeurt niet na de dood maar tijdens het leven. In het Filippusevangelie kun je lezen, dat als je niet tijdens je leven de opstanding verwerft je na je dood niets zult hebben. Ook Jezus heeft de opstanding verworven voor die tijd. Hij was al helemaal tot bewustzijn gekomen.

Uiteindelijk komt Jezus in de fase van de Hemelvaart terecht. Dan groeit als het ware een zuil van licht naar boven en stijgt tot in een volkomen transcendente wereld, waar geen grenzen bestaan, waar volstrekte vrijheid is, waarin alleen maar geleefd wordt. Het is het aanlichten van de voorhoofdchakra, die verbonden is met de goddelijke liefde.

Dan stijgt Jezus op naar wat wij het pinksterfeest noemen. Het is het feest van de verbondenheid met de wereldgeest, de volledige realisatie van je innerlijke Zelf. Op dat moment ontsteekt het vuur met een enorme lichtsnelheid van basis naar kruin, langs alle chakra’s, het geestelijk leven. Dat zijn de vurige tongen die op de apostelen neerdalen.

Dit hele gebeuren hebben wij verkleind tot een materialistisch gebeuren. Maar het geheim ligt besloten in het zien van beelden en symbolen. We zijn hier getuige van een volledige wedergeboorte van een mens, een voorbeeldmens. Jezus staat te boek als het archetype van de tegenwoordig levende mens. Elk mens in deze wereld heeft diezelfde weg te gaan.

Jezus riep op jezelf, je naaste maar ook je vijanden lief te hebben. Niet je ego, maar je diepere Hogere Zelf moet je lief hebben, moet je leren kennen. En kennen betekent liefhebben. Jung noemt je vijanden de schaduw die je in je draagt.

De schrijvers van toen wisten al precies hoe de mens is opgebouwd en hoe de mens tot volledige ontplooiing van zijn potentiële mogelijkheden kan komen. In de bijbel staat: “Gij zijt goden.” Wij hebben krachten in ons die wij niet kennen. Het gaat erom dat wij die krachten op een verantwoorde wijze stap voor stap ontwikkelen. Wij maken deel uit van een proces en wij hebben de opdracht gekregen onze eigen goddelijkheid te leren kennen en naar buiten te brengen.

Vragen

In een van de boeken die u geschreven hebt staat: “Zie ik zal haar leiden zodat ik haar mannelijk zal maken, opdat ook zij een levende geest zal worden, gelijk u mannen, want elke vrouw die zichzelf mannelijk maakt, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan”. Wat betekent dit?

Deze uitspraak komt uit het allerlaatste gedeelte van het evangelie van Thomas. Het manzijn en vrouwzijn heeft niets met geslachten te maken, want in de esoterie zijn mensen androgyn. Het mannelijke staat voor de geest en het vrouwelijke staat voor de ziel.

Is het gouden koord, de verbinding met de goddelijke bron van zijn, een innerlijke weg zonder inwijdingen van goeroes of geestelijken?

Destijds was het van betekenis om langs de mysterietempels te gaan. De inwijdingsweg van deze tijd is de weg van het leven. Wanneer je bewust leeft, de zin en betekenis zoekt van alles wat je overkomt en probeert daar het positieve uit te halen, ben je bezig om als het ware binnen in je ziel te kijken.

In de bijbel komt het getal 40 vaak voor. Weet u hiervan de betekenis?

De 40-dagen tijd duurt van Aswoensdag tot Pasen. Van Pasen tot Pinksteren is 50 dagen. Die 40 en 50 zijn in het joodse denken heel belangrijk. Manna, wat in het oude testament voorkomt, wordt geschreven met een 40 en een 50, een mem en een nun. Een mem heeft het getal 40 en betekent ook water, heeft te maken met de ziel. Het manna wat uit de hemel viel wil ons vertellen dat degene die dat at van de 40 naar de 50 gaat. Diegene gaat van de materiële wereld, de zielewereld, naar de geestelijke wereld. Hetzelfde vind je terug in de twee verhalen van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. In het ene verhaal worden er 4000 mensen gevoed, in het andere verhaal 5000 mensen. Die 4000 mensen krijgen 7 broden. Daar blijven 7 manden met brokken over. Die mensen komen geen stap verder. Zij blijven in de materiële wereld. De 5000 mensen krijgen 5 broden te verdelen. Daar blijven 12 manden met brokken over. Twaalf is het getal van de dierenriem, is het getal van de hemel. Dan ga je de grens over van het waarneembare en kom je in die andere wereld. Hetzelfde verhaal kom je tegen in het Tibetaanse dodenboek.

Is de uittocht uit Egypte ook een symbolisch verhaal?

Elke Hebreeuwse letter staat voor een getal. Als je de letters van een woord inwisselt voor een getal krijg je een symbolische betekenis die in het jodendom als de ware betekenis is opgevat. Mitsrajim en Kanaän verhouden zich getalsmatig tot elkaar als 1:2. Kanaän is het land van de eenheid, Mitsrajim het land van de tweeheid. Ze gaan van het land van de tweeheid naar het land van de eenheid. Ze vertrekken uit het land waar de materie heel zwaar is en gaan naar het beloofde land, het land van God. Als je de plaatsnamen bij de uittocht uit Egypte neemt, zul je zien dat die namen voor een aspect van het bewustzijn staan.

Als Jezus als kind meegenomen wordt op de vlucht naar Egypte gaat hij dus naar het land van de tweeheid. Het is weer een metaforisch verhaal over de indaling in de stoffelijke wereld.

Kunt u iets vertellen over de Vrij-katholieke kerk?

Katholiek betekent algemeen. De katholieke misvorm, de liturgie wortelt in oeroude esoterische waarheden, in Oudgriekse vormen. Er wordt een eredienst gehouden waarvan een communie deel uit maakt. Er worden gewaden gedragen. De liturgie, de misvorm bestaat uit zeven stappen waarvan de vierde de consecratie is. Dat is de hartchakra. Ook de kerk bestaat uit zeven gedeelten: de toegangspoort, de plaats van het doopvont, de voorhal, het schip van de kerk, het priesterkoor, het altaar met de tabernakel en daarin het allerheilig sacrament. Het priesterkoor is het centrum ervan (de vierde), net als de hartchakra. De diensten worden zorgvuldig uitgevoerd. Elke handeling, elk woord heeft een diepe betekenis. Er worden gnostische en evangelische  teksten gebruikt. De preek die gehouden wordt heeft geen leergezag, want de Vrij-katholieke kerk kent en erkent geen leergezag. Het is een ondogmatische vrije kerk waar de vrije weg die men wil gaan voor iedereen open staat. De dichtstbijzijnde kerk staat in Raalte waar de dienst zondags om half 11 begint. Johan is priester in deze kerk.