Innerlijk Besef

De spirituele betekenis van dromen

Lezing door Barbara Driessen op dinsdag 7 mei 2002 in het Van der Valkhotel te Assen. Bij de droom als inwijdingsweg (de scholing van de ziel) krijgen we te maken met beproevingen en confrontaties op drie niveaus, nl. met de behoefte van het ‘ik’ (behoefte van het lichaam), de wens van de geest en het verlangen van de ziel.

Barbara wil vanavond iets vertellen over de spirituele kracht van dromen en de droom als inwijdingsweg.

Bij de droom als inwijdingsweg (de scholing van de ziel) krijgen we te maken met beproevingen en confrontaties op drie niveaus, nl. met de behoefte van het ‘ik’ (behoefte van het lichaam), de wens van de geest en het verlangen van de ziel. Het is een wetmatigheid dat wij in onze ont­wikkeling door diverse lagen en sferen gaan. We hebben allemaal taken en zullen merken dat we regelmatig worden geconfronteerd met onze onderwereld, onze schaduw­kant.

Al heel lang houden mensen zich bezig met dromen. Shakespeare o.a. zei hierover: “We are from the same stuff as dreams are made of”. Wij komen tijdens onze dromen regelmatig in contact met het collectieve geheugen.

Het collectieve geheugen.

In het collectieve geheugen wordt alles bewaard wat in de geschiedenis is voortgebracht. Het vertelt alles over het begin en wat er komen gaat. Niets gaat verloren. Iedereen kan hiervan gebruik maken en doet dat ook, vooral in dromen.

Dit geheugen biedt zich aan in archetypische beelden en patronen, deze komen vooral voor in onze REM-dromen[1]). Deze beelden en patronen zijn over de hele wereld hetzelfde. De samenleving waarin wij leven bepaalt echter hoe wij ze bena­deren en vertalen. Dat is dus per cultuur verschil­lend. In het Westen zijn deze archetypische beelden vaak afspiegelingen van goed en kwaad en dualiteit. Ze zijn moraliserend. In de droom komt dat naar voren met beelden waarbij het goede wordt beloond en het kwade wordt gestraft. Het collectieve geheugen zegt dat het kwaad moet worden gestraft. Maar wij voelen ons bezwaard als dit in de droom niet gebeurt. Het is daarom ook belangrijk om de droom verder uit te werken in het dagbewustzijn.

Hoe werk je een droom verder uit? Bij een confron­tatie met het kwaad gaat het meestal om een achtervolgingsdroom. Als je dan angstig wakker wordt, probeer je de droom zoveel mogelijk terug te halen en schrijf je het op in de tegenwoordige tijd. Daar waar de droom stopt ga je verder met je dagbewustzijn om zo de boodschap te ontrafelen. Doe je dit niet en blijf je slachtoffer, dan zal de droom steeds terugkomen.

Een enge droom bijvoorbeeld kondigt aan: “Er is een confrontatie met je schaduw, doe er iets mee.” Met het dagbewustzijn ga je terug naar de droom en draai je je om op het moment dat je bijna door het enge wordt gepakt en zegt dan: “Wat moet je van me. Je ziet er wel eng en dreigend uit, maar als ik je zo zie, ben ik eigenlijk net zo sterk als jij, alleen je ziet het niet.”

Je gaat dus in die dialoog het contact aan met die ander (de bedreigende ik) die tegenover je staat en laat zien dat je niet bang bent. Zo maak je in feite van de dualiteit een eenheid. In werkelijkheid word je in je droom geconfronteerd met een donker stuk in jezelf dat je eigenlijk niet onder ogen wilt zien, maar dat de nacht aan jou projecteert.

Persoonlijke geheugen (1e laag van dromen).

Het persoonlijke geheugen wordt ook wel de eerste laag van het bewustzijn genoemd en is de laag waarmee we in onze dromen heel snel kennis maken. Deze eerste laag van het onderbewuste ligt net onder het bewuste en is toegankelijk bij visuali­satie, imagi­natie en geleide fantasie.

In de droom is dit de laag waarin menselijke figuren zich manifesteren. Manifesteren zich slechts weinig personen, maar ligt de nadruk op de personen, dan is men bezig met de persoonlijke ontwikkelingsweg. Komen er daarentegen veel mensen in de droom voor, in de vorm van een stad, een volksstam, enz. dan droomt men vanuit het collectieve en is men bezig met het bestaan in de wereld en het zich handhaven daarin.

In deze bewustzijnslaag hebben we vooral te maken met voorbeelden als: ‘wie ben ik, waarom ben ik zo, waar kom ik vandaan, waar ga ik heen en waar sta ik nu’. Dit is tevens de laag van de ontmoeting met jezelf en van daaruit met de ander. De kwaliteit van deze contacten is het gevolg van onze eerste voorbeelden (onze ouders). Als we geen goede voorbeelden hadden, omdat zij iets anders lieten zien dan wat zij zeiden, zullen wij ons tijdens ons volwassen leven voort­durend afvragen: “Wat is waar en wat is werkelijk?” Onze ouders hebben nl. een brugfunctie. Een brug bestaande uit twee peilers, stevig, op zichzelf staand.

Vanuit deze twee peilers is contact, precies in het midden, mogelijk, ieder op zich zelf staand en bouwend naar elkaar toe. Indien we niet zo’n voorbeeld hebben gehad van ouders of anderen om ons heen, zijn we steeds op zoek om dat contact te maken, maar zijn we tegelijkertijd ook vervuld van projectie. We gaan op zoek en vinden de ander. Echter, dat deel dat we niet van onze ouders hebben geleerd projecteren we op de ander (de partner). Die projectie in die ander roept ook de irritatie op, want dat wat jij eigenlijk niet in die ander wilt zien, is wel een afspiegeling van jezelf.

De figuren in onze dromen laten ons dan ook (spiegels van irritaties, projecties) zien waar wij op onze individuele weg zijn.

Als we onze individuele weg gaan en de verantwoor­delijkheid voor die weg nemen, komen we ook in contact met ons persoonlijke geheugen. Dat laatste is een samenvatting van wat je hebt horen vertellen over jezelf en de wereld, terwijl je er zelf niet bij was. De verhalen kunnen soms echter zo vaak en zo beeldend worden verteld en je zintuiglijk zo prikkelen, dat het lijkt alsof  je er zelf bij was. Het persoonlijke geheu­gen heeft ons gevormd, doch ook vaak misvormd.

Het persoonlijke geheugen maakt deel uit van het collectieve geheugen, oftewel je hebt met de geboorte een klein deel van de eeuwigheid mee­gekregen. Wat je met dit deeltje doet is een persoon­lijke keuze.

In het eerste deel van je leven is dit deeltje bezig zich te onderscheiden en sluit het een verbond met het ego. Op het moment dat je jezelf vervolgens onder ogen wilt zien en eigen verantwoordelijk­heden wilt nemen, ontstaat er weer ruimte voor verbinding. Dus eerst zelfstandig worden, om je vervolgens op gelijk­waardig niveau te kunnen verbinden. Daarom is het ook belangrijk om los te komen van gezinspatro­nen en om zelfstandig te worden. Als er binnen de gezins­patronen geen ruimte was voor zelfstandigheid of het hebben van een eigen mening, blijf je hangen in het proces rond het ego, met als gevolg worstelingen met o.a. ‘er mogen zijn, macht, autoriteit en schuldge­voelens’. Dromen maken je dan ook duidelijk of je in de greep bent van het ego, welke weg je bewandelt en ze bieden je inzicht in je persoonsstructuur.

Stroom van het hart; het verlangen (2e laag van dromen).

Het verlangen om verbinding te maken met iets dat of iemand die onbereikbaar is, geeft een zoete pijn omdat dit verlangen enerzijds liefde in zich draagt en anderzijds een pijnlijk gevoel van onbereik­baarheid. Verlangen is een projectie van de herinnering aan volmaaktheid. Voor veel mensen echter is het plezieri­ger om het verlangen in stand te houden, dan om het in daden om te zetten, want dan zou het kunnen tegenvallen. Mensen die in contacten beschadigd zijn hebben dan ook liever het verlangen naar de liefde, dan de liefde zelf. Als er zich bijvoorbeeld een partner aandient en die wordt vervolgens gemeten aan het verlangen, is dat laatste bijna altijd groter dan de liefde die wordt gemanifesteerd. Dit is een voedings­bron voor dromen.

Verlangen is een energie die zich via het hart in werking zet en blokkeert.

Dieren en dierlijke figuren die in deze dromen voor komen hebben meestal menselijke eigen­schappen en zijn in feite hulpdieren die je kunt raadplegen. Barbara doet in de zaal een oefening omtrent hulpdieren: stel je zelf een dier voor en stel je tevens voor dat dit dier ook in je droom voorkomt. Stel dan de volgende vragen: 1) wat zijn de associaties bij dit dier; 2) waar voelt dit dier zich goed; 3) wat heeft dit dier nodig; 4) wat kun je van dit dier leren.

Door contact te maken met dit ene dier kom je er achter wat de werkelijke behoeften van jouw ego en van jouw hart zijn.

 

Het spirituele verlangen; de stroom van de geest (3e laag van dromen).

Bij onze geboorte brengen we herinneringen mee van een toestand van vrede en harmonie en opgenomen te zijn in een hoger plan. Naarmate we ouder worden vergeten we het verlangen van de ziel, want we moeten onszelf in de wereld manifesteren en in materie bewijzen. Hoe meer vorm ons leven in de buitenwereld krijgt, hoe dichter het spirituele verlangen nadert. De ene mens besteedt geen aan­dacht aan dat verlangen, terwijl het bij de ander binnen kan komen en onder ogen wordt gezien. Verlan­­gen kan niet worden omgezet in materie. Als je dat wel tracht te doen, verdwijnt het verlangen en blijft teleurstelling en gemis.

Dat verlangen van de ziel naar de bron, naar verbondenheid wordt duidelijk in de droom. Dan krijgen we besef van oneindigheid (een mystieke erva­ring) en zien we onszelf in een momentopname. Zo’n mystieke ervaring duurt vaak maar erg kort. Op dat moment houdt de afgescheidenheid op: je bent opnieuw verbonden. En juist vanuit dat zelfde besef komt de heimwee en het verlangen om dat besef opnieuw te hebben. Dat verlangen van de ziel kan niet worden ingevuld. We nemen wel de herinnering mee, en deze herinnering draagt het heimwee in zich, het gevoel dat er een afgesneden deel is in jezelf, dat weer terugkeert naar de eeuwigheid. Dit verlangen ontstaat bij de eerste schreeuw en eindigt bij de laatste uit­ademing. Het besef kan je eenzaam maken, omdat je weet dat geen mens in staat is dit verlangen van de ziel in te vullen. Je kunt het uiteraard wel delen met ervarings­genoten.

Deze derde laag is het verst verwijderd van ons bewustzijn. In deze laag is heel veel van het collectieve bewustzijn aanwezig en zien we veel mytho­logische en magische krachten die onze dromen vullen. Als alle, in deze laag, opgedane informatie niet wordt gekoppeld aan het persoonlijke bewustzijn, worden we in het dage­lijkse leven een mysterie als gevolg van onduide­lijk­heid, verdringing van het kwade of het leven in een fantasiewereld. Daarom is het in deze tijd zo belangrijk om dit magische bewustzijn vorm te geven in de materie. Dit is steeds een zoektocht tussen idee en materie, maar als deze beide elkaar bevruchten is er werkelijk plaats voor een spiritueel leven.

Op zoek naar het visioen.

Een visioen overkomt je niet zomaar en bijvoorbeeld de lichtflitsen die je vlak voor het inslapen kunt ervaren, zijn geen visioen. Om een visioen te hebben moet je je spirituele weg openen. Als wij met onze dromen gaan werken, kan de droom daar een toegang toe zijn. Vroegere priesters of indianen gingen op zoek naar een visioen. Daartoe legden ze eerst een bepaalde weg van afzondering af voordat zij een visioen ontvingen. Maar dan begon het pas. Want degene die het visioen had werd begeleid door priesteressen en gidsen, om datgene wat hij had gezien in het visioen, neer te zetten in de wereld.

De persoon die een visioen had ontvangen, wist ook dat hij vanaf dat moment ingewijd was. Dit is echter niet de weg van ‘hoera ik heb een visioen’, maar het is een weg van bescheidenheid. Het gaat er namelijk om wat je in de praktijk met het visioen gaat doen. Ga je die mooie beelden en woorden leven, of doe je er niets mee en val je terug naar de weg van het ego, dat in de buitenwereld zoekt naar bestaansrecht, eigenwaarde en bevestiging. Een zoektocht die nooit eindigt, want als we niet toekomen aan onze innerlijke weg, komen we ook nooit toe aan onze spirituele weg.

We hebben allerlei gidsen en engelen om ons heen, die ons begeleiden. De droom is iedere nacht onze vaste begeleider. Hij vertelt ons als onze persoonlijk gids wat we moeten doen, wat we kunnen doen, waar wij zijn, waar we heen gaan en waar we vandaan komen. Als je deze informatie echter laat liggen, is het alsof je een stapel post krijgt die je niet opent, maar achteloos weglegt. Dat kan het gevolg van angst zijn.

Aansluitend hierop besluit Barbara haar lezing met de spreuk: “Niet het dromen is schokkend, maar het wakker worden.

Barbara leest dan een droom voor over een knalrode fiets, die voor het huis staat en alle drie keer dat de eigenares op de fiets stapt, zakt ze er door. Ze legt de droom uit aan de hand van de Gestalt-methode, waarbij je alle onderdelen van de droom zelf bent.

 

Vragen

Het valt me op dat de droom die je vertelt een goed lopend verhaal is, terwijl ik vaak losse flarden droom, waarvan ik me nauwelijks iets herinner. Kun je dat actief beïnvloeden?

Je herinnert je in ieder geval al flarden, sommige mensen herinneren zich helemaal niets. Probeer je te concentreren op die flarden en kijk welk gevoel dit bij je oproept. Als dat lukt kun je met die flarden en met dat gevoel een verhaal schrijven in de tegenwoordige tijd. Verzin er zo weinig mogelijk bij. Vaak blijkt dan dat het wel een droom is. Het bovenstaande kun je trainen.

Herinner je je helemaal niets, dan kun je je afvragen: “Wat zou ik dromen als ik zou dromen.”

Schrijf dit ook weer op in de tegenwoordige tijd en je hebt een prachtige droom, die uit de eerste laag (wensdroom) komt. Het zegt iets over je, over jouw contacten of de manier waarop je in het leven staat.

Is er verschil tussen dagdromen en nachtdromen?

Dag- en nachtdromen komt allemaal uit hetzelfde brein. Onze nachtdromen kunnen we sturen en onze dagdromen zitten vol censuur. We kunnen wel veel leren van onze dagdromen, maar onze nachtdromen bieden veel meer informatie omdat ze geen censuur kennen.

Is de droom een reflectie van de dag?

Gedurende de dag doe je heel veel informatie op, maar dat kun je niet direct allemaal verwerken, dat gebeurt ‘s nachts. Dan worden alle (prikkels) negatieven ontwikkeld en wordt vervolgens de film voor je geestes­oog afgedraaid. Als je geluk hebt kun je het ‘s ochtends nog onthouden.

Wat moet ik doen om dromen te onthouden?

De wil om te onthouden is de eerste stap. In de periode waarop je indommelt en vaak wakker schrikt met het gevoel ‘ik val, oh help’ kun je je droom beïnvloeden door tegen jezelf te zeggen: “Ik wil mijn droom onthouden.” Dit moet je een aantal keren achter elkaar herhalen, zodat je met deze gedachte in slaap valt. Dan kun je ‘s ochtends wakker worden met een vage herinnering, die zich gedurende de dag uitbreidt.

Je kunt een schrift naast je bed leggen met de intentie ‘daar ga ik vannacht in schrijven’. Ook dat wordt opgeslagen in je onderbewuste en dat vraagt om een reactie. Je moet dan wel minstens 5 minuten wakker zijn om de droom te kunnen onthouden.

Ik heb vaak dezelfde droom, waarin mijn oudste zoon met een jongetje onder een brug doorloopt onder water. Ik roep heel hard naar hem. Hij zwaait en loopt door met het jongetje. Ik word dan heel vervelend wakker en durf niet meer te gaan slapen.

Dit is een angstdroom, wat hem maakt tot herhalingsdroom. Onder een brug doorlopen kan betekenen, vertrouwen of gebrek aan vertrouwen hebben. Een brug kan instorten. Dit kun je bijvoor­beeld dromen als je overdag in een situatie met wan­trouwen zat. Het belangrijkste in deze droom is om te kijken waarop het zelfvertrouwen is gebaseerd. Is dat bijvoorbeeld op eigenwaarde? Ga helemaal staan voor dat zelfvertrouwen. Kijk ook eens naar de brug. Is die niet stevig, maak hem dan zo stevig dat je er zelf onder door durft te lopen, maar ook je oudste zoon met het jongetje er onderdoor durft te laten lopen.

De brug staat hiervoor: hoe stevig ben ik, hoeveel vertrouwen heb ik in mezelf en in de ander.

Ik lig in bed en plotseling realiseer ik me dat er boven op zolder een kind ligt dat ik ben vergeten te voeden.

Het vergeten voedsel te geven aan iets dat dierbaar is, is een veel voorkomend verschijnsel in een droom. Je kunt je dan afvragen: voed je je innerlijke kind (je speels­heid) wel. Kijk ook naar de contacten die je hebt. Zijn die opbouwend of zuigend. Hoeveel zijn er gebaseerd op het maken van zorgen en hoeveel zijn er gebaseerd op het maken van plannen. Als er teveel zorgen-contacten zijn, rond ze dan af, zeg stop! Zoek zielsverwanten om je heen die je positieve leven voeden en die plannen met je maken.

Als je hetzelfde droomt over een dier, heeft het in principe dezelfde betekenis. Maar er wordt dan gedroomd in de tweede laag (ontwikkeling van de geest). Kijk naar de symboliek die bij het betref­fende dier hoort, bijvoorbeeld een poes staat voor zachtheid en tederheid. Dan is het duidelijk welk stuk je in jezelf hebt verwaarloosd.

Mijn vriendin en ik worden heel vaak geconfronteerd met dubbele getallen, bijvoorbeeld 20.20 uur of 13.13 uur. Wat kunt u daar van zeggen?

Getallen in de droom verwijzen vaak naar een combinatie van de linker en rechter hersenhelft. De linkerhelft is voortdurend bezig met getallen, de rechterhelft met beelden en visioenen. Als de linker hersenhelft tijdens de slaap wordt ingeschakeld, ga je bezig met getallen en kom je bij de numerologie. Het is interessant om te kijken wat de betreffende getallen volgens de numerologie betekenen. Dat jij en je vriendin hetzelfde dromen, geeft aan dat jullie met dezelfde materie bezig zijn.

Als je altijd positief droomt, betekent dat dan dat je te zorgeloos leeft?

Volgens Jung, Freud en tijdgenoten zouden we niet dromen als het ons niets te leren heeft. Een spreuk zegt: “Saaie mensen zijn gelukkig. Ze hebben weinig te vertellen.” Als je gelukkig bent heb je andere dromen dan wanneer je dat niet bent. Geluk is alleen maar een besef. Het is een besef van de afwezigheid van negatieve emoties en dat besef duurt maar heel kort. We hebben allemaal een schaduwkant. Je kunt je gelukkig voelen als je deze schaduwkant even niet voelt of hem hebt geac­cepteerd. Door het feit dat wij contacten hebben worden we voortdurend gecon­fronteerd met onze schaduwkant. Dromen laten ons onze schaduwkant zien en dat wat we er aan kunnen doen.

Als je ‘s ochtends echter wakker wordt met een glimlach, heb je gedroomd over je lichte kant.

Hebben de dromen die je hebt te maken met je gemoeds­toestand?

Hierbij wil ik wel onderscheid maken tussen verwer­kingsdromen en archetypische dromen. De eerste komt vanuit het ego (de persoonlijkheid) en de andere komt als spiegel van de ziel, als her­kenning en verbinding. Het eerste is jezelf onderscheiden en het andere is jezelf verbinden.

Mijn vriend en ik zijn net terug uit Nieuw Zeeland, waar we beiden de gekste dromen hadden. Het leek er zelfs op dat we gedeeltelijk dezelfde dromen hebben gedroomd.

Vakantiedromen zijn vaak veel levendiger dan thuis. De manier waarop je op vakantie bent is hierop ook van invloed. Het kan zijn dat wanneer je op vakantie bent en dezelfde belevenissen hebt en heel dicht betrokken bent bij elkaar, je ook dezelfde dromen hebt. Het kan ook zijn, omdat je sterk in elkaars energieveld leeft, de één het droombeeld heeft en de ander dat opvangt. Het is dan ook interessant om deze droom samen uit te werken; kijken hoe kunnen we dit gezamenlijke geesteskind voeden.

Ik droomde vroeger herhaaldelijk dat ik in mijn eigen straat liep, die helemaal uit liep en dat dan plotseling de omgeving totaal was veranderd.

Het is makkelijk om in je eigen straatje te leven en te denken en dan plotseling kom je de ander tegen met totaal andere verwachtingen, gedachten of plannen. Als je wel wilt onderzoeken wat en hoe dat andere is, kies je de weg van verinnerlijking, het inslaan van een nieuwe weg.

Het oude ken je al, de nieuwe weg ligt er al. Je hoeft er alleen maar overheen te lopen en om je heen te kijken en je weet de boodschappen.

Ik droom vaak in de voornacht dat er een logee beneden zit die ik vergeten ben onderdak te verlenen.

Je kunt kijken naar de toestand van die logee (is die goed gevoed, e.d.) en wat wil hij. Hij komt niet zomaar, want anders was hij wel doorgelopen. Welk deel van jezelf zie je als een logee. Stel jezelf ver­vol­gens de vraag: “Ben ik bereid dat deel van mezelf binnen te laten en in welk vertrek van het huis breng ik dat dan onder.” Het gaat om het feit waar dat deel van jezelf zichzelf mag voeden, mag vertoeven en hoelang het daar mag blijven. Het deel van jezelf dat een logee is, is nog niet helemaal van jezelf. Als dat deel in jezelf wordt geïntegreerd is er vervolgens weer ruimte voor mogelijke nieuwe logees.

Droomt iedereen in kleur of in grijstinten?

Dromen in fullcolour, de kleuren van de regenboog. Barbara geeft enige uitleg over de kleuren van de regenboog in dromen. Het heeft dezelfde betekenis als de kleuren van de chakra’s.

  • rood = basis, je stevigheid, je emoties;
  • oranje = hoe veilig ben je op de wereld, wat doe je met je veiligheid;
  • geel = de mondelinge communicatie met de medemens en de wil tot communicatie;
  • groen = medelijden, mededogen, empathie van het hart;
  • blauw = jouw creativiteit, de schepping die binnenin jezelf plaats vindt;
  • violet = inzicht dat je hebt verworven;
  • wit = versmelting met de kosmos.

Het dromen in kleur of grijstinten is heel persoonlijk.

Beïnvloedt je leefomgeving het feit of je een verwerkings- of een archetypische droom krijgt?

Dat is inderdaad het geval. Het maakt verschil of je een omgeving hebt die je voedt of die zuigt. Je bio­logische omgeving heb je misschien gekozen toen je incarneerde, maar voor de keuze van je geestelijke familie ben je nu verantwoordelijk. Bepaal zelf je omgeving en je hebt invloed op je dromen.

Ik droom over militairen en daar gebeurt van alles mee, maar mij gebeurt niets.

Het betreft hier zaken uit het verleden die jij inmiddels hebt verwerkt. Je wordt geconfronteerd en herkent diezelfde problemen nu bij anderen. Je her­kent ze, maar lijdt niet mee. Je bent een sociaal bewo­gen mens en wilt daar iets mee doen. Geef jezelf, maar geef jezelf niet weg. Zo’n droom komt altijd als er overdag weer zo’n confrontatie is geweest.

Mijn moeder heeft regelmatige voorspellende dromen, maar vindt dat niet fijn.

Het is zeker geen voorrecht om voorspellende dromen te hebben. Het blijkt ook altijd pas achteraf of een droom voorspellend was. Als je denkt dat je wel eens voorspellend zou kunnen hebben ge­droomd en je maakt je zorgen, bel de ander dan even en maak ge­woon een praatje om even te kijken of het goed gaat en leg de droom dan naast je neer. Probeer niet iets met een voorspellende droom te doen zonder dat je weet dat er ook maar iets van uitkomt. Het kan nl. catastrofaal zijn als je dat verkeerd aanpakt.

Een voorspellende droom vindt meestal plaats tussen 03.00 – 05.00 uur. Je kunt dan om 03.00 uur de wekker zetten om wakker te worden en te blijven tot ca. 05.00 uur en zo de voorspellende droom afwenden.

[1] Rapid Eye Movement, de oogbollen bewegen snel tijdens deze fase van de droomslaap.