Peter wil vanavond iets vertellen over wat hij geleerd heeft van de Maya’s, een volk dat in Midden-Amerika heeft geleefd en nog steeds leeft. Hun kalenders en de kennis over hun kalenders vormen hun belangrijkste erfenis. De Maya’s noemden zich de tijdsbewaarders van deze planeet.
Peter begint met het stellen van enkele vragen:
- Waarom begint het jaar op 1 januari?
- Waarom heeft een week 7 dagen?
- Waarom hebben we 12 maanden in een jaar?
Onze Gregoriaanse kalender, die een verbetering is van de Juliaanse kalender, is de standaardkalender geworden op de hele planeet en bijna niemand weet waar die kalender vandaan komt. Julius Caesar, die het Romeinse Rijk groot heeft gemaakt, wilde één kalendersysteem en gaf daartoe opdracht aan een Egyptische astronoom.
De Egyptenaren waren gewend om het jaar te beginnen met de opkomst van Sirius op 26 juli. Het lijkt of Julius het tegenovergestelde punt koos. Op 1 januari staat Sirius op het hoogste punt aan de hemel. De zon en Sirius reizen samen door de Melkweg in een soort DNA spiraalvorm. Dat heeft tot gevolg dat die twee elkaar, telkens op hetzelfde moment in ons jaar, ontmoeten.
Dat een week 7 dagen heeft, heeft alles te maken met de vier maanfasen.
De indeling van een jaar in 12 maanden is volkomen willekeurig.
Peter heeft op een gegeven moment een boek van José Argüelles gelezen, waarin n.a.v. de Mayakalenders de huidige tijd als de tijd van de transformatie der materie beschreven wordt. Hij vond het verhaal van de Maya’s zó belangrijk dat hij er een boek over geschreven heeft.
Wat is tijd?
Alles voltrekt zich hier in de tijd. Tijd loopt niet alleen lineair. In de natuur loopt tijd in cycli, in cirkels. Tijd kun je wel meten vanuit de 3e dimensie maar dan heb je tijd teruggebracht in een soort aardse materie, maar tijd is het spiritueel-mentale. Tijd komt voort uit die volgende dimensie. In de 4e dimensie is er alleen maar een soort nul-tijd, een soort niet-tijd, een soort stilte waarin tijd zich radiaal en fractal naar alle kanten uitbreidt. En op die principes zijn de kalenders van de Maya’s gebaseerd. Als je de kleine onderdelen kent, kun je hele grote cycli maken, want ze passen allemaal in elkaar.
De Maya’s delen het jaar in 13 manen van 28 dagen in. Dat geeft 13 x 28 = 364 dagen + 1 dag. Dit is de dag buiten de tijd. Dit is een dag voor vergeving, meditatie, loslaten en uiteindelijk feestvieren en dan begint het jaar opnieuw. Het Mayanieuwjaar valt op 26 juli. Op die dag komt de ster Sirius drie minuten voor zonsopgang in het oosten op. Het is de enige conjunctie of samenstand tussen twee hemellichamen die wij op aarde kunnen waarnemen, die ieder jaar op de hele planeet op hetzelfde tijdstip plaatsvindt. En die 13 volmaakte maanden van 28 dagen maken dat je ook een maateenheid in de maanden hebt. 28 dagen kent iedereen als cyclus. Het is een natuurlijke cyclus in ons lichaam. Het is de cyclus waarin alle huidcellen worden aangemaakt. Het is ook de menstruatiecyclus. Het is ook het exacte gemiddelde van de drie cycli van de maan. Als je de drie verschillende cycli van de maan optelt en je deelt die door drie, kom je op precies 28 dagen uit.
Dit kun je toepassen op de vier windrichtingen en dan heb je de 4 weken van 7 dagen, waarvan er weer 52 in een jaar gaan.
De belangrijkste kalender voor de Maya’s is de Tzolkin. Dat is een kalender van 260 dagen. Die 260 dagen zijn gelijk aan de duur van de zwangerschap bij een vrouw. Waarom is een vrouw nu juist 260 dagen zwanger? Onze aarde draait in een dag om haar as en draait ook om de zon. Van wat wij van de zon ontvangen is slechts 5 % zonlicht en warmte. De rest is elektromagnetische straling, is informatie. Die elektromagnetische velden van de zon hebben een draaiing. Na 260 dagen staan die velden weer in dezelfde positie. M.a.w. in 260 dagen krijg je van Moeder Aarde de tijd om via jouw moeder een fysiek lichaam op te bouwen en van Vader Zon krijg je de informatie voor het spirituele lichaam.
Op de een of andere manier is 260 dagen een constante in ons zonnestelsel. Die 260 dagen worden ingedeeld in 13 stappen waarin zich 20 zegels ontvouwen.
Alle getallen waarvan de Mayakalenders zijn opgebouwd, zijn èn in de kosmos èn in ons lichaam als bewegende onderdelen te vinden. De 7 dagen in de week zijn de 7 chakra’s. De 13 tonen waarin zich iets ontwikkelt zijn de secundaire chakra’s, de 13 gewrichten. We hebben 28 bewegende delen in onze handen en we hebben de cyclus van 28 dagen. De 20 zonnezegels zijn de 20 vingers en tenen. 52 zijn de 52 belangrijkste acupunctuurpunten in ons lichaam.
Getallen zijn niet alleen hoeveelheden. Net als de tijd komen getallen uit de geestelijk-mentale wereld. De tijd is in die zin in natuurlijke getallen uit te drukken.
Naar aanleiding van de verschillende afbeeldingen die Peter ons laat zien, vertelt hij:
Het leefgebied van de Maya’s van toen maar ook van nu vind je in Zuid-Mexico, Guatemala, het noordwesten van Honduras, Belize en op het Yucatán-schiereiland. Het grootste deel van de mensen die hier wonen zijn of rechtstreeks of indirect afstammelingen van de Maya’s. Peter heeft veel van hun klassieke periode (4e t/m 8e eeuw na Chr.) geleerd.
Peter laat ons een afbeelding zien van de 20 zonnezegels, de 20 gezichten van de schepping. Vandaag (8 jan.) is de dag van de hond, de dag van liefde, van loyaliteit, van trouw en dat in een bepaalde toonsoort. Iedere dag heeft een eigen energie door combinaties van zegels en getallen. Vandaag (de dag van de lezing) zou dan een dag zijn om balans te brengen in de liefde en de loyaliteit en met name die naar jezelf toe.
Wij hebben een decimaal getallenstelsel. De Maya’s werken met een maal 20. Ze zijn de uitvinders van de nul. Ze kennen het concept nul als niets en ook als teleenheid. Ze kennen de omloop van bijv. de aarde om de zon tot op vier cijfers achter de komma. Ook kennen ze de omloop van Venus. Hun kennis kan nooit van overlevering of fysieke waarneming geweest zijn.
Tegen het rad van 260 dagen zet je een rad van 365 dagen. Je laat het spirituele en het aardse jaar samenlopen. Ze staan dan na 18980 dagen weer in dezelfde positie. Dat is na precies 52 jaar.
En omdat tijd volgens de Maya’s radiaal en fractal werkt, heb je 52 dagen, 52 weken, 52 jaar, 5200 jaar enz.
De Maya’s hadden zeventien kalenders. Ze hadden twee soorten jaarkalenders. De ene is de 13 manen van 28 dagen, de andere die van 18 maanden van 20 dagen. Ze hadden ook een Venuskalender. Venus doet er 584 dagen over om op dezelfde plek te komen. Ga je het Venusrad naast het aarderad en het 260 dagenrad zetten, dan staan ze exact na 104 jaar weer op dezelfde plaats.
Er is ook een cyclus van 26000 jaar, de precessiecyclus. De Noordpoolster bijv. schuift om de 72 jaar 1 graad op. Na ongeveer 26000 jaar staat hij weer op dezelfde plek. We maken een soort schijnbare reis door de kosmos van 26000 jaar.
Volgens het fractalprincipe is 260 dagen weer een proportie van 26000 jaar.
In 26000 jaar draaien wij om de centrale ster van de Pleiaden, Alcione, heen. Om de 52 jaar precies staan de Pleiaden t.o.v. de aarde in dezelfde positie.
Astronomen hebben de hemel om ons heen in twaalf gelijke vlakken, de sterrenbeelden, verdeeld. Als je 26000 jaar door 12 deelt, krijg je 12 stukken van 2160 jaar. Dan zou nu het Watermantijdperk aanbreken. De Maya’s kenden die cyclus ook. Zij deelden die in vijven in. Je krijgt dan 5 stukken van 5200 jaar. Ze hadden kalenders die tot miljarden jaren terugliepen. Ze houden allemaal op op 21 december 2012. We komen op een punt terug waar we 26000 jaar geleden ook waren. 26000 jaar geleden was de Neanderthaler plotseling uitgestorven en was de mens in één keer als enige soort over.
Peter laat ons een symbool, Hunab Ku: de Ene Schenker van Maat en Beweging, zien. Het is het hart van de Melkweg, wat de Maya’s zien als de bron van de schepping. Het is de overtuiging van Peter dat alle draaiingen, niet alleen van planeten, sterren, maar tot op subatomair niveau, in dit deel van het universum voortkomen uit Hunab Ku. Om de 13000 en de 26000 jaar is onze positie t.o.v. Hunab Ku hetzelfde. Van ons uit gezien kruisen de ecliptica van het zonnestelsel en die van de Melkweg elkaar in het hart van de Melkweg. Op 21 december 2012, de einddatum van de Mayakalenders, komt daar de zon precies op te staan. Wat er dan gebeurt, heeft alles te maken met wat er nu gebeurt. En wat er nu gebeurt, heeft alles te maken met wat ieder hier in z’n leven kan neerzetten. Dat is het enige wat telt.
Peter vertelt over wat hij denkt dat er na 2012 gebeurt en op die manier vertelt hij wat de Maya’s erover vertellen.
Het is het einde der tijden, het eind van de louter lineaire tijd. De westerse cultuur is de enige cultuur waar geen contact is met voorouders, waar geen professionals zijn die ons in contact brengen met die andere werkelijkheid. We hebben niet dat persoonlijke contact meer met die andere werkelijkheden. Kun je je een wereld voorstellen waarin dat weer gewoon een natuurlijk gegeven is? Kun je dan ook snappen dat tijd heel betrekkelijk wordt? Peter denkt dat het prachtig wordt, want we kunnen niet dieper zinken. In eerste instantie wordt het ook extremer. Licht schept nu eenmaal duisternis. De ervaring van Peter is dat het hart van Moeder Aarde allang getransformeerd is en dat er veel steun is. Wij lopen er echter nog achteraan omdat we van zeven generaties en al die levens nog veel emotionele rommel in onze lichamen hebben. Daarom is het zo belangrijk om daaraan te blijven werken. Want wat je voor jezelf doet doe je voor zeven generaties, doe je voor veel meer dan alleen voor jezelf. De hulp is er. Ook in het westen wordt het normaler met andere werkelijkheden contact te hebben.
Volgens de Maya’s gaat de kalender verder met de 13 Hemelen. Omdat het bewustzijn aan het groeien is, ervaren wij dat alsof er per uur veel meer gebeurt dan vroeger. We zijn ons meer gewaar. En er gebeurt dus ook meer per uur, per dag. De pijn die we allemaal dagelijks ervaren is dat je namens God hier bent om mee te maken hoe het is zonder God. Het is tegelijkertijd onmogelijk. We wensen te ervaren afgescheiden te zijn en dat is een illusie.
De link naar de Maya’s:
De Maya’s hadden raderen van 52 jaar. 26000 jaar deelden ze in in vlakken van 5200 jaar. Die werden steeds weer in dertienen verdeeld. Als je de afgelopen 5200 jaar in 13 stukken deelt, krijg je 13 baktuns van ieder 144000 dagen. Dit is een bekend getal in vele geschriften. Die 13 baktuns werden weer in kleine stukjes ingedeeld. Hun laatste lange telling begon op 11 augustus 3114 v. Chr. (het begin van de geschiedenis) en loopt tot 21 december 2012. Het middelpunt van deze cyclus valt in het jaar 550 v. Chr. In dat jaar werd Boeddha geboren.
Precies op de helft van die 26000 jaar, 13000 jaar geleden zijn de magnetische polen van deze planeet en het hele zonnestelsel omgeslagen. Dat is 26000 jaar geleden ook gebeurd. Ze hebben ontdekt dat het zeker 23 keer in het bestaan van dit zonnestelsel is gebeurd. Dit zou in 2012 kunnen gebeuren, al denkt Peter dit niet.
Aan het einde van de 10e baktun houdt de Mayacultuur plotseling op. Ze geven al die tempels terug aan de natuur. Er is niets beschadigd en alles is af. Het is bewust allemaal verlaten. De Azteken en Tolteken namen hun kalenders over. Dan ontstaat er een cyclus van 13 Hemelen van 52 jaar die in 1519 eindigt. Op Goede Vrijdag 1519 landde de Spaanse veroveraar Cortès in Vera Cruz. In vier jaar tijd waren er van de lokale Aztekenbevolking van 20 miljoen mensen maar 4 miljoen over. Het was een voorspelde komst en het was het begin van de periode van de 9 Hellen. Met de soldaten kwamen ook Rooms-katholieke priesters mee die doelbewust alle geschriften verbrandden. Er zijn drie rollen overgebleven. Vanaf toen waren wij beroofd van de kennis over de natuurlijke tijd. Wat bleef stond in steen gebeiteld. Pas nu komt dit allemaal boven water. Tot enkele jaren terug kon niemand dit schrift lezen.
Op 16 augustus 1987 eindigde de periode van de 9 Hellen ( 9x 52 jaar): de Harmonische Convergentie. Het verhaal was, dat als dan voldoende mensen d.w.z. 144000 mensen op heilige plekken zouden bidden voor vrede, de geschiedenis een andere wending zou krijgen. En het is gebeurd. Het was het begin van wat we nu de New-Agebeweging noemen.
We zitten nu in het laatste stuk van de laatste 26 jaar van de 26000 jaar. Het is allemaal een natuurlijk proces. Het is een verhaal van herinnering.
Peter sluit de avond af met een meditatie.
Ria
De titel van Peter Toonens boek is:
Wat wisten de Maya’s? Een nieuw licht op het transformatieproces van de aarde (Uitgeverij Petiet, Laren, ISBN 90-75636-14-8). Binnenkort verschijnt zijn nieuwe boek: De Natuurlijke Tijd.
Internetlinks:
www.tortuga.com
www.13mooncalendar.com