Gré opent de avond met het lezen van een gedicht:
Hij loopt naar de deur van mijn hart. Dan zie ik hem staan,
een stralend licht omstroomt zijn gestalte.
Hij kijkt mij aan, zo warm, zo mild, vol mededogen.
Ik hoor hem zonder woorden zeggen: Ik ken jou en jij kent mij.
De woorden zingen in mijn hart, ik doe de deur wijd open
De Hermetische Schakel
Wie was nu Hermes zelf, waarvan het woord ‘hermetisch’ is afgeleid? Hermes wordt beschouwd als een der oudste wijzen der mensheid. Hij is de bron van universele kennis. Door de eeuwen heen heeft Hermes veel verschillende gedaantes gehad: in het oude Egypte was hij de wijsheidsgod Thot, bij de oude Grieken is hij de gevleugelde boodschapper tussen hemel en aarde, de Arabieren bewonderen hem als Idris en in de Renaissance is hij de magisch-filosofische Hermes Trismegistos. Zijn gedachtegoed vindt men terug bij de Rozen-kruizers, de vrijmetselaars en Carl Gustav Jung. In zijn gedaante van de Egyptische God Thot wordt de uitvinding van het schrift aan hem toegeschreven. Hij is de uitvinder van de heilige magie, ontdekker van de kunst van de alchemie, grootmeester in de astronomie en astrologie, een begenadigd heelmeester en nog veel meer.
In Hermes komen alle lijnen samen: Egyptische oerwijsheid, Griekse filosofie, Joodse en Christelijke Openbaring, wetenschappen als mathematica, magie, filosofie, kosmologie, alchemie, heelkunde, botanica en natuurwetenschappen. Inal die tradities vouwt het oude weten zich als een bloem voor ons open.
De eerste Hermetische geschriften die we kennen, stammen uit 300 jaar voor Christus. Veel modern esoterisch gedachtegoed, zoals het zevenvoudige beeld van de mens (=het lichaam van de mens en de 7 lagen van de aura), karma, reïncarnatie, een bezield universum, de androgyne (=tweeslachtig) mens, God als tweeslachtig wezen, dat is allemaal al te vinden in die oude hermetische geschriften.
Hermes vormt de schakel tussen heden en verleden in het bewustzijn van de mens. Hij is de schakel tussen zo boven, zobeneden. Er wordt een intensieve verbinding gelegd tussen God, Kosmos en mens. Uit God, ook wel aangeduid als ‘de Ene’vloeit alles voort. God is overal te vinden, tot in het kleinste molecuul (=bezield wereldbeeld) van mens, dier, plant, tot mineraal en steen. Dat gaf een groot gevoel van verbondenheid.
In de tijd van Hermes gebruikte men dat gevoel van grote verbondenheid bijvoorbeeld bij het verbouwen van gewassen en planten, om zich te voeden en mensen te helen. Alles verliep in opperste harmonie. Als er bijvoorbeeld geplant werd, dan werd er gelet op de kalender: in welke constellatie stonden maan, zon en Venus. Men wachtte op het juiste moment en tijdens hetplanten werden er gebeden uitgesproken, evenals bij het oogsten. Pas daarna kon de plant gebruikt worden voor het maken van medicijnen. Er zijn hele receptenboeken gevonden uit die tijd.
Biologisch-dynamische landbouw is geen uitvinding van Rudolf Steiner, men praktiseerde het al in de 4e eeuw vóór Christus. Uit geschriften uit die tijd blijkt dat men interessante verbindingen legde tussen de astrologische tekens van de mens, welke plant daar gunstig op in werkte, welk mineraal er het beste bij paste en welk voedsel men beter kon vermijden. Alles werd met het grootste respect behandeld: mens, dier, plant en mineraal. Die verbondenheid heeft de westerse mens enkele eeuwen geleden losgelaten met catastrofale gevolgen: varkenspest, BSE, vogelpest, het ene is nog niet voorbij, of het volgende dient zich alweer aan.
Voor mensen met het hermetisch bewustzijn zou dit niet mogelijk zijn. Vanuit hun bewustzijn zou het aanvoelen alsof een deel van henzelf geamputeerd werd, als er zo met de natuur omgegaan zou worden.
In de eerste eeuwen van onze jaartelling doken geschriften op als het Corpus Hermeticum en Asclepius. Volgens Slavenburg is het ronduit fascinerend om te zien hoe compleet de visie op mens en wereld in deze geschriften is. Alles hangt met alles samen.Er is geen speld tussen te krijgen. Letterlijk en figuurlijk: hermetisch gesloten.
Over bewustzijn
Over ‘bewustzijn’ schrijft Hermes het volgende: “Het is pas bij de incarnatie in het aardse lichaam dat het geestelijk bewustzijnzich met al die sluiers bekleedt (=zevenvoudige mens of te wel ‘de aura’ van de mens die uit 7 lagen bestaat) want het is eenvoudig onmogelijk dat het bewustzijn – naakt zoals het op zichzelf is – zijn intrek neemt in een aards lichaam. Een aardslichaam zou zulke eeuwige onsterfelijkheid, zo’n grote volkomenheid niet kunnen dragen. Daarom heeft het geestelijk bewustzijn de ziel als omhulsel ontvangen. En de ziel, die evenzeer als het bewustzijn goddelijk is, bedient zich van het astralelichaam. En het astrale lichaam bestiert het levende wezen.”
Het bewustzijn is dus zo sterk dat het opgesloten ligt in de ziel omdat het niet zo puur in het aardse lichaam kan leven. In demoderne esoterie en oosterse mystiek komen we deze beelden ook tegen.
Over reïncarnatie
Alles in de natuur streeft naar vervolmaking. Waarom: omdat God volmaakt is en wij Zijn evenbeeld zijn. Hermes zegt over reïncarnatie: “Zoals het lichaam pas uit de moederschoot tevoorschijn komt als het volgroeid is, zo ontvliedt de zielhet lichaam na een reeks van incarnaties pas als ze volmaakt geworden is. Zoals het lichaam dat onvoldragen uit de schoot komt, ondervoed en onvolgroeid is, zo is ook de ziel die onvolledig uit het lichaam heen gaat, onvolkomen en heeft nog een nieuw lichaam nodig om tot voltooiing te komen. De kennis van het zijn maakt de ziel voltooid. Zoals je de zieltijdens je leven behandelt in je lichaam, zo zal de ziel jou behandelen na je dood.”
Over de periode na de dood
In het Corpus Hermeticum wordt de schepping van de mens verteld aan de hand van de beelden die Hermes voor zijn geestesoog ziet, terwijl hij aan het mediteren is. Geest openbaart hem alles wat hij weten wil. Aan het eind vraagt Geest aan Hermes: “Wil je nog wat weten Hermes?” Hermes vraagt hem te vertellen hoe het toegaat na de dood, wat gebeurt er dan.
Geest antwoordt dan als volgt: “Allereerst, beste Hermes, geef je bij de ontbinding van het stoffelijk lichaam het lichaam zelf over aan de verandering. Het uiterlijk dat je had, wordt onzichtbaar. Je persoonlijkheid die geen uitstraling meerheeft, die geef je over aan de demonen. De zintuigen van je lichaam gaan terug naar hun eigen bronnen, gaan daar weerdeel van uitmaken, voegen zich weer bij de werking daarvan. En de driften en begeerten keren terug naar de redeloze natuur.
Dan begeeft de mens zich omhoog door het samenstel der sferen. Aan de 1e t/m de 7e sfeer geeft hij achtereenvolgens zijn vermogen tot groei en vermindering, het instrument van het slechte (de effectloze listigheid) bij de 3e: het onmachtig geworden bedrog van de begeerte, (enz. enz.) Dan komt de mens, ontdaan van de astrale invloeden aan in de 8ste sfeer,slechts in het bezit van zijn eigen-lijke zelf. En samen met de geestelijke wezens bezingt hij de Vader. Alle aanwezigenverheugen zich over zijn aankomst. Als hij aan zijn metgezellen gelijk is geworden, hoort hij hoe bepaalde machten bovende 8ste sfeer met zoete stem God bezingen. Dan stijgen ze in rangorde op naar de Vader, geven zichzelf over aan de machtenen zelf machten geworden, komen zij in God. Dat is de gelukkige voleinding voor hen die de gnosis bezitten: God te worden.”
De psychische hoedanigheden die achtergelaten worden bij die sferen, dat is in wezen de verwerking van de invloeden van de driften, affecten etc. tijdens het leven. Maar je moet je daar dus van bewust worden.
Over de duisternis
Thot, zoon van Hermes, vraagt op een dag aan zijn vader: ‘Heb ik dan boze geesten die mij kwellen?’ Hermes antwoordt: ‘Een hele kolonie en ze zijn even verschrikkelijk als talrijk’. Dan beschrijft Hermes de kwellingen van de duisternis: “De grootstekwelling, mijn jongen, is de onbewustheid. Dan komt de smart, onbeheerstheid, begeerte, onrechtvaardigheid, hebzucht, leugenachtigheid, afgunst, arglistigheid, toorn en boosheid, op-vliegendheid en boosaardigheid.” “Jongen,” zegt Hermes tegen Thot, “het is een heel twaalftal, en daaronder zitten velen, ontelbare anderen die de innerlijke mens, vanwege de gevangenis van het lichaam, met alle geweld dwingen om aan zijn zintuigen te lijden. Maar jongen, ze gaan weg, de een na de ander als de mens de ontferming Gods heeft ervaren en daarin bestaat wezen en zin der wedergeboorte.”
Het is dus een weg naar zelfkennis. Pas daarna is men rijp voor een inwijding. Pas als het een en ander overwonnen is, dan was je pas rijp voor het schouwen van de 8ste en 9ehemelsfeer. In Nag Hamadi is in 1945 een hermetisch geschrift gevon-den, dat een inwijding in de 8ste en 9ste sfeer beschrijft.
(Het is Jacob Slavenburgs innige wens dat deze voordracht en zijn boek De Hermetische Schakel mogen bijdragen om deze vergeten geschiedenis ons weer enigszins te herinneren).
Vragen
- Is er ook een goddelijk aanrakings- of aanreikingspunt in de mens en moet z’n punt geactiveerd worden, of gebeurt dat uit Kun je het stimuleren door b.v. yoga, tai-chi te doen, of filosofie te bestuderen?
Antw: In het westen wordt dat aanrakingspunt gesymboliseerd door het hart, in het oosten door het kruinchakra waar het goddelijk licht door naar binnen komt. Ja en dat punt moet praktisch altijd geactiveerd worden. Het is ook iets wat je zelf moet willen ontwikkelen om het bewustwordingsproces in jezelf te activeren, en te transformeren. De Hermetische leringen vertellenhoe: stap voor stap, met je aandacht in de dingen te blijven, met je aandacht bij je gedachten te zijn, bij je uitspraken, je denken, dan wordt er als het ware al een spiegel voorgehouden. Tegenwoordig zijn er ontzettend veel mogelijkheden om tot bewustzijn te komen: woorden van Jezus, Krishna, Boeddha die een speciale betekenis krijgen, kunnen dienen als ope-ningspunt. Of ietswat je ziet: een prachtige bloem
in volle bloei. Er zijn zo ontzettend veel wegen. De boeddhisten zeggen dan ook: ga met aandacht naar alle dingen die je ziet, die je hoort, doet en denkt. Dat wat je raakt en rechtstreeks naar je hart gaat, noemen mystici “de pijl die heilbrengende wonden veroorzaakt, een wond die schrijnt, want hij verlangt naar meer, naar heelheid en compleetheid.”
- Hoe verhoudt Hermes zich tot genetische manipulatie?
Antw: In Hermes’ tijd was men nog niet aan het klonen (of klooien). De Hermetische geschriften zochten naar eenheid, heelheid, verbondenheid en respect voor het leven. Genetische manipulatie tast deze beginselen aan. Hermes zou zich in zijn graf omdraaien.
- Wat is bewustzijn? Hoe moet ik dat zien ten opzichte van ziel, geest, het Is Hermes een schakel tussen bewustzijn enhet onbewuste?
Antw. Het woord ‘bewustzijn’ is hetzelfde als het woord ‘geest’. Het woord bewustzijn wordt op verschillende manieren inhet Nederlands gebruikt. Artsen hebben het over ‘bij bewustzijn zijn’ als ze het over bewustzijn hebben. Dat is het klinisch bewustzijn.
In de spiritualiteit en de westerse esoterie heeft het een veel diepere betekenis. Daar is bewustzijn ‘het je bewust wordenom te komen tot bewustzijn. Het is een bewust-zijn in de ervaring van de verbonden-heid van jou als mens, van je ziel metde Al-ziel en van de verschillende spirituele lagen die je hebt (niet alleen je lichaam, maar ook je aura: het beeld van de zevenvoudige mens.) Het proces begint altijd met het je bewust worden van de duistere kanten in jezelf. Als een mensgeen duistere kanten had, zou hij nooit tot het licht kunnen komen. Het is onmogelijk om in één klap tot verlichting te komen, zonder in je eigen duistere kanten te duiken. De westerse esoterie, de leringen van Jezus, de leringen van Hermes Trismegistos, zij beschrijven allemaal hoe je allereerst je eigen duisternis, driften, begeerten moet leren kennen en daarmeeom moet leren gaan. Als je iets wilt transformeren (en bewustwording is een transformatieproces) dan zul je het eerst moeten leren kennen.
3, 2e deel: Als je het bewustzijn bereikt hebt, het is een weg daar naar toe. Maar hoe moet ik het me voorstellen?
Antw. Het gaan van de weg is belangrijker dan het einddoel. “Ga met aandacht in de dingen,” dat veronderstelt al een bepaalde rust van het omgaan ermee. Want in wezen is er geen einddoel. Leerlingen van Jezus vroegen aan Hem: “Waar is het einde’ waarop Jezus’ antwoord was ‘Hebben jullie dan al het begin ontdekt, dat je naar het einde vraagt?” Het begin is het einde. “Wat is de weg lang, maar hoezeer heb ik de tijd nodig gehad om te weten waar hij mij voorbij voert,”schreef Dag Hammarskjöld. Dus niet: “.waar hij mij naartoe voert.” Niet waar we naartoe gaan is het belangrijkste, nee om tekijken, te beleven, te ervaren, te doorvoelen, iedere stap die wij zetten. Hermes zegt: “Ben je bewust van wat je op dit moment aan het doen bent en kun je er naar kijken zonder er een oordeel op te leggen, met ogen vol liefde en barmhartigheid.”Maar ook christelijke mystici, de hindoeïsten en boeddhisten zeggen hetzelfde. Het is dus eigenlijk een universeleboodschap.
- Is er een overeenkomst tussen Hermes en de mysterieuze Melchisedek uit de bijbel?
Antw. Ik weet het niet. Ik zou het register er op na moeten slaan of hij letterlijk geïdentificeerd (=er is dan sprake van eenzelfdegrondhouding) wordt met Hermes. Hermes wordt geïdentificeerd met ver-schillende bijbelse figuren o.a. Mozes. Hij wordt geïdentificeerd met verschillende mensen en goden in verschillende eeuwen.
- Waar komt de naam Hermes vandaan?
Antw. We weten het niet exact, maar er zijn wel wat aan wijzingen. Hermes is de naam van een Griekse God, die degevleugelde boodschapper was tussen hemel en aarde. Hermes is ook de god van de handel. Bij de Romeinen stond hij bekend als Mercurius.
Maar hij is hier nog niet Hermes Trismegistos. Pas nadat de Macedonische Alexander de Grote in 332 Egypte veroverd heeft, vermengen de Griekse en Egyptische cultuur zich. In Egypte werd de god Thot vereerd. Hij was uitvinder van het schrift, god van de wijsheid, grootmeester van de alchemie, etc, etc, etc. Een heel veelzijdige god was hij. Na die vermenging krijgen Egyptische goden Griekse namen: Thot wordt tot Hermes en Hermes Trismegistos. Aan Hermes Trismegistos worden dieleringen toegeschreven. Hij wordt de kleinzoon van Thot genoemd. Daar komt de naam Hermes en het woord hermetisch vandaan.
- Ik heb het gevoel dat er heel veel aan de goden wordt Maar wat kun je aan de gewone mens toeschrijven?
Antw. Dat is het mooie in het Hermetisch gedachtegoed: er wordt een verbinding gelegd tussen God en de Goden en de mens. De mens draagt de beeltenis van God in zich, de mens is dus het evenbeeld van God. Hermes zegt tegen Asclepius: “De mens is een groot wonder.” Dat is een veel positiever beeld van de mens dan de Heidelberger Cathechismus geeft, of dat de kerkvader Augustinus geeft in zijn geschriften.
Bij hen is de mens een groot zondaar, van nature ziek, tot niets goeds in staat, tot het slechte geneigd. In de hermetischegeschriften is men de mens altijd blijven zien als de representant van God op aarde. De Hermetiek is nooit tot godsdienst geworden, maar is weldiep religieus. Maar de mens heeft ook een veel grotere verantwoordelijkheid: je kunt het niet meer afschuiven naar een god buiten je, naar een verlosser buiten je, naar oorzaken buiten je. Alles is met jou verbonden. Jij bent verantwoordelijk voor al je handelingen, je gedachten, alle woorden die je uitspreekt. Dat is nu puur hermetisch. In die zin lopen mensen engoden als het ware door elkaar heen.
6, 2e deel: Het negatieve is dus ook goddelijk, gemaakt om ons het licht te leren zien. Waarom noemen we het dan negatief?
Antw. Soms gebeuren in je leven zaken die je uiterst negatief noemt. Drie jaar later bijvoorbeeld. blijkt het een zegen tezijn geweest en zeg je tegen je zelf: “Het is eigenlijk het mooiste wat me is overkomen, want daardoor zijn mijn ogen open gegaan. Als ik zo door was gegaan, was het slecht met me afgelopen. Het is dus maar wat je positief en negatief noemt.”
Asclepius vraagt aan Hermes: “Als God goed is, hoe kan het kwaad er dan zijn?” Hermes antwoordt dan: “Het kwaad is nietiets van God zelf, maar ontstaat in het proces. Het kwaad heeft een functie, want het leidt ons naar het goede. Als we onsbewust worden van het kwaad, worden we ons daardoor ook bewust van het goede. Kwaad is een aanklijfsel in het proces van het leven.” Slavenburg geeft het voorbeeld van ijzer dat roest, maar die roest kun je er zo afschuren. IJzer is geen roest.
- In de lezing heb ik gehoord dat alles tweepolig Nu hoor ik dat het kwaad een aanklijfsel is, iets wat ontstaat. Is datniet tweepolig meer? Hoe zit dat en hoe houdt dat verband met elkaar?
Antw. Het kwaad is de andere pool van het goed. Het kwaad is net zolang nodig als wij bezig zijn het goede te ontdekken. Het donker is net zo lang nodig totdat wij weten waar het licht is. Door die spiegel word je je bewust van de tegendelen.Alleen hebben wij in onze maatschappij de dingen uit elkaar gerukt en afgescheiden en hebben we ze tot onverzoenlijke tegenstellingen tegenover elkaar gezet. Zowel in de Christelijke mystiek, als in de westerse esoterie, als in het Hermetismeworden die zaken gezien als 2 polen van een en hetzelfde.
Slavenburg laat aanschouwelijk zien hoezeer we positief en negatief nodig hebben om elektriciteit te krijgen om de microfoon te laten werken. Doe je alleen de positieve pool erin, dan krijg je geen geluid. Alleen de negatieve pool in hetstopcontact: weer geen geluid. Beide polen erin: de microfoon werkt. De I Tjing is het boek van de beweging. Wil je veranderen, transformeren, dan moet het stromen, bewegen. Die beweging wordt veroorzaakt door die twee polen.
8: Praat je over positief en negatief alleen over de aarde, of ook over de hemelen, zoals in de bijbel beschreven wordt?
Antw. Het positieve en het negatieve als de twee polen zijn dus in alles aanwezig. Zowel in Genesis als in het scheppingsverhaal van Hermes is sprake van het Ene dat zich manifesteert in twee: het is God de Vader en God de Moeder, Anthropos en Sophia, het Ene waar alles uit voortvloeit van wat is, en daardoor tegelijkertijd alles met elkaar verbindt; het Ene: het onzichtbare, onnoembare, ondefinieerbare, onmetelijke, dat zich ook manifes-teert in adem, die ook uit inademing enuitademing bestaat.
- Die geschriften zijn relatief oud, maar eigenlijk ook jong in het hele Wordt daarin ook gesproken over leven buiten deaarde. Heeft het misschien een heel andere trilling die we gewoon niet kunnen zien?
Antw. In die zin zijn die hermetische geschriften uiterst modern. Op dit moment ontdekt men in de astrofysica Hermes opnieuw.
Op twee van de drie bladzijden van de Hermetische geschriften vind je het idee terug dat er ook bewustzijn is buiten de aarde.Alles wat in het Heel-Al is, is bezield. In april komt ‘The Field’ in Nederlandse vertaling uit. Het boek vertelt over de ontdekkingvan wetenschappers van de universiteit van Princeton (USA) ‘dat er een groot magnetisch veld is, waarin alles met elkaar verbonden is’. Hermes schreef hier letterlijk over in zijn geschriften. “Oude Egyptenaren, Sumeriërs, oude Grieken, oudeIndiërs, zij wisten veel meer dan wij ooit zouden denken dat zij konden weten,” zoals Slavenburg vol bewondering zegt.
- U heeft veel kennis verzameld in uw leven en u kunt dat heel goed verwoorden en op schrift Wat heeft het in uweigen leven met u gedaan, wat is er in uzelf veranderd?
Antw. Ik hoop dat u voelt dat hier een mens staat die niet een uit zijn hoofd geleerd lesje naar voren brengt, waarbij de wetenschap op afstand wordt bestudeerd, zoals biologen dat doen als ze bijvoorbeeld insecten bestuderen. Hier staat een mens die bezield is door datgene wat hij u vertelt. Dat wil niet zeggen dat ik hermetist, antroposoof, theosoof etc. ben. Ik ben gewoon Jacob Slavenburg en ik doe mijn best. Ik kan niet anders dan dat.
11: Ik heb begrepen dat er in de Hermetische geschriften waardering is voor de materiële werkelijkheid. In de gnostischegeschriften is sprake van minachting voor de materiële werkelijkheid, zoals bijvoorbeeld het lichaam. Toch ziet u eenverband tussen beide manieren van denken.
Antw. Zowel in de Hermetica als in gnostische geschriften zijn er verschillende stromingen. In de gnostische geschriften uit de hoek van Valentinus wordt de aarde niet als slecht gezien en het lichaam ook niet. Bij andere geschriften is de aarde niet zozeer slecht, maar onvolkomen en is het goed ernaar te streven je lichaam zo snel mogelijk te verlaten. In deHermetiek neemt materie voor 90% een positieve plaats in, maar in sommige Herme-tische geschriften wort het lichaam als de stut van het kwaad gezien. (Hermes heeft niet alle leringen zelf geschreven sommige zijn in zijn naam en geestgeschreven).
Hoe materie gezien wordt – en dus ook het lichaam
– hangt altijd van de beleving van de mens in zijn eigen tijd af: door welke filosofische, religieuze stromingen is hijbeïnvloed, wanneer en waar leefde en leeft hij.
In de Hermetica en ook in sommige gnostische geschriften is er sprake van een beweging God-mens, maar ook vanmens-God, of mens-hemel. In alchemistische geschriften wordt op bijna alle pagina’s over deze interactie geschreven.Soms lijkt het in tegenspraak met elkaar. Maar onthoud dat men altijd een deel van het totaal ziet. Het wordt pas gevaarlijk als men dat deel tot totaal gaat benoemen, want dan sluit je het andere uit.