ER IS LICHT IN EEN MENS VAN LICHT
Licht.
Adem van de Grote Geest
die zichtbaar wordt
in dansend lichaam van licht.
Oorsprong van al wat leeft,
van alle energie, alle kracht, alle leven,
Licht in licht,
zo lichtend licht.
O Licht van alle licht,
dat als geestelijk licht verscholen gaat
in zichtbaar licht,
dat als ontelbare zonneogen
en myriaden van sterren,
stralend zichzelf alom ziet
en in het oog der mensen
zich weerspiegelt als lichtend zien.
Ik roep u aan o Licht,
uit het ongrondelijke zijn dat altijd is,
als kracht van alle kracht,
als leven van alle leven,
als adem van alle adem,
als waarheid van alle waarheid.
In smetteloze dageraad zonder tijd,
wordt steeds weer zichtbaar gij,
in ogen die soms zich sluiten
voor de middagzon van het schaduwvrije leven.
De eeuwig stralende zijt gij,
die in het stoffelijke kleed van moeder aarde,
uw spirituele Licht verbergt,
dat altijd is als het zijn van het zijn
als het Ik ben die Ben.
O Licht van alle licht,
dat lichtende liefde is,
hoogste trilling van scheppingskracht,
onuitputtelijk is uw macht,
onbegrensd de reikwijdte van uw stralen,
aanwezig in al wat zichtbaar is,
zijt gij schoonheid en harmonie.
Gij zijt het binnenste van het buitenste,
het buitenste van het binnenste,
in de ruimte ruimteloos,
in de tijd tijdeloos,
tot in het vele steeds weer één.
Met dit prachtige gedicht, opgenomen met zijn toestemming, begon Marcel Messing zijn lezing waarin hij vertelt over Liefde en Licht en de huidige tijd waarin we leven. Het is een tijd waarin we, na een cyclus van 2160 jaar, overgaan van het Vissentijdperk naar het Watermantijdperk. In het Vissentijdperk werd alles exoterisch, naar buiten gericht, veruiterlijkt. Het is het tijdperk van macht, pijn, oorlogen, wereldoorlogen, vernietiging van de aarde, industriële revolutie, techniek, wetenschap. Op wetenschappelijk gebied heeft de mens in korte tijd grote vorderingen gemaakt; de mens bezoekt andere planeten en is zelfs zover dat hij de genetica tracht te beheersen door klonen (wat in Atlantis 13.000 jaar geleden mede oorzaak was van hun ondergang). We hebben een wetenschap die de mens doet geloven dat de natuur beheersbaar en manipuleerbaar is.
Bij het aanbreken van het Watermantijdperk wordt alles uit de voorgaande cycli verbroken. Deze overgangstijd, waarin heel de aarde naar een volstrekt nieuwe dimensie, naar licht en liefde wordt geleid, brengt veel chaos met zich mee: overstromingen, wervelstormen, aardbevingen, stijging van de zeespiegel en klimaten die pijlsnel veranderen. Ook op gebieden van politiek, economie, religie en relaties; oude instituten vervallen en nieuwe stromingen ontstaan. Zo zien we hoe de kerk door de voortdurende schandalen in diskrediet raakt, hoe de farmaceutische industrieën, maar ook de regering, miljarden verdienen aan de zieke mens.
Miljoenen jongeren hebben het moeilijk en dolen door deze wereld met een schreeuw, een roep naar geluk. Zij werden veelal opgevoed met pseudo-helden van ondermeer televisie en voetbal en beginnen gemakkelijk met stoffen als drugs en alcohol die hen vernietigen in hun fijnstoffelijkheid. Ze worden niet voorgeleefd naar innerlijke waarden, dat het leven een doel heeft, een gerichtheid en ultieme mogelijkheid. De jeugd voelt en weet niet meer dat ieder van ons een goddelijke essentie heeft, een zaad in de akker van het lichaam dat schreeuwt om gerealiseerd te worden.
Wij zijn in de evolutie zo diep door de stof getrokken, wij zijn zo diep gevallen in de vereenzelviging met de materie en met naar buiten gericht zijn, dat we vergeten zijn wie we zijn, wat we zijn en waarom we zijn.
Oudheid: licht op het heden
In de Upanishads, oude geschriften uit India, werd al wijsheid doorgegeven in de tijd na Krishna, zo rond 3120 voor onze jaartelling. De wijzen, die we ‘goeroes’ noemen (hij of zij die de duisternis verdrijft), hebben van oudsher duidelijk gemaakt dat de mens in essentie licht in licht is. Dus niet het licht dat we buiten zien als de zon schijnt, dat slechts een manifestatie is van een veel dieper licht. Dit diepe licht is onafhankelijk, ongeboren, onvernietigbaar, op zichzelf en is de substantie of de essentie van alle levende wezens. In de Upanishads wordt dit onder andere weergegeven in een legende over goden die zich groots voelden door hun krachten en een overwinning vierden, maar pijnlijk geconfronteerd werden met het feit dat al hun vermogens uitsluitend bestaan bij de kracht, het licht en de liefde van het ene, ongrondelijke zijn, Brachman. Het is dit éne waarvan ook Christus ooit zei: “Weet dat niet ik het ben die handelt maar de Vader ìn mij. En mocht ge mij niet beloven, kijk dan naar de vruchten van mijn handelingen die van de Vader zijn.”
Naast de Upanishads komen we deze zelfde wijsheden ook tegen bij onder andere de Maya’s, de Egyptenaren en de Katharen. De Maya’s, de laatste nazaten van Atlantis en die de na-Atlantische wijsheid nog zeer zuiver bewaard hebben, wisten toen al van onze bijzondere tijd en het bestaan van een grotere zon Alcyone, inmiddels ook ontdekt door de astronomie. Ons hele zonnestelsel draait om deze zon Alcyone, die een enorme uitstraling rondom zich heeft en het heelal in straalt met een kracht en vibratie die nu ook de aarde raakt. Uit de oude wijsheid van de Egyptenaren, in een piramide in Gizeh, valt op te maken dat ook zij kennis hadden van onze huidige tijd: rond het jaar 2012, aangepast aan de Gregoriaanse kalender, zal ons zonnestelsel door een fotonenring heengaan voordat een enorme sprong gemaakt wordt waarin de condities van de planeet ontzagwekkend anders zullen zijn, de mens een ander lichaam zal hebben, waar de planetaire toestand compleet gewijzigd zal worden.
De Egyptenaren, de Katharen, de Maya’s, de Hindoes, zij hadden allen kennis over kosmische cycli. Wij leren van hen dat een openbaring van een kosmos 7 grote cycli bevat: maga calpa, die ook elk hun seizoenen, hun ‘jaar’getijden hebben. Deze maga calpa zijn ten goede voor alle levende wezens die ervaringen moeten doormaken: gekomen vanuit éénheid naar dualiteit moeten ze alle vruchten van goed-en-kwaad eten om terug te keren naar een dieper niveau van wijsheid en liefde. Het was toen al bekend dat ons huidige tijd, de oogsttijd, een korte cyclus is van een overgangstijd van het Vissentijdperk naar het Watermantijdperk, een tijdperk dat telkens 2160 jaar duurt. Bijzonder is dat we nu tevens een platonisch jaar afsluiten, een cyclus van 25920 jaar; die overgang wordt door de Hindoes het Kali Yuca, het ijzeren tijdperk, genoemd. Wij zijn zo diep door de stof gegaan in die 25920 jaar dat de mens in het Vissentijdperk totaal gekristalliseerd is en alles veruiterlijkt werd. Bij de overgang naar het Watermantijdperk wordt alles uit de voorgaande cycli verbroken en geeft ook het aflopen van het platonische jaar enorme chaos op aarde. Een toestand waarvan we bijvoorbeeld in het Lucas-evangelie kunnen lezen: “Pas onder het teken van de man met de kruik (symbool voor de waterman) zullen de grote veranderingen plaatsvinden.” Dan zal de wederkomst, de opstanding van de Christus plaatsvinden. Maar wie of wat is die Christus?
Christus
Jezus, die we kennen als Joshua, wiens naam betekent ‘heler’ of ‘genezer’, werd ongeveer zes jaar voor Christus, d.w.z. zes jaar voor het begin van onze jaartelling, geboren. Zijn geboorte vond plaats binnen de groep van de Essenen, waar een grote ingewijde uit Egypte, Echnaton, in die tijd de taak op zich nam om de kracht van het licht vanuit andere sterrenstelsels weer op aarde te brengen. Jezus moest zijn lichaam trainen door middel van gezonde voeding en afzien van vlees eten en alcohol, en tevens door een juiste levenshouding en het ondergaan van diverse inwijdingen. Zo kon het lichaam van Jezus kristalhelder worden en transformeren naar wat men toen noemde ‘een graallichaam’. Dat graallichaam, met kristalheldere cellen die als prisma’s werken op de zonne-energie, de spirituele kracht, dat lichaam moest sterk genoeg zijn om via twaalf discipelen, die ieder verbonden waren met één van de krachten van de dierenriem, zo via het mysterie van de twaalven de dertiende, de Christus in het lichaam van Joshua te kunnen laten afdalen. Dit wordt symbolisch tot uitdrukking gebracht bij de doop in de Jordaan. Daar verschijnt de hand van de leraar op het kruinchakra van Joshua, zodat de hoogste plek op de schedel, verbonden met het ultraviolette licht, geopend zal kunnen worden. Symbolisch verschijnt de geest in de vorm van een duif en daalt rechtstreeks uit onze zon de Christusenergie in het graallichaam. Die lichtkracht is de Christuskracht in ieder mens is, die licht in licht is: “Weet gij niet,” zegt Christus in het Thomas-evangelie “dat gij licht zijt ìn licht.” Met de opstanding van Christus wordt een innerlijke opstanding bedoeld waarbij de Christus één en al licht- en liefdesenergie is.
Kerken
Alexandrië met zijn gigantische kennis en schitterende bibliotheek met heel de antieke wijsheid en oude leringen van de mysteriën, werd door drie grote branden vernield. Tijdens de laatste brand is een gigantische kennis over de laatste mysteriën verloren gegaan en brak het Vissentijdperk aan. De mens ging nu door het diepst van de stof en wist niet meer wat licht in licht is, besefte niet meer dat de grote lering van de liefdevolle meester Jezus heel eenvoudig is: Christus is in u. Dat betekent dat in ons hart, in het chakra van ons hart, een energie aanwezig is: daar brandt de goddelijke vonk, de goddelijke energie die door het Christuslicht ontstoken kan worden. De exoterische kerken hebben dit niet begrepen en altijd een uiterlijke Christus, een persoon, voorgehouden die buiten ons staat. De kerk trad daarbij op als bemiddelaar en maakte de mens afhankelijk: ‘Zonder de moeder, de Heilige Kerk, kunt gij niet tot de Vader komen’. Daarnaast heeft de kerk in het Vissentijdperk op gruwelijke wijze opgetreden tegen wijze mensen als Mani, Galileï, Copernicus, de Katharen en Bruno, die allen spraken over het spirituele licht: ze werden vervolgd, gemarteld en vermoord. Ook plaatste de kerk grote ingewijde vrouwen, zoals Maria van Magdala, Martha en Suzanna rond Jezus, steeds meer naar de achtergrond en uiteindelijk buiten de kerk.
Karma
Karma is niets anders dan oorzaak en gevolg en niet een soort straf. Karma is Sanskriet en betekent letterlijk ‘werk’ of ‘werking’. Dus alle dingen uit ons denken, spreken, handelen en lichaamsprocessen hebben werking. We kunnen allemaal aan een ziekte onderhevig zijn want ieder van ons draagt kiemen in zijn lichaam of mind waardoor ziektes kunnen ontstaan. De ziekte is uiteindelijk het zichtbaar worden van een lang proces waarin bepaalde dingen over het hoofd gezien werden: in denken, in voeding, in spreken, in emoties. Het is op een onbewust, onwetend-niveau dat er werkingen ontstaan die wij absoluut kunnen transformeren door beter inzicht en er anders mee te leren omgaan; zoals ook Maria Magdalena in haar prachtige evangelie zegt: “Er is maar één ziekte: onwetendheid.” Wat wij ‘karma’ noemen probeert alleen maar te harmoniëren wat onbewust, onwetend ‘verkeerd’ is gegaan. Waren al die processen op lange termijn te zien, dan zouden wij ontdekken dat alles een betekenis en zin heeft.
Er is een diepere kracht die de ganse kosmos doordringt en uiteindelijk alles bepaalt en bestemt, ook belangrijke transformaties. Misschien is de menselijke arrogantie te ver gegaan en keert de aarde zich daarom tegen de mens. Niet om te straffen, want in de goddelijke liefde bestaat geen straf, maar om de consequenties te laten zien van eeuwenlang wangedrag en het niet beseffen wie we zijn en waarom we zijn.
Oogsttijd
De wederkomst van Christus is nu in volle gang; overal worden karmische patronen opgebroken. Een Christuskracht vanuit de spirituele zon doordringt de hele planeet. Op 11 september 2001 heeft de bazuin geklonken en een korte, krachtige cyclus ingeluid die oogsttijd wordt genoemd en zal duren tot en met 2012. Deze fase is nodig om uiteindelijk in liefde en licht de planeet aarde naar een volstrekt nieuwe dimensie te leiden.
In die oogsttijd zal de Christusenergie uit de kruik van de waterman als een enorm verbrekende lichtenergie, onder de kracht van de ultraviolette straal, alles in de aura van de aarde op twaalf punten breken. Dit wordt van daaruit weerspiegeld naar twaalf punten in de aura van ieder mens, omdat ieder mens twaalf lichtpunten (lipica) heeft. Van daaruit vindt de projectiekracht plaats naar de twaalf paar zenuwen, totaal 24, rond een orgaan in onze hersenen, de thalamus, (wat letterlijk betekent ‘bruidskamer’), troon van God. Die lichtkracht, die Christuskracht, die licht in licht is, verbreekt alles in de aura van de aarde en op de onstoffelijke gebieden, de astrale sferen.
Er wordt nu een noodzakelijke grote schoonmaak gehouden en wij kunnen in de nabije jaren enorme transformaties gaan zien op àlle gebied zoals politiek, economisch, sociaal, godsdienstig, klimatologisch, ecologisch, geologisch. Dit gebeurt in een tempo waar de wereldleiders, behoudens enkelingen die verbonden zijn met geheime genootschappen, nog nauwelijks op voorbereid zijn. Dit zal eerst een enorme chaos veroorzaken. Dat is niet om bang te maken, in tegendeel, want waar machten mensen trachten bang te maken is eigenlijk duisternis. Waar op angst ingespeeld wordt is manipulatie, maar waar door de chaos heen wordt gekeken naar het licht, dat alles doordringt met de bedoeling de planeet te transformeren naar een zonneplaneet, is liefde.
Scheiding
Niemand is verplicht mee te gaan in de krachtstraling van het licht en we zien reeds dat de bokken van de schapen gescheiden worden. De bokken, zij die in het halsstarrige willen blijven, in het oude en het fundamentalisme, zullen het erg moeilijk krijgen. Maar zij die volgzaam zijn, de schapen, door wie steeds meer die nieuwe energie, die nieuwe liefde- en lichtkracht zal vloeien, zij zullen met die nieuwe krachtsontwikkeling mee kunnen gaan.
Christus heeft dat prachtig uitgebeeld in een parabel over een wijngaard, die genoemd wordt: ‘De laatsten zullen de eersten zijn’, een parabel die gaat over deze oogsttijd. De parabel zegt dat een wijngaardenier, een heer des huizes, ’s morgens vroeg – en ook op latere momenten van de dag – uitging naar de markt om mensen te verzamelen en in zijn wijngaard te laten werken; dit voor het afgesproken loon van één dinarius voor de eersten en een billijk loon voor de arbeiders die later op de dag in de wijngaard kwamen. Aan het eind van de dag begonnen de eersten, die ’s morgens vroeg al in de wijngaard kwamen, te mopperen en zeiden: “We hebben de last van de hele dag gedragen en de hitte en de warmte, waarom krijgen wij ook maar één dinarius, net als zij die veel later op de dag kwamen?” Waarop de wijngaardenier zegt: “Doe ik u onrecht aan? Waarom zijt gij boos? Als ik goed ben, ga heen, ik geef u wat is afgesproken.”
De dag die in deze parabel genoemd wordt, kan beschouwd worden als een openbaringsdag, een cyclus waar ons zonnestelsel doorheen gaat. Ons zonnestelsel met zijn planeten gaat door twaalf krachtenvelden, de twaalf dierenriemtekens, die in de mysteriën werden genoemd De twaalf grote werken van Hercules. Voordat Hercules, de mens, de bekroning krijgt moet hij door alle krachtenvelden (inwijdingen) heengaan. Het is in de overgang van het Vissentijdperk naar het Watermantijdperk dat de roep klinkt binnen te gaan in de wijngaard, de wijngaard van de geest. De roep klinkt ’s morgens vroeg, een paar uur later, nog een paar uur later, en zelfs te elfder ure. Overeenkomstig onze achtergrond, ons karma uit vorige levens, zal de één misschien heel hard moeten werken in dit leven en de last van de hitte moeten verdragen, terwijl een ander die reeds vele inspanningen heeft verricht, het gemakkelijker zal hebben. Toch zal de beloning voor ieder dezelfde zijn: één dinarius. Wat wil zeggen: ieder die de inspanning verricht zal in de eenheid van de liefde terugkeren. Juist deze periode geeft een unieke kans binnen te gaan in de wijngaard, zoals het Johannes-evangelie zo mooi zegt: “Ieder die van oprechte, goede wil is, kan in dat tijdperk terugkeren tot het zoon- of dochterschap van God”.
Lichtkleed
Iedereen wordt geraakt door die enorme stralingskrachten, de ultraviolette kracht die primair de thymusklier (bij het borstbeen) raakt en voor beroering zorgt in het hele hormonale stelsel en voor een andere polarisatie van het bloed. Als de cellen van ons lichaam prismatisch anders zijn opgebouwd, bijvoorbeeld doordat we langere periode geen vlees eten, kan de prana-energie veel beter door onze cellen stromen en kunnen we die nieuwe stralingskracht veel gemakkelijker verwerken en integreren. Mensen die de nieuwe energie nìet willen of kunnen toelaten, krijgen grote moeilijkheden bij het opnemen van deze energie. Jezus doet onder andere in de parabel van De vijf wijze en de vijf dwaze maagden (Mattheus 25) de oproep: “Zorg dat uw lamp brandend is”, waarmee bedoeld wordt ‘de lamp in het lichaam’, de lichtkracht die dient te branden om te corresponderen met de kracht van onder andere de fotonenring die ons hele zonnestelsel gaat transformeren.
In deze oogsttijd, in deze grote tijd van beroering, wordt de mens opgeroepen om een vijfde kleed te weven. Na het stoffelijke, etherische, astrale en mentale lichaam is het vijfde lichaam het lichtkleed. Het is van wezenlijk belang, nu de grote bruiloftsklaroen al klinkt, onze bruiloftskleding te weven: het lichtkleed. De bruiloftszaal is open, alle organen in het lichaam gaan open als wij mee willen. Dus reinig uw klederen zo dat het lichtkleed er dwars doorheen kan stralen: ga eerst aan de slag met andere voeding (veel kiemen, granen, vruchten, noten en weinig zware voeding), andere denkpatronen en leren beheersen van uw emoties. Zoals Jezus in het Esseense evangelie van de vrede zei: ‘‘Ik zeg u, voedt u goed, drink zuiver water, voedt u nimmer met vlees, laat alcohol staan. Ik zeg u, gebruik nooit voeding die verbrandt is. Ik zeg u, spreek zuiver, handel zelf, handel rein, wees beheerst in uw gevoelens en ziekte zal u op den duur niet meer bezoeken. En gij zult tot het licht inkeren”.
Als de grote transformaties plaatsvinden, waarvan Paulus in de brief aan de Korinthiërs schrijft: “In een stip des tijds, een stip des tijds, zullen wij veranderen”, erbij zegt: “zullen velen de tweede dood niet kennen”. De tweede dood speelt zich af, na het afleggen van het stoffelijke lichaam, in de astrale gebieden, waar het astrale kleed wordt afgelegd. Dit is voor velen een pijnlijke, maar gelukkig tijdelijke toestand. Door de huidige transformaties kan die tweede dood vermeden worden voor ieder mens van goede wil, die naar binnen wil. Daarmee loopt het draaiende rad van reïncarnatie en karma af, dat ooit begon toen de mens symbolisch at van de vruchten van dualiteit en daarmee geboorte en dood leerde kennen.
Komende tijd
In Mattheus 24 vragen de leerlingen aan Jezus: “Wanneer zal uw wederkomst zijn?”, waarop Jezus antwoordt: “Aan het einde van een tijdvak”. Hij zegt: “Mijn wederkomst aan het eind van een tijdvak wordt gekenmerkt door vele valse profeten. Gij zult horen “de Christus is hier, de Christus is daar…” Ik zeg u, gaat er niet heen”. Jezus zegt: “In die tijd zult ge horen van vele aardbevingen. Ik zeg u, ge zult horen van veel hongersnood, van gruwelijkheden in de lucht. Mijn leerlingen zullen opnieuw vervolgd worden. Als gij dit alles ziet, weet dat mijn wederkomst vlak voor de deur staat”. En hij voegt er aan toe: “Maar het zal zijn als in de dagen van Noach, de wateren zullen stijgen. De mensen zullen huwen, dansen en springen, tot de vloed komt en ze plotseling wegneemt”. De vloed die wij nu meemaken is geen zondvloed uit de tijd van Noach maar de werkelijke vloed is op onstoffelijk gebied in de atmosfeer aan de gang.
Voor de komende jaren mag verwacht worden dat de exoterische kerk in pijlsnel tempo vanuit de top in Rome volledig zal verdwijnen: de Vissenkerk krijgt haar karma, haar uitwerking als een consequentie van een manipulatie. Ook de wereld van de farmacie krijgt een enorme tegenwind: het is een wet dat als men ten koste van de mens zijn rijkdom verzamelt, vroeg of laat de vruchten komen. De wateren zullen nog behoorlijk opspelen. In 2003 zullen enorme opbraken plaats vinden in de natuur die op vele plekken op de aarde energieën vrij zullen maken als hulp voor de mens bij zijn zoektocht naar transformatie en het voltooien van het lichtkleed. Er kan een revolutie verwacht worden in de heelkunde die ongehoord groot zal zijn en waarbij men vanuit lichtzal gaan genezen. Licht dat nu ook in wetenschappelijke kringen erkenning begint te krijgen en waarvan Nobelprijswinnaar dr. F.A. Popp zegt: “Het lijkt er zelfs op dat ons lichaam bestaat uit bio-fotonen en dat licht in licht de hele structuur van de biljoenen cellen in ons lichaam bepaalt”.
Het tijdvak van geloof is eigenlijk voorbij en de mensen zullen vanuit de Christuskracht actueel handelen, spreken en zijn. Deze tijd vraagt van de mensen steeds meer om realisatie. Daarvoor zijn we van niemand, van geen enkel instituut en geen enkele persoon afhankelijk. We moeten beseffen welke enorme vrijheid we hebben en dat we onvoorstelbaar veel kracht in ons hebben die er ieder moment is. Zoals Christus ook zei: “Het Koninkrijk is hier en nu reeds aanwezig”. The Kingdom of God is niets anders dan de ultieme realisatie van het goddelijke in de mens.
Liefde en Licht
Tegelijk met het toenemen van nieuwe stromingen op aarde zullen de oude krachten zich gaan verzetten, tot bedreigingen toe. Marcel Messing leest het prachtige gedicht alleen liefde[1]) voor dat hij schreef naar aanleiding van de gebeurtenissen op 11 september 2001. Het gedicht gaat over ‘de zonen van het duister’, die buiten èn in ons zijn en dat alleen liefde, alleen wijsheid, alleen geduld hen doet stoppen, luisteren en wederkeren naar de schoot van het licht.
Marcel Messing eindigt de lezing met de prachtige boodschap:
De grote beroeringen omdat vanuit de astrale sferen zoveel krachten op aarde werken, zullen toenemen. Het is belangrijk om niet bang te zijn, om het licht in ons brandende te houden, om de liefde die we zijn ook volledig te zijn. Om elkaar te steunen, te helpen, zowel de dierenwereld als de plantenwereld, om elkaar bewust te maken op de plek waar we staan. En ieder van jullie heeft een dharma, een taak te vervullen. Ieder moet die taak en die plaats innemen, volgens zijn of haar verantwoordelijkheid. In deze tijd van verval, van negativiteit zouden wij een lichtbundel kunnen zijn om te helpen, te verlichten, te genezen en bij te staan. Weet, ieder van ons wordt omhuld door een enorme lichtkracht als we vanuit dat licht werken. Geef het niet te gauw op. Zijn we een keer vermoeid, wees vermoeid, maar ga door. Want wij allen hebben een taak in deze grote omwentelingen vanuit bewustzijn en verantwoordelijkheid.
Moge de Christus, die liefde en licht is, en die alles beroert en raakt tot in de grot van Bethlehem, ons hart, door alle levende wezens die bewust zijn, aanvaard worden als het licht in het licht dat we hier en nu zijn.
[1] ) Uit: Er is geen dag, er is geen nacht van Marcel Messing