Door het overbekende fileprobleem in Nederland was de heer Bram Moerland enigszins verlaat, zodat voorzitter Henk Koops hem pas om 20.25 uur kon voorstellen aan de ruim honderd bezoekers van deze avond. Na deze introductie betuigde Bram Moerland allereerst zijn welgemeende spijt over zijn te late binnentreden, om vervolgens energiek de lezing aan te vangen met te vertellen hoe de Katharen, zo tegen het einde van de Middeleeuwen, in het zuiden van Frankrijk, als een wel heel merkwaardige sekte werden beschouwd. Ze stonden daar bekend als een nogal raar groepje, met een vreemd geloof. Zo heeft Harry Mulisch, vertelt hij, in een van zijn boeken de Kathaar eens beschreven als ‘een psychoot die geloofde dat hij God was’. Zulke ideeën gingen dan ook rond over de Katharen, maar in die mening is een belangrijke verandering gekomen, nadat in 1945 nabij Nag Hammadi in de Egyptische woestijn, in een grote kruik een aantal zeer oude teksten zijn gevonden, daterend uit de eerste eeuwen na Christus. Een deel van die teksten is in de kachel beland en verbrand, maar gelukkig is ook een aantal, via de zwarte markt West Europa binnengekomen en vervolgens in handen terechtgekomen van enkele geleerden. Het bleek dat die kruik oude Gnostische teksten bevatte, waaronder o.a. het evangelie van Thomas.
Tot dan wisten we wel dat er Gnostici waren geweest, maar hoe en wie ze waren wisten we alleen vanuit die geschriften die hen afwezen, de teksten van de toenmalige Katholieke kerk, waarin ze weinig gunstig werden afgebeeld. Nu bezitten we geschriften van de Gnostici zelf, die een heel andere geest uitstralen en enorm verschillen met de teksten van hun bestrijders. Ze zijn zelfs zo anders, dat het lijkt alsof het een heel andere godsdienst betreft dan het Christendom. Sinds de Nag Hammadi vondst in 1945 weten we nu, dat de laatste Kathaar die verbrand werd in 1328, tijdens zijn verhoor door de toenmalige inquisitie, de letterlijke teksten van het evangelie van Thomas uit zijn hoofd citeerde. Zaken die in die dagen heel zorgvuldig werden opgetekend en waaruit nu blijkt, dat de Katharen van die tijd niet zo maar de een of andere vreemde sekte waren, vanuit het niets te voorschijn gekomen, maar dat ze een historische binding hadden met een hele oude groepering van volgelingen van Jezus.
Om een vergelijking te kunnen maken tussen het toen heersende dogmatische Christendom en de Gnostiek, die beide golden als een verlossingsleer, neemt Bram ons mee terug in de tijd van de oorsprong van de dogmatiek, de dogmatische christenheid, die zegt: „Wij zijn zondig, wij zijn allen gevallen in Adam, wij kunnen daar zelf niets aan doen, herstellen of repareren, zo zondig zijn wij, maar daarvoor is Christus, als daad van genade aan het kruis gestorven, om daar plaatsvervangend te boeten voor onze collectieve zonden.” Dat, zo zegt Bram, is het dogmatisch fundament van het Christendom, het zoenoffer van Christus. Na de kruisiging wordt de kerk geacht genade-instrument van God te zijn. Zonder kerk geen genade, geen zoenoffer, geen verlossing van zonden. De Katholieke mis van deze tijd is nog helemaal op dat dogmatische fundament gebaseerd, zegt Bram. Deze mis herdenkt het lichaam en het bloed van Christus als offer en in de klassieke mis wordt nadat men dat heeft herdacht, gezongen: „Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt,” terwijl nog niet zo lang geleden de Katholieke mis begon met: „Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa,” wat betekent: „Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.” Het Christendom is dus nog steeds gebaseerd op de schuld van de mens, de zondigheid van de mens, zoenoffer, geloof, lidmaatschap, stelt Bram.
De leer in de Gnostische geschriften verhaalt daarover niet. Ook niet het Gnostisch evangelie van Thomas, die in de bestaande geschriften ‘de ongelovige Thomas’ wordt genoemd. Een aanduiding die hij zelf uitstekend vond, daar hij ook niet gelovig was en ook niet kon zijn, omdat hij de diepe essentie van de Gnosis, het innerlijk weten, in zich droeg. Die Gnostische boodschap, dat diep in de mens een innerlijk besef aanwezig is van goedheid, van leven, van liefde, van gemeenschap, van wat je te doen staat, dat innerlijk weten, dat innerlijk besef, Gnosis/kennis. Iets wat de meeste mensen helaas zijn kwijtgeraakt, onwetend van zijn geworden en daarom als het ware verdwaald maar wat rondzwalken, zonder te weten waarheen te gaan, ronddolend in het niets.
Daarom kwam volgens de Gnostische geschriften Jezus op onze weg, niet als zoenoffer, maar om ons te helpen herinneren aan de Gnosis in ons zelf en daarmee aan onze oorsprong. Hij kwam ons juist een blijde boodschap vertellen en niet dat we zondig waren of zijn. Hij kwam ons vertellen, dat we in onszelf een bron van goedheid hebben, waarnaar we op zoek kunnen gaan. Dat we die bron allemaal in ons meedragen. Hij kwam ons vertellen, dat we in wezen goed waren en niet zondig, zoals we hadden te geloven in de Christelijke Gemeenschap van die tijd. Neen, de Jezus van de Gnostische teksten stelt, dat we een spiritueel pad kunnen inslaan, dat leidt naar een innerlijk weten, dat geen geloof, maar totale zekerheid oplevert De Gnostische leer stelt dan ook dat geloven, uit ons hoofd leren, napraten, niet de juiste manier is om met jezelf om te gaan. Dat zulk geloof het Licht in je dooft. Daarom wilde de ongelovige Thomas ook niet gelovig genoemd worden, hij wilde niet dat het Licht in hemzelf zou doven, door het geloof van anderen na te praten. Dat Licht, dat juist de Goddelijke Kern in de mens is.
Evangelie betekent ‘Blijde Boodschap’, gaat Bram verder en hoewel het niet 100% zeker is, ziet het er toch wel naar uit, dat die Gnostische teksten wel eens de oorspronkelijke boodschap van de historische Jezus bevatten. De Gnostiek zegt: „als je naar binnen gaat, als je ontdekt wie je bent, zul je ervaren dat je Innerlijke Vonk ‘Liefde’ is, dan zul je een natuurlijk Liefdesbesef in je dragen en heb je geen gebod tot liefde meer nodig. Dan behoort het Liefdebesef tot je Innerlijk Wezen.”
Het Gnostisch evangelie van Thomas, zo vervolgt Bram, bestaat uit losse spreuken, als het ware uit vraag en antwoord, waarbij de antwoorden van Jezus verrassend helder en kort zijn, zoals bijvoorbeeld op de vraag: „Wanneer zal het koninkrijk komen?” het antwoord kort maar krachtig is: „Het is er al.” En op de vraag: „Hoe kan ik ziende worden?” het antwoord luidt: „Door te kijken als een kind.” In de Gnostische teksten gaat het erover dat Jezus blindheid opheft, geen fysieke blindheid, maar dat hij leert zien met open ogen, zonder vooroordelen of verwachtingen, met ogen van Liefde.
Bram leest hierop de volgende citaten voor uit het evangelie van Thomas:
113
zijn leerlingen zeiden tot hem:
Wanneer zal het koninkrijk komen?
Jezus zei:
Het koninkrijk komt niet door het te verwachten.
Zij zullen niet zeggen: „Het is hier,” of „Het is daar.”
Nee, het koninkrijk is uitgespreid over de aarde
Maar de mensen zien het niet.
51
Zijn leerlingen vroegen hem:
Wanneer zullen de doden rust vinden
En wanneer zal de nieuwe wereld komen?
Hij zei hun:
Wat je nog verwacht
Is al gekomen
Maar je herkent het niet.
4
Jezus zei:
Een man, oud van dagen, zal niet aarzelen
Om een klein kind, zeven dagen oud,
Te vragen naar de plaats van het leven,
En hij zal leven
67
Jezus zei:
Wie alles weet,
Maar zichzelf niet kent,
Hem ontbreekt alles.
3
Jezus zei:
Als zij die je leiden zeggen:
Zie, het koninkrijk is in de hemel,
Dan zijn de vogels er eerder dan jij.
Wanneer zij zeggen:
Het is in de zee,
Dan zijn de vissen er eerder dan jij.
Maar, het koninkrijk is in jou en buiten jou
Wanneer je jezelf kent, dan zul je worden gekend
En je zult beseffen
Dat jullie kinderen bent
Van de levende vader,
Maar ken je jezelf niet,
Dan verkeer je in armoede
En je bent armoede
1
En hij zei:
Iedereen die de verklaring van deze woorden ontdekt
Zal de dood niet smaken.
Dood; onecht, volgens ‘mens’
Levend: echt, volgens innerlijke waarheid
108
Jezus zei:
Wie uit mijn mond drinkt
Zal worden als ik
En ik als hij;
En wat verborgen was zal hem
Geopenbaard worden.
Gnostiek, zegt Bram, is zelf ervaren, is als het wakker worden uit een diepe slaap. Wie alles weet over hoe de wereld in elkaar steekt, maar niet zichzelf kent, hij weet niets. De Gnostische Jezus maakte de mens ziende en levend, opstaand uit de dood. Een man op de kansel vertelt een tweede, derde, achtstehands verhaal. Niets uit eigen ervaring. Dat is een dode. Een dode in een Gnostisch geschrift is een namaakmens, een na-spreker. Een levende weet wie hij is, waarvoor hij hier is en wat hij hier te doen heeft. Dat is iemand die uit Jezus’ mond drinkt en wordt zoals hij, vrij, waarachtig, onafhankelijk en liefdevol.
Na de pauze zegt Bram, n.a.v. een vraag van een van de bezoekers, dat men nog wel eens stelt dat het Katharisme of de Gnostiek dualistisch zou zijn. Er zou een God van het Goede en een God van het kwade voorkomen in de Gnostiek. Maar, zegt Bram, zoals al gezegd, kenden we in het begin de Gnostiek alleen vanuit de bestrijders ervan en daar komt het verhaal grotendeels vandaan. Om te begrijpen hoe de verhouding tot het kwaad ligt in de Gnostiek, moeten we eerst terug naar de volgende boodschap van Mozes, gegeven aan zijn volk voor het betreden van Kanaän: „Als je je aan de wetten van God houdt, gaat het je goed; houd je je niet aan de wetten van God, gaat het je slecht.” Het lijden komt dus van God vandaan.
Jezus kreeg ook te maken met het probleem dat goede mensen werden getroffen door lijden, terwijl het notoire boosdoeners voor de wind ging. De praktijk toonde ook in zijn leven aan dat het dagelijkse leven niet klopte met de boodschap van Mozes. Het antwoord hierop, van de Gnostische Jezus die in de Joodse traditie stak, paste in die Joodse traditie en is nogal radicaal. Zijn antwoord op het lijden was niet een theorie over het waarom van het lijden, maar zijn antwoord op lijden is ‘Liefde’. Want zo zegt de Gnostische Jezus: „Lijden IS, lijden is een deel van het leven, het is jammer dat het er is, maar het is er en het leven doet daardoor soms verschrikkelijk zeer.” Het Gnostische antwoord t.o.v. de dogmatische leer vanuit het oude testament op het probleem van lijden heeft dus de boodschap in zich van: „Doe iets…, houd op met te denken…, maar dòe er iets aan, help elkaar, steun elkaar, troost elkaar, verlicht elkanders lijden.”
Zo kennen we dus nu de Gnostische Jezus, die in de Joodse traditie op dat moment een nieuwe boodschap bracht, een boodschap van zelfkennis. Hij stond daarin niet alleen, hij stond al in een traditie, want er waren voor hem al anderen geweest, die gelijksoortige boodschappen hadden gebracht, die radicaal verschilden met het oude testament. Al waren dan de boodschappen van Jezus nogal radicaal, ze sloten wel aan op de cultuur van het Romeinse Rijk in die tijd, waarbinnen meer religieuze stromingen floreerden, die de boodschap uitdroegen dat zelfrealisatie en liefde uitstekend kunnen samengaan.
Dat Christendom wordt in de Romeinse tijd behoorlijk populair, wat door keizer Constantijn nogal gevaarlijk wordt gevonden. Hij vindt dan ook dat het gestructureerd en gereguleerd moet worden en van daaruit ontstaat dan de kerk met haar hiërarchie. Langzaam maar zeker verdwijnt de oorspronkelijke boodschap van liefde en vrijheid en komt zo’n 130 na Christus, psalm 51 aan bod, waarin we allemaal zondig zijn.
Helemaal na 350 na Christus zien we een andere liturgie en andere gedachten-vormen ontstaan, die meer in het heidense Romeinse Rijk passen. Het wordt dan meer een organisatie van tucht, verstoken van de oorspronkelijke liefde en vrijheid. De geschriften die de gelovigen een zekere autonomie konden verschaffen, werden verboden middels enkele paasbrieven van bisschop Augustinus en vanaf toen was het enkel nog geoorloofd Mattheus, Marcus, Lucas, Johannes, Handelingen der Apostelen, Openbaringen van Johannes en nog enkele andere geschriften als het nieuwe testament te lezen. De verboden teksten werden hierop verstopt in een kruik, met de bedoeling ze weer openbaar te krijgen, zodra er een andere keizer aan de macht zou komen. Het werd de tijd van zoenoffer en kerk als genade-instrument en geloof.
Rond 300 na Christus komt een Ier, Plagius genoemd, Rome binnen, die daar een Iers/Keltisch/Gnostisch Christendom predikt en razend populair wordt. Hij gaat op alle fronten in tegen het geloof van zondigheid en boete, zoals gelanceerd door bisschop Augustinus, waarop deze een boodschapper stuurt naar de toen regerende keizer Honorius, met de mededeling dat er een oproerkraaier in Rome rondloopt die onrust veroorzaakt. Op last van deze keizer wordt hierop de leer van de z.g. oproerkraaier Plagius verworpen en wordt de leer van de zondigheid van Augustinus, weer ingevoerd en christelijk gesanctioneerd.
Het Romeinse Rijk stort enige tijd later in elkaar, met alle chaos van dien, en kort daarop komen er grote aantallen Ieren naar Europa, die overal een Keltisch Iers Christendom prediken en heel Europa wordt zo’n 800 na Christus, de tijd van Karel de Grote, langzaam maar zeker Iers/Keltisch Christen of Gnostisch.
De Islam heeft in die tijd Jeruzalem, Alexandrië, Ephese en nog enkele andere bisdommen veroverd. Alleen Rome is nog vrij van Islamitische heerschappij en de bisschop van Rome, ziet aan de ene kant Jeruzalem, als voormalige zetel van het Christendom, door de Islam ingenomen en aan de andere kant ziet hij de Ierse Gnostici tegenover zich, die niets met hem te maken willen hebben.Hij zegent Karel de Grote, die graag keizer wilde worden tot keizer, waarop deze de bisschop van Rome in dank een aantal legers verschaft, die onder leiding van Bonifacius, van Iers klooster tot Iers klooster trekken, om de abt aldaar de kop af te hakken en zo een nieuwe afgezant van Rome het gezag te laten overnemen. Zo zie je steeds weer, zegt Bram, hoe de wereldlijke macht, de keizers Constantijn, Honorius en Karel de Grote, het oorspronkelijke Christendom de nek omdraaien. De historische keus was steeds voor het geloof van de zonde omdat dit geloof, geknechte afhankelijke onderdanen opleverde.
Na weer opnieuw een verval van cultuur, bloeit begin 1100 plotseling een nieuwe cultuur op onder invloed van de Islam, met een prachtige mystiek en prachtige verhalen. De Islamitische cultuur is een hele mooie cultuur geweest in de eerste eeuwen, volgens Bram. Frankrijk bloeit op en daarmee het instituut kerk. De mensen in Zuid Frankrijk noemden zichzelf Cretiën/Christen. Ze hebben zichzelf nooit Katharen genoemd. Zij noemden zich Christenen, zij vonden zichzelf de erfopvolgers van de historische Jezus. Bij de Cretiëns/Katharen vond men drie soorten deelnemers: de toegewijden, die helemaal hadden verkozen te leven volgens de Kathaarse regels; de gelovigen, die ook geloofden, maar in het dagelijks leven gewone maatschappelijke functies beoefenden en de toehoorders, die alleen kwamen luisteren, zonder zich te verbinden.
Het Katharisme bloeit en is in die tijd een heel intellectuele vorm van spiritualiteit, geïnspireerd door de filosofie van de oude Grieken, die via het Ivoorse gebied Europa binnenkwam. Aristoteles wordt onderwezen, de eerste universiteiten komen. Het is een heel rijke cultuur en Zuid Frankrijk is niet alleen Kathaars, er zijn ook prachtige graallegenden. Het is een vrije cultuur waar het Gnostische geloof bij hoort. Er heerst niet enkel de greep van het instituut kerk, maar er leeft een enorme pluriformiteit, waarin dezelfde boodschap opbloeit. Echter, de paus van Rome heeft er niets aan, want men erkent zijn gezag niet en hij gaat dan een verbond aan met de koning van Noord Frankrijk, waarna een haatcampagne door heel Europa tegen de Katharen wordt gevoerd. Er wordt door hen gewaarschuwd dat Satan zich in Frankrijk genesteld heeft en dat de hele wereld bedreigd wordt en in de macht van Satan zal vervallen. Hij doet op een zeker moment iedereen in Zuid Frankrijk in de ban, wat betekent dat iedereen in Zuid Frankrijk volledig rechteloos is. Men kan met hen uithalen, wat men maar wil.
In 1209 stort zich een buitengewoon groot leger op Zuid Frankrijk en een van de eerste steden die ze belegeren is Béziers, een van de meest bloeiende steden van het Europa van die tijd, met zo’n 17.000 inwoners, katholiek en kathaar. De katholieke bisschop van Béziers weigert de Katharen uit te leveren, waarop na een strijd van drie dagen Béziers valt en volledig wordt uitgemoord. Dan ontstaat er een strijd met een wreedheid die ongekend is in de geschiedenis van de westerse civilisatie. Zo wordt bijvoorbeeld het plaatsje Bram veroverd door het leger uit Noord Frankrijk, waarbij alle inwoners worden vermoord op vijftig mannen na. Van die mannen worden de ogen uitgestoken, de neus, de oren en de lippen afgesneden op één man na, die één oog mag behouden, om vooraan aan de andere negenenveertig mannen vastgebonden te worden en zo naar het eerstvolgende dorp Lastours te worden gestuurd, teneinde daar als voorbeeld te dienen voor wat er met hen zou gebeuren als ze niet onmiddellijk af zouden treden.
Zo wordt Zuid Frankrijk op wrede wijze onder het gezag van Noord Frankrijk gebracht. Maar ondanks deze wreedheid lukt het ze toch niet het Katharisme volledig uit te roeien. Dat gaat ondergronds verder en daarom wordt, speciaal voor de vervolging van de Katharen, de inquisitie opgericht. Die trekken in groepjes rond de dorpen binnen en iedereen moet bij hen langskomen en bewijzen dat hij geen Kathaar is, door twee medebewoners van de stad aan te geven die Kathaar zouden zijn, anders word je niet geloofwaardig bevonden. De twee aangegeven Katharen worden hierop vervolgd en in de meeste gevallen verbrand. Door dit alles, werd in dat prachtige Zuid Frankrijk, iedereen zijn naaste vijand. Niemand kon elkaar meer vertrouwen.
Zo’n 1300 jaren heeft het gnostisch geloof gebloeid en daarna is zo’n 700 jaar weggeweest. Er bestaat een gnostische profetie die luidt, dat na 700 jaar de laurier weer zou gaan bloeien, de gnosis, de kennis weer zou gaan leven. Het is dan ook frappant om te zien, hoe in deze tijd allerlei groeperingen en stichtingen opkomen die zich bezig houden met een opleving van het innerlijk besef, met het erkennen en tot leven laten komen van de eigen innerlijke Goddelijke vonk, zegt Bram en hij besluit zijn boeiend betoog van deze avond met het dankwoord uit te spreken, dat ook hij hier op deze wijze weer een steentje aan heeft mogen bijdragen.
„Dank je Bram, dank je voor deze boeiende en levendige avond,” leek het volborstig applaus van het toehorend publiek hem tot slot te willen zeggen.