Henri is regressie- en reïncarnatietherapeut. Daarnaast heeft hij een studie gemaakt van dagdromen. Hij heeft 25 jaar met volwassenen en 15 jaar met kinderen gewerkt. Vanaf 1 januari 2003 werkt hij uitsluitend met jongeren tot 19 jaar.
De nachtelijke droom heeft te maken met dingen die wij overdag beleefd hebben, met problemen waar we nog mee bezig zijn. Deze is niet universeel te duiden. In de dagdroom, die zich meestal in een natuurlandschap afspeelt, vinden we een aantal elementen die soms een enkel-voudige, soms een meervoudige duiding hebben. De dagdroom kan uitstekend gebruikt worden om te zien welk probleem iemand heeft. De therapeut kan op twee manieren werken. Bij de ene vorm is het ego op afstand, het neemt waar wat er gebeurt. De therapeut bemoeit zich er niet mee. Hij laat vertellen hoe het landschap zich ontwikkelt, wat men in het landschap ziet. Dit geeft een diagnostisch, een verkennend inzicht. Bijde andere vorm wordt het ego actief. Het gaat iets ondernemen in dat landschap, het gaat proberen dingen op een dieper niveau te ontdekken.
Kinderen komen bij Henri met de meest uiteenlopende problemen. Ze kunnen angstig zijn, niet durven gaan slapen, bang zijn in het donker, menen in het donker iets te zien.
Telepathische zittingen komen in aanmerking als de jongere zelf niet aanspreekbaar is. Henri werkt dan met een van de ouders of met een goede bekende of dierbare van de familie van de jongere om via telepathische weg te ontdekken waar de problemen liggen.
Bij het ontdekken wat er aan de hand is, komen we soms in de wereld van overleden mensen die nog niet de rust hebben gevonden en nog in de aardsfeer (de sfeer rondom ons) rondwaren of rondhangen. Als je namelijk je lichaam loslaat, word je geconfronteerd met de herinneringen die in je onbewuste liggen opgeslagen. Er zijn overledenen die niet bereid zijn om daar onmiddellijk naar te kijken. Deze entiteiten houden hun herinnering en de illusie van het bestaan in stand door energie te onttrekken aan de aura, ons krachtveld.
Henri heeft in de loop der jaren door veel studie en ervaring geleerd hoe je deze overleden mensen kunt opsporen.
Uit een aantal studies en boeken weten we dat een kind ook voor de geboorte bepaalde erva-ringen heeft, een levensplan en een bepaald verlangen heeft om in het leven te komen. Dit geldt niet voor iedereen. Er zijn mensen die onbewust in het leven terugkomen. Je kunt bij kinderen opvragen of er een duidelijk verlangen was.
Adoptiekinderen kiezen vaak, over de hoofden van hun biologische ouders heen, hun adoptief ouders uit. De ziel van het kind overziet namelijk de eerste 15 jaar van het leven in grote lijnen. Op grond hiervan kunnen ze kiezen voor ouders die ergens anders in de wereld wonen. Willen ze daar komen, dan zullen ze dus eerst bij hun biologische moeder geboren moeten worden.
Veel kinderen komen bij ouders met wie ze iets kunnen uitwerken wat in een vorig leven nog niet tot voltooiing heeft geleid.
In de eerste tijd van de zwangerschap van de moeder brengt de ziel vaak een bezoek bij de moeder om te kijken of de vrucht waarin hij of zij zal incarneren zich zo ontwikkelt als hij/zij dat verlangt.
Wij kunnen ook opvragen op welk moment de ziel is ingedaald in de vrucht die in de baarmoeder in ontwikkeling is. Daar komen verschillende antwoorden op. Soms vindt het plaats op het moment van de geboorte, soms een dag na de geboorte ofvindt er nog een wisseling van zielen plaats. Gemiddeld daalt de ziel in de zesde maand van de zwangerschap in. De gang door het geboortekanaal kan ook nog weer aparte problemen opleveren als de moeder op het laatste moment bedenkingen of angsten heeft om het kind los te laten in een wereld die ze zelf niet vertrouwt. Dan kan een kind ook het gevoel hebben dat het maar beter niet naar buiten kan gaan. De hier ontstane problemen kunnen met regressietherapie worden behandeld.
Het kind komt uit een energetische wereld. Het heeft nog geen lichaam, het keert terug naar de aarde, naar een heel nieuwe ervaring waarin het onbewuste nog heel actief is. Ons onbewuste is voornamelijk verbonden met onze rechter hersenhelft, de creatieve hersenhelft. De linker hersenhelft is verbonden met ons waak-bewustzijn; het bewustzijn waarmee we overdagdenken, redeneren, waar we parate kennis in opgeslagen hebben. Dat bewustzijn maakt soms dat het onbewuste moeite heeft om dingen naar boven te brengen. Om bij herinneringen aan vorige levens te komen moet je je in een andere bewustzijnsfase bevinden.
Het onbewuste draagt niet alleen herinneringen in zich, maar ook symbolen van de dagdromen. In een dagdroom is een boom een persoon. Een dode boom is een overleden persoon die nog niet weggegaan is. Een huis is het symbool van de persoonlijkheid zelf.
Als er in een vorig leven een schuldgevoel ontstaan is dat tot een ernstig innerlijk conflict heeft geleid, kan een bepaald deel van de persoonlijkheid (ons ego bestaat uit een familie van persoonlijkheden) zich losmaken uit de totale persoonlijkheid.
Henri heeft veel kinderen met zo’n verloren persoonlijkheidsdeel bij zich gehad. De problemen van deze kinderen kunnen allerlei vormen aannemen. Dit kan leiden tot anorexia, boulimia, autistische uitingen, bedplassen.
Kinderen zien vaak dat deel van hun persoonlijkheid in hun kamertje. Ze denken dan dat ze een spook zien of iets anders waar ze bang voor zijn. Als dat deel weer terugkeert, hebben ze een gevoel van heelwording.
Als entiteiten in de aura van iemand komen, kunnen ze verschillende verschijnselen veroorzaken.
Is de entiteit iemand die kwaadaardig gestorven is, na een leven vol ellende en moeite, en haatdragend geworden, dan kan die entiteit degene bij wie hij/zij in de aura komt zelfs tot bezetenheid drijven. Entiteiten dragen hun psychische en fysieke problemen over op degene bij wie ze in de aura zijn gekomen.
Entiteiten worden door Henri met liefde aangesproken en verzorgd. Ook zij hebben het recht om rust te vinden. Hij begeleidt hen naar de lichtpoort en vraagt of er daar iemand op hen wil wachten die hen wil komen halen.
Henri heeft ook aan kinderen gevraagd of ze achter de lichtpoort willen kijken en willen vertellen hoe het er daar uitziet. Het ene kind vertelde dat her er zomer is, een ander zei dat er prachtige bloemen zijn. Men noemt het zomerland, omdat het een vredig, prachtig gebied is. Dit zomerland heeft allerlei lagen die vloeiend in elkaar overgaan. De ene laag is meer vormvast dan de andere. Naarmate je in een hoger trillingsgetal komt, zijn de vormen minder vormvast. Het worden dan kleuren en klanken. Als je in de lage zomerlandsferen komt, gaan mensen nog met de auto, de trein, gaan mensen aan het werk, enz.
Een kinderziel is ouder dan het lichaam zelf. Een kind heeft hiervoor ook levens gehad. Kinderen vertellen daar ook over. Omdat de rechter hersenhelft nog niet zo overheerst wordt door de linker kunnen kinderen gemakkelijk contact krijgen met die onzienlijke wereld.
Huilbaby’s zijn alleen benaderbaar via een telepathische zitting. Tijdens zo’n zitting bleek eens dat de baby waar het hier omging in een vorig leven omgekomen was bij een auto-ongeluk.
Het gebeurt niet zelden dat dodelijke slachtoffers van ongelukken niet beseffen dat de dood is ingetreden en blijven voortleven in een soort droomwereld.
Kinderen kunnen ook stemmen horen. In de psychiatrie wordt dit nogal eens afgedekt met medicijnen. Dit sluit het onderzoek naar waar die stemmen vandaan komen uit. Soms worden stemmen gegenereerd door een innerlijk conflict, door deelpersoonlijkheden van een persoon. Het komt ook regelmatig voor dat dit stemmen zijn van entiteiten.
Bij de behandeling van een aantal ME-patïenten tussen de 15 en 20 jaar bleek dat zij een groep entiteiten (grote groepen soldaten of mensen uit overstromingsrampen) in de aura hadden. Nu zijn deze ME-patïenten allemaal weer volledig aan het werk en voelen zij zich prima.
Overledenen kunnen ronddolen, maar kunnen ook blijven hangen op een bepaalde plek. Als ze zich sterk verbonden voelenmet een huis of met een bepaalde plek, kan het zijn dat ze daar langdurig verblijven zonder te beseffen dat ze daar weg kunnen. Soms ook weten ze niet hoe ze daar weg kunnen gaan.
Er zijn karmische entiteiten die met je verbonden zijn omdat ze nog iets met je uit te wisselen hebben. Het kan zijn dat je ze zelf vasthoudt, omdat je nog boos op ze bent. Het kan ook zijn dat ze jou vasthouden, omdat ze boos op jou zijn. Hetkan ook zijn dat ze je niet los hebben gelaten omdat ze erg veel van je houden en niet beseffen dat je weer in een nieuw leven bent.
Waaraan kunnen we merken dat er bij kinderen sprake is van invloed van overledenen?
- concentratieverlies;
- vermoeidheid op momenten dat een kind niet vermoeid hoort te zijn;
- ongewoon gedrag; gedrag wat buitensporig is en waar we de oorzaak niet van kunnen vinden;
- angsten;
- verschijningen die ze waarnemen;
- angstdromen waar ze geen herinnering aan hebben;
Wat kunnen we doen? het kind geruststellen:
- Laat zo nodig een lichtje aan, want in het licht kan een entiteit zich niet laten zien. Jaag entiteiten niet weg, ze komen even hard weer terug. Gebruik de liefde als sleutel en bedenk dat ook zij ongelukkige wezens zijn die eigenlijk naar hulp verlangen. Je kunt voor het kind vragen om de gouden wachters. Vraag zo nodig ook hulp van lichtende wezens of hoge beschermers.
- Zoek deskundige Dit kun je niet zelf oplossen.
Vanuit de vele ervaringen die Henri had met kinderen die om hulp vroegen, heeft hij het boek De eigen wijsheid van het kind geschreven. Hierin heeft hij een aantal oefeningen samengebracht om te laten zien dat je kinderen over hun angsten heen kunt brengen.
Henri sluit de lezing af met het slotwoord uit dit boek:
,,Laten we beseffen dat we niet op de hurken hoeven te gaan zitten om naar hen te luisteren en voor hen open te staan. Als we dat doen en dus maar gewoon bij hen zijn dan kunnen we nog veel leren van de eigen wijsheid van het kind”.
Vragen
Hoe kun je jongeren met ME het beste helpen?
Jongeren met ME kun je niet zelf helpen. Ze moeten geholpen worden door op te sporen wat er in de aura gekomen is. Tot nu toeheb ik geen enkel geval behandeld waarbij ik niet dezelfde symptomen terugvond, namelijk een groep entiteiten, soms in grote getallen (30 – 80) . Er zitten drie à vier in de aura, de rest zit daar buiten en krijgt de energie uit de aura toegesluisd. Het hele krachtveld verdwijnt als het ware.
Ik ken een kind met het ADHD-syndroom, gepaard gaande met agressie waarvan hijzelf het gevoel heeft dat het buiten hem omgaat. Kunt u daar iets over zeggen?
Het etiket ADHD wordt te snel gehanteerd. Aangezien we in een woelige tijd leven en kinderen het daar moeilijk mee hebben,zou dat de oorzaak kunnen zijn dat ze hyperactief zijn. Dat een kind agressief kan zijn waar hijzelf op dat moment niets van begrijpt, zou dat de invloed van een entiteit kunnen zijn. Als er sprake is van de overheersing van een entiteit is het belangrijk erzo snel mogelijk iets aan te doen.
Anders wordt het met hun gedrag verweven en geaccepteerd.
Soms heb ik last van een etherlichaam dat te los of te strak om me heen zit. Wilde ik niet incarneren?
Het hoeft niet met het niet willen incarneren te maken hebben. Bij sommige mensen zit het etherlichaam te weinig verankerd. Dit kan te maken hebben met ernstige ervaringen die men in het leven heeft gehad. Het kan ook te maken hebben met de periode die men tussen twee levens had. Als je tussen twee levens niet een duidelijke bestemming hebt gevonden in een sfeer waarin je aan jezelf hebt kunnen werken, blijft het wat vaag als je terugkeert. Dan word je ineens in de baarmoeder gezogen. Dit wordt in de therapie het stofzuigereffect genoemd. Niet op elke vrucht die in ontwikkeling is, is in een zwangerschap een optie. Ik heb meegemaakt dat entiteiten hierover onderling overlegden.
Bij de terugkeer uit de sferen vinden we twee tegenvoeters. Degenen die snel terugkeren en er nu willen zijn en degenen die wel zullen zien waar ze terechtkomen. De keuze waarop je incarneert is uitermate belangrijk. Er zijn vaak entiteiten van een zeer hoge orde die je hierbij raad geven.
Dat het etherlichaam te los zit, kan er toe leiden dat men met een schok wakker wordt. Een vloeiende terugkeer kan bevorderd worden met een plantaardig middel, namelijk met druppeltjes vetblad, verkrijgbaar in de apotheek.
Gedurende de nachtelijke uren treedt het etherlichaam uit ons lichaam. Het maakt een kwartslag, staat naast ons en kan ook reizen maken. Dit zijn niet de uittredingen, het heeft er wel verband mee. Het kan zijn dat we dromen van plaatsen waar we komen en op die plaatsen door anderen worden waargenomen.
Trekken aura’s entiteiten aan?
Aura’s trekken entiteiten niet aan. De aura is aantrekkelijk voor de entiteit omdat het een krachtveld is en de entiteit dit zelf niet meer heeft. Het is met name aantrekkelijk voor die entiteiten die niet beseffen dat ze geen stoffelijk lichaam hebbenomdat ze op die manier nog een tijd de illusie in stand kunnen houden dat ze er nog steeds zijn.
Kan iedereen entiteiten aantrekken?
Het kan gebeuren bij depressiviteit, ook bij panische schrik (een val van een fiets, een schommel, een paard). Dit zijn risico-ogen-blikken.
Komt een kind zonder meereizende entiteiten ter wereld?
Een kind heeft ze op dat moment niet bij zich. Ze kunnen aanwezig zijn, maar het hangt af van de sfeer, waarin het kind ter wereld komt. Is de sfeer kwetsbaar, dan is de kans groter dat er een entiteit in de aura komt.
Kan een entiteit goedbedoelend zijn?
Er zijn entiteiten die in de aura komen die geen kwade bedoelingen hebben. Ze zijn neutraal en halen alleen maar energie weg.
Kunt u iets meer vertellen over huilbaby’s?
Het kind komt uit de energetische wereld. Het heeft geen enkel aanknopingspunt in onze wereld. In deze eenzame toestand heeft het huilen een functie. Het is een signaal van eenzaamheid en verwarring. Op den duur komen er meer ontwikkelingen in de ziel die aandacht vragen waardoor het soms naar de achtergrond schuift, maar het verdwijnt niet. Er zit een diepgaand probleem onder.
Tijdens een telepathische behandeling kun je de oorzaak van de onvrede die in dat kind heerst opzoeken. De regressie gaat precies terug naar het beginpunt van de oorzaak. Als je dit aanpakt is het verschijnsel eigenlijk ontladen.
Ook als je een huilbaby niet behandelt, houdt het op een gegeven ogenblik op met huilen. De oorzaak is echter niet verholpen. De lading van het probleem zal op dat moment niet meer zo belangrijk zijn bij de groei van het kind.
Henri besluit deze avond met de woorden: ,,Ik voel me als de wind die over het water ge-fluisterd heeft en rimpelingenaangebracht heeft. Maar als het u geprikkeld heeft om verder te zoeken, verder te lezen en te kijken dan u tot nog toe deed, dan denk ik dat we het doel bereikt hebben waarvoor ik hier vanavond was”.