Na het verwelkomen door de voorzitter van zo’n 150 belangstellenden, stelt David Roef zichzelf voor en vertelt in het kort iets over zijn fascinatie voor het onderwerp van vanavond.
Hij vertelt dat boeken over profetieën aangaande het jaar 2000 vaak meer ‘naspellingen’ dan voorspellingen bevatten, terwijl die datum toch tamelijk arbitrair is, n.l. slechts gebaseerd op de Christelijke jaartelling. Binnen andere geloofsgemeenschappen, o.a. de Boeddhistische en Hindoeïstische is ook sprake van apocalyptische beeldvormingen, maar die staan los van het jaar 2000. De relativiteit daarvan blijkt uit onze eigen geschiedenis. Hoe gingen mensen b.v. om met het jaar 1000, ook toen was er volgens Franco Gardini, schrijver van het boek ‘Het jaar 1000’ sprake van angsten, voorspellingen, onzekerheden en problemen bij een groot deel van de bevolking en ook toen was er een zonsverduistering, zoals die in augustus a.s. gaat plaatsvinden. Alle aandacht was gericht op onheilstijdingen, omdat de Apocalyps nabij was. Terugkijkend op het jaar 1000 weten we nu dat men niet naar een einde der tijden is gesneld, maar de renaissance binnen ging, een tijd van hernieuwing van normen en waarden die zijn wortels had in het oude Griekse denken. Een groot verschil is, dat de oorzaken toen vooral buiten de mens gezocht moesten worden o.a. natuurrampen en epidemieën, terwijl het nu zo is dat heel veel bedreigingen van de huidige mens door hemzelf worden veroorzaakt. De ecologische crisis nu is bij uitstek een apocalyptisch fenomeen en deze dreigingen kunnen niet gelijkgesteld worden met de gebeurtenissen uit het jaar 1000.
Waar we vooral bij stil moeten staan vanuit het esoterisch denken door de eeuwen heen, is waar deze ‘apocalyptische koorts’ vandaan komt, vanwaar dat idee van een einde der tijden. In plaats van ons blind te staren op al dan niet juiste profetieën, is het veel verstandiger in navolging van esoterici uit vroeger tijden, te zoeken naar de diepere betekenis die achter het symbool van de Apocalyps kan zitten en anderzijds voor onszelf strategieën te bedenken, medicijnen als u wilt, om ons te beschermen en te voorkomen dat de Apocalyps een self-fulfilling prophecy wordt. Er zijn twee mogelijkheden; er komt een Apocalyps, gepredestineerd en we gaan hier stoïcijns op zitten wachten, ofwel er komt een Apocalyps, maar dan meer dan een zelf vervullende profetie, gevolg van onze manier van handelen, denken en voelen op dit moment en alle momenten daarvoor.
De Kosovaren beleven de Apocalyps op het ogenblik in het echt op het primaire behoefteniveau en de Joden hadden hem tussen 1933 en 1945. De westerse samenleving heeft de luxe de Apocalyps vooral op sociaal en psychologisch gebied te beleven. Ondanks dat er nog nooit zo’n ongekende welvaart en informatie was, draagt dit toch niet bij tot geestelijk welzijn. De rol van religies en politieke partijen wordt steeds minder, daardoor ontstaat er een vacuüm tussen oude en nieuwe structuren in de maatschappij. We zoeken andere normen en waarden, mensen zijn zoekende en vooral op spiritueel niveau wordt dit vaak met de waan van de dag opgevuld. Men maakt zijn eigen religie, maar wèrkelijke religie zou geïnspireerd moeten zijn in het verbinden van mensen en niet in het cultiveren van het eigen ikje. Het verbindende element is nog altijd zoek, in dit vacuüm nemen onzekerheidsgevoelens en onheilsprofetieën toe. Deze psychologische achtergrond is van belang voor wat de Apocalyps werkelijk voor ons kan betekenen en hoe we er mee om moeten gaan.
De theosofie, de esoterische wijsbegeerte van alle tijden, leert ons geen predestinatie, het hoofdzakelijke uitgangspunt is, dat wat de toekomst ook brengt, het alleen maar het gevolg is van oorzaken die we in het heden en het verleden hebben gezaaid. Noem het karma of wat u wilt, de ene wet van oorzaak en gevolg regeert overal in de natuur, niet van buitenaf opgelegd, niet buiten ons zelf.
Ook volgens de apocalyptische geschriften van Petrus en Johannes, oosterse mythologieën en andere gnostisch apocalyptische geschriften, is de werkelijke oorzaak van elke Apocalyps, het feitelijke, historische en psychologische gevolg van hoe we in het leven staan. We moeten dus zoeken naar de oorzaak van deze Apocalyptische koorts, alsmede het verschijnen van een daadwerkelijk vernietigende toekomst, welke wereldbeelden de oorzaak zijn van deze angst. De hoofdverantwoordelijkheid ligt in de klassieke theologische, kerkelijke apocalyptische mythevorming. Een persoonlijke buitenkosmische God schiep het leven, de mens. De mens is zondig, wordt verbannen uit het paradijs, God stuurt zijn eniggeboren zoon , maar het lukt niet, Jezus moet voor de tweede maal komen en dat is de Apocalyps, dan wordt het kaf van het koren gescheiden.
Apocalyps komt uit het Grieks en betekent onthullen, ontsluieren, ook ontwikkelen. Het wijst dus letterlijk op de onthulling, de ontwikkeling van Johannes van Patmos. Dit boek (Openbaring van Johannes) is dus geen profetie, maar een versluierde weergave van een inwijdingsmysterie, Johannes staat symbool voor de leerling en wat beschreven wordt, zijn innerlijke processen in zijn eigen psyche. Het beest, de verlosser, het nieuwe Jeruzalem, de ruiters, het zijn allemaal personificaties van een innerlijke strijd, die moet leiden tot een innerlijke overwinning.
Bij de Grieken was het heel gebruikelijk om zoiets in symbolische vorm weer te geven. Een persoonlijke buitenkosmische God, die uit het niets de wereld schept, vanuit die gedachtegang is er nauwelijks vrije wil en de toekomst ligt onwrikbaar vast. De mens is onderworpen aan die God, dit is een onderdrukkende visie, waarvan de mens 2000 jaar lang het slachtoffer is geweest. Er wordt een scheiding voorgesteld tussen het Goddelijke en het aardse, later is dit filosofisch de kloof tussen geest en stof geworden. Over het ontstaan van de wereld is er een lineair tijdsbeeld, hij ontstond zomaar met de Big Bang , maar wat zomaar uit het niets verschijnt, moet ook weer zomaar in het niets verdwijnen: het einde der tijden, de Apocalyps. Hiermee hangt ook ons streven samen naar altijd maar meer en beter enz.: lineaire groei. Er is dus niet alleen een theologisch, maar ook een wetenschappelijk wereldbeeld van de apocalyptische mythevorming.
De wetenschap zegt, dat de basis van het leven toeval is, ontstaan uit het toevallig samenkomen van atomen. Ook toeval creëert een afstand tussen de bron van het leven en onszelf, ook weer een scheidingsdenken. Zolang we gevangen zitten in dit lineaire denken met de kloof tussen het aardse, zondige, zullen deze wereldbeelden zich in ons handelen vertonen en ons handelen in ons lot. Het is de beroemde regel, dat gedachte leidt tot handelen, handelen tot gewoonte, gewoonte tot karakter en karakter vervolgens tot noodlot. Als we dit willen omkeren, moeten we het falende karakter leren beseffen van de wereldbeelden die we hebben: MENS KEN U ZELVE.
Als we een oplossing voor het probleem willen zoeken, dienen we naar de natuur zelf te kijken, alles ontwikkelt zich van binnen naar buiten en daar de mens onderdeel is van die natuur, een evoluerend wezen is, gaat dat ook van binnen naar buiten. Daar de mens een denkend en voelend wezen is, moet de oplossing gezocht worden in de opvoeding en disciplinering van dat denkende en voelende wezen dat we zijn. We moeten ons denken voeden met een andere manier van kijken, de esoterische traditie geeft ons daarbij belangrijke uitgangspunten en grondbeginselen. Deze zijn terug te vinden in alle mystieke geschriften, maar ook in alle belangrijke apocalyptische geschriften. Hoofdbeginsel: Aan al het bestaande, gemanifesteerde, aan alles wat verschijnt en verdwijnt, ligt een Alomtegenwoordige Werkelijkheid ten grondslag. Er is een Alomtegenwoordig, eeuwig, grenzeloos, onveranderlijk Beginsel aan al het bestaande, er is één Werkelijkheid. Dit beeld vinden we bij de Hindoes, de Kabbalisten, de Druïden enz., hier moeten we niet alleen met kennis, maar ook met eerbied over spreken. Er is één zijn, dat noch zijn, noch niet-zijn is, maar wat heeft dat nu in hemelsnaam met de Apocalyps te maken? Alles !! Er is één Absolute Werkelijkheid, alomtegenwoordig (dit kan men het Goddelijke noemen), dus overal tegelijkertijd en overal hetzelfde, derhalve geen scheiding tussen hier en daar. Daardoor is het in ieder wezen aanwezig, zij het niet op dezelfde manier. Omdat die Werkelijkheid dus ook in ieder mens aanwezig is, geeft dit een stabiele basis voor welke toekomst dan ook. Doordat het Volmaakte, Alomtegenwoordige in ons aanwezig is, is ook het vermogen tot vervolmaking in elke mens aanwezig.
Er is geen grens aan de Ene Werkelijkheid en daar er geen grens is aan het leven, is er dus ook geen grens aan de evolutie, noch in kwantitatieve, noch in kwalitatieve zin. Het houdt dus nooit op. In een oneindigheid kun je nooit een absoluut begin hebben, dus ook geen absoluut einde. Mystici stellen die Ene Oneindige Werkelijkheid centraal, dit beschermt ons tegen het idee van afgescheidenheid.
Binnen het ‘new age denken’ heeft iedereen zijn eigen godje en het gevaar bestaat, dat men het Goddelijke buiten zichzelf vergeet. Dit is afgescheidenheid en deze afgescheidenheid ligt aan de Apocalyps ten grondslag. Hier kunnen we midden in het leven iets mee doen door ons te des-identificeren van onze gevoelens, onze emoties en ons denken en door te beseffen, dat in essentie het Goddelijke overal aanwezig is, in alles en iedereen, alleen in een andere verschijningsvorm. Elke handeling te zien als een sacrament, of het nu het doen van de afwas is of het geven van een lezing, de scheiding tussen het sacrale dat boven zou zitten en het aardse dat hier beneden zou zijn op te heffen.
Dit bereikt men niet alleen door meditatie of cursussen, de werkelijke oefening is de praktijk van alle dag, dat is dus de eerste medicijn, het opheffen van afgescheidenheid. Men gaat dan via kennis, studie en inzicht van geloof naar Gnosis. Dus broederschap tegen afgescheidenheid.
De Onnoembare Werkelijkheid is geen God, God is oneindig, niet begrensd, geen wezen, want een wezen is begrensd dus eindig. Je ‘mystieke voeten’ staan op bovenstaande werkelijkheid. Het ontvouwen van het leven kent wetmatigheid, cycliciteit, opkomst en verval.
Het tweede medicijn is het bestaan van cyliciteit in al het bestaande. Cyclus komt uit het Grieks en betekent ringen, het beschermt ons tegen de obsessie van het lineaire tijdsbeeld. Die cycli moeten we niet zien als gesloten ringen, maar meer als een spiraal die op en neer gaat, anders zouden we steeds in herhaling vallen. Illustratie: beschavingen zijn cyclisch, geschiedschrijving is lineair, alle natuur is cyclisch, b.v. de seizoenen. We zitten nu psychologisch midden in het ijzeren tijdperk, de Kali Yuga, het zwarte tijdperk uit het Hindoe-denken. We moeten de moed hebben daar doorheen te gaan en niet onze hoop vestigen op externe verlossers, een ander kan onze problemen niet oplossen. Verlossing vindt niet plaats buiten ons, maar ìn ons, van binnen naar buiten. De leer van de cycli kan ons leren hiermee om te gaan, door te leren beseffen, dat alles waar we nu mee worden geconfronteerd, b.v. materialisme, een gevolg is van de keuzes die we zelf gemaakt hebben. We moeten ons dus ook niet afvragen wat de toekomst ons brengt, maar: „Wat brengen wij de toekomst?” Verval, ook spiritueel verval, is een normaal cyclisch proces.
Op het ogenblik vinden veel mensen solidariteit door lijden, zonder onderscheid naar ras, geloof en politieke kleur; de oplossing van lijden is solidariteit, lijden heeft dus een catharsis functie. Door dat lijden worden we buiten onszelf geplaatst, leren we een mystieke verbondenheid te voelen met de mensheid. Hoe donkerder het tijdperk, hoe meer licht een kaars geeft ! In alle levensgeschiedenissen van wereldleraren komt de doorbraak door lijden.
Het derde medicijn: evoluerende bewustzijnskernen. Evolutie is gericht op een doel, niet lineair, maar cyclisch, doelen die komen en gaan. Alle wezens in de natuur evolueren en hebben dus een ‘verplichte’ pelgrimstocht, het leven verplicht je tot vervolmaakbaarheid. Een bloem bloeit omdat het zijn Dharma is en een bloem is verstandiger dan de mens, omdat hij niet wenst niet te groeien en dat doet de mens wel. Alles is vervolmaakbaar. Evolueren is volgens de esoterische traditie synoniem voor Apocalyptiek, ontwikkelen, onthullen, ontdoen van de wikkels van de stof, van binnen naar buiten. De evolutie van zowel de mensheid als geheel, als individueel, is een voortdurende Apocalyps, ontsluiering: de esoterische geschriften wijzen ons, op een symbolische manier, waar we op moeten letten.
Aan evolutie gaat involutie vooraf, involutie is de inwikkeling van het Universele Volmaakte in de materie, de inwikkeling van het Goddelijk potentieel in de stof. Dat moeten wij door evolutie en vervolmaking naar buiten brengen door zelfopgelegde en uitgedachte inspanning. Bij de mens komt niet alleen een materiële en fysieke evolutie naar voren, ook niet alleen een spirituele, maar daartussen ook een mentale evolutie, wij zijn denkende wezens. Wat belangrijk is, is hoe wij gebruik maken van dit denken, onze voorkeuren en afkeren. Door het denken te overschatten of te geringschatten, gaat men denken, dat alles wat niet rationeel is, spiritueel is, maar dat is niet zo! Aan de onderkant zit het psychische en aan de bovenkant het spirituele en daartussen zit het denken, we moeten dus door het mentale gebied heen, om bij het spirituele te komen. DE MENS WORDT WAT HIJ DENKT. Door het denken te voeden met tijdloze, spirituele deugden en wijsheden en vooral ethica, altruïsme en zelfopoffering, kan de poort naar het innerlijke gouden Jeruzalem geopend worden. Vervolmaakbaarheid werkt alleen als het gebeurt voor het geheel, het geestelijke pad is geen carrière, maar universeel en dient ter wille van die universionaliteit bewandeld te worden. De persoonlijke ontwikkeling, is daar eerder het gevolg van dan het doel. Door het denken te openen en niet te verlammen, kan uiteindelijk een innerlijke Messias geboren worden, de enige echte Messias, ook aanwezig in ieder ander wezen en dat kan ons uiteindelijk beschermen tegen een apocalyptische crisis in ons en de gevolgen daarvan buiten ons.
Met deze zin eindigt David Roef deze prachtige, geïnspireerde lezing. Na de pauze was er nog gelegenheid tot vragen stellen, waarop een soort mini-lezingen volgden, maar het zou te ver voeren, daar nu verder op in te gaan. Na deze avond ging ikzelf in ieder geval, van binnen stil, naar huis.