Innerlijk Besef

De tunnelvisie over hersendood en orgaantransplantatie

Verslag door Daisy Smith van de lezing door Ger Lodewick op dinsdag 1 maart. 2011 in Zalencentrum Hingstman te Zeijen.

Ger Lodewick is voorzitter van de Stichting Bezinning Orgaandonatie. Hij werkte in het onderwijs en als loopbaanbegeleider, is geen arts en heeft zich sinds 1966 uitvoerig in het onderwerp orgaandonatie verdiept. Bij orgaandonatie wordt uitgegaan van een toestand van hersendood. Informatie over hersendood kun je overal vinden, o.a. ook op internet.

Ger vraagt de aanwezigen: “Waar willen jullie het over hebben vanavond?” Hij heeft er zelf een hekel aan naar een lezing te luisteren en dan pas vragen te mogen stellen. Vanuit deze achtergrond wil hij vanavond gelijk met ons in gesprek gaan aan de hand van vragen, die bij ons als toehoorders leven. Vooraf stelt Ger nog, dat we over het thema van vanavond verschillende meningen kunnen hebben. Dat is een gegeven. Hij wil ons niet overtuigen van zijn mening, maar ons tot nadenken brengen over onze eigen visie, zodat we zelf een keuze kunnen maken. Niemand heeft de waarheid. Iedereen heeft een stukje van de waarheid.

De eerste vraag: Hebben organen een eigen bewustzijn?  Ger: “Hoe kijkt u er zelf tegenaan?” De vragensteller (m/v) denkt, dat het zo is. Het heeft ermee te maken hoe we met ons eigen bewustzijn omgaan en met het kader van je eigen mensbeeld. Waar hebben we het eigenlijk over? En: Wat versta je onder bewustzijn? Gevoel en intuïtie spelen ook een rol.

We zijn ons van veel dingen niet bewust, terwijl we denken dat we veel weten. Wat is bewusteloosheid? We kennen een dag-, nacht- en eindeloos bewustzijn. Pim van Lommel schreef over dit laatste zijn boek Eindeloos bewustzijn.

Organen hebben, volgens Ger, bewustzijn. Er zijn bepaalde herinneringen in opgeslagen. Dat weten we dankzij orgaantransplantatie. Mensen, die een hart- of hart-longtransplantatie hebben ondergaan, weten opeens veel van de donor. In Nederland is het moeilijk om in contact te komen met donor-herinneringen. In Duitsland en Frankrijk is hier wel informatie over. Vooral vrouwen vertellen die verhalen. Zo is door verhalen van een kind met gedoneerd hart (afkomstig van een vermoord kind) later, op grond van dromen, de moordenaar achterhaald.

Echter: Iemand waar je een hart uit haalt, is nog niet dood. In de wet wordt het hersendood-criterium gebruikt. Bij een bepaald type hersenbloeding zijn de hersenen zò beschadigd, dat het hersendood-criterium van kracht wordt. In een academisch ziekenhuis kan dan op de neuro-intensive-care een lichaam in leven gehouden worden. Volgens artikel 14 van de wet op orgaandonatie is iemand dan dood verklaard. Op een beademd stoffelijk overschot (= hersendood) kunnen testen worden gedaan. Ger: Een hersendode is nog niet dood! Er is onderzoek gedaan bij 12 hersendode zwangere vrouwen, die wel een levend kind hebben gebaard, na 5 à 6 weken hersendood te zijn geweest.

 

Een bezoekster vertelt over haar zoon, die na een ernstige hersenbloeding (zo groot als een vuist) in coma heeft gelegen. Zij heeft haar innerlijke gevoelens gevolgd en heeft haar zoon nog gewassen en zijn lippen vochtig gehouden. Vanuit haar gevoel heeft zij nog met hem gesproken en antwoord gekregen. Zij heeft tegen hem gezegd: “Danny, ik weet, dat jij bij mij hoort.” Zijn hart functioneerde nog steeds. En ik heb dus wel met hem gecommuniceerd. Ger beaamt, dat wij in staat zijn ons bewust te worden, dat we meer communicatiemiddelen hebben dan onze stem en ons hoofd alleen. Het hart vervult hier ook een centrumfunctie in. Denken en voelen gaan ook via het hart. Het is zo belangrijk, dat wij daarop durven te gaan vertrouwen en dat we stevig in onze schoenen staan. Ervaringen durven accepteren. Het bewustzijn ontwikkelt zich verder.

Iemand vertelt over een schilderes, die vanuit haar hart schildert. Zij maakt dit kenbaar via haar schilderijen. Dat past in deze tijd. Het gaat om christusbewustwording van je innerlijk.

Een bezoeker van deze avond: “Ik kon nooit contact met mijn ouders krijgen.” Zijn vader overleed en toen heeft hij zijn hoofd naast dat van zijn vader gelegd en gezegd “Pa wat is dat lang geleden.” De vader antwoordde: “Jongen, ik kon dat niet.”

 

Het gaat erom zelf het gevoel te ontwikkelen voor: Wat is leven? – Wat is ziekte? – Wat is dood eigenlijk? Het gaat om jouw eigen waarheid. Zelf goed weten waar je staat, hoe je erover denkt, voordat je een keuze maakt inzake orgaandonatie. Het is Ger er niet om te doen ons een bepaalde kant op te sturen. Op basis van wat je zelf weet, kun je beslissen: Ik wil wel/geen orgaandonor zijn. Niet denken: “Anderen weten het wel”. Door je te laten registreren kun je je eigen verantwoordelijkheid nemen. Je vrijheid nemen. We hebben zoveel vrijheid, dat we niet weten wat we moeten kiezen. Cruciale vraag: “Wat is de zin van het leven?” Deze vraag kan niet in zijn algemeenheid worden beantwoord. Ieder mens dient hier haar/zijn eigen, persoonlijke antwoord op te geven. Vrijheid: Durf je je eigen besluit te nemen? –Wat is voor jou de zin van jouw leven?

 

Vraag: Wordt het stervensproces onderbroken bij het uitnemen van organen en dergelijke? Ger heeft het gevoel, dat het stervensproces een proces is, waarbij vragen aan de orde komen als: Wat voor wezen ben je? Wat voor ziel huist er in jou? Dit neemt tijd in beslag. In dit proces gaat het immateriële zich terugtrekken uit het stoffelijke. In dit proces gaat het ook om ervaringen, die in mijn lichaam opgeslagen liggen. Op het moment dat mijn ziel zich losmaakt, zal deze de informatie van mijn organen meenemen. Dat gaat samen met het opmaken van de balans van mijn levensweg. Het wezen neemt dit mee in het eindeloos bewustzijn. Deze informatie gaat dus naar een andere vorm toe. Dit stervensproces moet niet onderbroken worden. Bij het uitnemen van organen wordt er in je stervensproces ingegrepen. Bepaal zelf wat jij wilt!

Het is belangrijk om met respect naar de dood te kijken: Hier gebeurt iets heiligs. Dat wezen (dat deze mens geweest is) is bezig met gaan door de poort. Wij zijn zo in de materie terecht gekomen, dat ik helemaal niet meer weet wat zich afspeelt. Voor mezelf heb ik het gevoel: Het is niet erg om dood te gaan. Waarom zou ik zo hard een andere nier, hart of longen nodig hebben? We leven nog, maar: Wat komt daarna?

 

Vraag: Protocollen voor hersendood: Hoe oud zijn die? Deze protocollen zijn er al langere tijd. In de praktijk gaat het zo, dat het lichaam kunstmatig in leven wordt gehouden, vervolgens wordt er ingegrepen met het weghalen van organen etc. Grenzen schuiven hierbij op. Hans Stolp wordt geciteerd: “Als ziel ga je weg van de aarde. Aan gene zijde is die nu blij.”

 

Vraag/Opmerking: Je kunt ook uit vrijheid kiezen om uit liefde een orgaan te doneren. Donatie bij het leven door bijvoorbeeld een nier of stukje van de lever af te staan. Als de weefseltypering goed overeenkomt, is donatie van een nier bij leven goed mogelijk. Het afstaan van een stukje van de lever levert levensgevaar op voor de donor en de ontvanger moet erg veel medicijnen gebruiken. Het kan in beide gevallen fout gaan, ook voor de donor. Je weet van tevoren nooit hoe het immuunsysteem gaat werken. De donor is een stukje van zijn/haar lichaam kwijt.

 

Vraag: Verhuist je ziel voor een deel mee, als je een nier afstaat?

Nee. Je dient een onderscheid te maken tussen de ziel en persoonskenmerken. Opmerking uit de zaal: “In geschriften is de ziel potentie tot leven. Herinneringen die in het systeem zijn opgeslagen dragen bij aan het bewustzijn. De ziel neemt afscheid bij het sterven en neemt deze informatie mee.”

Ger vult aan: Voordat ik besluit om weer te incarneren . . .  Wat is ik hier? Dan ga ik mij voorbereiden op het komende leven. Het ik dat het aardse leven aan wil gaan. De ziel gaat zich voorbereiden. De ziel is de verbinding tussen mijn lichaam en het Werkelijke Wezen van mij . . .

Vraag: Gaat bij orgaandonatie een gedeelte van de ziel mee? Antw. Nee. Er gaan wel opgeslagen herinneringen uit het bewustzijn mee. Op het moment dat je nier postmortaal wordt, kan als het ware je wezen niet weg. Je wezen blijft aangetrokken worden door het orgaan, dat voortleeft. Dit is de visie van Ger. Hij nodigt ons uit om met een eigen mening te komen. Reactie uit de zaal: “Het kan helpen om het idee van persoon en karakter uit elkaar te halen. De karaktervorming zet zich vast in het lichaam. Dit kan meegenomen worden bij orgaandonatie.” Andere aanvulling: “Een orgaan heeft wel bewustzijn, maar geen zelfbewustzijn.”

 

Naar aanleiding van de vraag over donatie vanuit liefde: Ger gaat hier dieper op in: Op het moment dat je besluit te incarneren ‘kom je hier iets doen’, dat heb je jezelf voorgenomen: “Ik wil in het komende leven die en die ervaringen op gaan doen.” Zou je de middelen krijgen om die ervaringen op te kunnen gaan doen? Zou het kunnen zijn, dat wij ons iets hebben voorgenomen, wat we in ons weten ons niet meer herinneren? Daarbij hebben we dan wel in beeldtaal gesproken ‘gereedschap’ nodig, zoals een timmerman. Zou het kunnen – onbewust nog – dat we ervaringen op willen gaan doen, die wij niet meer weten, zoals ziekte? En: Wat schiet ik ermee op om bij orgaanfalen te zeggen: “Deze ziekte – dit lijden – wil ik niet.” Bij orgaandonatie ga je dan dit lijden uit de weg. Wat zouden de consequenties zijn? Opmerking uit de zaal: “Zou je je voorgenomen kunnen hebben om de ervaring op te doen om een vreemd orgaan in je lichaam te hebben? Zouden mensen juist kennis willen maken met het vreemde? Hoe ervaren mensen dit?” Antw.: Mensen die een orgaan ontvangen hebben, zijn over het algemeen positief. Ook is bekend van iemand: “Dat zou ik nooit meer doen.” Iemand, die al 15 jaar met het hart van een ander leeft zegt, dat hij zich meer spiritueel is gaan voelen.

Bij een bloedtransfusie werkt het anders. Daarna kun je je maandenlang vervelend voelen. Dan ebt dat weg. Na verloop is het eigen bloed weer terug. Een gedoneerd orgaan zal nooit jouw orgaan worden. Het heeft een eigen frequentie en zal altijd vreemd blijven.

In ons dagelijks bestaan zijn wij weinig werkelijk doordrongen van wie we zijn. We vinden alles gewoon. Wat er zich werkelijk in je afspeelt en wat zich manifesteert naar buiten, bijvoorbeeld een ziek orgaan, kan te maken hebben met een persoonlijke missie. Of mijn systeem geeft aan, dat er iets gaande is. Het is een signaal: Wat zou er zijn? Word je eens ergens bewust van. Je kunt daar nee  op zeggen door het zieke orgaan te willen vervangen. Hoe geëvolueerd zijn wij? Wat zijn de signalen van mijn lichaam? Wat betekenen die? Ger heeft zelf tweemaal een tumor in zijn blaas gehad en hij is op zoek gegaan naar de oorzaken. Uiteindelijk kan hij zeggen: “Ik heb het geluk gehad, dat . . .” Een orgaan, dat het niet doet, is een signaal. Wat is het, dat wij het leven zo lang mogelijk proberen te rekken door de meest rare kunstgrepen? Mogen we nog gewoon dood gaan? Wat wil zo’n ziek orgaan zelf zeggen?

Uit naastenliefde een orgaan doneren? Hoe komt het, dat jij/ik vind(t) dat een ander een orgaan nodig heeft? Hoe komt het, dat ik niet accepteer dat het leven van een ander eindig is? Wat versta je onder liefde? Is het proces van degene die zo ziek is dan niet het juiste proces? Het impliceert: Oordelen over het proces van een ander. Ik heb er moeite mee, dat een ander lijdt. Wàt in mìj wordt er zo geraakt, als ik vind dat de ander door een verkeerd proces gaat? Ik moet naar mezelf kijken.

Vraag: “Is er niet een soort synoniem: Willen voortleven in kinderen, voortleven in organen die ik doneer, voortleven in bloed dat ik doneer. (Afzetten in de genen functioneert zo in de dierenwereld.)” Ger heeft er zo nooit naar gekeken.

Vraag: Is iedereen in staat om bij dat onbewuste stuk, waar het probleem zit, te komen? Hoe kom je daar? Ger: Dit is een ingewikkeld proces. Ik heb erover geschreven in het boek Diagnose kanker & Moeder Aarde. Dit geldt niet alleen voor kanker.Heling wil niet zeggen, dat je alles in het fysieke vlak oplost. Dat is vaak niet mogelijk. Omdat dit vaak in het zielsvoornemen ligt, waarmee je hier in dit leven bent gekomen. Je kunt overal bij komen. Dit heeft te maken met een kwantumsprong in je bewustzijn, die mogelijk is. Het heeft echter niet altijd lichamelijke genezing tot gevolg. Bij de één wel en bij de ander niet. Er zijn nuances en schakeringen. Je kunt ontdekken, dat je een zelfhelend vermogen hebt. Je kunt dit ook ontwikkelen. Dit alles is beschreven in dit boek.

De vraag Waarom krijg ik deze ziekte aan mijn lever of aan mijn blindedarm? Heeft dit met het bewustzijnsniveau te maken?’ Ger: Puur voor mezelf (vanuit mijn eigen ervaring): Waarom heb ik die tumor gekregen? Waarom heb ik die tumor gecreëerd? Om iets duidelijk te laten worden. En om iets op te lossen in mijzelf. En niet als slachtoffer mijn ziekte te ondergaan, maar om me bewust te laten worden. Er wordt in mij iets aangeraakt. Het is een boodschap aan mijzelf. Er komt een bewustwording op gang.

 

Afsluitend: Ger Lodewick zegt nogmaals te willen bijdragen aan mogelijkheden voor besluitvorming betreffende orgaandonatie. Hij adviseert ons om ons niets aan te trekken van het oordeel van anderen. “Doe datgene, wat je innerlijk wilt.” Op grond van voortschrijdend inzicht kan ieder zelf een keuze maken, voor of tegen. En zo’n keuze kan telkens worden bijgesteld of herzien.

 

Donor worden? Of juist niet?

Meer hierover vindt u op de website:

www.donorregister.nl van: Donorregister Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport.