Op het scherm op het podium staat: “Als je niet meer kunt wat je wilt, moet je leren willen wat je kunt.” Het motto van Annemarie staat naast een afbeelding van Ganesha, de Indiase god met het olifantenhoofd.
Annemarie vertelt dat het duidelijk was dat ze hier in Zeijen moest zijn. “Geen idee waarom,” zegt ze er achteraan. “Maar ik ga waar ik voel dat ik naar toe moet en dat was deze lezing. Ik accepteer dat het leven soms andere plannen met ons heeft.
Vanavond ga ik praten over acceptatie. Wat brengt het je, wat doe je, wat doe je vooral niet en waarom is acceptatie de voorwaarde voor creatie en juist een voorwaarde voor verandering.”
Om iedereen wat ontvankelijker te maken, begint ze met verminderen/uitroeien van het ego, door middel van een van de meest krachtige Kundalini-yogameditaties. Het haalt de spanning weg.
Doe je ogen dicht. Strek je armen zo ver mogelijk de lucht in. Duimen 60 graden omhoog. Knijp je vingertoppen zo hard mogelijk in de kattenkussentjes in je hand. Iemand die zwanger is of ongesteld, mag hem niet doen. En als je voelt: “Ik ga down”, dan stop je gewoon even en ga je over op een diepe ademhaling. De ‘blaasbalgje-ademhaling’ die voor deze meditatie gebruikt wordt, is een tegenovergestelde ademhaling. Adem uit alsof je een blaasbalgje bent, luidruchtig, tussen twee getuite lippen door. Tussen de luidruchtige blaasbalg uitademing zit de rustige inademing.
De muziek start en iedereen laat heel ritmisch zijn blaasbalg-ademhaling horen.
Als je pijn voelt in je armen, dan ga je er doorheen. Daar ligt de winst. Strek dan je armen zijdelings, dat vergroot je magnetisch veld, leg je armen op je schoot, haal diep adem, adem uit en doe je ogen open.
Soms zeggen mensen: “Jij leeft zo bezield.” Maar om bezield te leven, moeten we ook belichaamd leren leven. Ons lichaam is de poort naar alles. Anders hadden we geen lichaam. Ik heb een behoorlijke beperking. Nu bijvoorbeeld heb ik bevroren benen. Maar eigenlijk hebben we allemaal een beperking. We zitten allemaal als ziel opgesloten in ons lichaam. Soms, als ik niet kan functioneren – en dat verschilt van dag tot dag – denk ik niet: “Wat neemt het leven me nu weer af”, maar: “Wat komt deze dag me brengen? Wat is ongezien in mij, waar ik naar mag kijken?”
Soms word ik moedeloos van wat er allemaal in de wereld gebeurt. Maar het heeft geen zin om ons energieniveau en ons bewustzijn te laten zakken naar die bron van duisternis. Het gaat erom dat wij bij dat licht blijven, zoals we hier met zijn allen zijn. Dat wij ons herinneren dat wij in essentie licht zijn, liefde zijn.
In een interview voor een van haar 20 boeken, zei Annemarie tegen dr. Bill Tiller, een spiritueel professional: “Ik word moedeloos als ik zie wat er allemaal zo gebeurt in de wereld. Ik heb wel veel lezers, maar ook heel veel lezers niet.”
Antwoord van Bill Tiller: “Het is helemaal niet belangrijk dat wij hier bij elkaar zijn en de rest het niet begrijpt. Het gaat om die paar mensen die het werk doen en het bewustzijn naar een hoger niveau tillen, die paar mensen doen het voor de rest. De rest is niet zo krachtig, soms zijn ze nog onwetend.”
Annemarie zegt: “Ik geloof echt in druppels op gloeiende platen, dat één inktdruppeltje de hele kan met water van kleur kan doen veranderen. Dat kunnen wij allemaal door elk moment liefdevolle, integere keuzes te maken, op elk moment.”
Annemarie laat wat foto’s op het scherm zien. Ooit was ze een gezonde baby, een gezond klein kind. Een serieus klein meisje dat iedere dag wel bezig was met geld inzamelen voor Greenpeace, protestacties tegen dierproeven, etc. Tot ze rond haar 11everjaardag tot 3 keer toe hard geraakt werd: In het Mirandabad in Amsterdam viel ze hard op een paaltje, kort daarna liep ze tegen een rijdende brommer aan, in beide situaties met bewusteloosheid tot gevolg. Maar de genadeslag was een teek in haar rug, die haar nichtje eruit peuterde. Het was in de tijd dat teken nog niet verdacht waren. Enige tijd erna zakte ze zo door haar benen, haar hele evenwichtsgevoel was verdwenen. Een verlamming die naar boven kroop, was de genadeslag. Maar die stopte net voordat hij haar hart bereikte.
Na die verlamming is ze 5 jaar niet thuis geweest. Ze ging van ziekenhuis naar ziekenhuis naar revalidatiecentrum, en reisde met haar ouders naar acupuncturisten in het buitenland. Alles om er voor te zorgen dat ze weer beter zou worden. Maar zelfs als kind voelde ze al dat gehandicapt zijn en niet meer kunnen lopen, gepast voelde voor haar in dit leven. Haar ouders maakten zich heel veel zorgen natuurlijk. Maar niemand zei in de revalidatie: “Annemarie, je krijgt nu een nieuw lichaam, daar moet jij je in thuis leren voelen en wij gaan je helpen om dat nieuwe lichaam te leren liefhebben.” Dat werd in die tijd niet geleerd. Je moest gewoon beter worden, in mijn geval leren lopen. Maar ik wilde leren leven. Maar als een kind in een gezin een handicap krijgt, dan groeit de hele omgeving daar in mee en leert er van.
Wat kun je doen als je bereid bent uit de slachtofferrol te stappen? Niet door te vragen: waarom ik, waarom nu, waarom dit. Dat zijn vragen van het ik, van het ego, van het denken, van het strategisch zelf dat de grip aan het verliezen is. Je krijgt geen bijsluiter bij de gebeurtenissen. Ik kwam in een rolstoel terecht, heb maanden moeten liggen vanwege doorligplekken op mijn billen en hielen. Maar ik heb eigenlijk altijd wel een vrijheid gevonden in de overgave aan de situatie. Je kunt ook niet anders.
Maar wat gebeurt er als je beter wordt. Dan komt het moeten weer te voorschijn. Dan moet je weer volwaardig deelnemen aan de maatschappij, dan moet je weer mooi en sterk en fit zijn. In het volkomen gesloopt ziek zijn, half dood, vond ze haar geluk, haar vrijheid. Als je niets te verliezen hebt, ben je toch vrij. Het ego, het strategisch zelf kan niks met je op zo’n moment. Alleen maar zich terugtrekken. Het houdt niet van wanhoop. Maar het vindt zijn podium weer terug op het moment dat je denkt dat je iets moet. Dan neemt het strategisch zelf alles weer over. Het is een heel belangrijk ding als het gaat om acceptatie.
Het is eigenlijk niets anders dan bijna steeds het listige spelletje doorzien van het ik, het ego, dat uit is op controle, bang is voor tekort, bang is voor verlies, ons wijs maakt dat het anders fout met ons afloopt. Maar wie zegt dat? Ik heb al heel vroeg gevoeld: ik begrijp niet waarom dit zo is en waar het naar toe gaat, maar als ik dit ‘willen weten’ loslaat, ligt daar achter de ruimte voor verandering. Ik kies meer de houding van: alles hoort bij mij, het leven geeft mij niet altijd wat ík denk dat goed voor mij is. Ik kijk meer van: het gaat er niet om wat ik wil in het leven, wat ik denk dat goed voor mij is, het gaat er kennelijk om dat je krijgt wat goed is voor je persoonlijke en spirituele groei. Dat je je ontwikkelt van het persoonlijkheidsbewustzijn naar het zielsbewustzijn. Die weg is een weg van vele levens, vele reïncarnaties. We krijgen tijdens onze aardse levens doorlopend uitnodigingen, cadeaus. Je kunt zeggen: “Help, ik had dit cadeau zo niet gedacht, ik had iets anders gedacht, in een ander papiertje en niet van die persoon.” Maar we hebben er niets over te zeggen. We krijgen obstakels op ons pad. Dan kun je twee dingen denken: “Wat neemt het leven mij nu af?” of “Wat komt het leven mij nu leren? We zijn als westerse mens ontzettend gericht op controle. Boeken als The Secret geven ons het idee dat als we maar genoeg visualiseren, hard genoeg willen, dan krijg je wel alles wat je wilt.
Annemarie zegt: “Ik geloof enorm in onze kracht en macht, maar niet in onze almacht, niet in die grootheidswaanzin van het ego. Als je van een hoger niveau kijkt, zie je gewoon dat je onderdeel bent van een veel grotere stroom: de stroom van het leven. Waar we ons steeds tegen verzetten: in gevecht met jezelf zoals we zijn, met anderen, met de realiteit, met collega’s op het werk, tegen de ouderdom. Onze reflex is: vechten of vluchten.
We hebben eigenlijk geen idee hoe om te gaan met pijn. We vragen ons helemaal niet af: wat onze ziel ons probeert te vertellen. “Misschien zat er in mij wel een heel diep verlangen van mijn eigen ziel, naar het kiezen van deze vorm,” zegt Annemarie. Het is niet belangrijk om te weten waarom ik in deze rolstoel zit. Kennelijk weet mijn ziel veel beter welke kant we uit moeten, dan ik. Maar dat almachtige ik zit op de troon. Logisch. We leven in een wereld waarin we ons moeten handhaven, geld verdienen, onze hypotheek moeten betalen. Ik kom er steeds meer achter dat we echt helemaal niemand zijn. We zijn. En met die zijnskwaliteit kunnen we heel veel, kunnen we delen. Delen doe je ook op energieniveau. Zijn we ontvankelijk voor elkaars energie, dan gaat het stromen. De magnetische kracht van het hart is ongekend. Als we een uurtje kunnen delen, zoals we ons volgens mij nu voelen, dan is dat iets wat je meeneemt de komende dagen, weken, maanden en dat geef je weer door.
Kijk, ik ben gehandicapt. Op barbecues en zo komt er vaak wel een dronken iemand naar me toe die zegt: “Acceptatie is voor jou natuurlijk heel gemakkelijk. Je kunt ook niet anders dan het accepteren dat je niet kunt lopen.” Maar dan antwoordt Annemarie: “Nou, ik had ook een heel vervelend bitter vrouwtje kunnen worden, dat het leven stom vindt, omdat mij onrecht aangedaan is, in plaats van me gezellig op te tutten en echt te leven.” We reizen over de hele wereld en in veel landen zien mensen je gewoon niet. Maar daardoor zie ik heel veel. In veel culturen ben je als mens inferieur als je een zichtbare beperking hebt.
Dus: wie in de zaal is er op dit moment moe, gestresst, gefrustreerd? Kijk dan waar er geen acceptatie is, kijk welke spelletjes jouw ik met je aan het spelen is. Het ik dat lineair denkt: “Als ik punt x, ij en z. bereikt hebt, zal ik rust hebben, zal het leven leuk worden, kan ik mezelf accepteren. Oh ja, en als mijn partner dan ook nog even verandert!” Het is als de worst die windhonden wordt voorgehouden om te winnen. Ondertussen ben jij je hele leven aan het rennen. Het heeft te maken met overgave.
Annemarie: “Overgave is voor mij pure vrijheid. Zes maanden op bed liggen met een doorligwond en niets kunnen: het vraagt overgave om niet gillend gek te worden’’. Het is goed jouw ik de mond te leren snoeren, het is goed te zien hoe je constant in vechten of vluchten zit, hoe je constant commentaar geeft. Het is bij alles steeds kijken wat er gebeurt op je levensweg. Bij alles steeds je reflex bestuderen. Wat is je natuurlijke reflex als dingen niet gaan zoals je wilt? Wat is je eerste reflex bij teleurstelling, bij pijn, als je je beledigd voelt. Normaal zou je gaan kritiseren, nu denk je: accepteren en kijkt wat het aanraakt. Normaal zou je de pijn gaan bestrijden. Nu zeg je: “Kom maar pijn. Je krijgt een kop koffie van me.”
In sommige pijnbestrijdingscentra hebben ze tegenwoordig een heel andere benadering van pijn. Het is niet pijn bestrijden, maar pijn omarmen. De pijn toelaten, niet ontkennen. Pijn als iets wat inzicht geeft, omarmen. Wat dient er losgelaten te worden in je leven! Je laat de pijn toe, maar richt je op andere dingen. Het ik heeft toch recht op een pijnloos leven! Op geluk. Geluk is de afwezigheid van pijn, teleurstellingen. Geluk is: alles gaat zoals jij het wilt. Wat is daar dan het beste recept voor: ongelukkig zijn.
Ze vertelt het verhaal over haar moeder, die één jaar nadat ze op 17-jarige leeftijd weer thuis was gekomen na jaren ziekenhuizen (en in dat ene jaar fikse ruzies met haar moeder had gehad) dood in de tuin lag. Het leven vraagt niet: “Annemarie ben je het er mee eens?” Het vraagt niet om onze toestemming. Het leven werpt je iets voor de voeten en zegt: “Word jij nu zelf maar antwoord op deze gebeurtenis. Een zinvol antwoord alsjeblieft.” Misschien moeten wij veel meer het zinvolle beantwoorden worden op gebeurtenissen, door onze concrete beleving van het hier en nu.
Annemarie vertelt dat, toen ze spartelend kopje onder leek te gaan, in alle wanhoop en verdriet, het echte antwoord kwam. Het denken kan daar niets mee. Het echte weten komt dan naar boven.
Ze is 8 jaar model geweest, ondanks haar zitten in een rolstoel. Ze heeft de hele wereld over gereisd en heeft bloot geposeerd in de Playboy. Haar moeder had voor een heel stevige kern gezorgd in haar jeugd, doordat ze zag wie ze in wezen was en wat ze wilde.
Dingen gebeuren niet om ons kapot te krijgen. Dingen gebeuren om ons boven het beperkte idee van onszelf uit te laten stijgen. De dingen gebeuren om ons naar een betere versie van onszelf te doen reiken. Het zijn allemaal uitnodigingen/cadeautjes om tot een diepere relatie met onszelf te komen.
We zijn echt in het Aquariustijdperk beland. Dat is een tijd van dienen, van dienend zijn. Niet denken: “Hoe kan ik krijgen en hebben,” maar “Hoe kan ik dienen, hoe kan ik mijn vaste levensdoelen vinden?” Het antwoord van Annemarie: door te luisteren, met je innerlijke oren naar de hogere machten. Het is meer ontvankelijk worden voor die hogere influisteringen.
We sluiten deze lezing af met een oefening in acceptatie:
“Doe je ogen dicht, leg je handen open op je schoot. Ga nu in gedachten naar iets toe wat je op dit moment de meeste pijn, onzekerheid, of angst geeft. Het kan van alles zijn. Let nu vooral op waar in je lichaam je deze onprettige gevoelens precies voelt. Ga in gedachten langs je hele lichaam. Begin bij je kruin en ga zo naar alle onderdelen van je lichaam naar beneden. Waar de onprettige gevoelens het heftigst zijn, blijf daar dan. Niet vechten of vluchten. Adem er doorheen, door die onprettige dingen, en benoem wat je voelt. Dat kan zijn: moeheid, angst, onzekerheid, stress, onrust, boosheid, verdriet. We hebben de neiging voor die onprettige gevoelens weg te lopen. Maar nu doe je het tegenovergestelde, je gaat er met je aandacht naar toe en je geeft het vervelende gevoel gewoon de ruimte.
Je oordeelt of veroordeelt niet, je observeert, neutraal. Laat het helemaal vrij. En je ademt, net zo lang tot het gevoel of de gedachte die je had minder aanwezig wordt, minder dominant. Adem, laat je weerstand varen tegen dat wat is. En adem. Verleg dan je aandacht van de pijnplek weer terug naar je buik. Je kunt je handen op je buik leggen, als dat helpt.
Nu gaan we van het lichaam naar de geest. Stel jezelf de vraag of je bereid bent om de dingen die je pijn doen, te accepteren, precies zoals ze op dit moment zijn. Voel ze, zonder oordeel. Laat toe wat is. Laat ze gaan zonder oordeel. Probeer te voelen waar je weerstand zich tegen richt. Wat vind je zo onaanvaardbaar? Wat kan er niet zijn?. Het zijn plaatjes in je hoofd. Welke plaatjes in je hoofd stroken niet met wat je in de realiteit voelt? Wat wil je maar niet in je bewustzijn toelaten? Aan jezelf, aan anderen, in je familie, relatie, werk? Het is er toch al.
Stel jezelf een heel grote voordeur voor, zet hem wagenwijd open en laat alles, werkelijk alles waar je bang voor bent, gewoon naar binnen komen. Verwelkom het. Zeg: “Maak het jezelf gemakkelijk.” Als je durft toe te laten, zul je merken dat het nooit een gebeurtenis of situatie is waartegen jij je verzet. Het is het gevoel waar jij je tegen verzet. Het gevoel van verdriet, minderwaardigheid, angst, afwijzing, etc., etc. Verdring het niet, maak het niet belachelijk. Schenk liefdevolle aandacht aan dát wat het meest op de voorgrond komt in je bewustzijn. Zeg: “Alles hoort bij mijn weg in het leven. Het is goed dat ik nu niet wegloop.” Je hoeft de dingen niet leuk te vinden, het er mee eens te zijn, te veranderen. Begin met het accepteren van jezelf zoals je nu bent. Maak een begin met het accepteren van anderen, precies zoals die nu zijn. Je zult merken dat er meer ontspanning in jezelf, in het leven, in je relaties komt. Acceptatie: dingen die je benoemt, toelaat, onder ogen durft te zien, te voelen zoals ze zijn, verliezen hun destructieve kracht. Ga met je bewustzijn je lichaam in. Observeer waar het gevoel naar toe gaat, oordeelloos. Als je kunt en durft door te ademen op de meest moeilijke momenten in je leven, door de wanhoop heen, kom je bij vertrouwen. En je zult voelen dat je adem je telkens direct terug in het nu brengt.
Herhaal de oefening gewoon.
Annemarie: “Ik weet zeker dat jij je beter voelt dan 5 minuten geleden.”