In de vorige Nieuwsbrief is het verslag van deze lezing gepubliceerd. U herinnert zich misschien dat we daarin niet alle vragen en antwoorden konden opnemen omdat een deel van de bandopname mislukt was. Gelukkig hebben we deze opname een beetje kunnen reconstrueren, zodat dit gedeelte alsnog enigszins verstaanbaar is geworden. Truus heeft ook deze vragen uitgewerkt en het resultaat kunt u hieronder lezen.
Als 50% van de Amerikaanse bevolking contact heeft met de geestelijke wereld, moeten wij dan een voorbeeld nemen aan Amerika?
Ik denk dat voor Nederland eenzelfde percentage geldt en dat we ons dus bewust mogen worden hoeveel mensen er op de één of andere manier contact hebben met overledenen. Maar omdat het helaas nog steeds een taboe-thema is, wordt er zo weinig over gesproken. Laten we daarom hier met elkaar afspreken, dat als er hier mensen onder ons zijn die een verbinding met een gestorvene hebben gevoeld of ervaren, wij hen respectvol en met liefde willen aanhoren, zodat we hier met die openheid kunnen beginnen.
Een gereformeerd predikant stelt de volgende vraag:
Is het niet de uitdaging om vanuit mijn eigen ik, de weg te vinden naar het eigen innerlijk van de ander. Ik zie het meer in de relationele sfeer, waarin de ander mij via zijn eigen ik mij onthult wie ik ben en mag zijn. Ziet u dit als een samenvallen van de twee bewegingen naar jezelf en naar de ander of is het juist een verschil?
Hans Stolp is naar zijn eigen zeggen een man van de kerk. Hij hoopt op een groeiende verbinding vanuit de spirituele traditie naar de kerkelijke traditie toe. Hij zegt: “Dat u de stap heeft willen zetten naar ons toe, geeft mij diepe vreugde.”
Voor wat betreft uw vraag heeft u volkomen gelijk. Van de aartsengel Michaël en zijn werkzaamheid in onze tijd wordt ook dit gezegd: “Dat het in onze tijd ongelooflijk belangrijk wordt en is om elkaar te leren kennen zonder woorden.” Dus dat je leert elkaar aan te kijken en in het kijken in elkaars ogen elkaars diepere wezen leert voelen en zien met je hart. En dat je vervolgens als tweede stap leert om elkaar niet meer aan te spreken op de buitenkant, maar op wat je dieper voelt en ziet leven in die ander. De tijd is voorbij dat wij genoegen mogen en kunnen nemen met oppervlakkige contacten. De tijd is gekomen dat we leren om werkelijk met elkaar om te gaan van hart tot hart.
Kortom: de weg naar binnen bij jezelf kan niet anders dan uitlopen op de weg naar binnen bij die ander.
Is ook de moslimwereld bij al deze verwachtingen betrokken?
Ja hoor, helemaal. De Islamwereld heeft net als de Christelijke traditie een zeer rijke esoterische traditie. Als je de Soefimystiek leest zul je denken, wat ik daar lees dat ken ik, want het is hetzelfde als wat onze mystici en esoterische denkers hebben geschreven. We zien echter momenteel in de pers een beeldvorming over de Islam zoals wij die in het Christendom kennen uit Staphorst, Spakenburg, Bunschoten, enz. Maar de Islam is veel meer dan dat. Ook daar zien we een beweging vanuit het fundamentalisme naar de esoterische traditie.
Ik heb die ouderwetse traditie in mijn jeugd nog meegemaakt. We zijn er nog maar een aantal jaren uit ontsnapt. Geef dus ook onze Islambroeders en ‑zusters de tijd om daaruit te mogen weggroeien in hun eigen tempo.
Ik ontmoet in mijn werk veel mensen die het moeilijk hebben en die veel pijn hebben, maar waar onze maatschappij liefdeloos op reageert. Dat is voor mij één van de factoren waardoor ik ben opgebrand, maar ik weet niet goed hoe ik hier anders mee moet omgaan, omdat ik in mijn liefde wil blijven.
Je hebt helemaal gelijk wat je zegt over onze verharde samenleving, waar veel mensen het slachtoffer van worden. Ze ontvangen door de verharde samenleving te weinig werkelijke hulp en steun, om door de pijn heen te kunnen groeien naar de diepere kern die altijd aanwezig is.
Het andere is dat jij ook mag leren om je eigen grenzen te bepalen. Je mag ook leren – en dat is één van de moeilijkste dingen – om je machteloosheid te ervaren, maar tegelijkertijd zelf innerlijk niet te verzuipen, want dat is wat er nu dreigt te gebeuren. Dit is een heel subtiel evenwicht. Je hebt daarvoor gebed en meditatie nodig, om zodoende steeds bij een diepere kern van vertrouwen, weten en liefde in jezelf te komen.
Maar om die kern, als je die eenmaal vindt, te behoeden, moet je ook in staat zijn op tijd te zeggen: hier moet ik even stoppen, want anders verzuip ik samen met jouw en daar heeft niemand iets aan.
Als ik jou zo aankijk is het in deze incarnatie niet jouw opdracht om liefde te leren, want die ken je wel. Dat maakt je ook zo’n mooi mens. Nu moet je met die liefde leren om als het nodig is, rechtop staand, die cirkel om je heen te trekken of te wel om je zelf te beschermen.
Als Christus terugkomt, wordt daar dan mee bedoeld dat Hij in ons wordt geboren, of dat Hij werkelijk op de aarde terugkomt?
Alles op aarde voltrekt zich in dualiteit. Kortom: als ik zeg: “De Christus wordt in ons geboren,” staat daar direct die andere werkelijkheid tegenover, hetgeen betekent dat de kosmische Christus in onze tijd ook regelmatig aan de mensen zal verschijnen’. Hij helpt ons uiteindelijk over de drempel van deze bijzondere tijd. Rudolf Steiner spreekt, als hoge ingewijde, ook over het feit dat vanaf 1933 de kosmische Christus steeds vaker aan ons zal verschijnen. Het fascinerende is dat de Christusverschijningen juist daar plaatsvinden waar de duisternis zich verhevigt. Uit de Tweede Wereldoorlog is bekend dat juist in de kampen vele mensen een Christusverschijning mochten ervaren. Ik heb dit zelf ook gemerkt toen ik in het Academisch Ziekenhuis in Groningen werkte. Een plek van angst, pijn, verdriet en duisternis, maar waar zo vaak het licht doorbrak.