Innerlijk Besef

De parabels van Jezus en Advaita (deel 1)

Verslag van de lezing door Marcel Messing op dinsdag 12 december 2000 in het v.d. Valk motel te Assen. Als de mens werkelijk zijn spirituele ver­mogens gaat openen, kunnen enorme cata­strofen die op de loer liggen nog op tijd tegen gehouden worden door de kracht van de geest, door de kracht van de liefde, door de kracht van de wijsheid die door alle Meesters onderricht is.

Marcel Messing begon zijn voordracht, die hij geheel uit het hoofd hield, met de woorden:

Vanavond zal gesproken worden over de meer verborgen leringen van Jezus in relatie tot de gelijkenissen en advaita, de non-dualiteitsleer die de essentie is van alle ware religie.

Er is een traditie van 2000 jaar christendom opgebouwd, een enorme christelijk beschaving die honderden miljoenen mensen beïnvloed heeft. Deze beschaving heeft geleid tot reli­gieuze en culturele waarden waarvan onze hele beschaving doordrongen is, heeft geleid tot de kruistochten, tot de oprichting van kloosters en kathedralen, tot de inquisitie van een miljoen Katharen, tot een mannenreligie en heeft ge­tracht de vrouw met haar intuïtieve wijsheid en liefde uit te stoten.

Christus heeft, zoals alle grote Meesters, stap voor stap Zijn Liefde, Zijn Licht, Zijn Wijsheid doen stralen tot vooral in dit tijdperk van openbaring, het Watermantijdperk, het tijd­perk van de man met de kruik. In dit tijdperk stroomt de gnosis, de innerlijke inzichten en de wijsheid, met een grote geestelijke zondvloed naar de aarde om een enorme transformatie teweeg te brengen.

Over Jezus is veel gezegd. Hij zou de koning der Joden zijn. Hij zou de leraar van de Essenen zijn. Hij zou een lange tijd in India geweest zijn. Hij zou gehuwd geweest zijn met Maria van Magdala. Volgens sommigen zou Jezus de Christus geweest zijn en de Enig­geboren  Zoon. Volgens anderen was hij een godsdienststrijder, een Zeloot die het Ro­meinse juk trachtte af te werpen en de Joden naar een nieuwe staat van religie, welvaart en welzijn zou leiden.

Dat Jezus een inwijdingsleer heeft gehad, is volgens Marcel Messing absoluut aantoonbaar. Dit hebben de grote mystieke groepen, de mys­tici en de gnostici altijd geweten. Kerken zijn dit vanaf de vijfde eeuw na Christus vergeten. In de middeleeuwen wilden bij de Katharen twaalf parfaits, in een innerlijke kring rondom de dertiende, de innerlijke wijsheid over heel Europa uitzaaien, maar hiervoor was de tijd nog niet rijp. Die innerlijke wijsheid zal pas in dit tijdperk kun­nen worden uitgezaaid.

De eerste twaalf jaar werd Jezus opgeleid aan de Esseense school op de berg Karmel. Hij is ook een tijd in Egypte geweest. Daar stond op verschillende plekken een Esseense inwijdings­school. Hij heeft ook allerlei tochten door het Midden-Oosten gemaakt en keerde uitein­delijk met al zijn inwijdingskennis terug naar Palestina om daar het Koninkrijk der Hemelen uit te zaaien. Het Koninkrijk der Hemelen is een dichterlijke, mystieke term voor wat we nu verlichting, godsbewustzijn, Boeddha-natuur, Krishna-natuur, het onmetelijke, het oneindige wat we zelf zijn, noemen.

Jezus stond voor een heel moeilijke taak die bijna onmogelijk leek te zijn. Tallozen hebben zijn leringen exoterisch opgevat. Het vroege christendom was volledig vertrouwd met de leringen van de mysteriën, getuige de geschrif­ten van enkele grote kerkvaders en exegeten uit de derde eeuw, zoals Clemens van Alexan­drië en Origenes. Ook Augustus, ingewijd in de mys­terieschool der manicheeërs, verklaarde her­haaldelijk dat het christendom een voort­zetting van de mysteriën is. Na zijn breuk met de manicheeërs, zette hij zich scherp tegen hen af en zijn onheuse beweringen waren van grote invloed op de strijd tegen de Katharen. De kerk verlaat de leer van karma, van zaaien en oogsten, van reïncarnatie. En er ontstaat een rationele, mannelijke theologie, los van de vrouwelijke wijsheid. Mystici als Jacob Boehme, Eckehart, Ruusbroec, Teresia van Avila, kleine Theresia en vele anderen worden verketterd, vergeten, verbrand, belasterd. Zij hadden de gidsen kunnen zijn van de kerken.

Voorbeelden van de inwijdingsleer van Jezus:

  • Het Thomasevangelie opent met de tekst: “Dit zijn de geheime woorden van Jezus de Levende, opgeschreven door Didymus Thomas.” Thomas is de geestelijke tweeling­broer van Jezus. Logion 1 zegt dat iedereen die deze woorden zal proeven, de dood niet zal smaken. Als we door die ge­heime leringen kunnen heen komen en be­seffen wat de werkelijke leer is geweest, dan kunnen we een pad vinden van inner­lijke bevrijding om terug te keren naar onze innerlijke bron, zonder een uiterlijke middelaar.
  • Jezus heeft uitdrukkelijk gezegd dat we het smalle pad, het nauwe pad dienen te gaan. Het nauwe pad dat door de nauwe poort moet gaan, is een vroeg-gnostische uit­drukking (hier werd bedoeld het pad tussen de ogen, die toegang geeft tot “het derde oog”, ook wel het “oog van Shiva” ge­noemd). Dat betekent dat de mens het spiri­tueel vermogen heeft om door de materie heen te gaan, waar te nemen en allerlei transformaties door te maken.
  • Jezus sprak ook de woorden: “Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitgekozen.” (Mattheüs 22 : 14). Uitgekozen is een term uit de inwijdingstaal. Hiermee werden zij bedoeld die gereed waren voor het onder­richt, zij die bij de innerlijke kring stonden, zij die klaar waren voor de volledige inwij­ding. Zij werden in de mysteriën eklektoi, de “uitgekozenen” genoemd.
  • In het Thomasevangelie zegt Jezus: “Gij zijt het licht in het licht.” Dwars door het stoffelijke licht is er een spiritueel licht wat de essentie is van ons bestaan.
  • “Velen staan rondom de bron, maar niemand er in.” (Thomasevangelie: Logion 74.) “Velen staan voor de deur, maar bijna niemand viert het huwelijk binnenin.” (Filippu­sevangelie). De thalamus (letterlijk betekent dit bruidskamer) is een orgaan in de hersenen. Dit orgaan kan in onze ko­mende tijd een enorme functie krijgen in de verbinding van twee vuurkrachten in ons lichaam.
  • “Gooi het heilige niet voor de honden. Gooi de paarlen niet voor de zwijnen.” Dit bete­kent dat je je diepste inzichten niet aan mensen geeft die nog diep in de materie zit­ten. In alle inwijdingen werd de mens die met de neus in het stof zat een zwijn of varken genoemd. De parel was in de gnostiek de inwijdingsleer.

In de vorm van parabels wilde Jezus toch iets van de geheimenissen doorgeven. Door ver­sluierend te spreken wierp hij het heilige niet voor de zwijnen. De rijpe zielen konden er toch lering uit trekken. In die tijd waren er veel typen bewustzijn en veel typen mensen. De grote oosterse leraar Ramana Maharshi heeft ooit gezegd dat er globaal drie typen mensen zijn. Het eerste type kun je vergelijken met een mens die als buskruit reageert. Geef je een vonkje van inzicht dan ontploft het onmid­dellijk. Het tweede type mens lijkt op houts­kool. Je moet er even tegenaan wrijven, maar er ontstaat vrij vlot een vuurtje van inzicht. Het derde type lijkt op natte steenkool. Je moet ontzettend lang wrijven voordat er enig inzicht komt. De meeste mensen zijn als natte steen­kool.

De Boeddha sprak over deze drie typen mensen als drie soorten lotussen. De eerste groeit on­der het water (de onbewuste mens), de tweede tegen de oppervlakte van het water (de mens die open begint te gaan) en de derde op het water (de mens die open is voor de leer).

Alle grote leraren hebben op twee manieren gesproken. In het evangelie van de Heilige Twaalven, een evangelie van Esseense oor­sprong, lezen we dat Jezus tegen Maria van Magdala zegt: “Tot de innerlijke kringen van leerlingen spreek ik rechtstreeks omdat zij de gnosis hebben, tot hen die aan de buitenkant staan spreek ik in de vorm van parabels.”

Een zaaier ging uit…

Een zaaier is een leraar die de leer van inzicht zaait. Het zaad is de verborgen leer. Jezus noemt vier verschillende plaatsen waarop het zaad valt. De eerste worp valt langs de weg. Dat is de mens die ergens wel wil, maar die nog sterk met de wereld van de materie ver­bonden is. Het verhaal zegt dat de vogels zich te goed doen aan het zaad. Deze mens proeft eventjes aan de leer, maar zijn gedachtenvogels eten het al op. Dan komen de drie niveaus die we bij alle leraren kennen. De tweede worp valt op de rots. De rots is het intellect. De mens probeert met het denken de innerlijke leer te verstaan, maar het zaad kan op de rots niet wortelen. Ons denken kan de goddelijke essen­tie niet benaderen. De derde worp valt tussen de doornen. Er zijn emoties en vervlechtingen met de wereld. Dit type mens zou graag de innerlijke leer willen volgen maar is nog te gehecht aan biologische banden. Er wordt hier niet bedoeld dat je je familie of ge­zin moet verlaten, maar dat je er onthecht in staat en je er niet aan laat binden. De vierde worp valt in goede aarde. Deze laatste worp van het zaad van inzicht wordt geworpen in die mens die Hij symbolisch noemt de “open vruchtbare aarde”, de hartemens. En dan zegt de parabel dat daar het zaad honderdvoudig, zestigvoudig of dertig­voudig opschiet. Als een dief in de nacht kan godsrealisatie ontstaan, om­dat die mens volledig open is om het licht te ontvangen. Dat wordt een honderdvoudige oogst genoemd. Vanuit de leer van reïncarnatie zouden we kunnen zeggen dat binnen dat be­wustzijn reeds zo hard door de levens heen gewerkt is dat de oogst honderd­voudig kan zijn. Als Christus spreekt over de dertigvou­dige of zestigvoudige oogst bedoelt Hij dat de mens op de weg staat, maar hij heeft nog een aantal levens nodig om tot rijpheid te komen. Terug kan hij niet meer. Hij is de stroom inge­gaan.

Onkruid tussen de tarwe…

De tarwe was in de oude gnostiek de leer van inwijding. In de parabel zegt Christus dat een zaaier goed zaad zaait. Hiermee bedoelt Hij dat de ingewijde leraar altijd de juiste leer zaait. “Maar terwijl iedereen sliep kwam zijn vijand en zaaide onkruid midden tussen de tarwe en ging heen.” Als we niet achtzaam zijn en slapen kan de mind, de boze, allerlei tussenvoegingen maken waardoor de werkelijke leer van inzicht verstrikt raakt in onze eigen projecties. De heer in de parabel laat het onkruid en de tarwe samen opgroeien. Dat wil zeggen dat wij door de dualiteit heen moeten. Wij moeten door de werkelijke leer en door de verwarring heen. En als de oogsttijd aanbreekt, zegt de parabel, dan zullen de maaiers, de geestelijk impulsen, op­dracht krijgen goed en kwaad van elkaar te ziften en vindt er een innerlijke terugblik plaats.

Jezus heeft stap voor stap in een innerlijke school zijn diepere leringen uitgezaaid. Hij had twaalf discipelen rondom Hem als een inner­lijke kring, mannen en vrouwen. Twaalf is al­tijd het getal geweest van de grote Leraren. Naar buiten had Jezus een kring van 72, die Hij twee aan twee uitzond. Zijn school kende totaal 120 inge­wijden. In de Handelingen der Apostelen staat dat Jezus verschijnt voor zijn 120-en, waar­onder de vrouwen Magdala, Maria, Suzanna, Johanna en vele anderen. De school die Jezus had, had de opdracht om vooral in het Waterman­tijdperk de leer uit te storten. Over deze school heeft Marcel honderden bronnen teruggevonden.

Vanaf 2001 tot globaal 2011/2012 zullen alle grote transformaties op deze planeet gaan plaatsvinden. Het energieveld van de aarde wordt opgetrokken door de intense invloed van de energieën, van wat we noemen de mysterie­planeten, op het magnetisme van de aarde. De mens krijgt de komende jaren niet alleen te maken met transformaties van de aarde, maar hij zal gedwongen zijn in zijn stoffelijke vorm een andere harmonie te kiezen, wil hij niet grote problemen in zijn lichaam krijgen. Ons stoffelijk lichaam heeft een tijdlang de voeding nodig gehad van vlees en alcohol. We zijn nu in een periode gekomen dat het lichaam geen vlees meer tot zich zal mogen nemen. De reac­ties van de natuur (o.a. de gekke-koeienziekte, de varkenspest) zullen de komende jaren zo hevig worden dat de mens gedwongen zal zijn andere voeding op te nemen.

We maken een prachtige kans om de kritieke drempel van transformatie, met alle inzichten die overal in de wereld vrijkomen, door te ma­ken. Als de mens werkelijk zijn spirituele ver­mogens gaat openen, kunnen enorme cata­strofen die op de loer liggen nog op tijd tegen gehouden worden door de kracht van de geest, door de kracht van de liefde, door de kracht van de wijsheid die door alle Meesters onderricht is. Ook de innerlijke leer van Jezus is bedoeld om gepraktiseerd en getransformeerd te wor­den.

Het is een onvoorstelbaar verhaal!

Na de pauze beantwoordt Marcel Messing op boeiende wijze een aantal vragen uit het pu­bliek.